Naar de inhoud

Lut De Rudder

seniorennet.beseniorennet.be

     de ingang van het ‘Centre Pompidou’ … buizen en nog eens buizen

     Hopper: waar begint het schilderij?

     de metro in

     overal affiches … deze affiche is een abstract kunstwerk geworden

    

     een affiche die er keurig bij hangt

     het donkere gat waaruit de trein aan komt razen … zien de treinbestuurders wel daglicht?

     het perron: korte stop en dan weer dat andere donkere gat in

     Kristel heeft een zitplaats gevonden. Hoewel … met de rugzak is het maar aanmodderen

na Dali zochten we een restaurantje. Dit was een terras met een tent erover en verwarmd. Leek aantrekkelijk … alleen mocht men er roken. Gelukkig dat er maar weinig rokers waren toen het eten opgediend werd.

Parijs kent, zoals alle grote steden, een straatcultuur. Gaat deze man viool spelen op de trein of reist hij naar een of ander pleintje waar hij aan het werk gaat?

deze kunstenaar is een fenomeen: zingend en dansend maakt hij zijn beeldjes. De mensen blijven lachend staan … en hij verkoopt.

    

     hier is verstilling aan de orde. Langzame gebaren nodigen uit te blijven kijken.

ook dit is een onderdeel van de straatscène: verborgen in een hoek, nauwelijks op te merken, beschut de paraplu hem tegen de regen en de blikken van de voorbijgangers.

De terugreis

Na de maaltijd voelen we ons weer opgeknapt. Neen, we gaan niet meer naar een museum, want de trein zal over een tweetal uren vertrekken. We willen nog even langs de Seine wandelen en toeristische winkeltjes bezoeken. De restaurantverantwoordelijke raadt ons aan de overkant van de Seine te nemen, daar zullen we zeker onze gading vinden.

 

Zo trekken we over de brug die vol hangt met kleine en grotere hangsloten: verliefden willen op deze romantische wijze hun liefde verklaren. Ik vraag me af of, als ze uit elkaar gaan, ze ook het slot komen wegnemen. Maar dat is de levenservaring die me dit doet bedenken. Ik vind het wel leuk dat jonge geliefden zo hun liefde uitzingen … en waar kan je dat beter dan in Parijs?

 

We wandelen de winkeltjes langs en Maggy koopt een T-shirt. Ik neem ook nog een sjaal mee en chocolaatjes voor Karel. Ik zie dat anderen zich ook door prullaria laten verleiden. Zo heeft iedereen iets mee van deze uitstap. Leuk.

 

De zon komt er door … en door dat bijzondere licht voelen we echt dat we in Parijs zijn. Dat licht ontstaat wellicht door de weerkaatsing van de zon op de witte gebouwen. Dan wandelen we door ‘Les Jardins des Tuileries’. De mensen lopen ‘en masse’ op de wegen: door de nog kale bomen zie je de donkere figuren langs de paden trekken. Ergens heb ik daar een schilderij van gezien, maar ik weet niet meer waar en wie het schilderde.

 

Dan  de metro in richting Gare du Nord. We moeten ergens van trein veranderen … en tien minuten voor vertrektijd komen we aan op het perron. Plaats nemen. We zitten niet samen zoals in de heenreis … maar we zijn toch te moe om nog veel met elkaar te praten. Ik duik terug in mijn lectuur. Gelukkig dat het makkelijk om lezen is en ik niets anders hoef te doen dan me laten rijden.

 

Zonder enig oponthoud rijden we Brussel-Zuid binnen en halen nog net een trein die ons naar Leuven brengt. Onderweg belt Denise haar man op om te zeggen dat we er aankomen.

 

In Leuven nemen we afscheid en met het groepje waarmee we vertrokken trekken we weer huiswaarts. De man van Denise zet ons keurig af in Werchter en Brigitte neemt haar auto en geraakt zo thuis.

 

Karel is verrast dat ik er al ben: ik had hem een sms-je gestuurd dat we een uur later zouden toekomen. Nu, leuker vroeger dan later toekomen.

 

We hebben elkaar wel wat te vertellen: Karel over zijn dagen hier in Werchter, ik over Parijs.

