
Berichten van 1 november 2012 tot 30 november 2012



Uitstap naar Keulen
Dinsdag was het om 8 uur, verzamelen geblazen in Aarschot: de Hagelandse Academie ging op reis naar Keulen. Hoofdbrok: kijken naar David Hockney in Museum Ludwig. In datzelfde Museum Ludwig was ook een tentoonstelling van Art Spiegelman te zien. Verder op het verlanglijstje: Käthe Kollwitz in het naar haar vernoemde museum of in het Wallraf-Richartz-Museum: meesterwerken van de moderne kunst. Een hele boterham.
Met drie bussen gingen we op weg, want alle onderafdelingen van de academie namen deel aan dit project. Ik zat aanvankelijk op een ‘verkeerde’ bus: ik was vergeten bij welke leraar ik me ingeschreven had. Uiteindelijk raakte ik toch op de juiste plaats. Toen de bussen vertrokken haalde ik een boek boven … een tweetal uren later, toen we afgeleverd werden, stak ik een bladwijzer tussen de pagina’s en gaf me over aan al wat zomaar op me afkwam.
Voor we het Museum Ludwig bereiken steken we een plein over: straatkunstenaars proberen wat bij te verdienen. Langs de ene kant twee beelden in stoïcijnse onbeweeglijkheid. Een beetje verder een ‘constructie’ van twee personen. We proberen te ontraadselen hoe ze kunnen op elkaar blijven ‘zweven’. Zou de onderste wel een echte persoon zijn of alleen een metalen constructie? In elk geval is het ingenieus gevonden. De Keulse Dom wringt zich zwartgeblakerd tussen moderne huizen. Tijdens WOII leken de Geallieerden meer mededogen te hebben met een stuk cultuur dan met burgers. Als we tegenover de Dom staan blijkt toch wel wat ruimte beschikbaar … maar uiteindelijk is die kerk zo overdonderend groot dat ze veel meer ruimte nodig heeft om zich als kunstwerk te manifesteren. Maar mooi? Ik merk alleen hoe de luchtvervuiling hier aanschouwelijk wordt bewezen.
Het Museum Ludwig is een modern gebouw. Omdat onze groep een 150 personen telt, moeten we ons in groepen opsplitsen zodat we elkaar niet voor de voeten lopen en rustig naar de werken kunnen kijken. Onze groep moet een uurtje wachten: we kunnen pas rond 12 uur van start gaan.
Iedereen van onze groep verdwijnt naar buiten, Christel en ik trekken richting het restaurant in het museum. Ondanks dat het nog vrij vroeg is, beslissen we iets te eten. Als we het eten uitstellen tot na het museumbezoek moeten we wellicht ‘kijktijd’ inleveren voor wat we verder willen zien. Neen, de warme keuken is nog niet open, we zullen het met een ontbijt moeten stellen. We kijken eens rond en zien hoe op een tafeltje bij de buren een smakelijk ontbijt opgediend wordt. Even op de kaart kijken: een Scandinavisch ontbijt vermeldt allerlei gerookte vis met sla. Het ziet er heel uitnodigend uit, dus bestellen we het maar. We hebben er geen spijt van: een voedzaam ontbijt geeft ons voldoende energie om de rest van de dag zonder honger door te komen.
Wanneer we klaar zijn met dit dagvullend ontbijt, beginnen we maar aan onze museumtocht. De kaartjes kregen we reeds deze morgen, met de afspraak om half drie terug in de inkomhal te zijn om dan verder te trekken naar een andere plaats. Het is nog ruim voor twaalf uur, we hebben alle tijd. De confrontatie met Hockney kan beginnen.
Alles weer op de plaats
Vandaag ruim ik de kunstroute op: schilderijen uit het atelier voorlopig naar de living, kasten terug op de juiste plaats in het atelier, het verfgerief dat ik naar de garage doorgeschoven had terug halen en weer een plaats geven in het atelier. Ik sleur met tafels, kisten, bakken en dozen. Wat een rommel verzamelt een mens toch. Ik ben altijd bang iets weg te gooien: wellicht kan ik het ooit nog gebruiken. Maar vandaag is het een gelegenheid om een vraagteken bij al dat bijhouden te plaatsen. Wat ik echt niet meer nodig heb mag naar het containerpark. Dus die grote kartonnen verpakkingen van tv, grote dozen …weg ermee. Als ik ooit nog zoiets nodig heb ga ik gewoon naar de electro-winkel en vraag het nodige, tot hiertoe hebben ze me altijd vriendelijk voorzien van datgene wat ik nodig heb. En de helft van die confituurpotjes mogen ook mee naar het containerpark. De vloer borstelen of schuren ga ik niet doen … daarvoor moet het warmer worden. Waarschijnlijk zal ik deze winter toch niet meer werken in mijn atelier. Wanneer mijn atelier terug op orde is ben ik warm gewerkt en heb ik zin in koffie.
