Verboden domein


Dit ontwerp hoort nog bij de onmacht van de taal. Het is alsof de taal niet mag proberen binnen te treden in het domein van het niet verwoordbare. Maar hier evolueert het tekenen naar het schilderen.
Ik denk aan vroeger. Als kind werd me vaak een manier van voelen en denken opgelegd. Flink zijn als ik verdrietig was, braaf zijn als ik onrecht aanvoelde, niet jaloers zijn terwijl ik barste van jaloersheid. Zoiets behoort bij de opvoeding. Dikwijls moest ik vaststellen dat mijn wereld niet samenviel met wat voorgezegd werd. Voor mij betekende het dat ik bewust werd van iets dat me vervreemde van de volwassenen.
Nu komt die ‘aangeleerde’ taal als verraderlijk op mij af. Neen, ik wil niet in die bewoordingen mijn wereld prijs geven. Iets in mij schreeuwt dan: blijf bij me weg, ik ga zelf wel op zoek.
Een voorbeeld? Toen Arne uit het leven stapte, heb ik verschillende keren mogen horen: gelukkig heb je de andere kinderen nog. Men wilde me troosten. Maar zijn zo’n woorden troostend? Zou ik zelf vergeten dat die andere kinderen er nog zijn? Is de pijn om het verlies van dat ene kind er minder erg om? Zijn die kinderen een troostende aanwezigheid of zie je alleen hoe zij hun eigen verdriet moeten dragen en de beangstigende vraag: zullen ze het aankunnen?
Daarom: blijf weg uit mijn wereld met nutteloze praatjes, ik zal zelf wel woorden zoeken.




















