Cartoons (Ereli)



Groetjes
ERELI EN kNUDDE

Cartoons (Ereli)



Dominantie bij puppy

Als een pup van 10 weken al zo erg gromt dan zou ik dat gedrag dus ook niet zomaar negeren.
Ook dit kereltje hoe dominant hij ook mag zijn zal moeten leren dat hij niet overal zijn zin in kan krijgen.
En voor hem is grommen en lelijk doen al een manier geworden om zijn zin te krijgen.
Zelf zou ik zeggen van kijk eens naar hoe een moederhond haar pups corrigeert als ze iets doen wat zij niet wil, zij grijpt over het algemeen de pup met haar bek over zijn neus en bijt daar dan (zachtjes) in. Dit kun je zelf immiteren door de pup als hij gromt of lelijk doet over zijn snuitje heen te pakken met je duim wijsvinger en middelvinger en dan zachtjes te knijpen en een bestraffend NEE of FOEI erbij te zeggen. Het enige is dat je het wel op het moment dat hij gromt moet doen, niet als hij al gestopt is want dan corrigeer je het verkeerde, namelijk dat hij zijn mond houd.
Als hij gromt of lelijk doet als je met hem speelt zou het bij mij heel simpel zijn, corrigeren en dan het speelgoed afpakken en wegleggen, zodat de pup geen succes heeft en het speelgoed, botje of wat dan ook voor zichzelf heeft doordat hij gegromd heeft. Als je het dan afgepakt hebt en gecorrigeerd hebt dan zou ik de pup wel even negeren.
Maar als je met je puppie aan het spelen bent en hij gromt niet en hij doet niet lelijk dan moet je hem ook wel belonen voor het goede gedrag.
Een klein adviesje speel met zo'n dominante pup (nog) geen trekspelletjes . En als hij ergens aan gaat trekken laat hem dan niet winnen . Als je een pup laat winnen dan bouw je namelijk zijn zelfvertrouwen heel erg op en gaat hij zich steeds meer voelen.
Heel veel succes met het opvoeden van de pup.
En houd 1 ding in de gaten. Grommen en lelijk doen wordt NOOIT getolereerd!! anders heb je straks een hond in huis die de hele boel regeert.
http://www.bouvierforum.nl/archive/index.php/t-735.html
|
MIJN HOND IS DOMINANT, OF NIET…… Het begrip dominantie leidt nogal eens tot verwarring. In de gedragstherapie is het woord misschien wel de meest gebruikte term, en bijna zeker de meest verkeerd gebruikte. Eigenlijk heeft elke hond dominante trekjes in zich. Die dominante trekjes bepalen op een gegeven moment de plaats die de hond inneemt in de rangorde. Dominante trekjes, zeg maar gerust dominantie, worden versterkt door leerervaringen en door alle zwaktemomenten en –signalen die de roedelleden voortdurend afgeven. Alle leden in een groep streven naar een betere, hogere dus dominantere positie. Dit is fundamenteel. Net zo goed dat een rangorde een fundament in elk huishouden is. Honden kunnen namelijk niet zonder, net zo min wij mensen in staat zijn goed te functioneren zonder duidelijkheid in hiërarchie. Rangorde moet namelijk duidelijkheid voor alle leden betekenen. Hoe ziet zo’n rangorde er uit? Er zijn twee rangordes in een groep: een mannelijke en een vrouwelijke. Beide rangordes verweven naadloos in elkaar tot één geheel. Aan het hoofd staat de rangordeleider en de laatste in de orde is de underdog, ook wel het piespaaltje genoemd. Aan het hoofd van uw honden- & mensenrangorde hoort u te staan. Of uw echtgeno(o)t(e), dat moet u zelf maar ‘uitvechten’. Daarna komen uw eventuele kinderen vanaf de leeftijd van 7 jaar en pas dan de kleintjes en uw hond(en). Waarom de leeftijdsgrens van 7 jaar? Honden beschouwen kinderen tot die leeftijd haast per definitie als ranglagere. Vanaf 7 jaar moet het per individueel per kind en hond bekeken worden. Hun beider eigenschappen zijn dan bepalend voor de plaats die wordt ingenomen in het huishouden. Vraag: wat bepaalt de