Terwijl ik koffie maak, ruim ik de tuinkamer op: wenskaartjes in de dozen, de tafeltjes opplooien en naar de eerste verdieping in de bergkamer. Ik verplicht me even te gaan zitten om koffie te drinken, ik moet het nog kunnen volhouden tot vanavond. Dan vlieg ik er weer in: schilderijen afhaken en de schilderijen die plaats moesten ruimen terug hangen, al de schilderijen die links en rechts staan te wachten naar de bergkamer. Dat is wel een hele klus, want de trap is niet alleen vrij smal om met zo’n dingen te sleuren, maar een schilderij is ook een onhandig ding … en liefst probeer je zonder schade die dingen op hun plaats te krijgen.
Tegen de middag is alles terug in orde en kan ik zelfs nog poetsen in de tuinkamer. Dan vlug douchen, iets eten … en naar de academie voor een namiddag tekenen.
Het eerste uur lukt het me nog om mij te concentreren, maar daarna voel ik die aandacht wegzakken. Ik sta nog nauwelijks recht. Feitelijk heb ik maar één behoefte: slapen. Wanneer ik echt niet meer tegen de vermoeidheid kan opboksen verzamel ik mijn spullen en ga naar huis. Volgende week beter.
Einde van de kunstroute
Zondag is het voor mij de laatste dag van de kunstroute. Om 10 uur staat alles weer klaar om mensen te ontvangen. Maar in tegenstelling tot vorige week blijft het stil in de voormiddag. Alleen de jongste zoon en zijn vriendin komen tegen de middag aanwaaien. We besluiten vroeg te eten in de hoop dat het nog even rustig blijft. Juist wanneer ik een boterham wil klaarmaken, melden de eerste bezoekers zich. Nu ja, Karel zorgt wel verder dat Deepak en Manon krijgen waar ze zin in hebben, ik loop ondertussen wel even met de bezoekers mee.
Het lukt me toch nog tussendoor een boterham naar binnen te werken, maar dan laten de bezoekers ons niet meer los. Een babbel, koffie, wijn … het is gewoon genieten. Tegen de avond voel ik de vermoeidheid wel komen opzetten. Een laatste keer geef ik uitleg … ik voel kramp in mijn kaken en mijn hoofd lijkt te bestaan uit rondzwervende woorden die geen verband meer met elkaar hebben.
Om zes uur sluiten we af. Ik haal de plaat waarop mijn deelnemingsnummer staat naar de garage zodat die wegwijzer verdwijnt en daarmee ook duidelijk is dat deze plek niet meer kan aangedaan worden. Garagepoort dicht, atelier dicht … en eindelijk ook een glas wijn voor mij. Neen, vanavond wordt niet meer opgeruimd. Wel moet de tafel leeggemaakt worden. Afwassen is ook voor morgen.
Ook Deepak en Manon hebben genoten van deze namiddag. Neen, ze blijven niet eten.
Ik geniet om naar de tv te kijken: plaatjes zien zonder al te veel inhoud. Het is goed geweest. Vanaf nu kan ik weer gaan schilderen zonder over organisatorische problemen te denken.
De tentoonstellingsruimte van Monika Denolf
Nadat we de beelden bij Anne en Pol bekeken hebben, gaat het naar mijn tentoonstelling. We nemen rustig de tijd. Ik geef wat uitleg waar het kan. Anne en Pol hebben al vaker mijn werken gezien, voor Monika is het de eerste keer. Ze is vooral weg van de tekeningen. Ik vind het enorm leuk dat ze die waardeert: abstracte werken worden niet door iedereen gesmaakt.
