Naar de inhoud

Lut De Rudder

seniorennet.beseniorennet.be

jong geleerd is oud gedaan

met aandacht de slide-show volgen

hoe zit dit in elkaar

Ludo, niet overdrijven hé

ook de schilderijen krijgen aandacht

ook de jongeren voelen zich thuis

Christel en ik hebben afgesproken om tijdens het weekend aanwezig te zijn in de namiddag … om de uren op te vullen is een boek goed gezelschap

voor we vertrekken nog een kop koffie

met drie volgeladen auto’s naar Herselt

de mannen hangen de grote doeken in de gang omhoog

in de tentoonstellingsruimte verdelen we eerst de schilderijen om te zien of ze zo op een goede plaats zullen hangen

Kathleen en Christel in actie

de draden ophangen laten we aan de mannen over

Karel helpt een handje

het is alsof ik een ritueel voltrek: stilaan groeien de schilderijen tot een geheel

een welverdiend middagmaal

De speech van Karel

Ik wil meteen iets duidelijk maken: ik ben Karel, de man van Lut en een vriend van Christel. Je moet van mij dus geen kritische noten verwachten. Maar eerlijk gezegd, dat zou me ook om objectieve redenen moeilijk vallen. Wanneer we hier om ons heen kijken, worden we getroffen door een bonte verscheidenheid van kleuren en contrasten, van vormen en lijnen, van formaten en verhoudingen. Er is voor elk wat wils.

Schilderen zit de mens in het bloed, of beter gezegd: in de genen. De mens, homo sapiens, was al tweehonderd duizend jaar geleden anatomisch zoals hij nu is. Dat wil zeggen dat als je vandaag zo’n exemplaar op straat zou tegenkomen, als hij of zij naast jou zou staan in deze zaal, je niet verbaasd zou opkijken. Het duurde toch nog honderd vijftig duizend jaar voor die homo sapiens echt menselijke trekken begon te vertonen en zijn hersenen ging gebruiken voor andere dingen dan alleen maar overleven. En kijk: de eerste rotstekeningen en schilderijen die we zowat overal in de wereld aantreffen, zijn ongeveer vijftigduizend jaar oud, en ze zijn verbazingwekkend mooi, zowel figuratief als in hun coloriet, in Lascaux, Altamira en nog vele andere plaatsen. Van zodra de mens echt mens is, schildert de mens.

In het Latijn zegt men: pingere; soms zie je dat op een oud schilderij staan: pinxit, met een naam ervoor; dat wil zeggen: die persoon heeft dit geschilderd. Oorspronkelijk gebruikten de Romeinen dat woord niet voor schilderijen, maar voor tatoeages, dus voor het beschilderen van het eigen lichaam, ter versiering of als teken van rouw. Ook het versieren van hun kledij met borduurwerk werd met dat woord aangeduid. Het is pas later, toen de Romeinen wat minder gingen vechten en meer tijd namen om van het leven te genieten, dat ze, in navolging van de meer beschaafde Grieken, schilderijen begonnen te maken en het oude woord een nieuwe betekenis gaven. Vandaar is het zoals we weten geëvolueerd in de Romaanse talen, het Italiaans, Spaans, Portugees en ook het Frans. Peinture betekent verf, een peintre is dus een verver, iemand die verf gebruikt. Toen de Fransen Engeland binnenvielen namen ze hun taal mee en zo is het Engelse woord voor verf paint en een painter is dus ook een verver.

Wij maken in het Nederlands een onderscheid tussen een verver en een schilder, hoewel vooral vroeger de meeste ververs ook schilders waren, maar zeker niet alle schilders ook ververs.

