Aan de ene kant staat Christel met haar aanbod. Ze heeft echt werk gemaakt om van de juwelen iets speciaals te maken. Ik sta onder de andere tent met mijn kaartjes. Hopelijk wordt het een leuke dag.
De tentoonstelling in RVT Betlehem te Herent
Christel is meegegaan om mijn werken in het RVT Betlehem te Herent te helpen ophangen. Gelukkig dat er een GPS bestaat, anders zou ik gegarandeerd veel tijd gestoken hebben in het verloren rijden.
Het zijn maar negen werken die ik toon. Thuis heb ik ze zorgvuldig geselecteerd. Met in mijn achterhoofd een beetje de vraag: wat zouden de bewoners graag zien hangen. Daarom neem ik drie werken rond jeugdherinneringen mee. Ik heb ze nog niet getoond en wellicht zullen ze daar tot hun recht komen.
En inderdaad, het is een kleine tentoonstelling, maar het geheel is heel mooi. Ik ben er fier op. Ook Christel vindt het een heel goed geheel. Het geeft een goed gevoel zo zonder twijfel over iets de werken te kunnen achterlaten. Ze zullen er hangen tot eind oktober.
Kantklossen
Om zeker te zijn van een plaatsje in het kantklos atelier schreef ik me begin van de vakantie in. Maandag, 1 september, werd de eerste les gegeven en zo ging ik als een van de velen die dag voor het eerst naar school om te leren klossen. Wat me vooral aantrekt is de moderne kantklos. Ik droom al om met allerlei materialen grote werkstukken te maken die nogal grafisch van ontwerp zijn. Maar eer ik zover ben … er zal nog veel water naar de zee lopen.
Zo’n eerste dag in de academie is altijd wat raar. Ik zag er wat tegen op: zou de leerkracht lang uitleg geven over de planning van het jaar, zou het lang duren voor we aan de slag konden, hoe zou de bestaande groep reageren (uiteindelijk heel vriendelijk maar erg lawaaierig na elkaar twee maanden niet gezien te hebben),.
Gelukkig dat de rit naar de academie nogal gemakkelijk verloopt: ik neem thuis de uitrit naar rechts … en dan is het vijftien kilometer rechtdoor en aan de rode lichten in Rillaar dorp linksaf slaan en de parking oprijden. Het is wel een drukke baan maar geen echte moeilijke punten, wanneer je rustig het verkeer volgt kom je vanzelf waar je moet zijn.
Wanneer ik toekom in het leslokaal maakt de leerkracht kennis met twee nieuwkomers zoals ik. Ik word er onmiddellijk bij betrokken … en even later zitten we achter het kussen (een stuk isolatieplaat met doek overtrokken) onze eerste knopen uit te proberen.
In het begin denk je: kantklossen is een aartsmoeilijk iets, zo complex. Tot je beseft dat je eerst de basisoefeningen onder de knie of liever onder de hand moet krijgen en dat die complexiteit zich langzaam opbouwt. Kantklossen is niet alleen handigheid verkrijgen om de draden op de juiste wijze met elkaar te verbinden, je moet ook leren analytisch denken, de logica achter het patroon ontdekken, zoals bij een complexe puzzel.
Ik hou het wel geen 3,5 uren vol. Na een goede twee uren vertrek ik … en dat zal telkens wel zo zijn … want na die intense uren is mijn klosje ‘leeg’.
Ik voel me opgeladen als ik thuiskom: ik ben blij dat ik voor die richting koos, er wachten nog plezierige uren.
Brieven IX
Met de kleinste briefvorm maak ik een constructie die naar het midden toe ‘open’ wordt, omdat ik de lijn aan die kant van de vorm niet teken en de middenvlakte wat open rek. In die open middenruimte laat ik het goud zijn werk doen. Ik gebruik de kleinste vorm omdat het werk maar 40 x 50 is. Met de grotere vormen kan je niet een compact lijnenspel bereiken.
Brieven VIII
Met de kleinste briefvorm probeer ik een luchtig lijnenspel in een dwarse dwarreling over het blad. Op het lege veld boven en onderaan komt een gouden streep. Ik zou vroeger nooit durven dromen hebben iets met dat goud te proberen, tenzij voor mijn kinderen een brief van de Sint te schrijven. Want een brief uit de hemel (en kwam de Sint niet uit de hemel om, eens op aarde, zich te vestigen in Spanje?) kon niet anders dan in schoonschrift met gouden letters bevestigen wat een prachtige kinderen op dat adres woonden.
