Naar de inhoud

Lut De Rudder

akke.beakke.be

En nu de letters

En dan stort ik me op de uitdaging van de ‘letters’. Ik hou de boot naar het probleem van de vormgeving nog even af door terug te gaan naar een van de eerste teksten in het Nederlands, waarschijnlijk een fragment uit een liefdeslied:

Hebban olla uogala nestas hagunnan hinase hi(c) (a)nda thu uuat unbidan uue nu

Het is de vertaling van de Latijnse paralleltekst die ervoor staat:

Habent omnes uolucres nidos inceptos nisi ego et tu. Quid expectamus nunc.

De vertaling zou luiden:

Alle vogels zijn nesten begonnen, behalve ik en jij. Waar wachten wij nu op?

De tekst moet niet direct ‘herkenbaar’ zijn … laat de vorm maar zijn gang gaan en als je analyserend toekijkt ontdek je de woorden. In mij blijft de tekst echter al zovele jaren, nadat ik hem voor de eerste keer las, nagloeien. Ja, waarom het avontuur nog niet ingaan  van …? Durf ik een nest bouwen om mijn ervaringen in neer te leggen zodat ze rust vinden?

Het gebruik van al dan  niet verdunde Oost-Indische inkt geeft een speels accent aan de tekening. Speelsheid is een kracht die energie geeft om het leven aan te kunnen als het allemaal zo in het honderd loopt.

Dit is een vormgeving van ‘toen’ in de titel brieven van ‘toen aan later’

 

 

Doe ik nog iets aan mijn tekenatfel

Tijdens de maand juli heb ik dagen en dagen geklost. Daarna begon de tentoonstelling in december mijn gedachten op te eisen. Dus haalde ik mijn pen en Oost-Indische inkt boven en richtte mijn aandacht op het tekenpapier dat voor me lag.

Een blanco papier confronteren is telkens toch een vorm van faalangst overwinnen. In mijn gedachten heb ik wel een vorm van ontwerp klaar, soms erg duidelijk, soms wat vager … maar de eerste lijnen op dat witte papier zetten is toch een grote stap. Soms denk aan een parachutesprong: eens gelanceerd kan je niet meer terug. Zo ook met die eerste lijn op het witte blad, zelfs als die met potlood voorbereid is. Ik moet mezelf vaak geruststellend toespreken: als het mislukt, is dat erg? Het papier heeft nog een achterkant of ik kan het tot een kleiner formaat versnijden … en zelfs als het niet meer bruikbaar is: het is geen kapitaal dat ik weg gooi.

Ik had reeds heel wat ontwerpen gemaakt rond de formele vorm van een beschreven blad, nu onderzocht ik de iconografie van letters. Door de Oost-Indische inkt in verschillende verdunningen te gebruiken ontstond een soort van dieptewerking in de tekening.

Voor de lijnen zelf hanteerde ik sjablonen, daardoor ontstond een repetitieve vorm in de tekening. Hierbij krijgt de vorm nog voorrang op het inhoudelijke. De emoties of bedenkingen worden nog even terzijde gelaten. Door het aanbrengen van ritmering in de herhaling van dezelfde vormen krijg je een wereld aangeboden die eerder bevreemdend aandoet.

Er zijn geen ‘herkenbare’ vormen of spanningen die verwijzen naar het dagdagelijkse werkelijkheid, vb. een bloem ‘herken’ je aan de bloemblaadjes, stengel, enz. Ik wil een ander kader creëren, van wat nog niet werd vorm gegeven, om daarin de ervaring te plaatsen en tot een nieuw formuleren te komen.

