Eurasier (Ereli)

| Eurasiër ideale gezelschapshond en huishond - bestand tegen alle weerstypen - poolhond |
| LAND VAN HERKOMST : Duitsland
GESCHIEDENIS |

Eurasier (Ereli)
| Eurasiër ideale gezelschapshond en huishond - bestand tegen alle weerstypen - poolhond |
| LAND VAN HERKOMST : Duitsland
GESCHIEDENIS |

Faraohond (Ereli)
| Faraohond klein wild jager - zichthond en speurhond - eenvoudig vachtonderhoud - ideale gezelschapshond |
|
LAND VAN HERKOMST : Malta ![]() Ereli en Knudde |
American Blue Gascon Hound (Ereli)

| |||||
| |||||

Kanaan hond (Ereli)
| Kanaan Hond kuddebewaker van schapen - ideale huishond - Paria-oorsprong - geschikt voor reddingswerk |
| LAND VAN HERKOMST : Israël
GESCHIEDENIS |

Kwartelhond (Ereli)
GESCHIEDENIS
De Kwartelhond ( of Deutscher Wachtelhund, Duitse Spaniel ) behoort tot de rassengroep van de Opjagende Honden. Het woord 'wachtel' betekent is het Duits 'kwartel' en deze honden zijn specifiek opgeleid om op gevogelte te jagen, in het bijzonder op kwartels. Omtrent zijn afkomst is er weinig definitief bewezen. Als men het gebruik en de mogelijkheden van de hond nadert bestudeert, lijkt het logisch dat er alleen Waterhonden van het continent zijn gebruikt voor zijn ontwikkeling. Het ras lijkt wel op de oude Engelse Waterhonden. Waarschijnlijk heeft hij ook het bloed van verschillende Jagende Spaniels, waaronder de Cocker Spaniel , in zich. Reeds in de achttiende eeuw werd er over honden van het Wachtelhond-type geschreven. In het begin van de negentiende eeuw werden Engelse Jachtspaniel-rassen populair in Duitsland en stierf het ras bijna uit. Einde negentiende eeuw werd het ras echter gered door jagers die erin geïnteresseerd waren, en tegenwoordig heeft het een kleine, maar vaste fokbasis in Europa. De Kwartelhond is een aanzienlijk hardere hond dan de Engelse Jachtspaniel-rassen en het gebeurt wel dat hij het wild doodt. Hij is een uitstekende speurhond en apporteur. Deze 'Duitse Spaniel' is een solide hond die op middelkorte poten staat. Hij is compact en krachtig gebouw, zonder grof te zijn.
IDEALE RASKENMERKEN
Het hoofd is droog en de voorsnuit is even lang als de schedel; vlak schedeldak, niet zichtbare achterhoofdsknobbel, geringe stop, geen voorhoofdsgroef. Lange voorsnuit, brede neusrug. Een ramsneus is kenmerkend. Grote neusspiegel, bruin van kleur. Ogen : middelgroot, amandelvormig en donkerbruin. Oren : hoog en breed aangezet. Ze moeten reiken tot de neuspunt en goed behaard zijn. Gebit : schaargebit. Hals : krachtig, middelmatig lang, droog en licht gebogen. Lichaam : iets rechthoekig, uitgesproken schoft, rechte rug met een korte lendenpartij. Ruime borstkas, ovaal, met goed ontwikkelde achterste ribben. Ledematen : goed naar achteren geplaatste schouders, goed gehoekte opperarm, krachtige botten, rechte voorbenen, licht verende voormiddenvoet. Krachtige dijbenen met een goede musculatuur, normaal gehoekt in knie- en spronggewricht, achterbenen evenwijdig aan elkaar. Voeten : ovaal, goed gesloten, behaard tussen de tenen, sterke en elastische voetzolen. Staart : hoog aangezet, horizontaal of licht gebogen gedragen, echter nooit over de rug. Goed behaard. Vacht : krachtig, dicht, golvend en lang haar met kraag en bevedering. Op de schedel, de voorsnuit en in het gezicht dient de vacht kort en zeer dicht te zijn. Kleur : bruin, vaak met witte aftekening op de borst en voeten, wit met bruine vlekken, driekleurig, schimmel met rode of bruine aftekening, en ook roodschimmel. De schofthoogte bedraagt voor reuen 49 tot 54 cm en voor teven 45 tot 51 cm. Het gewicht ligt tussen de 20 en de 30 kg.
AARD : deze Deutscher Wachtelhund is een eerste klasse vogeljager. Het is een allround hond die het zowel apporteren, opjagen en op bloedsporen goed doet. Hij is een alert volhouder, hij luistert goed naar bevelen en reageert goed als hij geroepen wordt. Tevens is hij een aangenaam gezelschap.
ACTIVITEIT : deze hond vraagt voldoende lichaamsbeweging. (dobrego)

