Naar de inhoud

Lut De Rudder

akke.beakke.be

Fuga van de dood IX

gelast ons kom speel nu ten dans

 

Terwijl de voorbereiding op vernietiging wordt voltooid eist de man dat men muziek maakt. In verschillende concentratiekampen werd gebruik gemaakt van een orkestje om de mannen en vrouwen te begeleiden naar de werkcommando’s die zo zwaar waren dat velen er aan bezweken. Het was een doelbewuste optie van de nazi’s: vernietiging door arbeid. Was het puur uit sadisme dat de kampbewakers een orkestje opstelden bij het vertrek naar en de terugkomst van het werk? Of wilden de kampbewakers daardoor zichzelf oppeppen? Blijkbaar kon de rol van beul en muziekliefhebber zonder problemen samengaan.

Fuga van de dood X

zwarte melk der vroegte we drinken je ’s nachts

we drinken je ’s morgens en ’s middags

we drinken je ‘s avonds

we drinken en drinken

 

Voor de tweede maal wordt het thema van de wanhoop herhaald. Met het eerste deel van de fuga in het achterhoofd krijgen de woorden een meer prangende draagkracht. De wanhoop krijgt meer inhoud.

Fuga van de dood XI

een man heeft een huis die speelt met de slangen

 

Alsof de tijd eindeloos zichzelf herhaalt: na het werk naar huis en daar de slangen. Maar het is niet zozeer de tijd die zich herhaalt maar wat er in die tijd gebeurt. Alsof de schrijver met meer overtuiging zijn verhaal wil brengen. Hij heeft nood om met meer nadruk te verwijzen naar de man, het huis en de slangen omdat de inhoud ervan verandert naarmate we meer inzicht krijgen in wat er zich afspeelt: van een doodgewone man verwordt hij tot beul.

Fuga van de dood XII

die schrijft als het donkert naar Duitsland

je goudgele haar Margarete

je asgrauwe haar Sullamith

 

In de confrontatie met zichzelf (hij speelt met de slangen) ervaart de man weer zijn verlangen naar zijn geliefde. Maar tegenover die geliefde wordt een andere figuur geplaatst:Sullamith. Sullamith is een archetypische figuur uit het Bijbelse Hooglied:

 

De Bijbelse tekst verwijst naar haar schoonheid. Hier echter voert de schrijver haar op in haar vernedering. Het asgrauwe haar verwijst naar de crematoria, waar de lijken verbrand worden en als as de lucht in gaan. Dat asgrauwe haar kent meerdere lagen. Bij rampen scheurden de Bijbelse Joden hun kleding en bedekten hun hoofd met as. In tegenstelling tot het goudblonde haar van Margarete roept het asgrauwe haar het drama op van de rassenwaanzin van de nazi’s. Dit leidde tot afslachting van miljoenen mensen.

Fuga van de dood XIII

we graven een gat in de luchten daar lig je niet krap

 

Nog laat het verlangen naar bevrijding de gevangenen niet los. Ze willen weg uit de benauwenis van dit lijden. Het doet levensvreemd aan om midden de kampellende nog een vorm van hoop te ontdekken. Is het de strohalm waardoor ze hun levenswil kunnen motiveren?

Fuga van de dood XIV

hij roept steek dieper de grond in hé jij daar

 

Moeten ze in het eerste deel een gat in de grond graven dat wellicht hun graf wordt, nu wordt er nog meer inspanning geëist. Het uitputtende werk kent geen grenzen, is nooit genoeg. Uit de menigte wordt één persoon gepikt, hij zal de agressie van de beul moeten ondergaan, het lijden persoonlijk dragen. Hierbij komt de angst om gezien te worden aan bod: wie gezien wordt riskeert dit te moeten bekopen met de dood.

Fuga van de dood XV

en jij kom zing nu en speel

 

Weer wordt een individu aangesproken. Dat maakt de opdracht zo onmenselijk: hoe kan je muziek maken terwijl je lotgenoten ten onder gaan? De ruimte om deze onmogelijkheid aan te voelen kregen de muzikanten niet: het was spelen of sterven. Het toont de almacht van het systeem aan met daarin de plaats van de individuele beul.

 

 

Fuga van de dood XVI

hij grijpt aan zijn riem naar het ijzer

hij zwaait het

zijn ogen zijn blauw

 

Het verhaal krijgt een nieuw element toegevoegd. Welk ijzer de beul vastgrijpt weten we niet. Wel dat: hij het zwaait, als voorbereiding tot? De afstandelijkheid waarmee de schrijver de bedreiging oproept doet naar adem snakken. Daarbij geeft de schrijver een detail van de beul, dat de bedreiging nog accentueert: zijn ogen zijn blauw. De beul is van het Arische ras, waardoor het fanatieke, het extremistische zich aanwezig stelt.

 

Fuga van de dood XVII

steek dieper die spade hé jij daar

 

Met het bewijs van overmacht voor ogen krijgt het bevel van ‘steek dieper die spade’  een bijkomende spanning: graven zullen ze tot ze er bij neervallen. Willekeurig haalt de beul iemand te voorschijn uit de anonieme massa. Met zijn zwaaiend ijzer bedreigt hij de man. Alleen angst blijft over en te graven tot het lijf leeg is.

