


Flor Hermans II


In deze tentoonstelling richt Flor Hermans zijn aandacht vooral naar dieren. Paarden nemen een prominente plaats in. Eerst even aandacht voor de beelden, allemaal paarden.







Flor Hermans I


Flor Hermans is zowat het stichtend lid van kunstkring ‘Gesigneerd’. Zelf is hij een goed beeldhouwer en dat zullen ze in Tremelo, waar hij woont, geweten hebben. Verschillende van zijn beelden zijn te bezichtigen in Tremelo 'De Messenvechter' (zie foto hieronder), 'Damiaan, De Grootste Belg' en 'De Geboorte';
Nu stelt hij ten toon in de lokalen van ‘Gesigneerd’ in Baal. Ik ben erg nieuwsgierig naar wat hij aan de muren gaat hangen: ik ken hem als beeldhouwer maar als schilder of tekenaar, dat is voor mij nieuw.
Samen met Christel trek ik naar Baal. Tijdens de rit wisselen we de laatste nieuwtjes uit. Wagen parkeren, gelukkig regent het niet en we trekken naar de eerste verdieping waar de lokalen zich bevinden.
We proberen ons tussen de drukte van de mensen te manoeuvreren om alles te zien. In de tentoonstelling staat het paard centraal, vooral het Brabantse trekpaarden en aan de muur hangen … tekeningen en een paar schilderijen.
En natuurlijk is het leuk om bekende gezichten te zien en even te blijven praten. Zo ronden we een gezellige avond af … met heel veel zin om ook aan de slag te gaan.

Noten rapen, anders
Natuurlijk kon het niet anders dan dat de noten ook in mijn tekenen zou binnen dringen.
Hiernaast: noten en (een deel van) de notenboom zelf. Leuk om doen, heel ontspannen vertoeven bij wat we aantreffen bij het wandelen.
Daarna verinnerlijkt die notenboom zich met de vraag: wat kan een (noten)boom nog meer van betekenis en gevoelens dragen? Voorlopig houd ik het bij het tastbare: lekkere noten zo van de boom.
Nog noten


Wellicht dat Toby met ogen en oren dicht (hij ziet of hoort toch niet goed, of doet hij maar alsof?) alleen met zijn neus, ons rechtstreeks naar de notenboom brengt, zo platbetreden is die weg voor ons.
De overvloed van noten is nog niet aan het verminderen en het noten rapen blijft voor mij nog altijd intens plezierig om doen. Het is een heel kinderlijk gevoel. Natuurlijk kunnen we de noten niet alleen de baas. Ik deel ze uit aan wie er zin in heeft. Mijn kinderen vinden het leuk, vooral omdat ik er zelf zoveel plezier in heb.
Over enkele dagen zal de notenboom zijn vrachtje voor dit jaar losgelaten hebben en gaat hij aan een soort winterslaap beginnen. Terwijl we noten rapen zou ik deze boom willen danken voor zijn vruchten, voor zijn radertje-zijn in de natuur. En straks, na de winter, zal deze boom zich weer vol levenssap zuigen, bloeien en vrucht dragen. Deze boom kan me verzoenen met de tijd, het zonder mededogen verder tikken van de klok. Ik neem mijn plaats daarin … alleen vind ik het bewustzijn van het ritme van de tijd niet zo leuk voor mezelf. Toch komt er stilaan berusting in dat bewustzijn.
Voorlopig stel ik me voor dat ik het nog even mag verder uitzingen: er is nog zoveel te tekenen en te schilderen en vooral: te klossen. Passie doet zelfs het onverbiddelijke van de tijd vergeten
Als trage dagen
als trage dagen
zoeken herinneringen mijn geheugen op
zij waren ooit jong
later ouder
ook ouder
alleen wat beelden resten me
en terugdenken
omdat ze mijn ouders waren
komen alleen de woorden
graag zien
schuldgevoel voor de onmacht
dat ook uit te drukken
nu
zou ik ze omarmen
zeggen dat het goed was
dat ze hun weg zijn gegaan
de dood
die scheidt
kan nu verbinden
in mij leven ze verder
sterke en ook gekwetste
mensen van hoop en verwachting
ze mogen in mij rusten
tot ik in de armen van hun niet-zijn
val
eindelijk dochter en
levensbegin
opgenomen
in de onverbiddelijkheid van de tijd
Herfst
Het najaar heeft zijn eerste signatuur gezet in onze tuin: de rabarber geeft zich over. Terwijl alles nog mooi kleurt en de regen fris groen doet aanrukken, begeven de stengels van de rabarber het en na een paar dagen liggen de bladeren tegen de grond. Inderdaad: het is herfst. Je kan best iets extra aantrekken als je naar buiten gaat … want ook de temperatuur daalt stilaan naar een warme trui.
En naar buiten gaan we: Toby moet uitgelaten en er moeten noten worden verzameld. Met de wind en de regen van de laatste dagen, wringen die zich uit hun bolster en zoeken ze de grond op. De wandeling met Toby gaat nu steevast naar de notenboom: noten in overvloed. Het is soms wel even zoeken tussen het gras … en je mag geen schrik hebben voor netels. Plots ontdek ik dan een prachtig purperen bloemetje. Even vergeet ik de noten, met mijn volle aandacht bij dat plantje geniet ik intens van de verrassing.
Toby loopt gezwind voorop, zijn staart als een zegevlag in de wind: wie durft hem tegen te spreken. Tot hij een soortgenoot treft en vol overmoed er heen trekt … als hij toelating krijgt van beide baasjes. Na even aftastend snuffelen verdwijnt zijn ‘hier ben ik en wie durft me wat’ imago en blijft hij braaf en gehoorzaam naast Karel verder lopen. Tussendoor deponeert hij zijn bijdrage aan het bemesten van de natuur. Daarna gaat hij een meter verder de grond of het gras wegkrabben om wat hij achterliet zogenaamd te bedekken of schuift hij met zijn billen tegen de grond alsof hij grote schoonmaak moet houden. Soms kan die hond me echt doen lachen.
Natuurlijk heeft het vochtige weer invloed op mijn ‘lijf en leden’, vooral die leden. Tijdens de pauze van de kantklosles hadden we het met een paar vrouwen van mijn leeftijd over ‘de pijntjes’ van het ouder worden. Allemaal waren we het erover eens: ons lichaam is niet meer ‘levensveroverend’, integendeel, alles gaat moeizamer. Er kan een nieuwe knie of nieuwe heup gestoken worden, een hoorapparaat kan de communicatie bevorderen … maar we worden niet ‘nieuw’. Best kan je over die pijnen en pijntjes die samen gaan met ouder worden, heen kijken en dat doen waarvoor je tijd wil vrij maken, bv. kantklossen … en blij zijn dat we elkaar hebben, ook al lopen we niet meer met ‘zwier’ de trap op naar het leslokaal voor kant.
Op stap in het dorp