rangordeleider? Antwoord: de rangordeleider is de baas, eigenlijk Dè Baas. Hij bepaalt het eten (voerbakprobleem), de jacht (weglopen) , de voortplanting (rijden op mensen) , leidt de verdediging tegen indringers (voordeurbelprobleem) , leidt de migratie (trekken aan de lijn), monopoliseert de partner (“jaloezie”). De dominanten hebben ook de beste rust- en slaapplaatsen (bank, stoel, uw bed) in huis. Dominantieverhoudingen kunnen per plaats verschillen. Wat in huis geldt, kan in de tuin, op straat, tijdens de training (op de training luistert hij wel, maar thuis……) , in het bos en op andere plaatsen heel anders zijn. In principe staan de dominantieverhoudingen altijd onder druk vanwege de invloed van alle zwaktemomenten en –signalen. Wat op een gegeven moment zo is, kan later anders zijn. Vooral met dominant aangelegde honden -honden die voortdurend streven naar een zo hoog mogelijke plaats in de rangorde- staan de posities altijd onder druk. Als er conflicten zijn binnen een rangorde speelt bij de leden alleen het eigen belang. Als bijvoorbeeld de nummer 3 en 4 in de hiërarchie een probleem hebben over hun positie zal een hogere in rang nummer 3 helpen om zo zijn eigen positie te bewaken. Dit is enorm belangrijk voor lezers met twee of meer honden en voor lezers die net een pup hebben aangeschaft. Help dus niet de mindere als er sprake is van schermutselingen door een rangordeprobleem tussen twee honden. Help uw pup niet als hij op normaal hondse wijze gecorrigeerd door de oudere hond; als uw oudere hond uw pup/ jonge hond de grammatica en spelling van de hondentaal leert. Voor de goede orde, schermutselingen zijn anders dan vechtpartijen. Bij schermutselingen vloeit normaliter geen bloed, bij vechtpartijen worden wonden gereten. Aan dominant gedrag zijn verschillende gedragskenmerken verbonden. Het grootste, meest omvattende gedragskenmerk is de hoge houding: hoog op de poten, hoofd omhoog, staart wordt hoog gedragen, oren naar voren. Een imponerende houding. Als zo’n hond zich agressief gedraagt, dan gaat zijn staart nog hoger, net als de oren, laat hij vaak zijn borstels op de rug zijn en toont hij zijn tanden. Dominant agressieve honden tonen alleen hun tanden en rimpelen de neus, de kiezen mag u niet zien. Zodra u de kiezen kunt zien vertoont de hond angstig gedrag, de mondhoeken zijn dan naar achteren getrokken. Dominante honden markeren veel tijdens de wandelingen. Dat markeren, urineren, is louter bedoeld om hun territorium af te bakenen: buurtbewoner-hond, denk er aan, dit is van mij! Teven plassen vaak als reuen, reuen beuren hun poot zo hoog mogelijk op, want hoe hoger je kunt plassen, des te imponerender je bent als hond. Bij dominante honden is spelen zelden een tijdverdrijf. Trek- en sleurspelletjes worden al snel dominantie bevestigende handelingen, want elke winst helpt mee aan de verbetering van de positie in de groep in het algemeen en tegenover de directe opponent in het bijzonder. Daarom zijn trek- en sleurspelletjes met dominante honden uit den boze. Resumé: dominantie is een natuurlijke eigenschap, veroorzaakt door de aard van het beestje en aangeleerd gedrag. Dominantie is een onderdeel van de persoonlijkheid, in deze dus niet af te leren. Dominantie is in situaties verschillend en elk individu heeft dominante trekjes. De gulden balans tussen dominantie en onderdanigheid zorgt voor duidelijkheid en harmonie in de groep waarvan mens en hond deel uitmaken. En met onderdanigheid is het onderwerp voor het vervolgartikel genoemd. © Mark Wibier, Tinley-gedragstherapeut voor honden. http://www.wibier.nl/Dominant%20DTC.htm |
|
ANAALKLIER
Wat zijn anaalklieren en hun functie.
