

Nu zijn de vormen nog minder op elkaar afgestemd. Om de verbindingslijn te trekken gebruik ik nu acrylverf. Die is duidelijker aanwezig en loopt niet uit.



Nu zijn de vormen nog minder op elkaar afgestemd. Om de verbindingslijn te trekken gebruik ik nu acrylverf. Die is duidelijker aanwezig en loopt niet uit.
Een andere invalshoek

Neem een vel lichtkleurig behangpapier, knip daar een rechthoek uit van 15 x 23 en lijm dat op een zwarte ondergrond: de basis voor experimenteren met collages van vlakken is gelegd.



De volgende stap is eenzelfde rechthoek uitknippen en dat vlak verdelen in een vierkant van 15 x 15 en van de restrechthoek een strook afsnijden van een ongeveer een ½ cm, zodat tussen beide vlakken ruimte ontstaat. Beide vlakken op een donkere achtergrond lijmen. Hier zie je hoe de volmaakte vorm van het vierkant een sterke basis geeft aan het geheel.



Weer snij ik een vierkant van 15 x 15 uit het behangpapier. Ik maak er een zigzaglijn in en rek de vorm uit elkaar. Om het geheel af te sluiten lijm ik nog twee lijnen er boven op, dat verzacht het geheel en zo blijf ik binnen de omgrenzing van 15 x 23.



In de laatste vorm vertrek ik weer van een vierkant. Nu maak ik het complexer. Vanuit het snijwerk rek ik een gedeelte van vierkant op, maar dan versnijd ik de andere stukken en voltooi zo het geheel.
De rest van het karton

De rest van het karton van de snippers neem ik terug ter hand. Ik snij er een stuk uit en verdeel dat stuk in drie vlakken. Door die vlakken uiteen te schuiven, herken je nog een deel van de foto, maar door de vervorming komt er een stimulans om anders te kijken. Met écoline vul ik de tussenliggende ruimte op en door de bovenkant ook te bewerken krijgt het werk samenhang. Enkele lijnen in Oost-Indische inkt vervolledigen het geheel.
Ik bewaar al de grote en kleine resten bij collages … ik weet maar nooit of ik zin heb om er iets van te gebruiken. Het geeft me ook een prettig gevoel: ik weet me omringd door ‘mogelijkheden’. Nog maar de doos met kleine overschotten en snippers opentrekken en mijn fantasie zet zich in gang: wat kan je daar allemaal niet mee doen. Jammer dat de dag zo rap om is.
Een wapperende vlag

Die collages spreken me wel aan. Vandaag maak ik een collage met hetzelfde materiaal en Oost-Indische inkt, maar ingewikkelder van structuur. Terwijl ik bij de afwerking een lijn trek met Oost-Indische inkt maak ik een veeg(je). Ik probeer dit te verbergen door een paar extra vlakken, maar het stelt me niet echt tevreden. Zie foto onderaan.
Dus maak ik hetzelfde ontwerp opnieuw, maar nu zonder vegen en uit puur plezier laat ik een soort vlag maar wapperen.
Een kleine verandering geeft een heel ander karakter aan een tekening. Boeiend om zo’n dingen uit te proberen.


Collages

Tussen de vellen behangpapier ontdek ik een bijna zwart exemplaar. Daar wil ik wat mee beginnen.
Uit het rechtopstaand vlak snij ik bovenaan drie dwarse vlakken, nog bijna lijnen en verschuif ze een paar centimeter. Onderaan snij ik een vlak uit en teken daarin met écoline twee rode lijnen. Wanneer ik het op het papier lijm vind ik de bovenkant nogal zwaar: zie foto onderaan.
Daarom herneem ik dezelfde vorm, maar verklein de zijkanten van de uitgesneden vlakken aan de bovenkant. Daardoor ontstaat er meer licht, wat ik ademruimte noem.


Kantwerk

Als ik nu eens omgekeerd te werk ga: in plaats van papiersnippers naast elkaar te lijmen ga ik snippers uit papier snijden en zo de tekening laten ontstaan.
Ik neem daarvoor papier dat beschilderd is met zwarte acrylverf. Tekeningen die me niet bevallen om een of andere reden, overschilder ik met zwarte acrylverf, zodat de tekening er onder verdwijnt en ik op de zwarte achtergrond iets nieuw kan uitproberen. Papier verloren laten gaan is voor mij een gruwel. Nu gaat zo’n papier dienst doen. Ik snij langs de bovenkant zodat de snede niet kartelt aan de oppervlakte.
Het resultaat lijkt op kantwerk. Wat zou dat geven op een groot oppervlak? Wellicht iets voor de toekomst.
Snippers

Ooit verzamelde ik een aantal vellen uit een presentatieblok met behangpapier. Vandaag heb ik die verzameling naar mijn tekentafel gebracht: ik wil daar wel iets mee proberen.
Het eerste dat me opvalt, is een dikker vel, feitelijk een dun karton met daarop een foto. Dat trekt me aan. Met een breekmes maak ik wat kleine en grote snippers van dat karton. Nu de lijm erbij en ik kan beginnen. Wat is er nu heerlijker dan terug kind te worden, terug de kleuterklas in. Toen knipten we eerst kleine vierkantjes uit glanzend papier en dan plakten we dat op een tekenpapier of wat er voor doorging, want de oorlog was pas voorbij. Zalige uren voor mij toen en nu.
Ik plak niet lukraak. Ik probeer er een vorm van levendigheid in het geheel te krijgen door de snippers op een bepaalde manier te leggen en door rekening te houden met de kleuren. Het resultaat is leuk om zien. Ook dat is tekenen.
Samenvatting

