Naar de inhoud

Lut De Rudder

seniorennet.beseniorennet.be

    

nog 4 uren aanschuiven … doen we het?

     we houden vol ondanks de kou

Centre Pompidou

Het is even wennen aan de metro nemen. Parijs is ondergronds één groot verteringstelsel: het slokt massa’s mensen op om ze later weer uit te spuwen. We duiken voor de eerste keer het metronet in. Een jonge vrouw staat te zingen en probeert wellicht zo een vorm van inkomen samen te bedelen. Ze heeft een gevormde stem … wat is er met die vrouw gebeurd dat ze nu in de kou haar levensonderhoud moet samen zingen?

 

De donkere tunnels waaruit de treinstellen te voorschijn komen beangstigen me: vanuit het niets en met groot geraas verschijnen ze en stoppen dan bruusk bij het perron. Snelheid is hier troef. Na een paar keer de metro genomen te hebben, begin ik er schik in te krijgen: het vraagt een kleine inspanning om van de ene kant van Parijs naar de andere kant te komen. Hoewel … mensen die de metro dagelijks nemen zullen die charme wellicht niet meer herkennen. Soms staan we zo opeengepakt dat we nauwelijks ademruimte krijgen. Maar de volgende halte gaan mensen dan weer weg en komen er weer bij en als het nodig is wordt er wat extra geduwd en kan de laatste man er toch bij.

 

Het eerste museum op ons verlanglijstje is Centre Pompidou: een tentoonstelling van Dali. Even is het schrikken als we de rij zien waarachter we moeten aansluiten. We hebben een museumkaart gekocht, maar hier moeten we toch inkom betalen: die museumkaart is voor andere musea geldig. Een man komt de rij langs om te vragen of er mensen zijn die voorrang hebben. Ja, met die museumkaart hebben we voorrang op de gewone bezoekers. Terwijl Brigitte voor ons de entreekaartjes gaat kopen sluiten wij aan voor de kleedkamer. Wanneer we bijna aan de balie staan om onze rugzakken en dikke winterjassen af te geven is Brigitte daar met de kaartjes.

 

Bevrijd van rugzak en dikke jas beginnen we aan onze rondgang. Langs een buizenstelsel aan de buitenkant van het gebouw klimmen we omhoog. De tentoonstelling start op de hoogste verdieping. Zo krijgen we een uitzicht op iets typisch Parijs: overal zijn muren gebouwd met daarop roodbruine schouwtjes. Maar het uitzicht reikt niet ver: er hangt smog over der stad: de Eifeltoren is meer een vermoeden dan echt te zien.

 

Wanneer we op onze bestemming aankomen, worden we verrast door een rij ‘wachtenden’. We beginnen het aanschuiven in een koude gang … hadden we onze jassen maar bijgehouden. Het babbelen houdt ons warm. Na een kwartier mogen we binnen gaan aanschuiven. Maar daar is het warm en dat maakt het dragelijk. Na bijna twee uren ‘nog een meter verder’ mogen we onze kaarten laten zien en zijn we echt binnen: meer dan 120 doeken, tekeningen, foto’s, objecten, films wachten op ons. We spreken een uur af aan de ingang om elkaar weer te zien mochten we elkaar uit het oog verliezen

 

Iedereen kent Dali natuurlijk … op het einde van zijn leven is hij zijn zelf ontworpen rol geworden. Mocht hij niet zo’n groot artiest zijn, we zouden hem knetter verklaren … maar schilderen kon hij wel. Ik voel me ontroerd als ik het werk over de Spaanse burgeroorlog ontdek. Het bekende werk waarin een hand een borst platknijpt: zo uitgeput is Spanje. Het is heel aangrijpend. Veel van de werken heb ik al gezien op reproducties, maar de werken ‘in het echt zien’ is toch een aparte ervaring. Ik zuig me vol aan wat me aangeboden wordt.

 

Ik ben juist rond wanneer het tijd is om samen te komen. We ontdekken dat de rij wachtenden nog groter geworden is. We hebben geluk gehad met op de middag aan te schuiven: het heeft ons wellicht meer dan een uur minder aanschuiven opgeleverd.

 

Het is over tweeën: we hebben wel honger. Dus iets gaan zoeken om te eten en wat te bekomen.