Gradaties in de aandoening:
Wasbeer in opmars in België (Ereli)
Ereli en Knudde
Hond ook in autogordel (Ereli)

AMSTERDAM - Veilig Verkeer Nederland wil honden en katten voortaan in geteste dierentuigjes in de auto laten meereizen. Huisdieren en vooral honden worden bij een ongeluk anders levensgevaarlijk door de auto gekatapulteerd.
|
De speciale hondenkooien achterin blijken bij ernstige ongevallen volgens Veilig Verkeer Nederland "levensgevaarlijk" voor de dieren. " Bij botsingen met enige snelheid gaan die bijna als een mes door de hond" , aldus de woordvoerder. Waar Duitsland van autobezitters eist dat ze honden vastzetten - met riem of in een kooi - kent Nederland ondanks 1,5 miljoen honden die verplichting niet.
"Al vanaf 50 kilometer per uur zijn dieren bij ongelukken levensbedreigend, zo snel schieten ze door de auto", reageert de woordvoerder van dierenverzekeraar Proteq. Als dieren met een hondengordel zijn vastgezet, verzekert dit concern de dieren voortaan kosteloos mee. Katten vallen er nog buiten. "Eigenaren realiseren zich niet dat het gewicht van hun huisdier bij een botsing snel wordt vermenigvuldigd", zegt Joey Philips, die na eigen ervaringen in de Verenigde Staten door dierenartsen geteste autogordels voor honden importeert. "Het is echt totaal onverantwoord hoe honden half uit ramen hangend of in open cabriolets meereizen. Er wordt zo veel geld gepompt in betere veiligheid voor kinderen in auto's, maar meereizende huisdieren zijn nu nauwelijks beveiligd."
Veilig Verkeer Nederland, dat de overheid adviseert, raadt een geteste veilige autogordel voor honden wel aan, maar wil die nog niet verplicht stellen.
"In de afgelopen jaren durfde geen enkel kabinet veiligheidsnormen voor meereizende dieren te verplichten, bijvoorbeeld met een vereiste ziektekostenverzekering", reageert Dierenbescherming Nederland, die ook voorstander van de verplichte dierentuigjes is. "Dat zegt wat over hoe we in Nederland over dieren denken."
De ruitijd bij hond/kat (Simone1)
De ruitijd bij hond/kat

Man bijt hond dood (Ereli)
Een Chinese man heeft een hond doodgebeten, om zijn eigen puppy te redden.
Medisch: Giftige planten (Ereli)
| ||||
Een hond eet graag dingen die niet voor hem geschikt zijn. Ook planten. Bij de aanschaf van een huisdier moet je wel rekening houden met je plantenkeuze in huis en in je tuin.
Je hond kan na het eten van bepaalde plantenmaterialen vergiftigingsverschijnselen vertonen. Dit kan gewoon wat braken en diarree zijn maar ook erge huidproblemen, zenuwstoornissen of hart- en longproblemen. Soms met de dood tot gevolg. Bij de ene plant is het sap giftig bij andere de vruchten, zaden, bladeren of bloemen.
Ook is het voor de dierenarts niet gemakkelijk om dit vast te stellen. Als je niet gezien hebt dat je hond planten heeft gegeten, kan het een grote zoektocht worden naar de oorzaak. Soms zal men de oorzaak niet kunnen terugvinden.
Enkele voorbeelden:
1. Taxus: 8 gram taxusmateriaal per kg hond kan de dood tot gevolg hebben. De hond wordt ziek 2 tot 6 uur na opname. Hij gaat dan braken, diarree hebben, overmatig speekselen, zwijmelen en de lichaamstemperatuur gaat dalen.
2. Paardekastanje: een hond van 10 kg had tenminste 8 vruchten gegeten en ging in shock. De ziektetekens verschijnen binnen 2 dagen. Soms moeten de vruchten via een operatie verwijderd worden uit de darmen.
3. Kerstroos: de rode bladeren veroorzaken spijsverteringsklachten: braken, speekselen en diarree, zelden dodelijk.
4. Narcissus pseudonarcissus: Zowel de bloembol als de bloemen en zelfs het water uit de vaas zijn giftig, 15 gram van de bloembollen is dodelijk. Ziekteverschijnselen een kwartier tot 24 uur na opname.
5. Dieffenbachia: Deze plant geeft braken, diarree, buikpijn en irritatie van de mondslijmvliezen.
6. Hulst: Het eten van 2O bessen is dodelijk. Eerst braken, diarree en speekselen.
7. Maretak: Zenuwstoornissen zoals duizeligheid, incoördinatie en zwakte, worden veroorzaakt na het eten van een 10-tal witte bessen en de bladeren.
