
Vorig jaar schilderden we nog, Christel en ik, in de academie in Werchter, de ezels mooi naast elkaar. Eerst maakten we tijd om bij te praten, maar dan werd het windstil tussen ons: elk was verdiept in het eigen werk. Op het einde van de les gingen we dan eens kijken wat de ander gepresteerd had en moedigden we elkaar aan … wat soms nodig was … niet altijd werd het gewenste resultaat bereikt.
Dit jaar vervolgt Christel haar opleiding in Werchter en ben ik verhuisd naar de klas kantklossen in Rillaar. Omdat we nood hebben om elkaar toch regelmatig te zien, spreken we af om min of meer wekelijks bij elkaar op ‘lunch’ te gaan. Dit betekent dat we gewoon bij elkaar een boterham gaan eten, maar eerst eens bekijken welk nieuw werk er is bij gekomen.
Nu was het mijn beurt om ‘de voeten onder tafel te steken’ zoals ze dat op zijn Vlaams zeggen. De uitdrukking is niet direct van hoogstaand culturele waarde, maar drukt toch de realiteit uit … en ik kan daar echt van genieten.
‘s Morgens was ik aan een grote opruim van mijn tekentafel begonnen: af en toe moet dat eens gebeuren, zodat ik zowel materieel als mentaal weer ‘ruimte’ krijg. Ik ontdek dat ik best wel wat doosjes kan gebruiken om mijn spulletjes in op te bergen. Dus zeg ik aan Karel dat ik na Christel nog even binnen loop in ’t Spit (een kringloopwinkel) om wat doosjes aan te kopen.
Christel vindt dat een uitstekend idee. Naar ’t Spit kan je gaan ‘shoppen’ zonder veel geld kwijt te zijn … maar je moet wel van tweede handsspullen houden. Dus na de koffie naar ons shoppingcentrum.
Ik vind onmiddellijk wat ik nodig heb: drie dezelfde blikken dozen (waar ooit karamellen in zaten) en nog wat plastieken dozen. We kijken ook bij de boeken, maar ik vind niet echt iets dat me aanspreekt … trouwens, de aankoop van boeken beperkt zich meer en meer: er is gewoon geen ruimte meer om te stapelen; maar moest ik materiaal vinden in verband met klossen … dan zou ik me wellicht nog laten verleiden.
Op de bovenverdieping bevindt zich de kleding … en daar vinden we elk wat naar onze gading. Ik ontdek ook nog wat garen dat ik kan gebruiken voor het klossen.
We gaan allebei heel tevreden naar de kassa … en daar worden we nog meer tevreden..’t Spit kan je een vorm van ‘troostwinkel’ noemen: voor een paar euro’s heb je het gevoel uitgebreid te hebben gewinkeld. Een extraatje voor jezelf hoeft geen financiële catastrofe te worden, terwijl het wellicht emotioneel orde op zaken stelt: als het dondert in je omgeving kan je daar even tot rust komen door jezelf te trakteren op een boek, een lijst waarin je je eigen tekeningen gaat kaderen, een truitje dat je niet echt nodig hebt maar dat je zo leuk staat … en vooral die klosjes met garen die aan een weggeefprijs naar jou staan te lonken.
Waar kan je je nog laten verleiden zonder problemen te veroorzaken?