Schilderen is een oud woord in onze taal, een middeleeuws woord. Als we aan die woelige periode denken, zien we ridders opdagen en horen we het wapengekletter in de Kortrijkse beemden, en nachtelijke kreten in de Brugse metten: schild en vriend! Wat wals is, vals is, sla dood! Om je te beschermen gebruik je een schild, oorspronkelijk was dat een schil hout. En wat doen wij mensen met de voorwerpen die we gebruiken? We versieren ze, om aan te geven dat ze van ons zijn, om ze herkenbaar te maken voor anderen. En zo komen we tot versierde schilden, met emblemen en heraldische voorstellingen erop. En ja, iemand die op die manier schilden versiert, is een schilder, dat is waar ons woord vandaan komt. Dus niet iemand die verft, maar die versiert, die een voorwerp herkenbaar maakt, die er iets van zichzelf in legt en die het ook mooier maakt, iets om naar te kijken en dat de omgeving verfraait of verontrust, iets dat aandacht vraagt.

Kijk om je heen en bewonder de vele versierde schilden die hier hangen, de uitbundige of stemmige schilderijen, de verstilde, tedere tekeningen en herken de homo sapiens die niet zichzelf versiert maar zijn omgeving en zo uitdrukking geeft aan de wervelende en ontstellende gedachten en gevoelens die de wereld in ons oproept. Nog altijd kijken wij mensen om ons heen en leggen we in vorm en kleur vast wat we zien en wat we daarbij voelen. Het zijn geen primitieve jachttaferelen meer, maar aangrijpende indrukken van de verschrikkelijke oorlogsbeelden die elke dag in ons netvlies en ons hart gebrand worden; geen wapenschilden voor pralerig uitgedoste ridders maar emblemen van de trots en de ellende van onze complexe en ongelijke maatschappij. Wat gebleven is, is de fantasie, het speels omgaan met de werkelijkheid, door ze te vertekenen, ze mooier of lelijker te maken, ze naar eigen hand te zetten.

Deze werken zijn geen fotografische afbeeldingen, maar verwerkte beelden die een eigenzinnige vorm hebben gekregen, een nieuwe realiteit die onze aandacht opeist en die ons dwingt om na te denken over wat daar staat, en waarom, en ons zo leidt naar een nieuwe, onverhoopt verrijkende ervaring. Die kan puur esthetisch zijn: het genot dat wij, zoals de eerste homo sapiens, ervaren bij een gelukte afbeelding, het spel van lijnen en kleuren en gestileerde elementen uit onze omgeving of puur abstracte constructies, die vele interpretaties mogelijk laten en mogelijk maken. Soms is het meer: een boodschap, woordeloos of met kleurige letters, die je overvalt als een klap in je gezicht, of langzaam opwelt uit het doek als je lang genoeg kijkt.

Lut en Christel, Christel en Lut zijn gedreven vrouwen. Ze nemen geen genoegen met het gewone menselijk bestaan, al kunnen ze daar heel intens van genieten. Ze hebben een extra dimensie, die we artistiek noemen, en daarmee bedoelen we dat ze niet alleen leven, maar dat leven ook beleven en de behoefte hebben om die innerlijke belevenissen ook aan anderen mee te delen, letterlijk hun gevoelens met ons te delen in het gezamenlijk beleven van de artistieke vormen die zij zoekend aan hun leefwereld geven. Zij laten ons binnen in de beslotenheid van hun innerlijke gedachten en gevoelens, nauwelijks verscholen achter hun versierde schilden, hun schilderijen en tekeningen. Ze nodigen ons uit om door de verf, de inkt, de kleuren en de vormen iets van henzelf te ontdekken, en als we dat aandachtig genoeg doen, ook iets van onszelf, en van de homo sapiens, dat wondere wezen waarvan wij allen een uniek exemplaar zijn.

Namens Christel en haar man Ludo, en Lut en ook uit eigen naam dank ik u allen voor de belangstelling die blijkt uit uw komst. Wij danken ook heel speciaal al de vriendelijke mensen die op een of andere manier geholpen hebben om deze tentoonstelling mogelijk te maken. Dank voor uw aandacht.

