Een huis gesloopt


Toen ik naar de academie reed, zag ik op een bepaald moment aan mijn linkerkant een bulldozer tegen een huis aan beuken. Enkele uren later reed ik terug, tevreden met wat ik in de les gedaan had. Toen zag ik aan de rechterkant hoe diezelfde bulldozer stil stond en enkele overeind staande muren toonden nog het behang van een kinderkamer en wat lager het behang van een woonkamer. Intimiteit, zo maar prijs gegeven aan al dan niet toevallige kijkers.
Waarom overvalt me een gevoel van weemoed? Het gaat niet om ‘mijn’ intimiteit, het is de intimiteit van onbekenden. Wellicht is het een oud verhaal, zijn de bewoners die dit verhaal beleefden, sinds lang gestorven. Willen de kinderen die ooit in die kamer geslapen hebben, ooit in die woonkamer zijn opgegroeid, helemaal niet meer weten van dit ‘vroegere’: het huis is verkocht, de erfenis al dan niet netjes verdeeld … en er komen andere mensen hun toekomst vorm geven.
Wanneer ik dinsdag terug voorbij dat huis rijd, ligt alles plat.
Hier zullen zich nieuwe dromen realiseren en ik hoop dat die dromen mogen uitkomen.
Ik kan niet anders dan aan de oorlogslanden denken. Ook daar zie je beelden van (half) gesloopte huizen. Niet om er iets nieuw mee te realiseren, maar om uit pure vernielzucht woede om te zetten in blinde wraak.
Wanneer ik thuis kom vind ik het heerlijk een vertrouwde woning terug te vinden, met daarin Karel en Toby die me verwachten.
Hoe moet je oud worden in oorlogslanden wanneer al het vertrouwde onder je voeten vandaan gehaald werd?