8. Cotoneaster geeft milde spijsverteringsklachten
9. Cannabis: 50 tot 100 mg per kg hond eten van de plant is giftig. Grote pupillen, angst voor licht, zwijmelen en versnelde hartslag. De ziektetekens verschijnen vanaf 1-3 uur na opname en herstel na 24-72 uur na opname.
10. Azalea/rhododendron geeft zenuwsymptomen 20 min. tot 2 uur na opname van de bladeren of de stengel.
11. Gerarium geeft zenuwsymptomen en epilepsie.
Bij het inrichten van de tuin kan je toch beter eerst een plantenkenner raadplegen!!
Voorkomen is beter dan genezen!!

Groetjes
Ereli en Knudde
Lijstersmidse (Yradja)

Koninginnen in het strijdperk (Yradja)
|
Koninginnen in het strijdperk. |

Diep in de negentiende eeuw vonden in de Aostavallei de eerste Batailles de Reines plaats.
Ze zijn intussen deel geworden van de volkscultuur van de streek.
In deze uiterst zachtaardige koninginnenconfrontaties komen koebeesten uit de hele regio in het strijdperk. Ze komen vredig naar elkaar toe op het grasveld, krabben een poosje met de hoeven, loeien elkaar toe, kruisen de horens en beginnen mekaar te duwen.
De winnares wordt omhangen met de bosquet, bestaande uit gevlochten dennentakken, linten en rode bloemen.
De koninginnen zijn echte krachtpatsers : zo is er Zara - 510 kg ; Orsetta - 550 kg ; Maurienne - 795 kg.
Cryptorchisme bij honden (Ereli)
|
Cryptorchisme bij hondenAls een van de testikels van uw hond (ouder dan vier maanden) niet zichtbaar en niet voelbaar is dan heeft hij last van cryptorchisme, het niet indalen van een teelbal. Sterilisatie is dan onvermijdelijk om de nefaste gevolgen van de aandoening weg te werken. |
|
De testikels van een pup, voor en na de geboorte
Bij mannelijke foetussen bevinden de testikels zich in het abdomen. Bij de geboorte van de
pup dalen de testikels in de balzak, aan de buitenkant van het abdomen, en dat via het lieskanaal. Daar zitten ook de bloedvaten die de testikels bevoorraden. Normaal gezien zijn de twee testikels ingedaald op de leeftijd van ongeveer 10 dagen. Tot de leeftijd van tien weken zijn ze soms niet te voelen omdat ze heel klein zijn en ook omdat er vet in de balzak zit. Als alles goed gaat moeten de testikels voelbaar zijn bij pups van drie maanden oud. Maar in sommige gevallen blijven de testikels in het abdomen of in het kanaal waarlangs ze moeten indalen. Als ze op vier maanden niet volledig ingedaald zijn dan is de pup het slachtoffer van wat men cryptorchisme noemt. De aandoening kan bij beide testikels voorkomen, maar meestal tast de ziekte maar een enkele aan. De afwijking is erfelijk.
Cryptorchisme: de gevolgenIn tegenstelling met testikels die ingedaald zijn zoals het hoort, zijn testikels die in
het abdomen blijven zitten niet in staat om spermatozoïden te produceren, ze maken alleen testosteron aan en dat soms in abnormaal grote hoeveelheden. Dat kan voor gedragsafwijkingen zorgen zoals agressief gedrag en een ongewoon hoog libido. Honden met bilateraal cryptorchisme zijn meestal steriel, wat niet het geval is bij hondjes met één normale teelbal . Die kunnen zich wel voortplanten, maar ze kunnen de aandoening ook doorgeven aan hun nageslacht. Testikels die zich in een abnormale positie bevinden kunnen ook tot tumoren leiden bij honden die ouder zijn dan achttien maanden. Tumoren ter hoogte van de testikels kunnen voor honden levensgevaarlijk zijn door het risico op metastasen van kwaadaardige kanker of door compressie van andere organen in het abdomen door het toenemend volume van de tumor.
Behandeling? ChirurgieOm verwikkelingen te vermijden, moeten honden met niet ingedaalde testikels gesteriliseerd worden
(de beide testikels laten verwijderen). Er zijn ook hormonale behandelingen om de testikels te doen indalen, maar die zijn vaak niet doeltreffend en ze worden beter niét voorgeschreven om te vermijden dat de honden de ziekte doorgeven.