Vervolgens gaan we naar Monika. Daar drinken we een ‘grote’ koffie. Erik vertelt hoe hij als kind meeging met zijn grootvader ‘op ronde’ om de winkeliers van voorraad te voorzien en als hij klaar was met zijn werk, ergens een ‘grote koffie’ ging drinken. Als kind vroeg hij zich af wat daar zo speciaal aan was, de kop was toch maar even groot als een normaal formaat … tot hij ontdekte dat er eerst jenever werd geschonken met daarop de koffie. Hier wordt de calvados niet in de koffie gedaan maar krijgen we een glaasje aangeboden, gevuld volgens ieders wens. Heerlijk het aroma en de calvados is goddelijk van smaak.
Monika toont haar werken in de leefruimte. Heel sfeervol en mooi belicht. Geniet er mee van.
Op bezoek bij Anne Cornil en Pol Lemaire
We (Monika, Pol, Anne en ik) tonen onze werken op dezelfde dagen. Om elkaars werk ook te kunnen bekijken, spreken we af dat we de zaterdag voor de laatste zondag bij elkaar op bezoek gaan. Ook Erik (man van Monika) en Karel gaan mee.
Om 16 uur komt Erik ons ophalen en rijden we samen naar Pol en Anne. Hun atelier oogt uitnodigend om rustig te kijken, ondanks dat er toch heel wat beelden aangeboden worden.
Kijk maar even mee naar de beelden van Anne Cornil en Pol Lemaire.
Te druk om te schrijven


We zijn met zijn vieren van Werchter die deelnemen aan de kunstroute. Omdat we op dezelfde dagen en uren onze werken tonen, spreken we af dat we zaterdag bij elkaar langs zouden gaan om het tentoongestelde werk te zien.
Zondag was het dan weer toonmoment. Het werd weer druk in de namiddag. ’s Avonds had ik de moed niet meer om nog iets op te ruimen. Dat werd dus een klus voor maandag. Steek je heel wat tijd in het opzetten van de tentoonstelling, het afbreken duurt gelukkig iets minder lang. Eer alles op zijn plaats stond was het dan weer tijd voor de academie … maar na halfweg gaf ik het op: ik kon me onmogelijk nog concentreren, ik had dringend behoefte aan rust.
Dinsdag trokken we met de collega’s van de academie naar het museum Ludwig in Keulen. Hoofdschotel: David Hockney. Er was ook een bijkomende tentoonstelling van Art Spiegelman, terwijl de permanente tentoonstelling een verzameling werken bood van moderne en hedendaagse kunst. De namiddag wou ik naar de permanente tentoonstelling Käthe Kollwitz. Tussendoor geraakten we dan nog verzeild in een ander museum.
En ’s avonds kom je thuis, vol van indrukken, voeten die verschroeid aanvoelen, ogen die branden … en toch blij het weer gezien te hebben.
Nu is het woensdag. Tijd om wat te bekomen. Vanavond ga ik weer schilderen en horen wat de collega’s van de tentoonstellingen vinden. Zelf probeer ik wegwijs te raken uit al wat er gisteren op me afkwam: van de bedelaars die je in elke stad aantreft tot de aangrijpende tekeningen en beelden van Käthe Kollwitz, van het ontbijt als middagmaal tot de glazen lift die ons naar boven brengt, vijf verdiepingen hoog, van de werken van Hockney tot de cake die de dochter van Christel voor ons meegaf.
Straks valt alles weer in zijn plooi … hoewel veel tijd om uit te rusten is er niet. December komt er aan met de kerstmarkten, cadeautjes kopen, boodschappen doen voor de feesten … geen tijd om zich te vervelen, gelukkig.
Ook in het atelier is er wat te zien
Wanneer binnen in huis alles bekeken is loods ik de bezoekers naar mijn atelier. Daar hangt de serie over bewustwording als vrouw. Ik geef uitleg voor iedereen die wil luisteren. Soms zie ik vrouwen enthousiast ja knikken, waarschijnlijk herkennen ze iets van zichzelf in deze werken. Het werk ‘Vergeefse papavers’ staat op een ezel en er hangen ook wat kleine werken tegen de muren en op een opzijgeschoven kast, dit om het geheel wat aan te kleden.
Ik laat de atelierruimte ook maar zien.
Een rondleiding
Een van de voorbereidingen op de tentoonstelling was foto’s nemen van de veertig werken waarmee ik naar buiten kom. Het moeilijkste zijn de werken met glas ervoor: steeds is er de weerspiegeling en ik heb maar een heel eenvoudig apparaatje. Ik ben al tevreden als ik wat foto’s kan maken waardoor ik de tentoonstelling kan oproepen.
