Nick Andrew in De Zwarte Panter


Wanneer ik buitenkom heeft Christel juist een terrasje gevonden voor de koffie. Daar wachten we op onze mannen. Die blijken wat meer tijd nodig te hebben om al dat zet- en drukwerk tot zich te nemen, maar ze hebben er van genoten.
Wat zijn onze plannen voor de rest van de namiddag? Natuurlijk eerst genieten van het warme weer en de koffie op het terras. Daarna naar ‘De Zwarte Panter’, een bekende galerie in Antwerpen. Dan iets zoeken om te eten … maar in Antwerpen zal dat wel geen probleem vormen. Tenslotte naar het ‘waarom we naar Antwerpen kwamen’: de vernissage van Marga Bolinska.
De Zwarte Panter is nogal dichtbij: dat is boffen, want na het bezoek aan Plantin-Moretus voel ik mijn voeten gloeien.
De huidige exposant in ‘De zwarte Panter’ is Nick Andrews, voor mij onbekend, maar een aanrader volgens onze lerares schilderen. En inderdaad. Hij overdondert mij met zijn kleuren en manier van schilderen. Als titel heeft de expositie ‘Beyond the scene’. Veel van zijn werken gaan over het circus. Ik ben onder de indruk van zijn eerder spontane manier van kleuren en om zijn personages, objecten neer te zetten. Natuurlijk, de omkadering is fantastisch: je zal maar grote werken maken en die kunnen hangen in een ruimte die grote werken doen ademen, tot hun recht laat komen.
De Zwarte Panter zal waarschijnlijk vroeger een klooster of zoiets geweest zijn: mooi gerestaureerd, met in het midden van het centrum van Antwerpen een binnentuin. Ik ben hier al vaker geweest. Bij de inkom links een ingang voor een gebouw met een verdieping dat als expositieruimte dienst doet. Terug buiten rechts een vroegere kapel: heerlijk om ademen. Even rechtdoor de kelderverdieping in en daarna naar de eerste verdieping: weer ruimte voor de werken van de exposanten. Op het gelijkvloers van dit achterbouwwerk: een ruimte voor werken van Bervoets. Heerlijk voor wie van zijn werken houdt.
Christel en ik voelen ons opgeladen: het was echt de moeite om een ommetje naar hier te maken. Telkens als ik een tentoonstelling zie die aanspreekt, heb ik zelf zin om aan het werk te gaan. Nu zal het toch tot morgen wachten zijn voor ik achter mijn tekentafel terecht kan.
Hieronder enkele werken van Nick Andrew en vervolgens wat foto’s van de binnentuin.


Het museum Plantin-Moretus II
Uiteindelijk bereiken we het museum zonder kleerscheuren. Het ziet er niet ‘overweldigend’ uit. Toch is dit een van de prachtigste musea ter wereld: wat achter die muren verborgen ligt is onvoorstelbaar en dat niet alleen wat de materiële waarde betreft. Het is wellicht wereldwijd de enige drukkerij uit die periode die gaaf bewaard is gebleven. Niet voor niets staan het woonhuis en het drukkersbedrijf op de prestigieuze lijst van UNESCO Werelderfgoed.
En wat een schat aan boeken: van wiegendrukken (boeken van voor 1500) tot unieke exemplaren van meertalige bijbels. Aan de muren hangen schilderijen, o.a. van Rubens. Het is niet de eerste keer dat ik hier kom, toch voel ik me weer gegrepen door wat hier aangeboden wordt. Wat een vakmanschap of moeten we spreken van kunstenaarschap?
Nog maar te bedenken wat het betekende dat door de drukkunst informatie uiteindelijk voor iedereen beschikbaar werd: een echte bevrijding. Nu is het evident dat kinderen leren lezen, ze worden, bij wijze van spreken, geboren met een computer onder hun vingers. Ik krijg kippenvel bij de gedachte dat kinderen leren lezen en schrijven en zo toegang krijgen tot de hele wereld. Mensen die niet kunnen lezen … voelen zich die niet opgesloten? Ik leerde ooit een jonge man van vooraan in de twintig lezen: op school werd hij steeds achteraan gezet …tja, waarom? Hij zal wellicht niet de enige zijn geweest die tussen de mazen van het onderwijs viel. Zijn motivatie om te leren lezen: hij wou de sport lezen in de krant. Een nonkel die met hem werkte stuurde hem door naar mij. En op zijn ritme leerde hij lezen. Aanvankelijk woordjes waarbij ik tekeningen maakte … heel intuïtief ging ik met die opdracht om. Hij oefende en oefende … en vrij vlug vertelde mijn nonkel dat hij de ‘gazet’ zat te spellen tijdens de middagpauze. Ik hoop dat het hem goed gegaan is in het leven. Voor mij was het een pracht van een cadeau: iemand mogen leren lezen. Ik mocht even een ‘goede fee’ zijn uit de sprookjeswereld die iemand mocht binnenleiden in de wondere wereld van geschreven woorden.
