Het kader


Op een wit blad: een kaderlijn. Deze lijn bepaalt binnen welke ruimte het beeld of de verbeelding zich mag manifesteren. Dit kader maakt duidelijk van waaruit men het verbeelde vorm geeft. Op dit witte papier in deze situatie, verwijst het kader naar een tekenkundige actie. De vorige tekeningen maakten duidelijk dat het om een experiment van vereenvoudigen ging. Door een kader geef je de grenzen aan waarmee je aan de slag gaat.
Absolute waarheid bestaat niet. Het is steeds een verhaal van mensen, vanuit de mogelijkheden en begrenzingen van het menselijk bewustzijn. Boeiend is wel dat dit menselijk bewustzijn steeds dieper kan doordringen in de werkelijkheid naarmate de wetenschap middelen ontwerpt en gebruikt om die wereld te ontraadselen.
Ook de niet-wetenschapper kan niet buiten een ‘kader’. Een verhaal, gesproken of geschreven is afhankelijk van de concrete verteller en de toehoorder(s) of lezer(s) waarvoor het verhaal verteld wordt. Door een ‘kader’ neemt men een bepaalde plaats in: een oorlog krijgt andere bewoordingen als het de overwinnaar of de verliezer is die het verhaal vertelt, als het conflict nog met knotsen of met gesofistikeerde wapens is uitgevochten.
Luisteraar of vertellers weten dat het vertelde geen ‘absolute’ waarheid bevat, hoogstens een benadering. Beiden genieten echter om een realiteit op te roepen waarbij de fantasie aangesproken wordt. Een goed verhaal tilt een mens boven het alledaagse ‘gekend’ zijn uit. Zelfs een nieuw recept voor soep kan zo een boeiend verhaal leveren.




