In deze reportage geef ik een fotografische rondleiding. Je komt de oprit op en in de open garagepoort hangt een groot doek van 2m x 2m. Dan stap je bij ons binnen door de deur en links … kijk maar. Deze werken hangen in de tuinkamer – tekenhoek – keuken, waar we uiteindelijk belanden voor een drink.
De dag van de tentoonstelling
Ondanks dat ik alles goed voorbereid heb, blijkt de dag zelf van de tentoonstelling toch nog heel wat te doen: de vaat doen zodat de keuken alleen maar uitnodigt om koffie te maken of een glas te schenken, de laatste boeken wegbergen, nog even de vloer aanvegen, de wagen bij de buurvrouw zetten zodat er parkeerplaats is voor ons huis, de schilderijen in het atelier ophangen en ja … het deelnemersnummer duidelijk afficheren zodat het vanaf de baan makkelijk op te merken is. Voor dat laatste gebruik ik iets dat ik maakte als opdracht voor de academie: op dubbel geplooide platen moesten we bomen schilderen en daar weerspiegelende elementen inbrengen. Daarna werd het bewerkt zodat het tegen regenweer kon. Opvallen doet het wel … en de regen zal het niet beschadigen.
Even voor tien uur, het aangekondigde openingsuur, is alles in orde en naar mijn zin: de dag kan beginnen. Maar geen tijd om te gaan zitten met een boekje, want even later zijn de eerste buren daar. Ze zijn nog niet goed binnen of andere buren komen ook aanzetten. Het doet enorm plezier dat ze langs komen. Ik geef uitgebreid uitleg bij de werken die wat verklaring kunnen gebruiken. En daarna: koffie natuurlijk. En voor we het beseffen is het twaalf uur en regent het pijpenstelen.
We veronderstellen dat de regen de mensen thuis gaat houden, dus hebben we nu waarschijnlijk tijd voor een boterham. Inderdaad blijft het rustig. Wanneer alles weer opgeruimd is en we even willen uitblazen bij een kop koffie, komt de eerste bezoeker van de namiddag binnen … en wordt het geen moment meer rustig. Ik probeer te zeggen wat ik (nog) kan zeggen. Ik voel mij stem langzaam hees worden. Tussen door tijd voor een koffie of een glas wijn met bijhorend gesprek.
Maar de sfeer is leuk. Sommige mensen ken ik, andere maken zich bekend als vrienden van … en er zijn ook bezoekers die me helemaal onbekend zijn, maar die puur uit interesse komen. Tijd voor een echt uitgebreid gesprek is er niet meer bij, maar de stoelen rond de keukentafel zijn steeds bezet … en Karel maar koffie maken of wijn schenken. Om vijf uur komen overburen nog een goede dag zeggen. Terwijl de laatste bezoekers buitengaan, is Karel in de weer voor de buren. Ik kan er ook bij komen zitten en we kunnen ongestoord blijven doorpraten tot zes uur en de deur kan gesloten worden.
Nu werk ik in omgekeerde richting. Uithangbord naar de garage, schilderijen uit het atelier terug naar binnen halen … en de kookkunde beperken tot het opwarmen van een pizza. We zijn alle twee bekaf, maar dat weerhoudt ons niet om volgende zondag weer op te treden.
Mens
zeg me niet
je verdroomt je tijd
aan mooie woorden
versleten toekomstberichten
ik weet
wat lijden betekent
dag na dag
tot een man naar het water ging
een kind naar de dood sprong
ik beluisterde
zovele verhalen
van vrouwen
huilend om de innerlijke verwoesting
door incest
psychisch en fysisch geweld
mannen
die hun ontreddering
niet meer in woorden konden mededeelbaar maken
ik zag kinderen
uitzinnig van wanhoop
om het leven
niet meer te bevatten
in mij breekt een helderheid door
van tegendraadsheid
tegen beter weten in
dat tot woorden leidt
als
graag zien
vernietiging is niet het laatste woord
geen hiernamaals
geen weerzien
hier en nu
wil ik het anders maken
ieder zichzelf tot opdracht geven
ik zal soms bij je zijn
maar je bent zelf sterk genoeg
prachtig wezen
dat bewust is
en zichzelf mens noemt
De voorbereidng op de kunstroute
Naarmate de dag nadert van de kunstroute, bereid ik dit evenement voor. Eerst dienen de schilderijen van vorige uitgave vervangen te worden door werken die ik het laatste jaar maakte. Karel kruipt zonder beven de ladder op om dit tot een goed einde te brengen. Hier moeten nagels bij komen, daar zouden er best wat weggehaald worden. Om de tuinkamer te omvormen tot toonzaal ruimen we uitgebreid op. Mijn boekentafel wordt leeggehaald tot alleen het boek overblijft dat ik aan het lezen ben, Karel wacht tot de laatste dag om zijn boeken te reduceren tot de allernoodzakelijkste, want alle boeken zijn noodzakelijk voor hem. De tekentafel en de bijzettafeltjes worden leeggehaald, andere tafeltjes worden er bij gesleurd om mijn wenskaarten ten toon te stellen. De tekeningen die er al een tijdje hangen worden nu op gelijke hoogte gebracht en juiste tussenruimte gegeven. De pc tafel en de pc mogen blijven staan, ook de printer, maar alle papieren daar rond mogen wel verdwijnen; alles wat naar privé-bewoning verwijst leidt af van de schilderijen, ik wil het dus zo kaal mogelijk aanbieden … hoewel ook dat relatief is.
