Naar de inhoud

Lut De Rudder

seniorennet.beseniorennet.be

Klein en groot

Tijdens het winkelen werd ik aangesproken door een vrouw die me vroeg iets van het bovenste rek te nemen: zijzelf was te klein om er aan te kunnen. We bleven even praten over de problemen van klein zijn. Ook als kind was ze bij de kleinsten. Ik was altijd ‘bij de groten’ van de klas … en daarom mocht ik nooit kabouter zijn. Wat zou ik graag eens kabouter geweest zijn: die kregen bij de opvoering kleurige pakjes en puntmutsen.

We bleven even doorpraten … op onze leeftijd hebben we tijd voor een babbeltje. Ze was ooit naar een congres geweest waarbij ‘de professor’ stelde dat kinderen die tijdens de oorlog geboren waren vaak kleiner waren dan andere kinderen omdat ze slecht of te weinig eten hadden gekregen. Ze was van 1942, volop oorlog. Bij haar thuis was het armoe troef. Daarmee dat ze zo klein was. Ik zei haar dat we even oud waren. Bij ons thuis was er af en toe wel schaarste, maar er is nooit honger geleden.

Toen gingen we ieder onze eigen weg.

Ik vond het een leuke ontmoeting. Indien we elkaar opnieuw tegen komen zou het wellicht lukken om nog wat verder te praten over de oorlog, want dat zat haar blijkbaar erg hoog. Natuurlijk, met al die evenementen om WOI te herdenken, komen de herinneringen aan WOII ook wel boven drijven voor de ouderen.

In de namiddag ben ik in de inkomhal met mijn te exposeren werken bezig, als ik op straat plots een vreemde drukte hoor van voorbijrijdende wagens. Wanneer ik ga kijken zie ik een colonne legervoertuigen langs de baan passeren. Op een bepantserde (denk ik toch) wagen zitten twee soldaten met de loop van hun machinegeweer de lucht afspeurend. In volledige uitrusting, met helmen op of zijn het bivakmutsen, zo goed heb ik het niet kunnen zien, een dreigend voorkomen. Toch een benauwende bedoening. Maar erg lang duurt het niet.

Ik herinner me dat enkele dagen geleden op het nieuws werd gemeld dat het leger oefeningen hield. Later wist Karel te vertellen dat die groep op ‘de wei’ (een begrip in Werchter) de nacht had doorgebracht.

Die namiddag kwam het gesprek bij het winkelen en het voorbij rijden van de legervoertuigen nog vaak in mijn hoofd opzetten. Hier was het een soort spel maar er zijn mensen die de echte dreiging van oorlog moeten ondergaan. Hoe overleef je dan?

 

 

 

Anne-Chantal Pitteloud

Met Eddie Wisse stelt Anne-Chantal Pitteloud haar werk ten toon. De ten toon gestelde werken lijken op elkaar afgestemd, zo vormen ze een eenheid.

Anne-Chantal Pitteloud (Sion, Zwitserland) is architecte maar leidt nu een leven als “artiste nomade”. Ze maakt keramische objecten die ze doorgaans verwerkt in thematische installaties. In het Hannah-huis toont ze organische vormen die aansluiten bij de anatomische les.

 nne-Chantal Pitteloud:http://anneloup.ultra-book.com/

       http://ferme-asile.ch/Home/Artist/36

 

Eddie Wisse

Hannah, de kleine galerie in Herent, opent vandaag een nieuwe tentoonstelling met werken van Eddie Wisse en Anne-Chantal Pitteloud. Met Christel en Ludo gaan Karel en ik er naar toe.

Eddie Wisse is doctor in de biologie en hoogleraar. Hij verbindt wetenschap en kunst met foto’s van menselijke en dierlijke cellen en weefsels die verbazen door hun complexiteit en kleurenpracht. De foto’s zijn afgedrukt op Forexplaat (100 cm bij 70 cm). De oplage is telkens beperkt tot 10 genummerde afdrukken. Eddie Wisse steunt met deze tentoonstelling het project “The future of hope”.

Fotografie is een heel aparte kunsttak en zeker vorm van fotografie: het vergroten op grote schaal. Ik kijk mijn ogen uit mijn kop: niet zichtbaar voor het blote oog heeft er zich in de mens een variërende en toch samenhangende structuur opgebouwd; wanneer die structuur het om een of nadere reden laat afweten, wordt men ziek en functioneert men niet meer zoals het hoort.

Sommige foto’s doen heel grafisch aan … wellicht kan ik er inspiratie uit putten.

 

Eddie Wisse: http://sculptures.koenwisse.com/#!album-14

Future of Hope: http://www.thefutureofhope.org/

 

 

Terug naar Werchter

Wanneer we terug keren naar de woning van onze vrienden botsten we op een rij aanschuivende mensen voor een winkel die ‘de echte Bosche bollen’ verkoopt. Ik had die drukte al opgemerkt toen we richting rondvaart gingen. Jacques en Wilna stellen voor dat we binnen een kop koffie drinken met iets zoets. In de gelagzaal is het al even druk. Gelukkig is er juist een tafeltje vrij gekomen.

Een ‘Bosche bol’ is een soort soes opgevuld met slagroom met chocolade er om heen. Karel en ik zijn geen liefhebbers van slagroom, dus kiezen we maar een heerlijk uitziend aardbeientaartje. Jacques en Wilna doen hun stad eer aan.

Het is al na vieren en de Bosche bollen blijven de deur uitgaan. De bakkerij ligt dicht bij het station en het is een gewoonte dat inwoners, als ze ergens op bezoek gaan, die specialiteit meenemen. Ik zie mensen met verschillende dozen van die bollen vertrekken. Ik kan mijn ogen niet geloven. Wij hebben wel onze chocolade om naar onze vrienden mee te nemen … maar dozen vol Bosche bollen is wel even opkijken.

We gaan nog even bij Jacques en Wilna langs. We moeten nog een bord heerlijke aspergesoep oplepelen, zodat we de reis aankunnen … Neen, honger zullen we niet hoeven te lijden.

En dan is het tijd om weer eens op te stappen. Voor de zoveelste keer die dag (om de oude stad te bereiken gaan de bewoners van de nieuwe stad via het station) stappen we met Jacques en Wilna naar het station. Nu zullen ze ons uitwuiven.

De trein komt aangereden wanneer we het perron betreden. We nemen afscheid. Wat merk ik? Zin om te huilen? Nee toch.

Maar als je de ganse dag zo warm samen bent, lijkt het of je iets verliest bij het afscheid. Wanneer de trein vertrekt zwaaien we voor de laatste keer. Ik verdiep me weer in mijn lectuur, maar er blijft een triestig gevoel nawerken. Ook Karel heeft er last van. Nu, dat is teken dat het goed was.

De treinreis verloopt rustig, in Mechelen moeten we wel even wachten op de bus en omdat het koud is, gaan we ergens iets drinken. Het is er nogal druk, een beetje in tegenstelling tot ons gevoel. We zijn moe van de vele indrukken, van de intensheid van het samenzijn. De bus komt ons echter van die verscheurdheid verlossen. De reis verloopt in een normaal ritme en weldra kunnen we de wagen nemen in Tremelo en naar huis rijden: bekomen van de reis.

 

 

Meer van Lut De Rudder

↑ Terug naar de berichten