Stavelot


Voor we naar huis trekken willen we nog iets zien: de abdij van Stavelot, gerestaureerd tussen 1999 en 2002. Daarin zijn drie verschillende musea ondergebracht.
Het eerste museum is dit van het prinsbisdom Stavelot-Malmedy. Ook hier begeleidt een audiofoon de bezoeker.
We krijgen uitgebreid de geschiedenis van de abdij van Stavelot te horen naar aanleiding van gebruiksvoorwerpen die overgebleven zijn van de abdij of dingen die bij opgravingen gevonden werden. Was het in het museum van Baugnez 44 Historical Center vooral de geschiedenis van de overwinnaars die we aangeboden kregen, hier is het de geschiedenis van de ‘rijken’ die wordt ten toon gesteld. Prachtige beelden, glasramen, manuscripten … noem maar op en daarachter het verhaal van abten en pausen en het hele netwerk van de hogere kerkleiding met het wereldlijk gezag. Automatisch vraag ik me dan af wat de andere tijdsgenoten betekenden in die wereld, degenen die geen naam nalieten, geen bezittingen hadden. Dan zie ik een ‘monstrans’ in goud, prachtig bewerkt. Het doet me denken aan mijn kindertijd, toen de parochiepriester met ook zo’n gouden monstrans in de processie stapte onder een baldakijn, gedragen door enkele vrome mannen. Dan zie ik niet meer dat prachtig bewerkte voorwerp, maar een ontluisterde wereld waarin dat voorwerp een teken van occultisme was, dat de mensen in zijn greep hield.
Wat willen we oordelen over andere godsdiensten? Ik voel me eerder triest worden: omwille van ‘het enige echte en ware geloof’, dat zich veruitwendigde door bv. een kelk of monstrans, zijn zoveel oorlogen uitgevochten en voert men nog altijd oorlog. Natuurlijk gaat het om meer dan een godsdienstige overtuiging. Als je vreest voor moeilijkheden met de edelen dan stuur je ze maar op kruisvaart of wil je je oliebronnen veilig stellen onderneem dan maar een oorlog tegen ‘de as van het kwaad’.
Dat neemt niet weg natuurlijk dat in dit museum (en niet alleen in een museum) de rijkdom van de enkelen overweldigend is. Bv. een houtkachel van 3 m hoog. Van wie was het hout dat erin verbrand werd, wie kapte de bomen, wie genoot van de warmte, wat gebeurde er met mensen die zonder toestemming hout van de abdij of een wereldlijke heer kapten? Toch is die kachel een bezienswaardigheid en een uniek stuk smeedwerk.
Ook is er in de abdij ruimte voor niet-abdij gebonden activiteiten. Zo is in de kelder het museum van het Circuit van Spa-Francochamps gevestigd. Een autofan vindt hier wel zijn gading. Ik loop er ook even door en het verwondert mij dat die wagens zo klein zijn. Ze lijken me erg fragiel, terwijl de piloten er zo’n halsbrekende toeren mee uithalen.
Er is ook nog een museum van Guillaume Apollinaire, maar daar zijn we niet meer geraakt.
Wel is er nog een (tijdelijke) fototentoonstelling van Henri Cartier Bresson. Die is echt boeiend. Door zijn lens legt hij een groot deel van de XXste eeuw vast.
Ik ben nog te veel gegrepen door het museum in Malmedy. Wat ik vandaag zie dringt niet zo goed door, hoewel die twee musea een samenhang vertonen. Ik denk aan de oorlog: aan beide zijden werden de wapens gezegend door God voor het vaderland. Nog nooit leken me die begrippen zo zinloos.