In mijn atelier probeer ik de schilderijen uit die er moeten hangen: oude nagels er uit en nieuwe er in. De schilderijen zullen op de dag zelf opgehangen worden, want mijn atelier is nu vrij vochtig en dat doet geen deugd aan de doeken.
Even bekijken hoe het moet op de dag zelf. Mijn auto gaat de garage uit zodat er voldoende ruimte ontstaat om daar van alles op te bergen. Verfgerief en tafels verhuizen dan naar de garage zodat er ruimte ontstaat om de werken van op voldoende afstand te bekijken. Meteen kan ik aan de ingang van de garage een doek van 2m x 2m ophangen. Als ik dan de deuren openzet geeft dat wel een ‘entree’.
Ik verheug me echt op die twee dagen. Niet dat er zoveel volk zal komen, zeker niet nu er regenweer voorspeld is. Vorige uitgave was er ook geen enorme toeloop. Maar juist daardoor kregen we tijd om met de mensen die er wel waren te praten, iets samen te drinken. Ik heb er nog altijd goede herinneringen aan.
En af en toe bekruipt me de twijfel. Wat ben ik aan het doen? Moet dat nog op mijn leeftijd. Is het wel zinvol. Maar ik toon graag mijn werk omdat daar mijn ziel in ligt. Ik wil zowel de pijn als de kracht van mens-zijn vertolken en dat meedelen aan anderen. Zeggen, via die schilderijen: ‘sterker dan de dood is de liefde’, als antwoord op het bijbelse: sterk als de dood is de liefde. Zegt de bijbel: even sterk als de vernietiging is het leven, ik stel daar tegenover: sterker dan de vernietiging is de levenskracht van de mens en de mensheid. Ik geloof daarin ondanks dat ik weet heb van vernietiging. Het is mijn testament dat ik zowel mijn kinderen als ieder ander wil nalaten.
Iris


De datum lag al een tijdje vast: vrijdag zouden we elkaar terug zien … en waarom niet in Mechelen. Voor beiden niet zo lang reizen en ’t voornaamste was dat we een plek vonden om te praten.
Deze keer zouden we het wel even anders doen. We wilden ook een bezoek brengen aan de Dossin kazerne. De Dossin kazerne was tijdens WOII een verzamelplaats geweest voor 25.000 Belgische en Franse joden en zigeuners die van daaruit naar hun vernietiging werden gestuurd. Het twintigste konvooi werd aangevallen door drie verzetstrijders en 231 gedeporteerden konden ontsnappen; 115 personen slaagden daarin. Ik had ergens gelezen dat er een museum opgericht was om de thematiek die door deze historische feiten opgeroepen wordt (racisme, uitsluiting en mensenrechten) aanschouwelijk voor te stellen. Daar me dat wel aanspreekt wou ik dit museum bezoeken en Iris vond het ook interessant.
Het is koud en in de wind krijg je een echt winters gevoel. Dat is echt geen reden om thuis te blijven en even voor haf elf zien we elkaar in het Mechelse station. Het is altijd een speciaal moment als we elkaar zien: twee dames op leeftijd die elkaar heel hartelijk begroeten alsof ze pubers zijn die elkaar lang niet gezien hebben en nood hebben om elkaar te knuffelen. Wellicht denken omstaanders aan de Benidorm Bastards. Maar wat kan het ons schelen. We zijn écht blij elkaar te zien.