 

Het zal nog een paar dagen duren voor ik Parijs ‘verwerkt’ heb. Het is net of ik een lange reis achter de rug heb, met zoveel indrukken, zalige momenten van vriendschap, genieten van kunst …

 

     Parijs: de grootstad van verliefden

     in warme jassen op winterse wandeling

     nog gauw iets meenemen voor thuis

Muséee d'Orsay

Het Musée d’Orsay is een verbouwd treinstation en draagt daar nog de kenmerken van. Erg goed gedaan. Hier gaan we de tweede helft van de negentiende eeuw en zowat de eerste helft van de twintigste eeuw bezichtigen … als we binnen geraken. Ook hier staat een rij van hier tot ginder. Gezien we in dit museum onze museumpas kunnen gebruiken, trekt Kristel er op uit om te onderhandelen over een vervroegde entree. En ja, onze passen geven recht om langs een zijdeur binnen te komen. Ook hier door een metaaldetector en onderzoek van de rugzakken. Uiteindelijk kunnen we onze jassen en tassen in een groepskast deponeren. Zo, we staan klaar om er aan te beginnen, alleen nog een uur en plaats afspreken om elkaar weer te zien: om twee uur bij de boeken … en voor wie geen horloge bij heeft: een grote stationsklok hangt de minuten weg te tikken.

 

Christel en ik trekken er samen op uit. We raken danig onder de indruk van wat aangeboden wordt. Het licht van de impressionisten zal me nog dagen bijblijven. Maar een confrontatie met ‘Le Déjeuner sur l’herbe’ van Manet is ook niet mis. Er hangen ook wat werken van Van Gogh. Er zijn ook een groot aantal beeldhouwwerken verzameld, Rodin en Maillol zijn al lang favorieten … en ergens ontdek ik zowaar een werk van George Minne.

 

Wat opvalt: veel portretten met Joods uiterlijk … en als je dan de namen leest van de geportretteerden klinken die ook joods. Wat is er met die mensen en hun familie gebeurd tijdens de WOII?

 

Schilderijen bekijken is ook een stuk geschiedenis confronteren. De kledij spreekt van de mode op dat moment, de gebouwen van toen staan er nu nog of zijn verdwenen. Wanneer een auto staat afgebeeld kan je aan het model ongeveer het jaartal aflezen.

 

We trekken naar de hogere verdiepingen voor de ‘Art Nouveau’ uit verschillende landen. De elegantie van de meubels doet bijna pijn van volmaaktheid. Hier ademt luxe die naar adem doet snakken: naar zo’n meubels kan je alleen maar kijken,maar in die zetels laat je je niet neerploffen na een vermoeiende dag. Maar we moeten de tijd in het oog houden. Ik zou een ganse dag in dit museum willen blijven.

 

We hebben nog een tiental minuten om beneden door de symbolisten te lopen. Je doet natuurlijk te kort aan de kunstwerken en hun kunstenaars om maar even te kijken, maar de symbolisten zijn niet direct mijn dada … en de groep wacht.

 

Ook Christel is overvol van wat ze gezien heeft. Toch ook blij dat we kunnen gaan rusten. Er kon geen betere afronding van de reis plaats vinden, want tijd om nog iets anders te zien is er niet meer als we nog iets willen eten.

 

Eerst in het boekenwinkeltje kijken of er nog iets aantrekkelijk ligt. Brigitte wijst me op een boekje over Soutine en raadt het me aan, het ligt een beetje in mijn manier van werken. Christel en Denise kopen zich een zwaargewicht van een boek over het impressionisme. Wanneer iedereen klaar is met zijn aankopen gaan we onze tassen en jassen ophalen. Iedereen is enthousiast … en we zeggen nog maar eens dat we er goed aan deden van gisteren door te bijten voor Hopper.

 

Nu op zoek naar een eetgelegenheid. Rond een museum vind je wellicht iets … en inderdaad, na wat rondkijken kiezen we voor een café-restaurant. Binnen ziet het er heel opeengedrongen uit, maar de menukaart trekt ons aan.

 

Het is een kleine bedoening. De tafeltjes zijn denkelijk 55 x 55. Het is echt manoeuvreren om op een plaats te komen, vooral met die rugzakken en dikke jassen. Tegen de achterwand van het restaurantje vinden we lege tafeltjes waar we met de ganse groep kunnen zitten. We stapelen de rugzakken in de hoek en proberen de jassen aan een kapstok te hangen. Wat doet het deugd om te zitten.

 

Laat het eten maar aanrukken, het zal smaken.

 

onverstoord bewaakt deze kolos het ‘Musée d’Orsay’

de wereldberoemde buitenklok die reeds zovelen inspireerde

Meer van Lut De Rudder

↑ Terug naar de berichten