B-art
Zaterdagavond kwamChristel me ophalen: we wilden naar de opening van B-art in Baal, georganiseerd door ‘Gesigneerd’.
B-art wordt in de brochure, die bij de ingang overhandigd wordt, omschreven als ‘de nationale kring voor beeldende kunsten bij het spoor’. Omdat de man van Christel bij de NMBS werkt, ik zelf vaak de trein neem en diezelfde NMBS de laatste tijd nogal eens op het nieuws komt wegens ‘staking’ van activiteiten, waren we wel geïnteresseerd naar meer informatie: wie zijn de mensen achter de naam B-art, wat is hun relatie met de NMBS, welke soort activiteiten verzorgt die vereniging … Een mevrouw gaf graag en uitgebreid uitleg. En ja, ook de partners van de werknemers van de NMBS waren welkom. Dat was voor Christel meteen een stimulans om met dubbele aandacht te luisteren.
Daarna was het kijken wat er aangeboden werd: zes kunstenaars hadden enkele van hun werken samen gebracht om een tentoonstelling op te bouwen.
De receptie was verzorgd.
Jammer genoeg werd de sfeer van kijken naar de werken en bekenden begroeten onderbroken door iemand die ‘een woordje’ ging doen. Voor mij is dat vaak een afknapper, enerzijds omdat ik nauwelijks versta wat er gezegd wordt, anderzijds omdat die spreker (durven ze echt niemand anders eens vragen om de openingsspeech te houden) steeds belooft van het kort te houden … maar met een stem die thuis zou horen op de kansel, geen punt kan zetten achter zijn welluidende uitspraken.
Ik had me wat achteraf op een kruk aan de bar gezet, want ik was wel moe na de lange wandeling deze namiddag … en het vooruitzicht een lange speech te moeten aanhoren bood niet direct veel aantrekkingskracht. Voor mij drie kinderen. De oudste zo’n jaar of twaalf, dan eentje van waarschijnlijk een jaar of tien en dan een klein meisje van drie-vier jaar. De oudsten hadden waarschijnlijk als opdracht dat jongste kind stil te houden terwijl pa of ma gehuldigd werd in de feestrede. Dan weer plukte de oudste een zoutstekje van op de hoge tafel, dan weer zocht de jongere naar iets eetbaars en nam zelf ook iets. De chips verdwenen stelselmatig, de zoute stekjes ook, tot kleine zus ongeduldig werd … waarschijnlijk was ze aan een sanitaire stop toe en het drieral verdween korte tijd. Na die pauze werd ze weer gevoederd met al dat lekkers dat waarschijnlijk anders verboden is … of hoe kunst tot een indigestie kan leiden.
Toch gingen Christel en ik met een goed gevoel naar huis: het aangeboden werk was van een goed niveau … trouwens er samen op uit trekken, geeft altijd een goed gevoel, daarvoor ben je vriendinnen.
Mijn favoriete werkjes op, deze tentoonstelling van Noël Van den Brulle. Jammer van het spiegeleffect
Een jonge eik geveld


Tijdens de koffiepauze van de kantklosles vertelde ik hoe er zondag in Werchter een fietsevenement had plaatsgevonden. Wat het juist was weet ik niet, maar er waren pijlen aangebracht die de deelnemers naar de juiste route moesten loodsen. Zo kwamen we op een bepaald moment tijdens een wandeling met Toby een verwijzing tegen, waarbij van de normale baan diende afgeweken te worden, om links een smal pad te volgen. Allemaal normaal … ware het niet dat de deelnemers uitgenodigd werden om veel natuur te berijden … met een jonge sterke eik als barrière, zomaar van zijn wortel weggekapt. Het deed me even naar adem happen: dit kan toch niet?
Maar aan de koffietafel werd me duidelijk gemaakt dat het waarschijnlijk om Amerikaanse eik ging: die werden gekapt omdat het jaren duurde voordat de bladeren verteerd waren. Iemand maakte een tekening van de bladeren: de inlandse eik waren de gekende ronde bladeren, de Amerikaanse eik waren bladeren met spitse uitlopers.
Een volgende keer nemen we terug die weg en ga ik kijken om welke soort eik het ging. Wellicht, als het om Amerikaanse eik gaat, zal dit wat zalf op de ecologische wonde zijn.

Tussen twee regenbuien door
De weersvoorspelling voorzag maar een natte zaterdag. Omdat Toby toch even buiten moest en wijzelf ook graag een frisse neus haalden, probeerden we tussen twee regenbuien door, opklaringen voorspelt door de buienradar, een wandeling te maken.