Omdat er in dit museum een tijdelijke tentoonstelling georganiseerd is ‘Komen en gaan – Beelden en beschouwingen over migratie’ waar tekeningen, lino’s, litho’s, etsen en gravures getoond worden uit verschillende tijden en landen hebben we voor dit museum gekozen. Deze tentoonstelling sluit goed aan bij de vaste collectie. Zoals in het programmaboekje vastgelegd: ‘Vijf eeuwen geleden ligt een jonge ambitieuze boekbinder te woelen in de Franse nacht. Durft hij alles achterlaten om in het verre Antwerpen drukker te worden? Zijn twijfel is die van alle mensen die op zoek gaan naar een ander leven. Plantin nodigt u uit om migratieverhalen te bekijken en mee te beleven; bij hem thuis. Want hij weet hoe het voelt om die stap in het onbekende te zetten.’
Hier ervaar ik een vorm van ‘thuiskomen’. Er liggen niet alleen ‘boeken’ om te bekijken of schilderijen hangen aan de muren, maar zoveel etsen, gravures … nu ik met lino bezig ben kijk ik er toch met een extra aandachtig oog naar. Hier beleef je de grens tussen ambachtelijkheid en kunst … en wellicht horen die twee samen.
Er zijn niet zoveel bezoekers, zodat ik alle tijd heb om wat aangeboden wordt rustig te bekijken. Het feit dat je in het oorspronkelijke huis en de oorspronkelijke drukkerij rondzwerft maakt de tentoonstelling nog indrukwekkender. Het huis op zich is een bezienswaardigheid: muren, behangen met kostbaar (goud)behang), vol met schilderijen van bekende meesters (o.a. Rubens, vriend van Plantin), een bibliotheek die zich over verschillende kamers uitstrekt met kostbare boeken waarvan de waarde nauwelijks voor te stellen is. En dan de drukkerij: van de oude kachels tot de in spiegelschrift gegoten letters. Wat een ambachtslui waren de mensen die zich met het drukken bezig hielden.
Naast de vaste collectie is er een tijdelijke tentoonstelling op het gelijkvloers ‘Over komen en gaan’. Beelden over migratie. Alle aspecten van migratie komen aan bod: het afscheid, de angst voor het onbekende, de aantrekkingskracht van datzelfde onbekende. Vlucht voor armoede en oorlog als oorzaak van migratie. Heel aangrijpende werken. Deze tentoonstelling loopt nog tot 05.01.2014
Het Museum Plantin I
Omdat Christel en ik ’s avonds in Antwerpen naar de opening willen gaan van de tentoonstelling van een collega besluiten we er een daguitstap van te maken. Onze mannen gaan mee, dat geeft de dag extra zwier. De plaats van de tentoonstelling ligt aan de rand van Antwerpen. Daar we niet zeker zijn of we er met het openbaar vervoer gemakkelijk geraken en nog terug kunnen na de festiviteiten, gaan we met de wagen. Ludo wil rijden.
We geraken makkelijk in Antwerpen: op zaterdag is er weinig drukte op de weg. Eerst rijden we naar de plaats waar het vanavond te doen is. Even verkennen waar we juist moeten zijn en in de omgeving een parkeerplaats zoeken voor de auto. We hebben geluk. Dichtbij vinden we nog een parkeerplaats richting terugweg: we moeten vanavond alleen nog instappen en wegwezen.
Een tram nemen is ook geen groot probleem: een 500 m verder is er een halte. We stappen uit dichtbij het Centraal Station. Nu naar de Groenplaats: daar bevindt zich het Platin-Moretus museum.
