Naar de inhoud

Lut De Rudder

seniorennet.beseniorennet.be

Kunst in eigen Huis: IV

Donderdag 22 en vrijdag 23 oktober is de tentoonstelling toegankelijk voor de bezoekers. Ik zorg dat ik tijdig ter plaatse ben, zodat ik nog eens kan rondkijken bij de mede-exposanten.

Eerst bekijk ik mijn werken met kritische aandacht: hier moet een werk rechter getrokken worden, daar zou het werk beter wat hoger hangen.

Ik leer mijn buurvrouwen kennen. Zou het kunnen dat er meer vrouwen dan mannen deelnemen aan deze tentoonstelling? Wanneer ik de deelnemerslijst bekijk blijkt dat er toch een evenwicht is tussen de aanwezigheid van mannen en vrouwen. Wellicht krijg ik die indruk omdat in mijn buurt vooral vrouwen hun werk tonen.

Tijdens de openingsuren trek ik me vaak terug aan een tafel in het midden van de ruimte. Ik voel me niet geroepen om uitleg te geven bij mijn werk: dat hou ik toch niet lang vol. Daarbij, ik heb liever dat men ‘kijkt’ en zelf een interpretatie formuleert als men er nood aan heeft. Het is wel leuk om zien hoe sommige mensen echt met aandacht blijven staan bij sommige werken. Je ziet ze zich afvragen hoe het gemaakt is.

En af en toe duikt een oud-collega op. Leuk om elkaar weer te zien … ook om te ontdekken dat we ouder zijn geworden. Sommigen werken nog en dan worden wat nieuwtjes van de dienst uitgewisseld, anderen zijn op pensioen en dan gaat het over de tijd die voorbij vliegt. Korte maar hartverwarmende gesprekken.

Kunst in eigen Huis: III

De werken werden binnen gebracht langs ‘een achterpoortje’: een kleine deur die, via een smalle kleine gang, rechtstreeks toegang gaf tot een lift, die dan, een verdieping hoger, aan een achterkant van de Jubileumzaal uitkwam.

Het publiek komt langs de enorme trappenhal. Feitelijk wil die trappenhal de uitstraling van ‘macht’ benadrukken, een pervers kantje aan de wetenschap die de mensheid wil ‘dienen’. Het is wel een prachtig stuk architectuur met lichtinval die het ‘verhevene’ benadrukt. Het doet me denken aan die grote herenhuizen, waar er waardig van de brede trap kan afgedaald worden, terwijl ergens goed verborgen de ‘meidentrap’ naar armtierige zolderkamers leidt.

Vandaag ben ik hier niet om me te overladen met kritische bedenkingen, hoewel ik toch niet kan laten te bedenken dat onderhoud en nutsvoorzieningen voor dit gebouw niet echt ecologisch verantwoord zullen zijn.

De eerste foto toont de trappenruimte aan de ‘dienstingang’. De andere foto’s tonen de glorie van de grote inkomhal.

 

 

Kunst in eigen Huis II

Terug aan de uitlaadplek, haal mijn werken vanachter de balustrade en zet ze in de lift die alles naar de eerste verdieping brengt. Deze lift heeft al meer vrachten vervoerd: hij draagt er de littekens van.

Boven komt iemand me helpen de lift leeg te maken en de werken naar mijn exposeerruimte te dragen: dankuwel.

Eerst even acclimatiseren. Ik ben al vaker in de Jubileumzaal geweest maar telkens word ik verrast door de enorme ruimte en hoog boven de hoofden die prachtige spitsbooggewelven.

Ik zoek me een stoel om mijn jas over te hangen … die zal ik komende dagen ook gebruiken om wat te zitten, want zo uren stil staan is toch wat veel gevraagd.

Dan begin ik aan de opstelling. Eerst verzamel ik de haken van het ophangsysteem: ik heb negen werken van 50 x 70 en zeven kleinere werken van 40 x 50 meegenomen. Ik geef ze een plaats tegen de wanden op de grond tot ik het gevoel heb dat ze elk op de juiste plek in het geheel gevonden hebben. Het ophangsysteem is heel eenvoudig … maar toch vermoeiend, want ik moet iets te hoog boven mijn hoofd werken en mijn schouder protesteert na een tijdje. Maar geen pardon: ik wil seffens tevreden naar huis gaan, dus tanden op elkaar en zorgen dat alle werken er behoorlijk bij hangen (de foto’s tonen de grote werken en enkele kleine).

Ik probeer de werken zo wat op gelijke hoogte te laten hangen, wat niet perfect lukt met dit ophangsysteem. Zo erg is dat nu ook weer niet, daarbij, het onmogelijke kan niet gerealiseerd worden. Dan nog even nakijken of elk werk min of meer horizontaal hangt. Dat kan beter … maar ik ben moe en zal dat morgen wel corrigeren.

Ondertussen is een van de organisatoren de verlichting komen verzorgen. Prima.

Tevreden ga ik naar huis. Ik moet ontdekken dat ik in het spitsuur ben terechtgekomen. Ik laat me meenemen op het ritme van de file. Gelukkig hoef ik niet meer elke dag die ervaring in.

Meer van Lut De Rudder

↑ Terug naar de berichten