Vrienden nodigden ons uit voor een wandeling in Werchter: we kunnen aan sluiten bij een groep en er zou een gids meegaan. Ze wisten ook niet duidelijk waarover het ging, maar het zou ongeveer 3 km wandelen zijn, zowat een uurtje stappen. Dat was prima. Volop zon, Toby die toch eens buiten moest en het samenzijn met de vrienden was een extra attractie.
We verzamelen in ‘de Jack-Op’, het cultureel centrum van Werchter maar oorspronkelijk een brouwerij van het streekbier ‘Jack-Op’. De gids zal ons naar een paar gebouwen loodsen die verbonden zijn met deze vroegere brouwerij, nl. woonhuizen van de uitbaters van de brouwerij. Prachtige huizen waarin de brouwers hun macht en geld etaleerden: ze wilden door hun bouwsel de rest van het dorp psychologisch aan zich onderwerpen, zoveel was duidelijk.
Het wordt een reeks anekdotische verhalen, leuk om horen. Wat ik niet wist: Werchter was vroeger een goedboerend dorp, want de brouwerij had vervoer nodig. Eerst waren het paarden die de kar trokken. Op een bepaald moment had de brouwer een stal met bijna honderd paarden. De boeren van Werchter waren ‘hooiboeren’, die hun hooi verkochten als eten voor de paarden, laat ons stellen: een vorm van biobrandstof. Toen de stoommachine zijn intrede deed schakelden de hooiboeren over naar het kweken van populieren: die groeiden snel en was goed brandhout voor de stoomproductie. Toen schakelde de industrie over op elektriciteit en de olie deed zijn intrede voor het vervoer: zowel het hooien als de houtkap verdween … maar de grond van Werchter leverde prima asperges en andere groenten.
Werchter is omgeven door water, een eiland dus. Indien de bruggen over de Demer, Dijle en Laak, die toegang verlenen tot het dorp, het zouden begeven, dan moeten er bootjes bovengehaald worden om het dorp te verlaten. Vroeger gebruikte men het water om vracht te vervoeren en boottrekkers zorgden dat dit behoorlijk verliep. Die arbeid was erg gereglementeerd. Aan de grens van het dorp namen de mensen van daar de touwen over en trokken hun vracht tot aan de volgende grens. We komen voorbij bewoonde huisjes, die ooit door de gilde van de boottrekkers gebouwd werden. Je moet het ‘weten’ om het te zien.
De Kerk van Werchter is gebouwd met zand- en ijzersteen. Wel is het opmerkelijk dat die verschillende stenen in lagen op elkaar gelegd zijn bij het optrekken van het gebouw, zodat men horizontale lijnen bekomt in de muren. Dit zou de muren steviger maken en scheuren voorkomen.
Maar de wandeling loopt veel langer uit dan voorzien. Wanneer we daarna nog iets gaan drinken op een terras (Jack-Op natuurlijk) zijn er bijna drie uren voorbij. Nu ja, zo hebben we van wellicht een van de laatste zonnige dagen kunnen genieten van de warmte, goed gezelschap en nieuwe weetjes.
Op stap met Toby V
We laten de notelaar in de rust van zijn overvloed en vervolgen de weg die nu iets breder wordt en verhard is. Links slaan we een soort olifantenpaadje in dat door een veld loopt dat waarschijnlijk als enig doel heeft: parking voor de auto’s bij Rock Werchter.
Halverwege het veld komen tussen de gele bloemen zich paarsblauwe bloemetjes melden. Die zullen tot aan de rand van het veld te vinden zijn. Wanneer we het veld verlaten hoeven we de straat maar over te steken om in een zijstraat van de Hogeweg te belanden … bijna thuis.