En bij katten?Bij katten zijn testikels die niet ingedaald zijn zelden een bron van tumoren. Ze veranderen in de meeste gevallen in inactief weefsel. Ook bij katten is de ziekte erfelijk en kunnen ze best gesteriliseerd worden. |
17/07/2007
Anne Pensis, dierenarts
Ereli en Knudde
Jacobschaap
| Jacobschaap | |
![]() |
De oorsprong van het ras
O ver de oorsprong van dit gevlekte, veelal gehoornde wol – vlees - schaap bestaat onzekerheid. Vast staat dat ruim 100 jaar voor onze jaartelling gevlekte schapen voorkwamen. Het Jacobschaap ontleent zijn naam aan het bijbelse verhaal over Jacob, die als loon voor zijn werken alle gevlekte schapen uit Labans kudde mocht afzonderen en behouden. Uit onderzoekingen is gebleken dat het Jacobschaap verwant is aan zeer oude schapenrassen. Vondsten en opgravingen brachten geraamten aan het licht, waarvan vooral de schedels veel gelijkenis vertonen met die van de thans voorkomende Jacobschapen. Ook tegenwoordig komen er in China, Afrika, Zuid ? Europa en IJsland nog schapen voor, die meerdere overeenkomsten vertonen met de zuiver gefokte schapen in Engeland en Nederland. Het ras bezit in zijn primitieve oorsprong natuurlijke weerstanden tegen ziekten en barre weersomstandigheden. |
Algemeen
H et Jacobschaap is een sober dier, tevreden met matige grassoorten. Opvallend is zijn fiere houding en alerte oogopslag. De ooien zijn melkrijk en de lammeren worden meestal zonder hulp geboren. De vruchtbaarheid is redelijk hoog: 1,5 tot 1,8 lammeren per worp.
HoofdO nbewold met witte bles en zwarte wangen. Het is gewenst dat de wangen symmetrisch donker zijn in combinatie met een zwarte neus. Minder gewenst zijn een roze neus en een breed wit gezicht. De ogen moeten donker en levendig zijn. Een gespleten ooglid wordt als een ongewenste afwijking beschouwd. Er is een duidelijk verschil tussen het smallere hoofd van de ooien en het bredere, mannelijke hoofd van de rammen.
Horens
H et Jacobschaap komt gehoornd en ongehoornd voor; zowel rammen als ooien kunnen tweehoornig, vierhoornig en zeshoornig zijn. Bij gehoornde schapen moeten de hoorns symmetrisch geplaatst zijn. De horens moeten apart uit het hoofd komen en door een stukje huid duidelijk van elkaar gescheiden zijnNek
D e nek moet vloeiend van de kruin van het hoofd uitlopen in gesloten schouders. Losse schouders zijn ongewenst.
Romp
H et is gewenst dat het schaap een diepe, brede borstkas heeft, een brede rechte rug, recht van de schouder tot de staartinplant met goede, gewelfde ribben. Rammen en ooien behouden hun staart.
Beenwerk
O ngetwijfeld de belangrijkste eigenschap die een Jacobschaap moet bezitten, is de aanwezigheid van goed stevig beenwerk en hoeven, zonder misvormingen.
Om dit schaap zo'n twintig jaar comfortabel te kunnen dragen, worden vier voortreffelijke poten vereist, vierkant onder het lichaam, recht en evenwijdig geplaatst. Ze moeten van sterke brede botten zijn voorzien, vlak gevormd met stevige korte, doch niet te steile koten, om snel in actie te kunnen komen. De achterpoten moeten, van achteren gezien, recht onder het lichaam staan, niet naar binnen (koehakkig) of naar buiten gedraaid, met korte, stevige dijen.
Vacht
D e kleur van de vacht kan wit - bruin of wit - zwart zijn, waarbij de donkere wol duidelijk te onderscheiden vlekken in de witte wol tekent. De kleuren mogen niet vaag door elkaar lopen en er mag zich geen donkere huid onder de witte wol bevinden. De wol moet zacht aanvoelen, met weinig of geen haren erin
Bij jonge dieren is de wol fijn tot zeer fijn, bij het ouder worden wordt de wol grover. De stapellengte varieert van 7,5 cm tot 18 cm. Het gemiddelde gewicht van een vacht van ooien is 2 - 3 kg, van rammen doorgaans 3 - 4 kg.