We zoeken een bus op die ons naar de markt kan voeren. Eerst staan we te wachten op de halteplaats waar we vorige keer de bus namen, maar dat klopt niet meer. De halteplaats is blijkbaar verhuisd, dus naar de andere kant en daar staat een bus te wachten en kunnen we meteen opstappen. Toch wel blij dat we richting markt vertrekken. Als we daar afstappen kennen we de weg.
We hebben allebei zin om iets te drinken, maar eerst willen we informatie i.v.m. de Dossin kazerne. Hoe geraken we er, wat zijn de openingsuren. Op zoek naar een VVV kantoor ontdekken we een info Mechelen. We stellen onze vragen … maar blijkbaar is het nog te vroeg voor een bezoek. Normaal ging het museum open in september maar dat is nu verschoven naar december. Nu ja, uitstel is geen afstel.
We kiezen een café-restaurant uit waar zonlicht binnen valt … en er is nog plaats aan een tafeltje in de zon. Zolang we op weg waren gingen er wat woorden over en weer. Laat ons zeggen dat we opwarmden over de bussen, de drukte in de stad, het weer … gewoon wat klanken uitwisselen om uit te drukken dat het tof is elkaar weer te zien.
Maar eens we achter een koffie zitten geven we ons over aan het gesprek. Dan eens is Iris aan het woord, dan probeer ik woorden uit. Het mooie is dat we kunnen zoeken naar woorden zonder gehinderd te zijn door wat de ander denkt, of welke morele, religieuze of politieke overtuiging de ander is toegedaan. In het gesprek proberen we ons ervaren als vrouw, moeder, partner, vriendin, gepensioneerde, vriendin te formuleren. Ieder spreekt voor zichzelf, het eigen ervaren tot taal brengend. Je respecteert elkaar en probeert in het verwoorde beleven van de ander te komen. En dat lukt vrij goed.
Na een tijdje bestellen we iets om te eten. Niet dat de honger ons zo kwelt, maar het is nu eenmaal middag, de zaak loopt vol en we laten ons drijven op dat ritme.
Tot we moe worden. Niet te verwonderen na meer dan drie uren ‘gegrepen gesprek’ … en een middagdutje dat overgeslagen werd.
Terug de bus naar het station. Kijken wanneer de treinen vertrekken. Ongeveer op hetzelfde moment vertrekken onze treinen: Iris op spoor 5 ik op spoor 1. Maar dat duurt nog even. We wandelen heen en weer in de benedengalerij die naar de perrons leidt. Er staan 4 struise mannen van politie of van een bewakingsfirma veiligheid te garanderen. Nu ja, Mechelen kent wel zijn problemen. Tegen vertrektijd aan nemen we afscheid.
Ieder op het juiste perron gekomen kijken we nog even naar elkaar en zwaaien definitief uit.
Even later stopt mijn trein en stap ik in. Ook de trein die Iris neemt is aangekomen.
Wanneer ik ga neerzitten voel ik pas hoe moe ik ben. Zo intens … ik wil er voor tekenen om dit telkens opnieuw in te gaan. Dan is ouder worden niet zo erg.
Geesten van het avondland


Geesten van het Avondland
Ondertitel: ‘De roots van het moslimterrorisme’ – Rudi Vranckx
Rudi Vranckx, historicus, is bekend van zijn reportages in het Midden-Oosten. In dit boek toont hij ook aan dat hij kan schrijven. Hij sleept je mee door het verhaal dat hij wil vertellen: hoe ontstaat terrorisme, wie zijn die terroristen? Naar aanleiding van concrete feiten die we op tv bijna dagelijks aangeboden krijgen, gaat hij op zoek naar de concrete mannen en vrouwen achter de terreurdaden. Wie zijn ze, hoe konden ze zich manifesteren. Hij volgt hun spoor over de hele wereld. Ze leven tussen ons, ongemerkt, als vriendelijke buren. Wat bezielt deze jonge mensen. Wie zet de energie in gang van dood en vernieling.
Wij zijn bang van de Islam … maar gaat het om een religie die verschilt van de gangbare religie in Europa? Of zijn er krachten aan het werk, naar boven gebracht door imams die de Islam misbruiken om hun drang naar vernietiging, hun machtswellust uit te spreken en zo jongeren die hun draai niet meer vinden een houvast te bieden dat naar ‘het paradijs’ leidt?
