Afgestudeerd


Woensdag kwam de jury (een of twee directeurs van een of andere academie) bijeen om de werken van de leerlingen (en waarschijnlijk ook leerkrachten) te beoordelen. Dat is een van de jaarlijkse geplogenheden waar de leerkrachten en directeurs van de academie worden mee opgezadeld. Wellicht is dat niet zo zwaar om doormaken. In elk geval wordt deze werkwijze niet in vraag gesteld.
Ook over mijn werk heeft de jury zich gebogen en het voldoende bevonden om mij een getuigschrift van ‘kunstonderwijs van het deeltijds kunstonderwijs’ toe te kennen.
Donderdagavond was de proclamatie in het academiegebouw in Werchter voor al degenen die een attest of een getuigschrift veroverden. Voor de afroeping begint ga ik eens rondkijken naar de tentoonstellingen van de andere klassen, want die heb ik nog niet gezien. Het is jammer dat we op zo’n kleine plaats met zoveel klassen moeten ten toon stellen. Iedereen wil graag zijn werk tonen. Dus zoeken naar middeltjes om zoveel mogelijk te tonen op zo weinig mogelijk plaats. En daarin zijn de leerkrachten wonderwel gelukt, vooral die van de middelbare graad hebben echt gesjacherd met ruimte.
We verzamelen ons voor de proclamatie. De directrice van de Hagelandse Academie voor Beeldende Kunst leidt het evenement. Na een kort woordje van dank aan het gemeentebestuur waarop ze steeds beroep mogen doen, roept ze een voor een de namen van de geslaagden: eerst de lagere school, dan de middelbare graad en uiteindelijk de hogere graad.
We zijn allemaal geslaagd. Natuurlijk zijn we allemaal geslaagd. Zou het ooit bestaan hebben dat ze iemand tegen hielden? Dat is toch je eigen job ondermijnen. Brigitte heeft voor elke ‘geslaagde’ van haar klas een roos meegebracht. Leuk!
Als iedereen zijn of haar getuigschrift in handen heeft verhuizen we naar de Mena in Rotselaar, waar door het gemeentebestuur een receptie wordt aangeboden. Ik heb mijn auto erg vroeg aan het academiegebouw geparkeerd, zodat ik vlug kan vertrekken, want uit ervaring weet ik dat wie laat komt soms lang moet zoeken voor een parkeerplaats. Wanneer ik in Rotselaar de parking oprij kan ik nog net de laatste lege parkeerruimte in beslag nemen. Van geluk hebben gesproken.
Het heeft geregend en het is flink afgekoeld. De frisse buitenlucht doet deugd na het benauwende van de proclamatie: we stonden bijna opeen geperst als haringen in een ton.
Ik zie nu ook voor het eerst mijn werken en die van de andere laatstejaars in de Mena opgehangen … en het valt best mee. Daarna komen de drankjes, stijgt de temperatuur en klinken de stemmen luider. Wanneer ik iedereen een goede dag gezegd heb die ik wou zien, zoeken we de auto op. Zo, nu op weg naar mijn eindwerk tekenen van volgend jaar.