Ongewenste eigenschappen zijn
Ereli en Knudde 
Rackaschaap (Ereli)
| Rackaschaap (ovis aries strepsiceros hungaricus) | |
![]() |
Bouw.
D e dieren houden hun hoofd gracieus, de hals is van middelmatige lengte, zonder veel spieren en diep ingeplant, vandaar dat het dier speurt (bespiedt) en zijn hoofd hoog op kan heffen. Rug en schoft zijn scherp afgetekend en smal, de lenden zijn lang, het achterstel van het dier lijkt vaak overontwikkeld. De botten zijn fijn, maar zeer hard. Hun beweging is licht en harmonisch. De benen zijn lang en de hoogte van de ellebooggewrichten zijn groter dan de helft van de wreefhoogte. De staart is lang en reikt tot en onder de hak. De hoeven zijn sterk, van de zwarte rasvariant zijn ze zwart, die van de witte rasvariant zijn gelig als bijenwas tot donkerbruin.
Wol. D e vacht bestaat uit onderwol en haar, de onderwol meet 16 tot 30 um (=micromillimeter) in doorsnee, de bovenvacht meet 40 tot 60 um. De lengte van de vacht na 1 jaar kan tot 30 à 35 cm bedragen, maar nooit korter dan 20 cm. De verhouding haar/wol is 66/33. Volwassen rammen en ooien leveren 4 à 5 kg resp. 2 à 3 kg gemengde wol, met een rendement van 60 à 70%. Kleur. E r is een witte rasvariant, licht bruin tot donkerbruin hoofd, hals en voorhand en een zwarte rasvariant, het gehele dier is zwart van hoeven tot horens. De lammeren van de witte rasvariant kunnen bij de geboorte hel geel tot donkerbruin gekleurd zijn. Het hoofd, de hals, poten en het voorste deel van de romp blijven licht tot donker bruin, alleen de vacht wordt tijdens de groei witter (helderder). De lammeren van de zwarte rasvariant hebben bij de geboorte een glanzend, zwart gekrulde vacht, deze glans gaat met de tijd verloren en door de zon treed er verkleuring op naar roodbruin, na jaren worden ze steeds grijzer. Gewicht. H et gemiddelde gewicht van de dieren in Hongarije is, die van een volwassen ooi in goede conditie 50 kg, die van een volwassen ram in volle ontwikkeling 70 kg. Horens. D eze zijn in V - vorm in de lengterichting op het hoofd geplaatst en moeten kurkentrekkerachtig zijn. Bij de ooien op volwassen leeftijd hebben zij een lengte van ongeveer 26 cm, bij de rammen ongeveer 51 cm. De afstand tussen de horenspitsen is bij de ooien ongeveer 41 cm, bij de rammen ongeveer 78 cm. Het aantal kurkentrekkerachtige windingen is bij de ooien minimaal 1,8 en bij de rammen 3. Ongewenste eigenschappen zijn.
|

Vink
| |||||||||||||||||||
De vink (Fringilla coelebs ), ook wel boekvink , botvink of charlotte genoemd, is een zangvogel . In de lage landen is hij de bekendste en meest frequent voorkomende vinkachtige . Zijn zang, waarvan de laatste tonen de "vinkenslag" wordt genoemd, kent vele dialecten.
|
|
Lengte ca. 15 cm. Poten bruin.
In de trektijd kleine of grote groepen van soortgenoten, soms bestaande uit één sekse. Zeer vaak met verwante kepen . Ook met andere zaadeters als groenling en geelgors , verder met piepers en leeuweriken .
In de winter kunnen vinken zich op de voedertafel agressief gedragen t.o.v. andere bezoekers.
Wit schild en witte band op vleugel. Veel wit in staart. Golvende vlucht.
Een herhaald en helder pink , ook wiet en tsjwit . In vlucht en tijdens de trek een zacht tjuub-tjuub .
Heftig, melodieus "tsitsitsitsitsitsitsi-tjoe-ie-ò". De zang is te horen van februari tot in september. Het liedje duurt maximaal 5 seconden en wordt makkelijk 10 keer per minuut herhaald.
