De vraag van de schaduw

De schaduw is een van de Jungiaanse archetypen: beelden die aanwezig zijn in de psyche van elke mens. De schaduw staat symbool voor datgene in onszelf wat we niet willen herkennen omdat het een minder fraaie kant van onszelf betreft, zoals jaloersheid, of voor wat we niet tot ontwikkeling hebben gebracht, bijvoorbeeld muzikaliteit. De schaduw vraagt, onder meer via dromen en vage verlangens, om bewust te mogen worden of tot ontwikkeling te komen. Hij wil opgenomen worden in het bewustzijn van de hele mens.
Karel maakte er volgend gedicht bij:
Je hebt niet naar me omgekeken
ik volgde je al die tijd op de voet
je bent je gang gegaan
alsof ik niet bestond
alsof ik er niet was aanhankelijk
onlosmakelijk met jou verbonden
ik heb je gevolgd op al je wegen
gezien wat jij zag en wat je deed
woordeloze getuige van je leven
je ontmoetingen en je eenzaamheid
je dwaze dazen
je vale falen
ik ben je onverwiste weten
je verstild verlangen
je gesmoorde kreten
je ongeboren zonen
je ongeschonden dochters
je opgeborgen dromen
je woorden in de wind
waar je ook gaat ik glijd met je mee
kleurloos en zonder klagen
en als je soms omkijkt vragend
zie je me niet je ziet me niet
want ik ga schuil achter jou
de keerkant van jouw maan
waar geen licht ooit schijnt
die onder je blik verdwijnt
ik verberg me in je ooghoek
vlakbij onvatbaar
onvermoed maar daar
zonder jou besta ik niet
ik ben niet zonder jou
al ken jij mijn droeve volgen niet
en ik je niet beroeren kan
slechts toezien en jou volgen
jouw leven schouwen
niets blijft me bespaard
ik draag de donkerste last
die je zelf niet onderkent
ik ben je zwijgende gezellin
de doffe geheugenrest
waar de grauwe rauwe sporen zijn
van al wat was.
Ik ben je schaduw
ik kijk over je schouder
ik ben je andere ego
ik ben jou
onbelicht.