 

Dan terug op weg naar de volgende tentoonstelling: Hopper. Hij is de centrale gast. Op weg naar de metro kunnen we het niet laten naar de winkeltjes te kijken die we langskomen … en wat dacht je: iemand ziet een leuk jasje hangen aan 70% korting. We wachten even, zodat er gepast kan worden. Iemand anders vindt iets anders leuk in solden, weer wordt er gepast en aangekocht. Even verder is er een boekenwinkel die zwaar soldeert. Ik kan het niet nalaten er even te gaan kijken. Vind ik daar toch niet een boek met tekeningen dat op de reeds verlaagde prijs nog 50% korting geeft. Voor vijf euro kan ik het hebben: Volti. Een kunstenaar die in dit boek vooral tekeningen presenteert. Waarschijnlijk een inkijkexemplaar, want het plastieken kaft zit er nog rond.

 

We mogen niet blijven hangen in de buurt van de pittoreske winkeltjes. We zoeken de metro op. Overal ontmoet je daklozen die hun aanwezigheid nauwelijks kenbaar maken. Aan de overkant van het perron zit een man, diep verborgen in de kap van zijn jas, iets te eten. Voortdurend trekt hij de kap van zijn jas lager over zijn gezicht, alsof hij zich wil verbergen omdat hij zich schaamt om zijn bestaan.

 

De metro doorsnijdt mijn gedachten en slorpt mijn aandacht weer op: we gaan naar Hopper.

 

 

     de roltrap binnen het buizenstelsel brengt ons naar boven

     de buizenconstructie van binnen uit bekeken

     uitzicht over Parijs met de roodbruine schouwen vanuit het Centre Pompidou

We zijn vertrokken

Karel heeft me op tijd gewekt zodat ik me rustig kan klaarmaken. Toch voel ik me gespannen maar op een plezante manier: het is of een heel avontuur op me afkomt. Om twintig voor zevenen hoor ik Brigitte de oprit oprijden en even later komt Denise aanbellen om met haar mee te rijden. Haar man brengt ons en zal ons later terug komen ophalen.

 

Ruim op tijd komen we in Leuven aan. Nog even wachten op de anderen en na uitgebreide zoenen is de groep compleet. Zes vrouwen van drie verschillende generaties. Brigitte is dertig geworden, dan zijn er vier van (bijna) vijftig en ik voltooi met mijn zeventig de ouderdomswissel.

 

De eerste trein naar Brussel-Zuid is op spoor 2. Er is ruimte genoeg: het is nog vroeg en daarbij weekend. Voor de Thalys hebben we tijd zat, dus wat rondwandelen … en de eerste dakloze ontdekken die onder een deken slaapt … en dat terwijl het toch koud is. Er is nauwelijks iets te zien aan deze kant van het station, alleen maar leegte. Gelukkig laat de trein niet lang op zich wachten en we kunnen onze plaatsen opzoeken.

 

We installeren ons en Maggy ontdekt dat ze achterwaarts zal moeten reizen, waardoor ze binnen de kortste keren zich ellendig zal voelen. We spreken een treinbegeleider aan over dit probleem en wanneer de trein nog maar net vertrokken is mogen we met de groep verhuizen naar een compartiment waar we tegenover elkaar kunnen zitten en Maggy in de juiste richting kan reizen. Er is alleen nog een jonge vrouw aanwezig. Ik stuur een sms-je naar Karel om te melden dat we goed vertrokken zijn en prompt krijg ik een antwoord: afstanden bestaan niet meer.

 

De gezelligheid groeit … maar ik trek me terug in een boek dat ik meenam. Onderweg stopt de trein. Er komt een mededeling dat de trein moest stoppen omwille van mensen op de spoorlijn. Even voel ik me koud wegtrekken … toch niemand die tot zelfdoding wou overgaan? Gelukkig lijkt er niets speciaal aan de hand, wellicht werd er aan het spoor gewerkt. Even later vertrekt de trein weer.

 

Tegen het einde van de reis, wanneer we onze bagage samen zoeken, blijkt de jonge vrouw die met ons samen reisde, een Roemeense te zijn. Brigitte is ook Roemeense van afkomst. Onmiddellijk ontwikkelt zich een gesprek in hun taal. Jammer dat ze hun gezamenlijke nationaliteit niet vroeger ontdekt hebben.