Het weer is schitterend. Warm, zonnig … de terrasjes zitten goed vol, en dat voor eind oktober. Veel volk ook op straat. Het verbaast me altijd weer hoe druk Antwerpen is, toch op de De Keyserlei. Een massa mensen is in beweging, een beweging die enkele keren halt houdt voor verkeerslichten. Wanneer de lichten groen worden, zet die massa zich weer in beweging. Ik laat me meedrijven met die massa: opgenomen in de zich telkens hernieuwende golf van stilstaan en verder stappen. Soms ook even benauwend: ik mag de anderen niet uit het oog verliezen. Het doet me denken aan het liedje van Piaf, waarin ze dat opgenomen en voortgedreven worden door de massa bezingt: eerst waanzinnig gelukkig omdat die massa haar in de armen van haar geliefde drukt, dan wanhopig omdat diezelfde massa hen weer uiteendrijft en ze haar geliefde nooit meer terugvindt.
Je revois la ville en fête et en délire
Suffoquant sous le soleil et sous la joie
Et j'entends dans la musique les cris, les rires
Qui éclatent et rebondissent autour de moi
Et perdue parmi ces gens qui me bousculent
Étourdie, désemparée, je reste là
Quand soudain, je me retourne, il se recule,
Et la foule vient me jeter entre ses bras...
Emportés par la foule qui nous traîne
Nous entraîne
Écrasés l'un contre l'autre
Nous ne formons qu'un seul corps
Et le flot sans effort
Nous pousse, enchaînés l'un et l'autre
Et nous laisse tous deux
Épanouis, enivrés et heureux.
Entraînés par la foule qui s'élance
Et qui danse
Une folle farandole
Nos deux mains restent soudées
Et parfois soulevés
Nos deux corps enlacés s'envolent
Et retombent tous deux
Épanouis, enivrés et heureux...
Et la joie éclaboussée par son sourire
Me transperce et rejaillit au fond de moi
Mais soudain je pousse un cri parmi les rires
Quand la foule vient l'arracher d'entre mes bras...
Emportés par la foule qui nous traîne
Nous entraîne
Nous éloigne l'un de l'autre
Je lutte et je me débats
Mais le son de ma voix
S'étouffe dans les rires des autres
Et je crie de douleur, de fureur et de rage
Et je pleure...
Étraînée par la foule qui s'élance
Et qui danse
Une folle farandole
Je suis emportée au loin
Et je crispe mes poings, maudissant la foule qui me vole
L'homme qu'elle m'avait donné
Et que je n'ai jamais retrouvé...
Ik heb Piaf altijd een grote dame gevonden heb. Nu nog kan ik kippenvel krijgen als ik haar liederen beluister.
Zo dramatisch als in haar chanson zal het nu niet verlopen. Ik neem de vele indrukken in mij op, laat er mij door raken. Niet alleen het ‘internationale’ raakt me, maar ook de gevarieerdheid: keurig geklede heren en dames naast clochards, jong en oud, fel gekleurde kledij naast sobere onopvallendheid. Ik probeer levensverhalen uit op de mensen die ik voorbij ga, ik kan dat niet laten, dat doe ik altijd. Wat een contrast met een dorp waar iedereen, iedereen kent. Ook dat heeft zijn charme, maar eens veranderen van omgeving geeft toch een ander levensgevoel. Terwijl ik me laat meenemen door de drukte probeer ik de anderen bij te houden: ik kom ogen tekort en geniet.
En snijden maar


Eerst maak ik een nieuw ontwerp: iets met bloemen, zie afbeelding hiernaast. Wanneer ik het overbreng op het stuk lino, gebruik ik stift. Jammer genoeg blijft dat niet zo duidelijk aftekenen: het minste dat ik er met mijn hand over ga, komt er inkt mee. Dus in het vervolg uitkijken naar een andere tekenstift.
En dan begint het snijwerk. Het is wel spannend, toch leuk om doen. Het vraagt alle aandacht. Ik merk dat die fijnere strepen niet zo makkelijk zijn en daarom laat ik die maar weg. Wellicht zal ik later wel genoeg geoefend zijn om zo’n fijn werk uit te voeren.
Het vraagt meer kracht dan ik vermoedde. Na een tijd staan mijn vingers krom en voel ik mijn armspieren pijnlijk verzuren. Het zijn bewegingen die je niet dagelijks doet.
Dan komt Karel aandraven met een mini-boor met allerlei hulpstukken, ook mini. Het is een pakket dat hij ooit kocht om er ‘later’ houtsnijwerk mee te doen. Voor mij is het een waar cadeau. Niet alles kan ik er mee doen, maar voor sommige dingen helpt het wel en het vraagt nauwelijks inspanning.
‘k Ben benieuwd naar het resultaat als ik de linosnede ga afdrukken op de academie.