Chinese gekuifde naakthond & Powderpuff (Ereli)
| Chinese Gekuifde Naakthond & De Powderpuff ideale huishond en gezelschapshond - Paria-oorsprong - speciale vachtverzorging nodig |
| LAND VAN HERKOMST : China GESCHIEDENIS De Chinese Gekuifde Naakthond, die ooit de 'eetbare Chinese hond' werd genoemd, stamt volgens sommigen af van een haarloze Afrikaanse voorouder. Door steeds met de kleinste hondjes te fokken, ontstond de moderne versie van dit ras. Deze honden gingen met Chinese zeelieden mee op de wilde vaart en hielden de schepen vrij van ongedierte. Tegen de 18e eeuw waren ze dan ook in Afrika, Azië, Europa en Amerika te vinden. Er is tegenwoordig zowel een kale als een behaarde variëteit, de Powderpuff ( zie foto onderaan de bladzijde ), vaak in hetzelfde nest. Het wonderlijke is dat de Chinese Gekuifde Naakthond warmte kwijtraakt via zweetklieren en niet via hijgen. Dit ras is in China ( zijn land van oorspong ) zeldzaam, maar geniet een groeiende populariteit in het Westen.IDEALE RASKENMERKEN Schofthoogte: reuen 28 tot 33 cm, teven 23 tot 30 cm. Het gewicht bedraagt 2 tot 5 kg. Uiterlijk: lichtgebouwd, sierlijk lichaam; levendig, gracieus gangwerk. Vacht : zacht, zijdeachtig haar op het hoofd, de staart en hoogstens tot de polsen, met verder een gladde huid; de Powderpuff is bedekt met lang, recht, zijdeachtig haar. Kleur : alle kleuren of kleurencombinaties toegestaan. De kleuren van de huid variëren tussen roze en zwart, waaronder mahonie, blauw, lavendel en koperkleurig. Hij kan een gevlekt of een effen uiterlijk hebben. Hoofd: vrij ronde schedel met dun toelopende snuit; middelgrote, donkere ogen; grote, staande oren. Staart: lang, dun toelopend, hoog gedragen. VACHT : de naakte huid moet goed verzorgd worden en af en toe gewassen met een spons en zachte shampoo. Na het baden insmeren met een uiercrème om de huid soepel te houden. Deze honden zijn zeer gevoelig voor zonlicht, zodat het aangeraden is om hen niet te lang aan direct zonlicht bloot te stellen en een goede zonnebrandcrème te gebruiken. De Powderpuff moet nu en dan geborsteld worden en mag wat vaker in bad. Het haar op het gezicht wordt in een punt naar beneden geschoren, wat het dier zijn typische uiterlijk geeft. AARD : dit ras vergt een speciale verzorging van zijn eigenaar. Door zijn naaktheid is hij erg gevoelig voor ultra-violette straling, voor koude en vocht en andere klimatologische condities. De liefdevolle Chinese Naakthond maakt al deze verzorging weer goed, doordat hij zeer gemakkelijk zijn affectie toont, vriendelijk is en een levendige natuur heeft. Hij is slim, opgewekt, speels, makkelijk te trainen en terughoudend naar vreemden. Hij gaat goed om met kinderen, wanneer de kinderen hem in zijn waarde laten, m.a.w. hem niet behandelen als speelgoed. De omgang met andere huisdieren verloopt normaal gezien probleemloos. ACTIVITEIT : de Chinese Naakthond past zich qua beweging aan het gezin aan en is dol op spelletjes. OPVOEDING : de opvoeding is door zijn slimheid niet moeilijk en hij heeft al vlug door wat er van hem verlangd wordt.bron:dobrego |