 

Zo, we zijn zonder hindernissen in Parijs toegekomen. Ik kijk eens rond … maar feitelijk lijken alle grote stations op elkaar. Het is nu zoeken naar de toegang tot de juiste metro. Dit laten we over aan Kristel, Brigitte en Maggy … die zullen gans de reis vaardige ‘de weg waarheen’-zoekers blijken. Ondertussen gaat Christel aan de slag met haar fotoapparaat: een versiersel van de metrogang hier een hoekje met …

 

Parijs … hier zijn we!

     Brigitte en Kristel

     Denise en Christel

     Maggy en Lut

Een dunnere lijn uitproberen

Het werken met bister heeft me weer in de ban, het is heel anders van aanvoelen dan Oost-Indische inkt. Nu wil ik de lijnen in een dunnere uitgave proberen. De lichtnuances spreken me wel aan. Van hieruit kan ik precies vertrekken voor een verre reis: alle lijnen staan nu nog netjes in de rij, maar roepen het vermoeden op dat er nog zoveel te ontdekken is.

Wat zachter

Als ik nu dezelfde opdracht van gisteren eens met bister uitvoer. Goede Oostindische inkt is opaak, terwijl bister meer nuances laat zien in het werk.

 

Wanneer ik bruine notenbister gebruik, zie ik inderdaad die nuances ontstaan, net of er zonlicht in komt spelen. Nu doen de lijnen me denken aan het grote gordijn in een schouwburg: het is nog gesloten, maar vol verwachting kijkt het publiek wat straks daarachter gaat gebeuren.

Fundamentalisme

Ik neem nogal een fors besluit: lijnen trekken die bijna een vlak vormen. Ik gebruik daarvoor een kalligrafische pen van 5 mm. Elke lijn bestaat uit twee banen van de pen. Ik heb voor ogen dat dit een prachtig effect moet geven: heel aanwezig, heel gedisciplineerd … maar niets is minder waar. Terwijl ik mijn pen het werk laat doen, bedenk ik dat het fundamentalisme ook zoiets moet zijn: de lijnen zijn als ondoordringbare woorden zonder enige nuance en de zogenaamde ademruimte zijn de tralies waarin het genuanceerde, de bevrijdende twijfel wordt gevangen gezet.

Lijnen samen brengen

Ik probeer uit wat het geeft als ik twee soorten lijnen samen breng, vb. de lijnen die doen denken aan verwrongen ijzer en soepel lopende lijnen die vooral speelsheid oproepen.

 

Het resultaat is niet zo denderend. De lijndikte is hetzelfde, want met dezelfde pen getrokken, daardoor onderscheiden beide soorten lijnen zich te weinig van elkaar. Dat gaat mijn volgende interessepunt worden: naast het karakter van een lijn, komt de aanwezigheid, de dikte aan bod. Een nieuw avontuur wacht.

Terug naar de les

De trip naar Parijs is voorbij. Het was prachtig, maar vermoeiend, zeker voor oude benen. Vandaag is het tekenles. Ik maak het me gemakkelijk: terug naar de theepot en een lijndichtheid uitproberen die de achtergrond wat zwarter maakt. Niet nadenken, gewoon geconcentreerd lijntje na lijntje neerzetten.

 

De uren dat ik me fris genoeg voel zit ik aan het toetsenbord een verslag neer te schrijven. Weer geniet ik van de voorbije dagen. Christel nam uitgebreid foto’s en ik mag daar gebruik van maken. Het resultaat zal je wel over enkele dagen  zien.

Vanuit verschillende invalswegen

Wanneer ik de lijnen vanuit verschillende hoeken laat vertrekken en ze dan samen breng ontstaat er een complex geheel. Net zoals bij mensen: wanneer ieder zijn of haar verhaal aanwezig stelt wordt de intensheid van het gesprek verhoogd. Zo is abstract werken voor mij bezig zijn met het concrete.

 

Het nodigt uit om daarmee verder te werken, het spreekt me enorm aan.