Eerst teken ik vlakken die lijken op vierkanten. Die verbind ik met cirkels die doorheen elk vlak als weggelaten vorm gaan. Om het geheel wat krachtiger te maken haal ik de écoline erbij en teken twee vierkanten er omheen. Het rode vierkant laat ik voor de getekende vormen uitkomen (rood springt altijd naar voor) het blauwe vierkant laat ik achter de vormen verdwijnen.
Voorlopig heb ik het wel gehad om met lijntjes vlakken te tekenen. Ik ben echt benieuwd waar de inspiratie me naartoe brengt. Wat ik wel weet is dat lijntjes trekken heel rustgevend is: al je aandacht moet naar je pen gaan want een fout(je) is niet meer te herstellen. Daarbij kunnen je gedachten zomaar binnen komen en weer verder gaan tot je uiteindelijk niets meer denkt, alleen maar ademt op het ritme van de lijntjes.
Op de bijgaande foto is de linkerzijde niet helemaal opgenomen: de blauwe zijde van het vierkant ontbreekt. Daar ik deze ontwerpen scan is de oppervlakte die kan gescand worden beperkt. Normaal verlies ik wat oppervlakte van de witte marge. Nu valt de zijde van het blauwe vierkant uit de boot (scan).
Als vlinders

Even iets uitproberen met vlakken die vierkantig aandoen. Ik laat ze elkaar raken maar niet overlappen. Ze zijn als het ware op elkaar gestapeld. Alsof een jongleur aan het werk is. Dat is het leuke bij tekenen of schilderen: het moet niet kunnen in de realiteit van vormgeving en soortelijke massa. De vlakken vul ik op met verdunde Oost-Indische inkt. De lijnen trek ik met dezelfde verdunde inkt. Daardoor wordt de tekening zachter.
Strenger en luchtiger

Ik blijf een beetje voortborduren op dat repenwerk. Nu meet ik de repen af met de lat: alle repen even groot en ook zo voor de overlapping. Nu breng ik er meer licht in, door de repen schuin in elkaar te laten overlopen. Op een bepaald moment doet het me denken aan oude filmrollen, waarom weet ik ook niet zo direct. Hoef je nu alles te ‘weten’? Voor mij is het voldoende intens te genieten van elk streepje dat ik trek. Natuurlijk denk ik na waarom ik op een bepaalde manier reageer: emotioneel, met dingen te doen. Maar weet een mens altijd waarom dat zo is? Zolang de gevolgen niet te navrant zijn voor de omgeving dobber ik verder en teken.
Repen

In de vorige tekening laat ik de vlakken in elkaar overlopen zodat ze aan elkaar vast zitten. Dat brengt me naar deze tekening: ik laat de lijnen in elkaar overlopen zodat een afbakening ontstaat. Het doet me denken aan het aanbrengen van een verband bij een kwetsuur. Wel laat ik de overlapping naar boven toe minder streng en dunner worden met een kortere afstand tussen de repen.
Het geheel doet me ondoordringbaar aan, net of alleen de buitenkant mag gezien worden.
Tussendoor

Ik verlaat de vraagstelling van het vlak niet helemaal, maar willen tussendoor wel iets anders uitproberen. Ik teken enkele vlakken op het witte tekenpapier en vul ze op met lijnen waarin beweging zit. Die grillige vlakken hoeven geen randlijnen daardoor krijgt het resultaat iets speels. Wellicht loont het de moeite om daar later eens mee aan de slag te gaan. Nu wil ik bij het ‘vlak’ blijven.
Verder met de cirkel

Ik gebruik de passer niet om cirkels te trekken want daardoor ontstaan putjes in het papier, dus behelp ik me met materiaal dat ronde vormen heeft: potjes, borden. Ik teken eerst het werk met potlood, nadien ga ik er dan met de vrije hand over om de tekening om te zetten naar Oost-Indische inkt. Het lukt niet zo goed: het zou sterker zijn indien de cirkellijn perfect getrokken wordt. Zo leer ik al doende de problemen kennen en zoeken naar een oplossing.
Ik werk met twee soorten geel: donker geel en citroen geel. Waar de vlakken elkaar overlappen gebruik ik een mengeling. Wellicht zou de tekening sterker zijn mochten de lijnen van de vlakken dikker zijn, maar omdat dit het probleem van de cirkellijnen nog duidelijker zal stellen, laat ik het maar zo.
Op zoek naar soberheid

Dan wil ik terug naar mijn beginvraag: wat kan ik met een vlak aanvangen. Om dat uit te proberen moet ik zo sober mogelijk werken. In vorig werk zaten verschillende cirkels, nu probeer ik het met één cirkel. De cirkel staat een beetje uit het midden weggeschoven, daardoor ontstaat er een zekere spanning: waar wil die cirkel heen? De lijnen van het basisvlak staan nu dichter bij elkaar, zodat de geel gekleurde cirkel, half verscholen achter de lijnen, iets geheimzinnigs krijgt.
Het werk heeft een compactheid verkregen en daar hou ik wel van. Wanneer ik een dergelijk werk gemaakt heb voel ik me opgeladen, ik heb weer mijn drive gevonden. ’s Avonds voor TV maak ik schetsen van ontwerpen die bij me opkomen: ik zet vlug iets op papier, zodat ik ’s anderendaags de schikking van lijnen en vlakken kan gebruiken voor een nieuw werk.
Nog even met dikke en dunne lijnen werken

Ik wil toch nog wat experimenteren met dunne en dikke lijnen en er meteen ook vlakken en kleuren inbrengen.
Het wordt een drukke bedoening. Het helle geel vraagt om aandacht en de cirkels vragen om aandacht. Gelukkig dat de zware achtergrondlijnen nog witte ruimte laten, zo krijgt het geheel nog iets van speelsheid.