Polski Owczarek Nizinny (Ereli)
| Polski Owczarek Nizinny kuddebewaker schapen - ideale gezelschapshond en waakhond- geschikt als geleidehond - tegen alle weerstypen |
| LAND VAN HERKOMST : Polen
GESCHIEDENIS |

Saarlooswolfhond (Yradja)
|
| |
|
| |
Saarloos was een scheepskok uit Dordrecht.. Hij hield van de natuur en van honden en hij zou de schepper worden van een uniek Nederlands hondenras. Saarloos sprak soms een beetje smalend over 'sierhondjes' als hij de gewone huishond bedoelde. Hij vond dat deze hond veel te veel was verhuiselijkt en wilde, als liefhebber van de Duitse herder met name in dit ras weer de natuurlijke eigenschappen terugfokken. Eind jaren 30 van de vorige eeuw begon hij met het kruisen van een hond en een wolf, omdat hij verwachtte dat hierdoor een betere werkhond zou ontstaan. Hij paarde een Duitse Herderreu van het zogenaamde klassieke Pruisische type, Gerard van de Fransenum, aan een Europese wolvin die hij Fleur noemde en die hij uit de Rotterdamse "Diergaarde Blijdorp" had verkregen. Hij wilde de werklust van de Duitse Herder combineren met het grotere uithoudingsvermogen en de kracht van de wolf. Hiervoor maakte hij dus gebruik van deze Duitse herder en wolven van het Syberische type. Het project was maar gedeeltelijk een succes. Hij fokte een hond, die een keer per jaar loops wordt, maar de hond was, zoals ook sommige Tsjecho-Slovaakse Wolfshonden, schuw. Door terugparingen op stamvader Gerard verkreeg Saarloos een basispopulatie kwartwolven. Er volgde een periode waarin hij met zijn fokproducten experimenteerde en een strenge selectie toepaste. De Europese wolfhond, zoals Saarloos zijn fokproduct noemde, was als gebruikshond niet te handhaven. In de jaren die volgden wist Saarloos - met veel moeite en tegenslag - uiteindelijk een nieuw hondenras op te bouwen. Maar voor politie- en africhtingstaken waren de nakomelingen van Gerard en Fleur niet geschikt. De voor dit werk noodzakelijke aanvalsdrift was niet aanwezig. De vluchtdrift van de wolf bleek erfelijk dominant over de aanvalsdrift van de Duitse Herder. Sommige nakomelingen waren min of meer geschikt als reddingshond. Anderen waren bruikbaar als blindengeleidehonden, juist door hun voorzichtige karakter. Saarloos bouwde een bloeiende blindengeleideschool op in Dordrecht. De schuwheid die voor de huidige Saarlooswolfhonden zo kenmerkend is, was toen nog veel minder aanwezig, omdat Leendert Saarloos uitsluitend op karakter fokte. Het uiterlijk was daarbij van ondergeschikt belang. Liefhebbers van het vroegere wolfachtige uiterlijk van de honden fokten, zonder medeweten van Saarloos, de wolfachtige kenmerken weer terug. Het ras werd in 1975, 6 jaar na de dood van Leendert Saarloos, erkend door de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland en als postuum eerbetoon aan zijn schepper Saarlooswolfhond genoemd. Enige jaren later volgde internationale erkenning door de F.C.I.
De saarlooswolfhond lijkt iets langbeniger dan de Duitse herder, maar hij is lichter en lijkt eleganter. Reuen hebben een schofthoogte van 65 tot 75 cm; teven van 60 tot 70 cm. Zij hebben een gewicht van 36 tot 45 kg.
Hokkaido Inu (Ereli)
| Hokkaido Inu ideale gezelschapshond - groot wild jager - goede waakhond - agressief karakter |
| LAND VAN HERKOMST : Japan
GESCHIEDENIS |