Om concreter te zijn: als ik mijn ervaren afzet tegenover hoe ‘men’ denkt, vb. over zelfdoding … dan kan ik daar mezelf niet in terugvinden. Laat ons zeggen dat ‘men’ niet nadenkt over zelfdoding, men benadert alleen de sensationele kant van het gebeuren als iemand door zelfdoding uit het leven stapt. Zelfdoding heeft met een vorm van geweld te maken wat emoties in gang zet. Ik zoek een andere benadering, naar een ander kader, andere woorden, zodat ik mijn ervaring kan plaatsen en in die plaatsing mezelf terug vind: zo klopt het voor mij. Dit proces is nooit ‘af’. Telkens opnieuw moet je op zoek naar een betere formulering, een nog meer nauwkeurige benadering van je ervaring. Hoe precieser je dat ervaren kan uitdrukken, hoe meer rust er komt t.o.v. die verschrikkelijke realiteit. Tevens dompel je onder in het besef dat elk tot uitdrukking brengen, ontsnapt het aan een ‘definitief’ formuleren. Enerzijds omdat je, door elk authentiek formuleren, je wezen verandert en dat je met dat veranderde zijn opnieuw de realiteit benadert, anderzijds omdat het net nooit lukt om door te dringen tot het allerdiepste ervaren van jezelf omdat dit ontsnapt aan het taal-bewustzijn, wat die taal ook mag zijn.

Laat me stellen dat ik deze tekening opdraag aan al degenen die op zoek zijn naar dat formuleren buiten het ‘men denkt’, om dan te kunnen stellen: zo ver kan ik het nu al verwoorden.

Noten rapen

Wanneer we met Toby gaan wandelen nemen we vaak een weg die langs een  notenboom loopt. Zoals van een notenboom verwacht wordt staat hij nu ook afgeladen vol met noten in hun groene bolster. Stilaan breekt de tijd aan dat de bolsters van kleur veranderen en hun inhoud op de grond laten vallen.

Toen we vandaag voorbij de notenboom wandelden, zagen we op de grond al wat noten liggen … en ineens werd ik weer dat kind van vroeger. Op weg naar school kwam ik ook voorbij een notenboom, die met breed uitwaaierende takken zichzelf stond te zijn. In de herfst liet de boom zijn noten vallen … en wij kinderen raapten de noten op die op de openbare weg vielen.

’s Morgens vroeg ging ik vaak naar de mis, zoals toen gewoonte was … en die noten waar een motiverende attractie op de weg naar de kerk, waar het altijd zo kil aanvoelde. Ik was de eerste die na een nacht herfstweer de notenboom passeerde en stak mijn zakken vol met wat ik kon oprapen. Later kwamen dan de andere kinderen … maar ik had mijn voorraadje reeds meegenomen.

Die verse noten vond ik het lekkerst: de schaal openbreken, het vliesje van de pit halen … en knabbelen maar. Vooral als ik uit school kwam en honger had, waren die noten een festijn.

En nu tref ik weer noten op mijn weg. Ik heb me gebukt en werd weer het kind van toen: ik vulde mijn zakken met wat ik vond en thuis ontbolsterde ik de noten indien nodig, deed het houten omhulsel kraken, pulkte het gele, bittere vliesje er af en stak de witte kern vol overgave in mijn mond: heerlijk!

Die notenboom maakt de uitstap met Toby extra boeiend: je legt niet alleen een paar kilometer af langs geasfalteerde of platgetreden wegen, maar je duikt zo je kindertijd in, alsof er geen jaren ‘van verstand’ tussen liggen.

Hoe zalig kan de herfst zijn, zelfs bij regenweer.

Felix Torfs II

Felix is echt kundig in ‘sfeerschepping’.Hieronder een paar werken die daarvan getuigen … hoewel het geen optimale foto’s zijn: zowel Christel als ik waren ons fototoestel vergeten en zij heeft dan maar haar smart phone boven gehaald. Toch geven die foto’s een beeld van zijn manier van schilderen.

Felix Torfs I

Een week na de academie stelt Felix Torfs zijn schilderijen ten toon in de ruimten van kunstkring ‘Gesigneerd’ in Baal. Ik leerde Felix kennen als collega-medewerker van de kunstkring. Toen ik mijn medewerking aan de kunstkring stopzette (ik werd zeventig en vond dat ik best voor jongere mensen plaats kon maken) kwamen we elkaar vaak tegen bij het wekelijks boodschappen doen. Steeds maakten we tijd voor een praatje zodat we op de hoogte bleven van elkaars creatieve activiteiten en het plezier die onze honden ons bezorgden.