Vinkenzang wordt aangeleerd door vader of andere leermeester(s) . Een vink zingt meestal 2-3 verschillende liedjes in meerdere versies. Sommige botvinken leren de zang van andere vinkachtigen zoals de kanarie .
In Vlaanderen worden zangwedstrijden gehouden.
Middelhoge bomen in loof-, gemengde en naaldbossen, parklandschap, parken, tuinen, lanen; in halfopen cultuurlandschap en in steden. In streken met weinig oude bomen treffen we ook weinig vinken. In Nederland zijn dit de kleigebieden van Groningen, Friesland, Noord-Holland en de Zeeuwse en Zuid-Hollandse eilanden.
Allerlei zaden, vooral oliehoudende; kiemend zaad, vruchten en bessen, knoppen, insecten. Jongen worden met insecten grootgebracht. In gevangenschap is dit vooral de buffaloworm .
De vink broedt van half april tot juli . Nesten van deze "randbroeder" vindt men op verschillende hoogtes aan de rand van een bos , open plek of weg. De broedduur bedraagt 12 - 15 dagen. Hoofdzakelijk broedt het ♀, dat soms door het ♂ gevoerd wordt, vanaf het laatste ei . Beide vogels verzorgen de jongen, die het nest na 13 – 14 dagen verlaten, waarna ze nog enige tijd gevoerd worden. Meestal één broedsel per jaar. Bigamie. Legsel: gewoonlijk 4 – 5 eieren, soms 6 of 7. Lichtblauwgroen tot roodbruin met donkerbruine vlekjes en streepjes, grijze ondervlekken. Gemiddeld 19 x 15 mm.
Groot-Brittannië en Ierland , Faeröer , Europa van Middellandse Zee tot 70º NB. Azië tot Tomsk . N.W.-Afrika .
Zeer talrijke broedvogel in Nederland en België (60.000 – 90.000 broedparen volgens een schatting in 1979). Broedvogels hier zijn grotendeels standvogels.
De vink is een van de talrijkste trekvogels. Trekrichting is west tot zuidwest richting Europa, Noord-Afrika en het Midden-Oosten , met stuwing aan de kust. Om in Engeland , of Ierland te overwinteren steken ze de Noordzee rechtstreeks over of bij Cap Gris Nez .
Najaarstrek is van september tot december . Voorjaarstrek begint in februari en gaat door tot mei . Veel hangt af van de breedtegraad en het weer.
De vink is een dagtrekker, en vliegt vooral in de vroege ochtenduren. Sommige vinken zijn standvogels. Hun slag is anders dan bij trekkende soortgenoten en wordt "bogaardzang" of "Vlaamse zang" genoemd.
De vinkenhouders/kwekers houden botvinken als volièrevogel. Ze noemen zich vinkeniers (naar analogie met valkeniers ) en hun hobby vinkenieren . Sommigen bezitten enkel vogels als zangvogel, anderen kweken ze ook effectief. Een beperkte groep neemt ook deel aan zangwedstrijden ( vinkenzettingen )
Hoewel jacht en visvangst een adellijk voorrecht waren, werd in tijden van hongersnood elke vogel - zo ook de vederlichte botvink - gestroopt om te eten. Dit gebeurde het hele jaar en met alle mogelijke middelen (o.a. stroppen).
In 1595 wordt voor het eerst een zangwedstrijd voor botvinken beschreven. De vogels werden gevangen en als zangvogel gehouden door welgestelde burgers of toch hun personeel. Ze werden uitsluitend gevangen tijdens de trek. Een hele reeks technieken was gangbaar van mistnetten en slagnetten over inloopkooien tot lijmstokken.
In 1972 werd de vinkenvangst volledig afgeschaft. Dit zou gepaard gaan met een grote vangersbetoging te Brussel . 3 Jaar lang zouden er geen vinken meer worden gevangen. Maar omdat de kweek in gevangenschap onmogelijk aan de vraag kon voldoen, werd een overgangsregeling uitgewerkt.
In 1975 ontstond opnieuw een beperkte bevoorrading door erkende bevoorraders. De vogels kregen een bevoorradingsring en zoals afgesproken zou men het aantal beschikbare ringen elk jaar verminderen. Alleen een inloopkooitje voor maximaal 1 vogel werd als vangstmethode weerhouden.
