De vriendengroep van het danscentrum
Wanneer we aan de schouwburg zijn, gaan we aan de zijgang de grote poort onder en komen zo bij de deur van de artiestenbar: daar hebben we afspraak met Aike en Carlo … hoewel, Aike zal ik wel nauwelijks te zien krijgen, voor een optreden is ze samen met haar dansers om hen te bemoedigen of nog gauw een laatste ding te regelen.
In de artiestenbar is het erg druk. Jonge dansers laten hun haar in een staart verwerken terwijl achter de bar vrienden van Aike en Carlo zorgen dat iedereen voorzien wordt van drank en eten: zowel de vrijwilligers achter de schermen als de dansers kunnen beroep op hen doen.
En met het woord ‘vriendschap’ kan ik de sleutel van het goed draaien van het danscentrum benoemen.
Een voorstelling vraagt enorm veel voorbereidend werk.
De dansers moeten vaak repeteren. Aike wil perfectie … en dat kan je maar verkrijgen door te oefenen. Om een groep op eenzelfde moment van de muziek eenzelfde dansbeweging te laten maken vraagt oefenen en nog eens oefenen. De tekst van de dans (de opeenvolging van de dansbewegingen) dient bijna ‘geautomatiseerd’ in een lichaam te zitten, geen aarzeling naar de volgende pas, geen nadenken meer over het zetten van de voeten. De danser moet de bewegingen zo in zich opgenomen hebben dat die er ‘als van nature’ uit terugvloeien.
Ook het podium dient voorbereid te worden. Deze opdracht valt deze uitvoering nogal mee. De choreografen kozen voor ‘soberheid’. Overtuigd van de kwaliteit van wat de dansers brengen zou geen aandacht naar decor mogen gaan. Carlo stelde het zo: als we ‘grote’ optredens geven (met bv. alle afdelingen van klassiek, modern of jazz ofwel de andere richtingen als streetdance, breakdance en hedendaagse dansvormen) dan zijn daar altijd wel groepen bij van een lager niveau. Omdat iedereen die les volgt mag meedoen, zal dan bij groepen die niet direct een hoog niveau halen, het dansen ondersteund worden door vb. wat extra spelen met licht of een aanpassing in het decor, zodat het toch een boeiend kijk-moment wordt.
Deze uitvoering stelt het zonder decor, tenzij voor de finale, waar met neerdalende schermen gewerkt is. Maar geluid en ook belichting stellen wel eisen. Achter de coulissen zijn vrijwilligers aan het werk om te zorgen dat de groepen tijdig uit hun ‘verblijfplaats’ gehaald worden, met de gepaste kledij aan, geschminkt en gekapt volgens afspraak, dat er achter de coulissen gemakkelijk van kleding kan gewisseld worden (waar soms erg weinig tijd voor is). Gezien de groepen niet zo groot zijn (samen een tachtigtal dansers) verloopt alles nogal rustig. In de stadsschouwburg is gelukkig veel ruimte om de dansers op te vangen. Bij de grote optredens verblijven daar soms tot 400 kinderen en jongeren.
Al die mensen krijgen een ‘goed onthaal’ in de artiestenbar. Bernard zorgt al jaren voor een warme maaltijd voor de ’werkers’, want iedereen werkt mee om het optreden te doen lukken.
En het mierennest, waar elk individu zich wijdt aan de opgenomen taak, is stilaan een vriendengroep geworden, die jaar na jaar aangroeit met nieuwe ouders die het belangrijk vinden dat hun kinderen dansen in het danscentrum, die ontdekken dat de vriendschap die ze door samenwerken ontwikkelen ook voor hen betekenis heeft.
Die vriendengroep ‘draagt’ het danscentrum. Natuurlijk zijn Aike en haar collega’s niet weg te denken, Is Carlo als financieel beheerder een noodzakelijk element om de dromen van Aike tijdig te stoppen en cijfers voor te leggen … maar geen dromen, geen verlangens van de choreografen, geen dansers die met zoveel enthousiasme op de scene staan, geen nauwkeurige becijfering … als die vrienden er niet waren, die vaak verlof nemen van het werk om hun bijdrage te leveren. En niet alleen tijdens het optreden zijn die vrienden er.
Ze vormen een verbondenheid waarvan ze de waarde wellicht niet echt kunnen beseffen. In nood kunnen ze beroep op elkaar doen … maar dat niet alleen. Het plezier om met elkaar iets te drinken, te praten over … Waarover ze praten doet er niet toe. Ze zijn blij elkaar te zien, omdat er een vorm van ‘graag zien’ in het spel is, elkaar waarderen om wat ze zijn. Wat me zo opvalt: in die vriendengroep heeft de sociale positie nauwelijks invloed, ze zijn betrokken bij elkaar als mens, als vrouw, als man. Ze leren elkaars kwetsbaarheid kennen en behoeden, wellicht omdat ze zich herkennen in de ander.
Vanuit dat perspectief kan ik de inspiratie van de dansschool beter begrijpen. Hier worden kinderen, jongeren gestimuleerd om via ‘dansen’ en de discipline die dit vereist, zichzelf te ontplooien, eigen mogelijkheden te ontwikkelen. Geen egotripperij (ik ben de beste), wel aandacht voor groepsvorming, wel aanmoediging voor wie een verdere weg wil afleggen in dans, wel aandacht voor een kind of jongere die op een bepaald moment in een kwetsbare situatie komt. Wat de dansers leren is de waarde van vriendschap, samen werken, samen zijn, zoals ze dat zien bij hun ouders, hun lesgevers, bij Aike en Carlo (voor jonge dansers toch een soort idolen).
Vriendschap als fundament van een dansschool, een steviger basis kan je niet hebben. Hoewel Carlo: blijf maar cijferen, want in de bijbel kan men leven van de hemelse dauw, maar in onze samenleving is dit toch iets ingewikkelder. En Aike, blijf maar dromen en probeer die te realiseren: wat kan je jongeren beter aanbieden dan durven geloven in de toekomst?






