Tante Stef


Het is een kerkelijke uitvaart. Wanneer ik de kerk binnenkom staat de urne met een foto van tante Stef (officieel heette ze Stefanie, maar iedereen kende haar als ‘Stef’, uitgesproken met een korte ‘i’ klank zoals in Rik). Het is alsof ik doorheen geschud word: inderdaad, zo heb ik mijn tante gekend. Tranen willen me overspoelen, gewoon zomaar … omdat het leven ook afscheid nemen inhoudt, o.a. van een lievelingstante, van een kindertijd waarin die tante aanwezig was. Ik draai me naar haar zoon en zijn familie, om hen te begroeten.
Wat een prachtig gezin: grote mensen, zowel mijn neef, zijn vrouw als hun drie zonen. Ik herinner me nog wel kleine kinderen … dat zijn nu volwassenen geworden.
Ik word naar mijn plaats begeleid. Een broer heeft een plaatsje gereserveerd. Wat lief dat ze me verwachten. Wanneer ik zit begint de dienst. De grote kleinzonen van tante Stef dragen de urne, de foto en de bloemenkrans naar voor. En dan komen drie achterkleinkinderen te voorschijn die een bloem neerleggen bij de urne. Een kippenvelmoment.
Het is een mooie dienst. Een (groot) koor dat mooi klinkt … wellicht een geluk dat ik wegens te doof, de teksten niet versta, zodat ik alleen van de uitvoering kan genieten. Er is een tekstboekje op elke stoel gelegd, zodat de slechthorenden (zoals ik) ook kunnen volgen wanneer teksten uitgesproken worden. De familie heeft zelf die teksten samengesteld … en die zijn heel persoonlijk. Alleen de afscheidstekst gebracht door een van de kleinzonen is niet in het boekje opgenomen. Jammer.
Daarna volgt de bijzetting van de urne op het kerkhof.
Met de broers en schoonzussen gaan we nog even naar het graf van onze ouders en de overleden broer.
Dan komt even het besef op dat het de laatste keer kan zijn dat ik hier kom. Ook dat is leven: het einde aanvaarden.