Kent u de Zwarte Russische Terriër ?
Kent u de Zwarte Russische Terriër ?
Ras: Zwarte Russische Terriër
Andere naam: Chornyi Terriër en Russkji Tchornji Terriër
Oorsprong: Rusland
Gehouden als: Waak, verdedigings en gezinshond
Grootte: Reuen 66-72 cm en teven 64-70 cm
Gewicht: 40-65 kg
Kleur: Effen zwart of zwart met enkele grijze haren
Vachtsoort: Ruwharige bovenvacht met een dichte ondervacht
Gem. Leeftijd: 10-11 Jaar
Geschiedenis
De Zwarte Russische Terriër is een van de nieuwere rashonden in de wereld. Het Sovjetrussische Ministerie van Landbouw erkende de Tchiorny Terriër in 1981 als nieuw Russisch ras. In 1984 volgde de erkenning van de FCI ( Federation Cynologique International). Sindsdien maakt deze
geweldige hond steeds meer vrienden over de gehele wereld. Tijdens de Tweede Wereldoorlog ontstond bij het Rode Leger een groeiende behoefte aan honden, welke geschikt waren voor legerdoeleinden.
Het Rode Leger kreeg de opdracht om een hond te fokken, die breed inzetbaar was voor veel militaire doeleinden. Juist deze militaire doeleinden zijn er debet aan, dat er zo weinig van deze hond bekend is. Het fokprogramma van de nieuwe hond is dan ook gebaseerd op honden, welke waren buitgemaakt op de Duitse Leger ten tijde van de oorlog. Het is dan ook niet zo verwonderlijk, dat enkele Duitse rassen aan de basis staan voor de Zwarte Rus. Dit zijn o.a. de Riesenschnauzer en de Rottweiler. Ook de Airedale Terrier en de New Foundlander zijn naast andere honden ook voorouders van de Zwarte Russische Terrier.
Het nieuwe ras moest groot en sterk genoeg zijn, om zware lasten te kunnen verplaatsen. Ontzag inboezemen. Bestand zijn tegen de enorme klimatologische en topografische verscheidenheid van de toenmalige Sovjet-Unie.
Het Rode Leger had een allrounder nodig; een hond die alle gewenste eigenschappen in een groot, sterk en gezond lichaam herbergde. De hondenspecialisten van de "Rode Ster Kennels" maakten creëerden een hond met alle gevraagde eigenschappen. Hij moest zowel de hitte van het zuiden als de ijzige koude van het noorden kunnen doorstaan. Hij moest groot zijn, maar ook atletisch en wendbaar. Zeer waakzaam, zonder in het wilde weg om zich heen te gaan bijten. Bovendien moest hij snel af te richten zijn. 
De Rode Honden mannen begonnen met een prototype, waaraan de Riesenschnauzer, de Rottweiler en de Airedale Terriër hun bijdrage leverden. De Airedale gaf zijn uithoudingsvermogen, gehoorzaamheid en zijn temperament; de Rottweiler zijn stevige bouw en fysieke kracht. Van de Riesenschnauzer kreeg hij zijn grootte en felheid.
Deze honden werden niet zomaar op elkaar losgelaten, maar in een uitgekiend fok programma met elkaar gekruist. De nakomelingen werden weer met elkaar gekruist en daarna mochten ook andere rassen een duit in het zakje doen: Newfoundlander, Duitse Staande Draadhaar, Laika, Kaukasische Owtcharka, Moskouse Retriever en nog wat andere. In totaal werkten een twintigtal rassen mee aan dit bouwpakket, dat na tientallen jaren fokken, experimenteren en selecteren de Tchiorny Roesky (Zwarte Rus) opleverden.
Karakter:
Door gericht te fokken en een strenge selectie op de fokdieren toe te passen ontwikkelde de eerste kruisingsproducten tot de geweldig mooie en stoere hond van nu. De Zwarte Russische Terriër is zeer evenwichtig van karakter, uiterst betrouwbaar en zeer intelligent. Hij heeft door zijn langdurig gebruik in het Rode Leger, zijn enorme arbeidsgeschiktheid en betrouwbaarheid bewezen. Zijn stabiel karakter en zijn goede en snelle
