Loslaten


Mijn wereld valt stil. Gans mijn wezen is vervuld van mijn zoon. Wakker worden is vallen in gemis. Ik laat me leven en toch moet er moet zoveel 'geregeld' worden, bv. zijn begrafenis.
We kiezen voor een 'absoute', dat is een vorm van liturgie die toelaat om zelf veel inbreng te doen. We schrijven allemaal een brief aan Arne, zoals hij een afscheidsbrief naliet. Daarin zeggen we dat we van hem houden, dat we de moed zullen hebben om zijn er-niet-meer-zijn te dragen.
Terug thuis … valt de stilte oorverdovend op me neer.
Het moeizame innerlijke werk van alle navelstrengen een voor een doorknippen moet beginnen. Ik ben uitgeput, enorm moe, slaap zonder problemen in … maar zie er tegen op weer een dag te moeten beginnen.
Toch blijkt dat stilaan te lukken. Op een dag ontdek ik bij mezelf dat ik echt lach, gewoon van plezier … zonder aan Arne te denken. Mag dat? Ja dat mag. Zo worden stilaan openingen ontdekt naar een leven naast het rouwen.
De rode draad is gebleven, maar is nu mijn 'rode draad' geworden. Stilaan verwijdert Arne zich van mijn concreet bestaan: hij gaat zijn verte in en komt terug als mijn geliefde zoon die ik altijd bij mij mag dragen.


