Wat meer durven

Ik wil wat meer aanwezigheid in mijn werk. Ik duw mezelf over de rand van voorzichtig zijn. Tegen de witte achtergrond van het tekenpapier wil ik proberen een verhaal te vertellen met lijnen. Wat het zal worden weet ik niet. Zoiets moet ik ontdekken terwijl ik doende ben.

Verwrongen ijzer

Wellicht omdat ik volop bezig ben heel gedisciplineerd lijnen te trekken op groot formaat papier, dat ik zin kreeg om er brutaler tegen aan te gaan. Beelden van verwrongen ijzer kwamen in me op. Nu, veel moeite moet je daar niet voor doen: even de tv aanzetten en de ruines stromen je huiskamer binnen.

 

Een eerste tekening is een voorzichtig verkennen van lijnen die niet zo vloeiend zijn. Het is wel leuk om doen: net of al wat zit te wringen in mij tot leven komt. Benieuwd waar me dit heen leidt.

 

De theepot

Toen ik vannacht lag te denken aan de reis naar Parijs kwam die theepot binnen wandelen. Als ik die nu eens uit de achtergrond haalde, zodat hij wit zou aftekenen achtergrond ... dat zou toch mooi zijn?

 

Omdat het oor van de theepot die ik als model wil gebruiken niet zo mooi is om grafisch weer te geven, gebruik ik het oor van een andere theepot: zo ontstaat een mooi geheel.

 

Ik gebruik rechte lijnen, die eisen minder aandacht op, zodat het ‘weggelaten’ object alle aandacht krijgt. Ik vind de tekening wel leuk, maar de dichtheid van de lijnen valt wat tegen. Wellicht ga ik die theepot nog eens hernemen, maar dan met een achtergrond die ‘zwarter’ overkomt.

Mt zo'n weer

Brigitte, de leerkracht schilderen van de avondklas, heeft een reis naar Parijs georganiseerd, met als bijzonderste expositie: de retrospectieve van Edward Hopper. Gezien deze retrospectieve op 28.01.13 afsluit, moeten we ons haasten om er bij te zijn.

 

Ik heb wel geaarzeld om me ook in te schrijven. Maar Christel gaat ook mee en Brigitte beloofde rekening te houden met de ouden van dagen. Met Karel overlegd … en ik schreef me in. Er schreven nog vier collega’s in: een toffe groep van zes, dat zou leuk worden. Vooral toen het weer er nog zo weinig winters uitzag.

 

Zaterdag vertrekken we … en het weerbericht belooft koude met zelfs winterse neerslag. Mensen, hoe ga ik het overleven? Ga ik op tijd de Thalis halen in Brussel? Zullen er genoeg dekens voorhanden zijn om mijn koukleumerigheid onder te stoppen. En vooral: als ik nu eens in al mijn verstrooidheid verloren loop? En wat als ik al mijn papieren verlies? Wat een vragen een mens zich stelt, om niet meer van te slapen. Had ik me toch maar niet ingeschreven. Maar de reis is betaald … en anderzijds trekt de reis me aan. Dus al die angstige gevoelens wat bijeenborstelen en mijn verstand en aandacht gebruiken om de reis te doen slagen.

 

Christel belooft dat ze op mij gaat letten, zodat ik steeds bij de groep ben als we ergens heen trekken. We spreken ook af dat we met twee auto’s gebracht worden naar het station van Leuven om daar dan gezamenlijk naar Brussel te trekken. Karel wil er voor zorgen dat ik tijdig het bed uit ben, want we vertrekken hier rond half zeven, ontiegelijk vroeg voor gepensioneerden. Brigitte komt haar auto bij ons parkeren en samen laten we ons dan oppikken.

 

Deze week kregen we al onze papieren: metropasje voor twee dagen (zorgen dat ik de juiste data invul) , een museumpas en de reistiketten voor de Thalis. Wat kan er nog misgaan?

 

Ik neem een paar extra warme sokken mee voor in bed en desnoods voor het slapengaan iets hartigs drinken zodat ik doorwarm heb voor ik ga slapen.

 

Ineens wordt de reis uitdagend: nu de concrete problemen opgelost zijn is het uitkijken naar wat we zullen beleven: de tentoonstellingen, het samenzijn … en wellicht lekker eten.

 

Parijs … hier komen we.

Meer van Lut De Rudder

↑ Terug naar de berichten