Naar de inhoud

Lut De Rudder

seniorennet.beseniorennet.be

De onthulling

We kochten het beeld ‘Deus pénitents’ aan en wilden er een soort viering rond organiseren. Gezien ik in augustus jarig ben, leek het ons een leuk idee om mijn verjaardagsfeestje te laten samenvallen met de onthulling van het beeld. We zouden het als een ritueel beschouwen waarin de betekenis van het beeld in ons leven zou vorm krijgen door woorden en uitgesproken worden.

 

Een dag bepalen waarop iedereen kon komen was niet direct een probleem: zondag, 21 augustus. ‘Iedereen’ omvat de twee kinderen, en hun partners en de drie kleinkinderen van Karel, mijn drie kinderen en partners, de vroegere pleegdochter met twee pleegkinderen en Anne die het beeld maakte en Pol haar man. Arne, de steeds aanwezige afwezige kreeg een kaarsje voor zijn foto. Zo nemen we hem telkens mee bij elk feest.

 

Op voorhand hadden Karel en ik vaak overlegd hoe we het zouden aanpakken. Hoe konden we ieder betrekken bij die viering. Hoe konden we het rouwen van elk aanwezig stellen. Namen noemen: dan riskeer je iemand te vergeten die voor een ander belangrijk is. Als we voor onszelf namen noemden beseften we wel hoe uitgebreid een mens rouwt om mensen die dierbaar waren. Maar dan dachten we aan de kleinsten. Rouwen kinderen van 9 en 10 jaar? Meteen konden we voor hen namen invullen. Het moest een tekst worden die zoveel ruimte liet dat ieder zijn eigen afscheid nemen erin verwoord zag.

 

Karel liep er dagen op te broeden tot de tekst te voorschijn kwam. We zouden aan verschillende mensen vragen om een stuk voor te lezen zodat elke familie vertegenwoordigd zou zijn in het uitspreken. De kleinsten zouden het laken van het beeld wegtrekken, zodat ze zich ook betrokken voelden bij dit gebeuren.

 

Gelukkig was het die zondag even ‘droog’ weer. We konden de viering buiten houden. Bij het binnenkomen kreeg ieder een glas Cava en de kinderen een glas kinderchampagne. Ze bleken er gek op. Carlo zorgde voor de foto’s. Als iedereen aanwezig was verzamelden we ons in een kring rond het beeld. Jammer genoeg liet het toestel het op dat moment afweten. Wellicht best ook, want zulke momenten is een mens verbonden met het diepste van zichzelf en dit hoeft niet objectief vastgelegd te worden.

 

In stilte stelden woorden zich tussen mensen aanwezig.

 

Het is goed dat het diepste rouwen mag aanwezig zijn wanneer we het leven vieren, het sluit elkaar niet uit, integendeel. Het aanwezig stellen van pijn en gemis dat we samen dragen brengt mensen dichter bij elkaar. Het herkennen van de kwetsbaarheid en het gekwetst zijn maakt behoedzamer in de omgang. Laat ook de vreugde van leven duidelijker aan bod komen. Het werd een prachtig feest, hoewel het aanbod heel eenvoudig was: vlees op de grill klaargemaakt met koude groenten en daarbij een glas wijn. We hadden ook nog wat kaas voorzien, maar die zijn we vergeten opdienen. Voor het dessert zaten we buiten … en toen iedereen weg was besefte ik dat er geen koffie was aangeboden, ook vergeten. Maar niemand die iets van opmerkte van het ‘vergeten’. Integendeel, ieder was erg tevreden: een dergelijk gezellig feest wilden ze wel opnieuw beleven.

 

Een mens zou er een nieuw beeld voor willen onthullen.

Vanuit de aanhangwagen wordt het beeld getakeld: het is op weg naar een plaats in onze wereld.

Het lijkt wel een ingewikkeld gedoe.

Het beeld wordt uit de aanhangwagen gehesen.

Het beeld staat al op de oprit, nu op weg naar de definitieve plaats.

Vanachter struiken verschijnt het beeld in de tuin.

Het beeld rolt naar zijn definitieve plaats.

De takelbalk staat klaar in de tuin.

Het beeld wordt tot dicht bij de definitieve plaats gerold.

Ophangen aan de takelbalk.

De sokkel bouwen op de juiste plaats.

De sokkel is klaar, het beeld kan erop getakeld worden.

Gelukt, het beeld staat op zijn plaats.

Het beeld staat op zijn plaats, de takelbalk is weggenomen.

Op de definitieve plaats, omsloten door de tuin.

Anne poseert bij haar beeld

Anne Cornil

Geboren in 1939. Nu ze 72 jaar geworden is, blijft ze haar ziel toevertrouwen aan steen. Best kan ik de woorden van Pol, haar man aanhalen om dat te verduidelijken:

 

‘De stenen die Anne Cornil gebruikt bij het beeldhouwen zoekt ze meestal zelf uit in de steengroeve. Als ze er dan een vindt, of beter als een ontmoeting plaats heeft tussen de beeldhouwster en haar steen dan is dat een moment van groot geluk maar tegelijk van twijfel. Anne brengt haar steen mee naar het atelier en draait er omheen als een bezetene, terwijl ze hem kantelt in horizontale en verticale posities. Ze zit er uren naar te kijken en speurt naar de essentie ervan, naar de ziel, de vorm die de steen in zijn massieve omhulsel verborgen houdt. Op een gezegend ogenblik ontwaart ze iets van wat binnen zit, en dan begint ze vol schroom de eerste beitelslagen te geven. Met angst om te veel weg te kappen, de ziel ervan te kwetsen. Vertwijfeld gaat het werk verder, maar ook met volgehouden moed om het grote avontuur ten volle te beleven. Anne Cornil werkt meestal in taille-directe, haar beeldhouwwerken ontstaan met een natuurlijke spontaniteit. Steen is het materiaal waarmee ze zich uitdrukt en tot verfijnde vormexpressie komt.’

Deze groep is bijna votlooid.

Wachtend op behandeling.

De werkhoek van Anne.

Meer van Lut De Rudder

↑ Terug naar de berichten