opmerkingsgave maakt hem voor meer als alleen bewakingsdoeleinden geschikt. Doordat hij al zijn zintuigen zo goed gebruikt, en hij zo sensibel is, is hij een zeer bruikbare hond in alle hondensporten.
Bij uitstek is hij een zeer bekwame verdediger van erf en goed, daar hij een zeer specifiek gevoel voor goed en kwaad heeft. Een van naturen aanwezige bewaking- en verdedigingdrang, moet echter wel goed begeleid worden.
Bij alle goede eigenschappen van de Zwarte Russische Terriër is hij niet van een zekere eigenwijsheid vrij te spreken.
Opgroeiende pups moeten daarom met veel verstand van zaken en consequentie worden opgevoed. Liefde voor het dier en respect voor het individu hoort hier zeer zeker genoemd te worden. Daar hij een zeer zelfstandig hond wordt, is het van belang, dat men goed weet, hoe met honden om te gaan.
De pups staan voor veel dingen open en zijn dan ook erg nieuwsgierig. Dol als ze zijn op kinderen, gaan ze er ook altijd graag mee om. De pup groeit uit tot een hond, die heel goed weet wie er tot zijn gezin (= roedel) behoort. Hij zal dan ook ten alle tijden het voortouw nemen, als het erom gaat zijn roedelgenoten te beschermen.Wordt de hond consequent opgevoed, dan neemt de Zwarte Russische Terriër zonder veel moeite zijn plaats in het gezinsroedel in.
Door zijn grote mate van zelfstandigheid en zijn grote intelligentie, is hij niet de meest geschikte hond voor een beginnende hondenliefhebber. 
Men mag daarom alleen een pup in huis halen, als men bereid is om na een jaar en langer de consequente omgang met de hond te handhaven. Ondanks de grote vreugde over de nieuwe pup, moet men zich wel grondig realiseren, dat de Zwarte Russische Terriër binnen een jaar uitgroeit tot een grote, sterke en weerbare hond.
Veel van deze honden zijn pas laat af, d.w.z. dat zowel hun lichamelijke als hun geestelijke ontwikkeling zich pas laat volledig ontplooit. Daarom mag men deze jonge hond bij trainingen niet te zeer belasten.
De Zwarte Russische Terriër is dol op wandelen en zeer actief, zomer en winter. Hij zwemt graag. Hij wil graag actief beziggehouden worden. In huis is hij duidelijk aanwezig, zonder druk of zenuwachtig te zijn. Hij is erg waaks, zonder overmatig veel geblaf; hij is een echte "melder". Hij heeft, zoals de Engelsen dat zo mooi zeggen, een enorme "Will to please" , wat hem tot een onovertroffen sporthond maakt. Maar denk eraan, dat hij sterk en zelfverzekerd is. Van oneerlijke fysieke aanpak is de Zwarte Russische Terriër zeer wars, en hij zal dat dan ook zeer zeker niet accepteren.
Uiterlijk:
De Zwarte Russische Terriër is dus op een zeer ongewone manier gefokt, maar gelukkig is hij een doodgewone hond. Een beetje groot misschien. Op straat loop je met een opvallende verschijning aan je zijde; een ruim 45 kilo wegende, meer dan 70 centimeter hoge kanjer. De Zwarte Russische Terriër heeft een zwaar skelet met goed ontwikkelde bouw en een massieve bespiering. Een strakke elastische huid zonder plooien of wammen.
De hoogte: De reu is 68 tot 74 centimeters; van teven is de hoogte 64 tot 70 centimeters.