 

 

De vernissage

Spannend toch zo’n vernissage. Zou er wel iemand op af komen want Herselt ligt zowat buiten de regio waar de vrienden wonen. Ik probeer te tellen wie gezegd hebben dat ze gaan komen. Nu, de drank is besteld. Dat moesten we in het restaurant doen waar we ’s middags gaan eten zijn. Gemakkelijk is het wel: je hoeft de bestelling alleen via de lift naar beneden te halen … en heb je iets te kort kan je onmiddellijk bij krijgen en wanneer een fles niet geopend werd mag je ze teruggeven.

 

De twee dochters van Christel en mijn jongste dochter komen helpen. Aike is er een paar dagen tussen uit om te rusten en Deepak en Manon moesten ergens anders heen. Meer dan volk genoeg. Karel en Ludo zullen ook wel een handje toesteken als het nodig is.

 

Wanneer Christel en Ludo de parking opdraaien voel ik het toch wel kriebelen. We gaan we voor de tweede keer vandaag richting Herselt.

 

Op de grote parking parkeert Ludo de auto en dan vlug naar binnen want het is kouder geworden ondertussen. We hebben nog een uur om alles klaar te zetten, dus tijd zat.

 

De drank wordt uit het restaurant gehaald, tafels op de juiste plaats gezet, de hapjes op schotels gelegd, glazen uit de dozen gehaald … die zullen pas gevuld worden naarmate de bezoekers toekomen.

 

En dan komen de genodigden. Ineens is de spanning voorbij en kan het feest beginnen. De schepen van cultuur maakt haar opwachting en ook Diane, de gemeentelijke verantwoordelijke voor de tentoonstellingsruimte. Er worden afspraken gemaakt. Karel zal eerst zijn bijdrage leveren en daarna zal de schepen de tentoonstelling voor open verklaren. Ik ben echt benieuwd naar wat Karel gaat zeggen. Hij heeft alles netjes opgeschreven … Nadien zullen er verschillende mensen hun waardering uitspreken voor deze korte ‘lezing’. Morgen zal ik ze integraal in mijn blog weergeven. Ook de schepen geeft een zinvolle visie over cultuur en beleid. En meteen is de officiële pagina omgedraaid.

 

Gelukkig dat Ludo zich verantwoordelijk stelt voor de drank want na een tijdje moet er bij gehaald worden en ook de glazen moeten aangevuld. Niemand van de genodigden heeft iets gemerkt, de huishouding draait prima. Ook de dochters doen een duit in het zakje. Naarmate de wijn aangesproken wordt, verheffen de stemmen zich en wordt het drukker in de zaal.

 

Tegen tienen zijn de meeste bezoekers vertrokken en ruimen we op. We stapelen alles in de keuken en zullen morgen grondig opruimen. Nu zijn we moe en willen de avond niet verpesten door met opeengeklemde tanden iets te doen dat morgen ook kan gebeuren.

 

De kinderen van Christel gaan met hun wagen huiswaarts, mijn dochter zetten we af aan het station. Er is een trein die nu ongeveer vertrekt, maar die kan ze niet meer halen, ze zal dus moeten wachten op de volgende. Wanneer we thuiskomen krijg ik een sms-berichtje dat ze trein toch gehaald heeft en nu op weg is naar Leuven. Leuk voor haar dat ze niet hoefde te wachten, stations kunnen ’s avonds zo ellendig verlaten aanvoelen.

 

Voor we gaan slapen bekijken we nog het nieuws. Daardoor kunnen we afkicken van de intensheid van de dag en komen we weer met beide voeten op de grond.

We bouwen de tentoonstelling op

Donderdagavond ligt alles netjes klaar om vrijdagochtend met gemak in te laden. Kathleen komt met een wagen waarin mijn grote doeken kunnen mee genomen worden. Christel en Ludo komen elk met een wagen: Ludo neemt de opgerolde doeken mee en Christel neemt Karel mee op de passagierstoel en ik ga bij Kathleen zitten. Alles keurig gepland … wat kan er nog mislopen?