Nu is het de beurt aan Felix om met zijn werk naar buiten te komen. Ik weet dat hij een goed schilder is, maar wanneer ik zijn werken aan de muur zie hangen, komt er nog meer bewondering in mij naar boven.

Karel is gek op een zicht op Leuven … helaas is dit niet meer te koop. Dan zoek ik iets uit dat mij erg aanspreekt: Ochtenddrukte … het bedelende meisje dat bijna overlopen wordt door mensen die in een andere wereld leven (zie foto hiernaast). Hoewel de muren bij ons thuis vol hangen met schilderijen of volgestouwd zijn met overladen boekenrekken, zal ik er wel een plaatsje voor vinden.

Karel is blij dat ik enthousiast ben maar heeft het wat moeilijk dat zijn favoriete werk reeds verkocht is.

 

Nog even nagenieten

Terwijl ik de foto’s bekijk komt de tentoonstelling weer in beeld. Toch mooi dat we in een maatschappij leven waar we naar de academie kunnen gaan, een techniek aanleren waarin we onszelf kunnen uitdrukken.

Dan denk ik aan de oorlogslanden. Daar geldt maar één wet: vernietiging … ook van het culturele leven.

Ik ben geboren tijdens oorlogsjaren (1942). Ik heb daar een paar vage, angstige herinneringen aan. Maar sindsdien heb ik geen oorlog meer moeten meemaken.

Ik kan me alleen dankbaar voelen. Niet ten opzichte van een of andere god … want waarom beschermt hij of zij de mensen niet die … Maar als ik naar de (sterren)hemel kijk, die onmetelijke ruimte en mezelf daarin ontdek als een minuscuul nietsje van bewustzijn: dan voel ik me dankbaar omdat ik dit concrete leven gekregen heb.

Hieronder nog enkele foto’s van de tentoonstelling

Pleidooi voor het spontane en het creatieve

Christel heeft weer heel wat foto’s genomen van de tentoonstelling van de academie en stuurt ze me door: leuk om alles nog eens terug te zien. Bij de jongeren en kinderen zie je nog vaak heel spontane creaties,  ze grijpen me recht naar het hart. De volwassenen moeten ‘leren’ en in het aanleren van bepaalde regels van bv. perspectief of een figuur neerzetten, terug op zoek gaan naar hun oorspronkelijke niet gereglementeerde, spontane creativiteit. Soms wel moeilijk na een leven van binnen de lijntjes kleuren en zich houden aan reglementen (o.a. wetten en verplichtingen) allerhande.

Voor mezelf merk ik dat, hoe meer ik durf in te gaan op het spontane en creatieve van een kinderlijke kant die ik in mezelf ontdek, hoe meer het leven me te bieden heeft. ’s Morgens wakker worden en denken aan mijn tekentafel. Waarom zou ik nog in bed willen blijven: het leven (tekenen of … ) roept. En laat dat stof maar liggen: als ik het wegneem komt er zich onmiddellijk een nieuwe lading aan bieden. Dus dat vermanend stemmetje dat eist dat eerst het ‘werk’ (de plicht) moet gedaan worden voor de tekentafel (de ontspanning) zich mag aanbieden leg ik het zwijgen op. Dat stemmetje komt uit vorige eeuw. Nu ben ik een oude, 21-eeuwse vrouw. De dagen die me nog resten wil ik intens beleven, o.a. achter mijn tekentafel.

Ik ben niet zo bijbelvast, maar de uitspraak: wie niet wordt als deze kinderen … kan ik alleen beamen. Daarom, kinderen van alle leeftijden: teken, schilder, maak muziek, leef je uit in de grond, verbouw je huis, schrijf, lees  … zoek in jezelf datgene wat je innerlijke bewogenheid vorm geeft en beperk het ‘geleefd’ worden tot wat nu eenmaal nodig is om bv. je brood te verdienen of je huis leefbaar te houden.

Meer van Lut De Rudder

↑ Terug naar de berichten