De vacht: Dicht aangesloten, draadachtig en licht golvend. Het 4 tot 10 cm. lange bovenhaar bedekt het hele lichaam van de hond. De vacht is goed ontwikkeld en vormt op de kop wenkbrauwen en baard, het z.g. garnituur.
Kleur: Zwart of zwart met enkele grijze haren.
De kop: Harmonisch in verhouding met de rest van het lichaam. Hij is tamelijk smal in het schedelgedeelte, met ronde maar niet te sterk ontwikkelde jukbeenderen. Hij heeft een vlakke schedel, de stop voelbaar doch niet te sterk. De schedellijn loopt parallel met de neusrug, die iets korter is. De sterke snuit eindigt in een stompe neus. Baard en baardharen geven de snuit een vierkante vorm. De lippen zijn vlezig en liggen kort aan.
De Zwarte Russische Terriër beweegt makkelijk, vrij en harmonisch. De draf en de galop zijn karakteristieke gangen. In draf bewegen zijn ledematen correct; uit zijn gangwerk blijkt zijn zelfvertrouwen en kracht. De rug en de nierstreek bewegen elastisch mee. Schoft en lendenen blijven bij de draf op een lijn. Zijn verschijning is opvallend, en hij presenteert zich heel zelfverzekerd en hij is alert op zijn omgeving.
De rasstandaard schrijft tevens voor dat de honden aan de staart gecoupeerd dienen te worden, maar dat is in Nederland vanaf 1 september 2001 bij de wet verboden. Wij zullen derhalve moeten wennen aan Zwarte Russische Terriërs met een natuurlijke staart. In landen als Finland en Duitsland is men al weer gewend aan de lange staarten van vele hondenrassen, omdat in deze landen het coupeerverbod al van kracht is.
( Informatie bron Charovayka )
de Zuid-Russische Owtcharka
Ras: Zuid-Russische Owtcharka 
Oorsprong: Rusland en Oekraïne
Gehouden als: Herders en waakhond
Grootte: Reuen min. 65 cm en teven min. 62 cm
Gewicht: 55-75 kg
Kleur: Wit of grijs-cremé
Vachtsoort: Lang, ruw en borstelachtig en heeft een dikke ondervacht
Gem. Leeftijd: 9-11 Jaar
Kenmerken:
- Dikke botten
- Schedel en snuit zijn even lang
- Haar op de snuit vormt een snor
- Hangende en lange oren
- Hangend haar over het gezicht
Herkomst: Deze hond is een van de grootste bewakers en verdedigers van de kudde (schofthoogtes van meer dan 90 cm komen voor). Hij is gefokt om de krachtige wolven in het zuiden van de Oekraïne en de Krim aan te kunnen.
Algemeen voorkomen: Een grote, sterk gespierde hond met hangende oren en een staart die aan het einde in een krul hangt. De Zuidrussische Owcharka is levendig en heeft zeer snelle reflexen.
Vacht: De Zuidrussische Owcharka heeft een dubbele vacht die weerbestendig is: een dichte ondervacht en een lange, ruwe en borstelige bovenvacht. Hij komt voor in de kleuren wit, verschillende tinten grijs/beige en in wit met grijze platen.
Gezondheid: In het ras komt heupdysplasie voor; verder geen rasspecifieke problemen bekend.
Aard: Zelfstandig, eerlijk, onomkoopbaar, moedig, intelligent, sober en hard voor zichzelf. Hij is zeer trouw aan zijn baas en diens gezin, wantrouwend tegenover vreemden, dominant (reuen dulden soms geen andere reuen op hun terrein) en zeer territoriumgebonden. Hij handelt meestal naar eigen inzicht en kan dat razendsnel doen. De opvoeding moet op wederzijds respect gebaseerd zijn; een Zuidrussische Owcharka voert alleen een bevel uit als hij daar het nut van inziet. Deze hond is geschikt voor mensen die de ruimte hebben en afgelegen wonen; het is zeker geen hond voor beginners.
Evolutie van puppy's
Grappige dierenfoto's (Ereli)
|
grappige dieren foto's |