 

Tot ik een telefoon krijg van Kathleen: ze heeft in de tuin gewerkt en haar knie ernstig bezeerd. Ze kan amper stappen en ze weet niet of ze met de wagen zal kunnen rijden. Even wordt het me bang om het hart. Maar haar man zal dan in haar plaats komen, wel een uur later dan afgesproken. Dat is ook een oplossing … en ik hoop dat die knie niets ernstig is. Ze zal me morgenvroeg tijdig bellen als ze niet kan rijden.

 

De nacht slaap ik als een roos: ik ben veel te moe om mij zorgen te maken … en piekeren verandert de situatie toch niet.

 

Na het ontbijt was ik nog gauw drie pullen om de tijd door te krijgen: ik voel me niet echt zenuwachtig maar om rustig een boek te lezen, dat spreekt me ook niet aan. Wanneer ik tegen 8u30 nog geen telefoon van Kathleen gekregen heb … krijg ik hoop dat het toch zal lukken voor haar om te rijden. Inderdaad, iets voor negenen parkeert ze haar wagen voor de deur. We laden de werken in. Kathleen mankt wel een beetje, maar zolang ze haar knie niet draait is alles oké. Ik ben blij voor haar en ook voor mij dat het nogal goed afloopt.

 

Juist wil Karel voor Kathleen koffie maken als Ludo en Christel komen aangereden. De opgerolde doeken worden bij Ludo in de wagen gelegd … en Karel zorgt dat iedereen koffie krijgt.

 

Rond half tien vertrekken we: drie volgeladen wagens achter elkaar richting Herselt, waar we tegen tienen aankomen. Het is erg stil in de Mixx. Dan kunnen we rustig werken zonder gestoord te worden. In de gang en in de tentoonstellingsruimte hangen geen draden aan het ophangsysteem. Wanneer we de gebouwverantwoordelijke vragen hoe we er aan kunnen geraken weet hij te vertellen dat al het personeel verlof genomen heeft, maar hij dacht dat alles in de keuken te vinden was. Even moet ik toch iets wegslikken. Eerst vind ik niets in de keuken: de keukenkastjes zijn leeg. Wat te doen als we die draden niet vinden? En straks is het officiële opening. Tot ik een doos op het keukenaanrecht ontdek met draden erin. Oef … hoewel … het lijken er mij niet genoeg, maar desnoods kan ik er nog wat van thuis meebrengen, ik gebruik daar hetzelfde systeem. Nu nog de bedrading van de gang vinden. De gebouwverantwoordelijke komt mee kijken want die bedrading moet ook in de keuken gezet zijn. In een hoek wijst hij een soort staven aan: daarmee worden de werken in de gang opgehangen. Ik had die ijzeren staven niet herkend als ophangsysteem.

 

De mannen werken in de gang, de vrouwen in de tentoonstellingsruimte. Inderdaad, we komen een zestal draden tekort, ik zal er vanavond moeten meebrengen. Tot ik in de keuken nog een doos ontdek met nog wat reservedraden: die heeft de gebouwverantwoordelijke tussendoor gebracht. Het lijkt me wel een cadeau. Langzaam krijgt alles zijn definitieve vorm. Alle draden voor de gang zijn opgebruikt maar we hebben er niet meer nodig. De draden voor binnen zijn toch ook fel geslonken. Maar alles hangt zoals we wensen.

 

Ondertussen heeft Ludo een pc geïnstalleerd die continue de slide-show afspeelt die Christel maakte. Het is erg mooi gedaan en met o.a. muziek van Gorecki uit zijn derde symfonie, soms heel aangrijpend. Sara, de oudste dochter van Christel, heeft vandaag een dag vakantie en is ook komen helpen. En zo groeit de tentoonstelling naar zijn finale opstelling. We zijn tevreden … maar hebben ook honger, het is dan reeds over enen. Gelukkig is op de eerste verdieping binnen datzelfde gebouw een soort restaurant. Als we daar iets gingen eten? En dan naar huis, wat rusten … en tegen zessen klaar staan, dan komen Ludo en Christel ons ophalen voor het grote moment.

Meer van Lut De Rudder

↑ Terug naar de berichten