








In Dialoog


In het cc Gasthuis in Aarschot stellen Hilde Hermans en Veerle Rooms ten toon. De ruimten van het cc Gasthuis biedt wel een unieke sfeer: je ruikt er nog als het ware het vroegere klooster.
Omdat ik toch in de buurt moest zijn, ging ik even kijken en daar kreeg ik geen spijt van.
Van het internet geplukt:
De Aarschotse Kunstenares, Hilde Hermans, is een verhalenvertelster in beelden. Ze is gefascineerd door tekens die mensen achterlaten in verlaten plaatsen. Dit gegeven verwerkt ze in bevreemdende grafische werken of foto’s die ze met enkele textielingrepen tot intrigerende beelden omtovert. Zo vangt ze de verhalen en levens van onbekenden. Haar beeldend werk is van een verfrissende realiteit, alsof de stenen figuren zo weer terug in beweging kunnen komen. Oude portretten van kinderen worden een nieuw leven gegeven.
Veerle Rooms heeft zich de jongste decennia gemanifesteerd als een van de belangrijkste hedendaagse Belgische grafische kunstenaars. Ze is steeds vertrokken van de wetenschap dat de grafische kunstvormen deel uitmaken van het historisch kader waarin de “mededeling” sedert de oertijden als “schriftuur” is geëvolueerd tot tekening en tekst.
Hieronder enkele foto's van hun werken, maar wat van wie is kan ik niet meer achterhalen.








De gouden draad


Stilaan opent mijn bewustzijn zich voor een wereld 'naast' Arne. Ik verzorg met veel aandacht en plezier de planten alsof deze handelingen een begin zijn tot een nieuw leven.
Naarmate ik kan aanvaarden dat mijn zoon uit dit leven weg gegaan is, groeit hij in mij tot een warme aanwezigheid. Het is geen rode maar een gouden draad die ons bindt. Ik moet mijn 'rode draad' verder leven, samen met Karel en de andere kinderen. Arne zelf is verdwenen in wat ik 'zijn verte' noem. Ik geloof niet in een hiernamaals, noch dat ik mijn zoon zal wederzien na mijn dood. Dat hoeft voor mij niet.
Ondanks zijn turbulent leven, ondanks de pijn om de droom die stukgeslagen werd, heb ik vrede met hem. Hij rust in mij als een intense kracht die me sterk maakt. Ik ben dankbaar dat hij aanwezig was in mijn leven gedurende die 25 jaren. Soms kan de pijn oplaaien, maar die pijn hoort bij hem, is om hem: het is niet niks een kind te verliezen. Het is een pijn die ik, omwille van hem, als een zorgzame moeder meedraag. Die pijn wegnemen zou betekenen dat mijn zoon uit mij zou weggeroofd worden, dat ik hem weer zou verliezen.
We komen drie keer per jaar speciaal rond Arne samen. Op Allerheiligen bezoeken we samen zijn graf en daarna gaan we meestal bowlen en iets eten. Op zijn verjaardag en zijn sterfdag zien we elkaar ook: we vieren iedere verjaardag, waarom niet die van de geliefde zoon of broer. Niemand kan zo afwezig aanwezig zijn als Arne op die dagen. Zijn ziekte, zijn druggebruik verscheurde ons gezin. Toen hij uit het leven stapte maakte hij ruimte om de zoektocht naar hem en naar elkaar aan te vatten. We wisten niet dat we elkaar zo nodig hadden, dat we zoveel van Arne hielden.
De reeks 'De rode draad' is een eerbetoon aan Arne, aan de andere kinderen die de moed hadden door de pijn van het gemis heen te groeien en aan Karel die dat ondersteunde met zijn stille 'steeds aanwezig' zijn.
Loslaten


Mijn wereld valt stil. Gans mijn wezen is vervuld van mijn zoon. Wakker worden is vallen in gemis. Ik laat me leven en toch moet er moet zoveel 'geregeld' worden, bv. zijn begrafenis.
We kiezen voor een 'absoute', dat is een vorm van liturgie die toelaat om zelf veel inbreng te doen. We schrijven allemaal een brief aan Arne, zoals hij een afscheidsbrief naliet. Daarin zeggen we dat we van hem houden, dat we de moed zullen hebben om zijn er-niet-meer-zijn te dragen.
Terug thuis … valt de stilte oorverdovend op me neer.
Het moeizame innerlijke werk van alle navelstrengen een voor een doorknippen moet beginnen. Ik ben uitgeput, enorm moe, slaap zonder problemen in … maar zie er tegen op weer een dag te moeten beginnen.
Toch blijkt dat stilaan te lukken. Op een dag ontdek ik bij mezelf dat ik echt lach, gewoon van plezier … zonder aan Arne te denken. Mag dat? Ja dat mag. Zo worden stilaan openingen ontdekt naar een leven naast het rouwen.
De rode draad is gebleven, maar is nu mijn 'rode draad' geworden. Stilaan verwijdert Arne zich van mijn concreet bestaan: hij gaat zijn verte in en komt terug als mijn geliefde zoon die ik altijd bij mij mag dragen.
De uitdagende blauwe lucht


Een pracht van een lentedag. De lucht is strak blauw, bijna adembenemend. Hoewel het weekend is moet ik nog naar een vergadering van het werk. Arne zou een dag naar huis komen: maar Karel is er om hem op te vangen.
Wanneer ik mijn jas aantrek: telefoon. Arne belt me om te zeggen dat hij straks komt. Natuurlijk, dat was toch zo afgesproken? Ik voel me een beetje wrevelig. 't Is allemaal een beetje veel aan het worden.
't Zou mijn laatste gesprek zijn met mijn zoon.
Later zie ik hem terug. Hij ligt diep in zichzelf verzonken, dood. Het onvoorstelbare is gebeurd.
We zijn er allemaal en staan rond zijn sterfbed. Ieder gegrepen door het niet-denkbare.
Wanneer ieder terug naar huis gaat, straalt de zon alsof ze vergeten is dat het nog maar 13 maart is en een kind dood achtergebleven is in het mortuarium. De rest van de week blijft het prachtig lenteweer. Het helpt om de dagen door te komen, hoewel …
' s Morgens wakker worden en in het besef vallen: Arne is er niet meer. Pas na dagen zal mijn lichaam wennen aan dit besef, net of mijn lijf aanpassingstijd nodig heeft om dit bewustzijn tot zich toe te laten.
De 'rode draad' hoeft niet meer, hij hangt er weerloos bij nu zijn troostende voorspelling zo negatief is uitgekomen. Er is ook geen uitdagende, moeilijke, angstwekkende … wereld meer waarin mijn zoon meegenomen wordt. De draden met 'het hier' zijn losgeslagen.

