

Palaver in Hannah


Drie kunstenaressen hebben een tentoonstelling gerealiseerd. Ann Geirnaerdt toont werken in brons, Hilde Oreye zegt het met juwelen en Adja Ouedraogo schildert. Vooral deze laastte kunstenares greep me recht in het hart. Heel ongecomplexeerd stelt ze thema's aan de orde over het individuele en maatschappelijke gebeuren met veel schilderkundige kracht. Ze laat de intimiteit tussen moeder en kind a.h.w. losbarsten naar het publiek, terwijl ze die tevens in alle zachtheid vormt geeft. De tegenstelling tussen uitbundigheid en raken aan het bijna onzegbare is heel grijpend, ook bij haar werken die haar sociale gegrepenheid uitdrukken.
De juwelen en bronzen werken hebben ook hun zeggingskracht, maar verdwijnen een beetje bij de kracht van kleuren van de schilderwerken.








In Dialoog


In het cc Gasthuis in Aarschot stellen Hilde Hermans en Veerle Rooms ten toon. De ruimten van het cc Gasthuis biedt wel een unieke sfeer: je ruikt er nog als het ware het vroegere klooster.
Omdat ik toch in de buurt moest zijn, ging ik even kijken en daar kreeg ik geen spijt van.
Van het internet geplukt:
De Aarschotse Kunstenares, Hilde Hermans, is een verhalenvertelster in beelden. Ze is gefascineerd door tekens die mensen achterlaten in verlaten plaatsen. Dit gegeven verwerkt ze in bevreemdende grafische werken of foto’s die ze met enkele textielingrepen tot intrigerende beelden omtovert. Zo vangt ze de verhalen en levens van onbekenden. Haar beeldend werk is van een verfrissende realiteit, alsof de stenen figuren zo weer terug in beweging kunnen komen. Oude portretten van kinderen worden een nieuw leven gegeven.
Veerle Rooms heeft zich de jongste decennia gemanifesteerd als een van de belangrijkste hedendaagse Belgische grafische kunstenaars. Ze is steeds vertrokken van de wetenschap dat de grafische kunstvormen deel uitmaken van het historisch kader waarin de “mededeling” sedert de oertijden als “schriftuur” is geëvolueerd tot tekening en tekst.
Hieronder enkele foto's van hun werken, maar wat van wie is kan ik niet meer achterhalen.








De gouden draad


Stilaan opent mijn bewustzijn zich voor een wereld 'naast' Arne. Ik verzorg met veel aandacht en plezier de planten alsof deze handelingen een begin zijn tot een nieuw leven.
Naarmate ik kan aanvaarden dat mijn zoon uit dit leven weg gegaan is, groeit hij in mij tot een warme aanwezigheid. Het is geen rode maar een gouden draad die ons bindt. Ik moet mijn 'rode draad' verder leven, samen met Karel en de andere kinderen. Arne zelf is verdwenen in wat ik 'zijn verte' noem. Ik geloof niet in een hiernamaals, noch dat ik mijn zoon zal wederzien na mijn dood. Dat hoeft voor mij niet.
Ondanks zijn turbulent leven, ondanks de pijn om de droom die stukgeslagen werd, heb ik vrede met hem. Hij rust in mij als een intense kracht die me sterk maakt. Ik ben dankbaar dat hij aanwezig was in mijn leven gedurende die 25 jaren. Soms kan de pijn oplaaien, maar die pijn hoort bij hem, is om hem: het is niet niks een kind te verliezen. Het is een pijn die ik, omwille van hem, als een zorgzame moeder meedraag. Die pijn wegnemen zou betekenen dat mijn zoon uit mij zou weggeroofd worden, dat ik hem weer zou verliezen.
We komen drie keer per jaar speciaal rond Arne samen. Op Allerheiligen bezoeken we samen zijn graf en daarna gaan we meestal bowlen en iets eten. Op zijn verjaardag en zijn sterfdag zien we elkaar ook: we vieren iedere verjaardag, waarom niet die van de geliefde zoon of broer. Niemand kan zo afwezig aanwezig zijn als Arne op die dagen. Zijn ziekte, zijn druggebruik verscheurde ons gezin. Toen hij uit het leven stapte maakte hij ruimte om de zoektocht naar hem en naar elkaar aan te vatten. We wisten niet dat we elkaar zo nodig hadden, dat we zoveel van Arne hielden.
De reeks 'De rode draad' is een eerbetoon aan Arne, aan de andere kinderen die de moed hadden door de pijn van het gemis heen te groeien en aan Karel die dat ondersteunde met zijn stille 'steeds aanwezig' zijn.

