Eddie Wisse
Hannah, de kleine galerie in Herent, opent vandaag een nieuwe tentoonstelling met werken van Eddie Wisse en Anne-Chantal Pitteloud. Met Christel en Ludo gaan Karel en ik er naar toe.
Eddie Wisse is doctor in de biologie en hoogleraar. Hij verbindt wetenschap en kunst met foto’s van menselijke en dierlijke cellen en weefsels die verbazen door hun complexiteit en kleurenpracht. De foto’s zijn afgedrukt op Forexplaat (100 cm bij 70 cm). De oplage is telkens beperkt tot 10 genummerde afdrukken. Eddie Wisse steunt met deze tentoonstelling het project “The future of hope”.
Fotografie is een heel aparte kunsttak en zeker vorm van fotografie: het vergroten op grote schaal. Ik kijk mijn ogen uit mijn kop: niet zichtbaar voor het blote oog heeft er zich in de mens een variërende en toch samenhangende structuur opgebouwd; wanneer die structuur het om een of nadere reden laat afweten, wordt men ziek en functioneert men niet meer zoals het hoort.
Sommige foto’s doen heel grafisch aan … wellicht kan ik er inspiratie uit putten.
Eddie Wisse: http://sculptures.koenwisse.com/#!album-14
Future of Hope: http://www.thefutureofhope.org/
Terug naar Werchter


Wanneer we terug keren naar de woning van onze vrienden botsten we op een rij aanschuivende mensen voor een winkel die ‘de echte Bosche bollen’ verkoopt. Ik had die drukte al opgemerkt toen we richting rondvaart gingen. Jacques en Wilna stellen voor dat we binnen een kop koffie drinken met iets zoets. In de gelagzaal is het al even druk. Gelukkig is er juist een tafeltje vrij gekomen.
Een ‘Bosche bol’ is een soort soes opgevuld met slagroom met chocolade er om heen. Karel en ik zijn geen liefhebbers van slagroom, dus kiezen we maar een heerlijk uitziend aardbeientaartje. Jacques en Wilna doen hun stad eer aan.
Het is al na vieren en de Bosche bollen blijven de deur uitgaan. De bakkerij ligt dicht bij het station en het is een gewoonte dat inwoners, als ze ergens op bezoek gaan, die specialiteit meenemen. Ik zie mensen met verschillende dozen van die bollen vertrekken. Ik kan mijn ogen niet geloven. Wij hebben wel onze chocolade om naar onze vrienden mee te nemen … maar dozen vol Bosche bollen is wel even opkijken.
We gaan nog even bij Jacques en Wilna langs. We moeten nog een bord heerlijke aspergesoep oplepelen, zodat we de reis aankunnen … Neen, honger zullen we niet hoeven te lijden.
En dan is het tijd om weer eens op te stappen. Voor de zoveelste keer die dag (om de oude stad te bereiken gaan de bewoners van de nieuwe stad via het station) stappen we met Jacques en Wilna naar het station. Nu zullen ze ons uitwuiven.
De trein komt aangereden wanneer we het perron betreden. We nemen afscheid. Wat merk ik? Zin om te huilen? Nee toch.
Maar als je de ganse dag zo warm samen bent, lijkt het of je iets verliest bij het afscheid. Wanneer de trein vertrekt zwaaien we voor de laatste keer. Ik verdiep me weer in mijn lectuur, maar er blijft een triestig gevoel nawerken. Ook Karel heeft er last van. Nu, dat is teken dat het goed was.
De treinreis verloopt rustig, in Mechelen moeten we wel even wachten op de bus en omdat het koud is, gaan we ergens iets drinken. Het is er nogal druk, een beetje in tegenstelling tot ons gevoel. We zijn moe van de vele indrukken, van de intensheid van het samenzijn. De bus komt ons echter van die verscheurdheid verlossen. De reis verloopt in een normaal ritme en weldra kunnen we de wagen nemen in Tremelo en naar huis rijden: bekomen van de reis.
Binnendieze


Jacques had ons laten weten dat hij voor een rondvaart kon zorgen als we er zin in hadden. Dat voorstel diende hij niet te herhalen.
Hij had kaartjes gekocht voor de rondvaart van half drie. Het was niet zo ver stappen. We kwamen terecht in straatjes waar nauwelijks een wagen door kon. Die straatjes zijn natuurlijk niet bedoeld voor het huidige verkeer, ze verwijzen nog naar de tijd van paard en kar.
De Binnendieze is de verzamelnaam van een aantal stromen in de binnenstad van 's Hertogenbosch. De schipper van onze boot kon de naam ‘Binnendieze’ niet verklaren. Er was al heel wat over de naam gepubliceerd, maar alle interpretaties waren maar gissingen.
Omdat de stad in het verleden nauwelijks ruimte had zich uit te breiden, is in de loop van de tijd een groot deel van de Binnendieze overkluisd, dat wil zeggen overbouwd met huizen. De stromen zijn daardoor maar hier en daar zichtbaar in het stadsbeeld. Dit in tegenstelling tot veel andere steden waar het water vaak langs de huizen loopt.
De waterlopen hadden vroeger ook de functie van riool. De knaagdieroverlast moest in toom gehouden worden door rattenvangers. Halverwege de 20° eeuw besloot men de Binnendieze te dempen, maar vanwege het unieke karakter kwam hiertegen vanuit de bevolking verzet dat succesvol was. In 1973 is met een restauratie van het stadswatersysteem begonnen die 1998 gereed kwam.
De schipper die ons rondvaart heeft een heel verhaal te vertellen. Over oorlogen, forten, uitbreidingen … maar ook hoe de stromen als riolen voor de huizen gebruikt werden en met een lamp licht hij zo’n afvoer bij. Het vervoer van goederen verliep ook langs het water en hij toont ons een gat in de overwelving waar de goederen omhoog getrokken werden.
Er was behoorlijk wat wind voor we vertrokken. Uit voorzorg heeft Wilna plastieken kapjes gekocht waaronder we kunnen schuilen als het moet. Voorlopig blijft het droog en genieten we van de langzame rondvaart en zien we de oude stad vanuit de diepte. Omdat de overwelvingen op sommige plaatsen op instorten stonden en andere wel restauratie nodig hadden, heeft men besloten tot grondige renovatie. Er is echter één plaats waar de oorspronkelijke overwelving nog te zien is: daarboven staat de kapel van … de schipper noemde de naam van de orde, maar de naam ben ik vergeten. Wel bedacht ik dat die het meeste geld hadden om aan zo’n gewelf uit te geven: ze hadden het maar samen te bedelen bij de gelovigen
Maar ik was niet naar hier gekomen om kritische ideeën te spuien. Ik wil genieten van het mooie uitzicht met de afwisseling van overwelving en open lucht.
Wanneer we op een open water komen begint het te druppelen. We trekken onze plastieken bescherming aan die Wilna kocht. Maar dan breekt er zowaar een onweer los: donder en bliksem en geen schuilplaats om onder te varen. De schipper kan niet anders dan verder varen tot hij terug een overwelving bereikt. Daar blijft hij wachten tot het ergste voorbij is.
Dat het onweer losbreekt op het open water geeft wel een speciaal accent bij de rondvaart. Wij zitten in comfortabele boten, hebben beschermende kledij om aan te trekken … maar wat deden de mensen vroeger?
Veilig worden we terug naar de plaats van afvaart gebracht. Ik kan zo’n rondvaart aanbevelen, zeker als je een schipper hebt die een goed verhaal heeft.