Brieven VII
Omdat de tekeningen wit-zwart zijn, probeer ik er wat ‘kleur’ in te brengen. Ik heb nog een restje ‘goudkleur’ liggen. Met enkele ‘gouden’ lijnen fleur ik de sobere tekening wat op. Weer een weg om uit te proberen.
Brieven VI
Met al de vormen, maar vooral de kleinste vorm, probeer ik de rand van het blad te vullen en in het midden ruimte te laten. Weer een andere benadering die past in dezelfde opgave.
Brieven V
Ook de grootste vorm mag zijn zeg doen. Ik probeer visueel in het midden van het blad een kern te vormen … maar hoe groter de vorm, hoe moeilijker het wordt om dat te realiseren.
Brieven IV
Nu krijgt de middelste vorm een beurt. De afmetingen van de tekeningen zijn 40 x 50, zodat de tekeningen passen in een reeks wisselkaders, zonder dat er een passe-partout moet gebruikt worden. voor deze tekeningen wil ik het heel sober houden: alleen een kader moet volstaan.
Brieven III
Nu ga ik met de kleinste vorm aan de slag. Ik werk op wit papier … maar de automatische aanpassing van het contrast van mijn pc geeft een nogal gelig resultaat. Maar het gaat om de tekening … en daar geniet ik van.
Brieven II
Ik gebruik de omtrek van de drie vormen door elkaar . Ondertussen bedenk ik dat ik in mijn leven al veel van de drie soorten brieven geschreven heb. Vooral de ‘grote’ brieven hadden mijn voorkeur. Voor mij betekent schrijven ‘bewust’ worden. Ook nu nog zit ik graag achter mijn toetsenbord.
Brieven I
Sinds enkele jaren wil ik iets rond ‘brieven’ doen. Brieven schrijf je normaal, maar ik zou er grafisch mee willen aan de slag gaan.
Ik ontwerp drie brieven: groot, middelgroot en klein. De kleine vorm zou een kattebelletje kunnen zijn of een korte boodschappenlijst. De middelste vorm doet me denken aan een eerder zakelijke brief: geachte zus en zo en daarbij de mededeling waarover het gaat met op het einde dan vriendelijke groeten. De grote vorm is dan een brief waarin je je hele wezen legt, vb. een brief aan een geliefde.
De vorm die ik ontwerp heeft geen bepaalde betekenis of bedoeling. Ik wil gewoon de vier zijden van een brief oproepen. Natuurlijk kan ik daarvoor ook rechte lijnen gebruiken en dan spreek je van rechthoekige en vierkante vormen. Maar die rechtlijnigheid trekt me niet zo aan, om niet te zeggen dat ze me soms afschrikt, maar dan in meer overdrachtelijke betekenis.
Ik maak van die vormen een exemplaar in stevig karton, zodat ik dat later kan gebruiken om er rond te tekenen. Nu beperk ik me om de vormen één keer te tekenen, door elkaar heen. Laat me stellen dat ik de vormen verken met de vraag: wat kan ik met die vormen gaan doen. Het inhoudelijke komt in de opdracht die ik mezelf stel niet aan bod. Ik wil experimenteren met de uiterlijke vorm.
En daar gaan we. Ik ben benieuwd waar dit lijnenspel me gaat heen voeren.
Enkele foto's van de werken van Fons en Moniek
Christel heeft haar fototoestel mee en is daardoor fotograaf van dienst. Ze vindt het niet erg dat ik die foto’s voor mijn blog gebruik. Nu kan iedereen die wil mee genieten.
Doorheen een glazen deur, kijk je voor je binnen bent, recht op dit werk van Moniek. En als je binnen bent blijf je er naar kijken. Wat trekt de aandacht naar dit werk? Het onderwerp, de sfeer die het uitstraalt … Ik geniet er gewoon van.
Moniek is erg geboeid door portretten en dat zie je in deze tentoonstelling. Er hangen er verschillende aan de muur.
Fons maakte een reeks kleine potjes waar je een waxinelichtje in kan plaatsen. Later verzamelde hij die potjes volgens kleur om er een verzameling van te construeren.
Hier zijn de potjes rood van kleur. De kleur bekomt hij … hij heeft het me uitgelegd, maar ik ben het weer vergeten. In elk geval is zo’n verzameling erg mooi.