Sinds 2003 worden er geen vinken meer bevoorraad. Een nieuwe liefhebber die botvinken wil bezitten, zal er een moeten kweken, kopen, krijgen of ruilen.
Vinken worden enkel nog gevangen om ze te ringen voor wetenschappelijk onderzoek naar verspreiding en trek. Daarna worden ze weer vrijgelaten.
De kweek van botvinken is geen sinecure. Vooreerst moeten er succesvolle kweekkoppels worden samengesteld. Zonder eivoer, kalk, vitaminen en mineralen, gaan de wijfjes niet zomaar leggen. Zonder het juiste nestmateriaal, krijg je geen warme nestjes. De jongen eten zowat uitsluitend levende insecten. Daarnaast zijn ze niet speciaal lief voor elkaar en komt partnergeweld veelvuldig voor. Er moet dus geïnvesteerd in grote kweekvolières met meerdere compartimenten waar de nesten niet worden verstoord. Die installaties hebben een dubbele draadwand zodat roofvogels geen kans krijgen, een bodem die voorziet dat de eigen poep niet wordt opgegeten en zijn overdekt zodat er geen vreemde poep binnenkomt.
Vooral in West-Vlaanderen, maar ook in de rest van België en delen van Nederland, Duitsland en Frankrijk worden zangwedstrijden met botvinken gehouden.
Hiertoe worden bepaalde driftige mannetjes opgekooid tussen april en augustus/september. Dit kan beslist niet elk jaar met dezelfde vogel of met alle mannetjes tegelijk, gezien het kweekseizoen tot juli/augustus loopt en de rui bij sommige vogels intreedt voor het einde van het speelseizoen.
Bij een vinkenzetting worden opgekooide vogels op een rij gezet en wordt het aantal gezongen liedjes gedurende een uur opgetekend. Hiermee showen de vinkeniers de vorm en drift van hun vogel.
De winnaar van een vinkenzetting, gaat steevast naar huis met een symbolische prijs (een krentenbrood, mandje bloemen, een beker).
De eerste vinkenzettingen in de 17e eeuw , vonden slechts eenmaal per jaar plaats. En hoewel weinig details werden opgetekend, wordt algemeen aangenomen dat het hier nog niet om verblinde vinken ging.
In de 18e en 19e eeuw echter waren zangwedstrijden voor "blinde vinken" de norm. Hierbij werden de oogleden aan elkaar geschroeid, een ingreep die overigens omkeerbaar was. Het idee dat een blinde zanger mooier zong, kwam waarschijnlijk voort uit de Halewijn legende.
Rond de eeuwwisseling groeide onder andere met de oprichting van de eerste natuurverenigingen door Jacobus Pieter Thijsse het besef dat dit barbaars was en de eerste vinkeniers keerden hun hobby de rug toe.
Tijdens de Eerste Wereldoorlog stond het vinkenieren op het punt te verdwijnen en vanaf 1915 werd – onder meer onder invloed van de oorlogsblinden – voor het eerst gespeeld met ziende vinken in verblinde kooien. In 1921 zou uiteindelijk ook de wetgever het verblinden van vinken verbieden zodat het grootste deel van de 20e eeuw geen andere blinde vinken kende, dan de gehaktrol bij de slager.
Gedichtje (Yradja)
Een uil zat op een tak
Hoe meer hij hoorde
Hoe minder hij sprak.
Hoe minder hij sprak
Hoe meer hij verstond.
Nu vliegt hij als de wijste vogel rond.

Fijn weekend
zwemverbodBlauwalgen kunnen huidirritatie, maag- en darmklachten, hoofdpijn en koorts veroorzaken. De algen zitten momenteel in speelvijver Vlietlanden en het gelijknamige badstrand, beiden bij Leidschendam-Voorburg. ");
Surfstrand
Verder mag niet gezwommen worden bij surfstrand Vlietlanden bij Voorschoten en in speelvijver Noord-Aa bij Zoetermeer.
Eerder zijn vanwege blauwalg al zwemverboden afgekondigd voor de Sloterplas in Amsterdam en Zwemstrand Almere-Haven.
Chip maakt castratie hond overbodig
Mooie dierenplaatjes (Ereli)



Ereli en Knudde