Met een vlotte journalistieke stijl neemt de schrijver je mee van de ene persoon naar de andere, de ene wereldstad naar de andere. Je ziet een concrete persoon groeien van een toekomstloze vreemdeling in een grootstad naar een martelaar voor de heilige waarheid. Het einde van het verhaal is een terreuraanslag, waarvan de beelden op tv aangeboden worden. Het wereldschokkend nieuws van 11 september, de dagelijkse sleur van de burgeroorlog in Irak. Allemaal ver van ons bed. Ondertussen blijven we de mythes voeden over het Moslim-imperialisme. Die mythevorming helpt wellicht om onze angsten te verwoorden. Zouden we ook niet de moed moeten opbrengen om onze angsten te bekijken?
Maar dat is een ander verhaal. Het boek van Vranckx stelt wel onze vooroordelen in vraag, niet van uit de mentaliteit van ‘och arme’, wel vanuit het opzoeken van concrete feiten. Hij biedt geen oplossingen aan, maar het formuleren van de realiteit is een gezonde vertrekbasis. En daar is hij goed in gelukt.
Geesten van het Avondland
De roots van het moslimterrorisme
Rudi Vranckx
ISBN 13 978 90 8542 058 3
Uitgeverij Meulenhoff / Manteau
Wie schrijft onze geschiedenis


Wie schrijft onze geschiedenis – Samuel D. Kassow
Ondertitel: Het dramatische verhaal van het verborgen archief uit het Getto van Warschau.
Na de oorlog werd in Warschau een gedeelte van een verborgen archief opgegraven, dat geschreven werd tijdens de Jodenvervolging door de nazi’s. Veel ontbreekt, is niet teruggevonden, maar wat overbleef was voldoende om op een indringende manier die tijd op te roepen.
De centrale figuur is Ringelblum. Als geschiedkundige was hij doordrongen van het bewustzijn dat de joden hun eigen geschiedenis moesten schrijven en dit niet overlaten aan latere geschiedkundigen die door hun eigen bril deze periode zouden tegemoet treden. Daarom was het noodzakelijk dat niet alleen de archieven van de bezetters (nazi’) achterbleven en door latere geschiedschrijvers doorzocht en geïnterpreteerd zouden worden, zelf wou hij ook een ‘geheugen’ nalaten, onder vorm van beschrijvingen, dagboeken, documenten … ‘nu’ geschreven door joden die vast zaten in het systeem. Hij vormde daarvoor een groep de ‘Oneg Sjabbat’. Hij probeerde zo wetenschappelijk mogelijk te werken, door vragenlijsten op te stellen voor interviewers, door zakelijk verslag te doen van de werking van de Joodse Raad, de joodse politie … Ook als de joodse gemeenschap niet zo stichtelijk te voorschijn kwam, werd er verslag van gemaakt. Niet alleen het drama werd beschreven, ook de overlevingsreflexen als humor komen aan bod. Tot zelfs snoeppapiertjes werden teruggevonden in het archief.
Om de chaos van gegevens te ordenen en tot een leesbaar geheel te maken, ging S. Kassow uit van de medebetrokkenen bij ‘Oneg Sjabbat’ … Hij beschreef hun voorgeschiedenis, hun betrokken raken bij het werk, hun opvattingen, werk, volgde hun weg tot hun vernietiging en bracht naar aanleiding van hun optreden het archief ter sprake. Wat dit archief zo uniek maakt: het is op het moment van de gebeurtenissen zelf geschreven, geeft verslag zowel van de gewone man in de straat als van de intellectueel. Degenen die het verslag of document maakt weet niet wat morgen zal gebeuren. Het is de geschiedschrijving van de concrete mens, van een concrete samenleving, waarin zowel heldendom als corruptie te voorschijn komt. Het is een verslag hoe een joodse gemeenschap van de aardbodem verdwijnt. De opstand in het getto wordt zijdelings vernoemd, maar de geschiedenis daarvan wordt niet door dit archief verhaald.
Omdat de documenten geschreven zijn zonder de afloop te kennen, een afloop die wij als lezer wel kennen, blijft de beklemming tot de laatste bladzijde voortduren.
Het is een kanjer van een boek, meer dan 600 pagina’s, maar geen enkel moment verzwakt het verhaal. Aanbevolen.
Wie schrijft onze geschiedenis
Samuel D. Kassow
ISBN 978 94 600 3010 9
Uitgeverij Balans