 

Fuga van de dood XVIII

en jij speel door nu ten dans

 

Net of door de greep naar het ijzer de muzikant het spelen even onderbroken heeft. Wellicht hield de muzikant even de adem in van angst voor wat komen zou. Hij moet verder spelen: elke menselijke reflex onderdrukken, alsof er niet een mens maar een machine de muziek uitvoert

Fuga van de dood XIX

zwarte melk der vroegte we drinken je ’s avonds

we drinken je ’s middags en ’s morgens

we drinken je ’s avonds

we drinken en drinken

 

De wanhoop keert voor de derde keer terug. De ‘zwarte melk’ groeit uit tot een bezwerende formule. De tijd verdwijnt en het kampleven herleidt zich tot een aaneenschakeling van nu-momenten die ten onder gaan in de steeds aanwezige doodsangst.

Fuga van de dood XX

een man heeft een huis

je goudgele haar Margarete

je asgrauwe haar Sullamith

 

De beul zelf is doortrokken van het conflict dat groeit uit de rassentheorie over het Arische superras en de andere rassen die nauwelijks menselijke wezens bevatten. Hij draagt die tegenstelling, dat dodelijke drama met zich mee. Wil hij er mee geconfronteerd worden?

Fuga van de dood XXI

hij speelt met de slangen

 

Zal het onbewuste hem nu confronteren met het vernietigende waarvan hij een van de uitvoerders is? Of negeert hij die seinen en overschreeuwt hij zijn diepere weten?

Fuga van de dood XXII

hij roept speel zoeter de dood

 

De beul weet dat hij een dodelijk spel opvoert, maar volhardt in zijn houding. Hij roept, niet tegen een bepaald iemand, maar als een algemeen bevel: speel zoeter de dood. De muziek is niet bestemd voor de slachtoffers, zij zullen verdwijnen in een graf of in de oven. De muziek moet het dodelijke werk draaglijk maken voor de beul. Daarom moet de muziek ‘zoet’ klinken en niet opstandig of vol rouwen. 

Fuga van de dood XXIII

de dood is een meester uit Duitsland

 

Duitsland is niet meer de plaats waar de geliefde woont, maar het gebied dat de dood verspreidt. Het systeem is zo geperverteerd dat de dood de plak zwaait. De dood beveelt de gemeenschap, de soldaten, de kampbewakers.  

Fuga van de dood XXIV

hij roept strijk zwaarder de snaren

dan stijg je als rook in de lucht

 

Hier komt een soort wanhoopskreet van de beul zijn intrede doen. De muziek moet luider klinken om het kampleven er in te laten verdwijnen. Dan komt een soort bevrijdend beeld voor de beul van de rook in de lucht. Verwees het beeld van hoop voor de gevangene naar imaginaire ‘luchten’ hier wordt de concrete lucht boven de verbrandingsovens opgeroepen. Daarin zullen de rook en asresten van de lijken te vinden zijn en dan is alles voorbij.

Fuga van de dood XXV

dan heb je een graf in de wolken daar lig je niet krap

 

De beul breidt zijn niets ontziend sadisme uit. Hij  verwijst naar het hoopgevende beeld van het gat in de luchten dat de gevangenen hanteren en verandert het tot ‘een graf in de wolken’. Om de hoop, de ontsnappingsmogelijkheid van de gevangenen te vernietigen koppelt hij daar dan ‘daar lig je niet krap’ aan toe. Je hoort hem zo lachen om zijn eigen vinding, wat kan hij het toch mooi zeggen. Hij is voor niets of niemand bang, hij bezit de macht te beschikken over leven en dood.

Fuga van de dood XXVI

zwarte melk der vroegte we drinken je ’s nachts

we drinken je ’s middags de dood is een meester uit Duistland

 we drinken je ‘s avonds en ’s morgens we drinken en drinken

 

Voor de laatste maal haalt de dichter het thema van de wanhoop aan maar plaatst daar ‘de dood is een meester uit Duitsland’ tussen. Daardoor wordt de oorzaak van hun lijden benoemd waardoor een vorm van aanklacht, verzet wordt geboren. In hun vernietiging brengen ze de kracht op hun moordenaars in het gezicht te kijken en daar getuigenis van af te leggen.

Fuga van de dood XXVII

de dood is een meester uit Duitsland zijn ogen zijn blauw

 

Vanuit het wij-verwoorden van het wanhoopsthema schakelt de schrijver over naar de objectieve verslaggeving. Dezelfde woorden krijgen nu een andere geladenheid. Na eerst de subjectieve aanklacht ‘de dood is een meester uit Duistland’ komt nu de objectieve vaststelling van die aanklacht, aangevuld met ‘zijn ogen zijn blauw’. De moordenaars worden duidelijker omschreven: de nazi’s die de blauwogige Ariër tot een god uitroepen. De angst verplaatst zich van het ‘wij’ van de gevangenen naar ontzetting in de wereldgemeenschap. Voor het tribunaal van de mensheid zal deze opvatting, deze wijze van denken en omgaan met de medemens veroordeeld worden.

Fuga van de dood XXVIII

hij raakt je met loodzware kogel hij raakt je nu rauw

 

De schrijver gebruikt nu de vertrouwelijke aanspreekvorm ‘je’. Hierdoor krijgt de kwetsbaarheid van de mens meer aandacht. Je voelt hoe de kogel een warm lichaam doorboort, hoe zo’n lichaam aan flarden geschoten wordt. Geen verweer mogelijk, de kogel is ‘loodzwaar’.

Meer van Lut De Rudder

↑ Terug naar de berichten