We trokken naar de Demerdijk en namen de kant van de Demer waar de weg niet zo glad geasfalteerd is, zodat we niet voortdurend geconfronteerd werden met voorbijflitsende fietsers. Maar die waren nergens te bespeuren. Vermoedelijk waren de dapperen reeds terug thuis van hun (wekelijkse?) wielerprestatie.
En dan overviel me een soort oerervaring: het was net of we met ons beiden en de hond alleen op de wereld waren, omgeven door een prachtige natuur. De lucht was van een schaterend blauw, de Demer, omringd door bomen en wuivend bermgras, vervolgde zijn weg op zijn eigen, langzaam stroomafwaarts struinende manier.
Ik voelde me opgenomen in een absoluut ervaren: kracht en stilte in één, niet verstoord door anderen, het was een cadeau zomaar aangeboden, om niets, uit de volheid van de natuur dat zich ontplooide voor het minieme speldenknopje mens dat ik ben.
Toen we terug de bewoonde wereld naderden, dompelde het geraas van een moto me onder in het dagdagelijkse lawaai van onze wereld en dat was geen leuke ervaring. Ik voelde me ineen krimpen, alsof ik me zo klein mogelijk wilde maken om me te verdedigen tegen dat brutale lawaai.
Alles mag
Met veel enthousiasme ben ik aan mijn tweede serie leporello’s begonnen. De eerste leporello lukte, maar nummer twee ging de mist in. Toch wou ik met het onderwerp verder, niet als vouwboekje, maar als een gewone tekening op een vlak blad. En dat lukte.
Ondertussen vraagt het kantklossen ook mijn aandacht. Ik wil een eigen ontwerp realiseren … maar ik heb geen rekening gehouden dat dit enorm veel uren vreet. Nu, kant is niet vlug–vlug wat klossen, het is een discipline die geduld vraagt om klosje na klosje, draad na draad, in de juiste positie te verwerken. Gelukkig heb ik als gepensioneerde veel tijd beschikbaar … maar ergens zit er een Toby in mij, die met het tikken van zijn staart op de grond, aangeeft dat hij ongeduldig is.
Ik moet met mezelf lachen: wat wil ik nog ongeduldig zijn? Niets moet meer, alles mag. Maar ik zou zoveel willen ‘mogen’.
Voor een zonnekind
Ik maakte via mijn blog kennis met een Nederlandse kunstenares. Ze schreef eerst een reactie op mijn blog, dan schreef ik wat uitgebreider terug … en sindsdien houden we het gesprek gaande via email. Ze heeft een kleindochter. Wellicht dat alle kleinkinderen ‘geschenken’ van kinderen zijn, maar dit kind is toch een pracht van een meid.
Toen ik met leporello’s bezig was, dacht ik: laat me nu iets voor dat ‘zonnekind’ maken. Het resultaat was bijgaande leporello. Aan de ene kant de zon, aan de andere kant de maan. Het middendeel is open gesneden, zodat je naargelang je het boekje openvouwt, ofwel de dag ofwel de nacht kan begroeten.
Wellicht heb ik geen leporello met zoveel plezier gemaakt. Hopelijk wordt dat zonnekind ooit een pracht van een volwassen vrouw, die gewoon door er te zijn de wereld vrolijker maakt.
De staart van Toby
Toby is een beagle. Een van de kenmerken van het ras is een wit staartuiteinde. Bij het lopen steekt hij die als een vlag omhoog, waardoor je hem kan opmerken … want zijn poten zijn eerder aan de korte kant.
De staart van een hond spreekt boekdelen: als hij iets mispeuterd heeft gaat zijn staart omlaag om niet gezien te worden, wanneer hij mensen begroet kwispelt hij het enthousiasme uit zijn hondenlijf … en als iets zijn jachthondeninstinct op roept, strekt hij zijn staart horizontaal één en al concentratie op het besluipen van zijn prooi.
Vanmiddag kwam het wandeluurtje er aan. Ik wou nog even doortekenen en vroeg aan Karel om een kwartiertje uitstel. Voor Karel is dat geen probleem: er is altijd iets in de buurt om te lezen.
Toby zit aan de voeten van Karel en kijkt hem strak aan. Net of hij wil zeggen: ben je mijn uitstap vergeten? Ik maak mijn tekening verder af, maak hoor plots de staart van Toby tegen de grond tikken. Zo van: hou eens op met jullie gedoe, er moet gewandeld worden.
Ik schiet bijna luidop in een lach. Ik weet dat ik ongeduldig uit de hoek kan komen … maar dat een hond zijn ongeduld met zoveel misbaar kenbaar maakt, dat had ik nog niet meegemaakt.
Ik ken het gezegde: wie bij een hond slaapt krijgt zijn vlooien … maar soms gaat het in omgekeerde richting. Van een goede inburgering gesproken.

