Een rondleiding
Een van de voorbereidingen op de tentoonstelling was foto’s nemen van de veertig werken waarmee ik naar buiten kom. Het moeilijkste zijn de werken met glas ervoor: steeds is er de weerspiegeling en ik heb maar een heel eenvoudig apparaatje. Ik ben al tevreden als ik wat foto’s kan maken waardoor ik de tentoonstelling kan oproepen.
In deze reportage geef ik een fotografische rondleiding. Je komt de oprit op en in de open garagepoort hangt een groot doek van 2m x 2m. Dan stap je bij ons binnen door de deur en links … kijk maar. Deze werken hangen in de tuinkamer – tekenhoek – keuken, waar we uiteindelijk belanden voor een drink.
De dag van de tentoonstelling
Ondanks dat ik alles goed voorbereid heb, blijkt de dag zelf van de tentoonstelling toch nog heel wat te doen: de vaat doen zodat de keuken alleen maar uitnodigt om koffie te maken of een glas te schenken, de laatste boeken wegbergen, nog even de vloer aanvegen, de wagen bij de buurvrouw zetten zodat er parkeerplaats is voor ons huis, de schilderijen in het atelier ophangen en ja … het deelnemersnummer duidelijk afficheren zodat het vanaf de baan makkelijk op te merken is. Voor dat laatste gebruik ik iets dat ik maakte als opdracht voor de academie: op dubbel geplooide platen moesten we bomen schilderen en daar weerspiegelende elementen inbrengen. Daarna werd het bewerkt zodat het tegen regenweer kon. Opvallen doet het wel … en de regen zal het niet beschadigen.
Even voor tien uur, het aangekondigde openingsuur, is alles in orde en naar mijn zin: de dag kan beginnen. Maar geen tijd om te gaan zitten met een boekje, want even later zijn de eerste buren daar. Ze zijn nog niet goed binnen of andere buren komen ook aanzetten. Het doet enorm plezier dat ze langs komen. Ik geef uitgebreid uitleg bij de werken die wat verklaring kunnen gebruiken. En daarna: koffie natuurlijk. En voor we het beseffen is het twaalf uur en regent het pijpenstelen.
We veronderstellen dat de regen de mensen thuis gaat houden, dus hebben we nu waarschijnlijk tijd voor een boterham. Inderdaad blijft het rustig. Wanneer alles weer opgeruimd is en we even willen uitblazen bij een kop koffie, komt de eerste bezoeker van de namiddag binnen … en wordt het geen moment meer rustig. Ik probeer te zeggen wat ik (nog) kan zeggen. Ik voel mij stem langzaam hees worden. Tussen door tijd voor een koffie of een glas wijn met bijhorend gesprek.
Maar de sfeer is leuk. Sommige mensen ken ik, andere maken zich bekend als vrienden van … en er zijn ook bezoekers die me helemaal onbekend zijn, maar die puur uit interesse komen. Tijd voor een echt uitgebreid gesprek is er niet meer bij, maar de stoelen rond de keukentafel zijn steeds bezet … en Karel maar koffie maken of wijn schenken. Om vijf uur komen overburen nog een goede dag zeggen. Terwijl de laatste bezoekers buitengaan, is Karel in de weer voor de buren. Ik kan er ook bij komen zitten en we kunnen ongestoord blijven doorpraten tot zes uur en de deur kan gesloten worden.
Nu werk ik in omgekeerde richting. Uithangbord naar de garage, schilderijen uit het atelier terug naar binnen halen … en de kookkunde beperken tot het opwarmen van een pizza. We zijn alle twee bekaf, maar dat weerhoudt ons niet om volgende zondag weer op te treden.
Mens
zeg me niet
je verdroomt je tijd
aan mooie woorden
versleten toekomstberichten
ik weet
wat lijden betekent
dag na dag
tot een man naar het water ging
een kind naar de dood sprong
ik beluisterde
zovele verhalen
van vrouwen
huilend om de innerlijke verwoesting
door incest
psychisch en fysisch geweld
mannen
die hun ontreddering
niet meer in woorden konden mededeelbaar maken
ik zag kinderen
uitzinnig van wanhoop
om het leven
niet meer te bevatten
in mij breekt een helderheid door
van tegendraadsheid
tegen beter weten in
dat tot woorden leidt
als
graag zien
vernietiging is niet het laatste woord
geen hiernamaals
geen weerzien
hier en nu
wil ik het anders maken
ieder zichzelf tot opdracht geven
ik zal soms bij je zijn
maar je bent zelf sterk genoeg
prachtig wezen
dat bewust is
en zichzelf mens noemt
De voorbereidng op de kunstroute
Naarmate de dag nadert van de kunstroute, bereid ik dit evenement voor. Eerst dienen de schilderijen van vorige uitgave vervangen te worden door werken die ik het laatste jaar maakte. Karel kruipt zonder beven de ladder op om dit tot een goed einde te brengen. Hier moeten nagels bij komen, daar zouden er best wat weggehaald worden. Om de tuinkamer te omvormen tot toonzaal ruimen we uitgebreid op. Mijn boekentafel wordt leeggehaald tot alleen het boek overblijft dat ik aan het lezen ben, Karel wacht tot de laatste dag om zijn boeken te reduceren tot de allernoodzakelijkste, want alle boeken zijn noodzakelijk voor hem. De tekentafel en de bijzettafeltjes worden leeggehaald, andere tafeltjes worden er bij gesleurd om mijn wenskaarten ten toon te stellen. De tekeningen die er al een tijdje hangen worden nu op gelijke hoogte gebracht en juiste tussenruimte gegeven. De pc tafel en de pc mogen blijven staan, ook de printer, maar alle papieren daar rond mogen wel verdwijnen; alles wat naar privé-bewoning verwijst leidt af van de schilderijen, ik wil het dus zo kaal mogelijk aanbieden … hoewel ook dat relatief is.
In mijn atelier probeer ik de schilderijen uit die er moeten hangen: oude nagels er uit en nieuwe er in. De schilderijen zullen op de dag zelf opgehangen worden, want mijn atelier is nu vrij vochtig en dat doet geen deugd aan de doeken.
Even bekijken hoe het moet op de dag zelf. Mijn auto gaat de garage uit zodat er voldoende ruimte ontstaat om daar van alles op te bergen. Verfgerief en tafels verhuizen dan naar de garage zodat er ruimte ontstaat om de werken van op voldoende afstand te bekijken. Meteen kan ik aan de ingang van de garage een doek van 2m x 2m ophangen. Als ik dan de deuren openzet geeft dat wel een ‘entree’.
Ik verheug me echt op die twee dagen. Niet dat er zoveel volk zal komen, zeker niet nu er regenweer voorspeld is. Vorige uitgave was er ook geen enorme toeloop. Maar juist daardoor kregen we tijd om met de mensen die er wel waren te praten, iets samen te drinken. Ik heb er nog altijd goede herinneringen aan.
En af en toe bekruipt me de twijfel. Wat ben ik aan het doen? Moet dat nog op mijn leeftijd. Is het wel zinvol. Maar ik toon graag mijn werk omdat daar mijn ziel in ligt. Ik wil zowel de pijn als de kracht van mens-zijn vertolken en dat meedelen aan anderen. Zeggen, via die schilderijen: ‘sterker dan de dood is de liefde’, als antwoord op het bijbelse: sterk als de dood is de liefde. Zegt de bijbel: even sterk als de vernietiging is het leven, ik stel daar tegenover: sterker dan de vernietiging is de levenskracht van de mens en de mensheid. Ik geloof daarin ondanks dat ik weet heb van vernietiging. Het is mijn testament dat ik zowel mijn kinderen als ieder ander wil nalaten.