Knudde
Cartoons (Ereli)|
cartoons |





Waarom willen mensen een huisdier? (Ereli)
Knudde
Vlinders in de tuin..... (Yradja)
|
Vlinders in de tuin... |

Het kleine koolwitje (Pieris rapae)
Het kleine koolwitje heeft een vleugelspanwijdte van 45 - 58 mm en op de bovenkant van de voorvleugels een kleine driehoekige zwarte puntvlek, vanaf de onderkant van de vleugel is deze vlek eveneens zichtbaar. Het wijfje heeft twee zwarte vlekken bovenop elk van haar bovenvleugels, het mannetje heeft slechts één vlek. Het volwassen wijfje, dat overdag vrij actief is, kan wel honderden eitjes leggen op de onderkant van de gastheerbladeren, deze eitjes komen nooit in clusters voor, altijd afzonderlijk, dit in tegenstelling tot het grote koolwitje. De vlinder is meestal drie generaties actief: de eerste generatie is er vanaf begin april tot eind juni (met een piek in de maand mei), de tweede en de derde generatie is actief van eind juni tot eind september (met een piek tussen 10 juli en 20 augustus). In gunstige omstandigheden kan er zelfs een vierde generatie uitvliegen!
Het grote koolwitje (Pieris brassicae) is de tweede meest voorkomende dagvlinder.
Dit koolwitje is groter (zoals de naam aangeeft) heeft een vleugelspanwijdte van 65 mm.
De vlinders hebben op de bovenkant van de voorvleugel een zwarte randvlek die zich uitstrekt van de top tot over de helft van de vleugel. Vanaf de onderkant is deze randvlek eveneens zichtbaar, maar is de kleur eerder geelachtig grijs. Het wijfje heeft zowel op de bovenkant als op de onderkant van de voorvleugel twee duidelijke zwarte stippen. Bij het mannetje ontbreken deze stippen op de bovenkant. De eerste generatie is actief van eind april tot eind juni (met een piek tussen 10 en 31 mei), de tweede en derde generatie vliegen van eind juni tot eind september (met een piek tussen 10 juli en 20 augustus).
De Atalanta (Vanessa atalanta) of de admiraalsvlinder.
Een vrij grote vlinder met een vleugelspanwijdte van 5-6 centimeter. In de lage landen komen er twee generaties per jaar voor. De waardplant voor de rupsen is de brandnetel.
De hele zomer is de atalanta in de tuin aanwezig. Aangezien het een trekvlinder is vertrekken in de herfst een deel van de atalanta's naar het zuiden om dan in het voorjaar terug te keren.

Het bont zandoogje (Pararge aegeria tircis) met flets-gele vlekken. De vleugelspanwijdte is 32 tot 42 mm.
De vlinder leeft bij voorkeur aan de rand van gemengde bossen en naaldbossen. Je kunt het bont zandoogje van april tot in september zien. Aangezien het de vijfde meest geziene vlinder was bij de vlindertelling van eind juli kunnen we zeggen dat het een algemene soort is die je van begin juli tot eind augustus kunt zien vliegen.

Het oranje zandoogje (Pyronia tithonus).
Het is een oranje vlinder met zwart oogjes en daarin nog een kleine witte stippen.
Het oranje zandoogje kun je vanaf begin juli tot eind augustus zien vliegen.

Dagpauwoog (Inachis io) vleugelwijdte van 45-65 mm.
De ogen op de vleugels doen inderdaad denken aan de ogen van een pauwenveer. De 4 opvallende oogvlekken op de bovenkant van de vleugels, dienen echter om vijanden af te schrikken.
Dagpauwogen zien we al vroeg in het voorjaar vanaf april en mei verschijnen en ook nog eens van juli tot en met september. In de winter trekt de dagpauwoog zich terug onder onder bladeren of tussen spleten en kieren van een tuinhuisje of zolder. Zodra de lente zich laat voelen, komt de dagpauwoog terug naar buiten.

Het bruin zandoogje (Maniola jurtina)
Het bruin zandoogje is een vrij grote bruine vlinder met op elke voorvleugel één zwart oogje met witte punt. Het mannetje is alleen bruin en het vrouwtje heeft op de bovenkant van de vleugel een grote oranje vlek.
De vlinder vliegt in vanaf half juni tot eind augustus in heel Nederland en België. Hij vliegt ook nog als het een beetje regent. Als je één bruin zandoogje ziet, zie je er vast meer, want ze leven en vliegen vaak in groep.

Het boomblauwtje (Celastrina argiolus) is een klein blauw vlindertje. De spanwijdte van de vleugels bedraagt amper tussen de 26 en 32 millimeter. Het mannetje is volledig blauw. Het vrouwtje heeft zwarte randen langs haar blauwe vleugels. De onderkant van zijn vleugels zijn zilverwit met kleine zwarte stippen. Het boomblauwtje vliegt van half april tot begin juni en weer in juli en augustus. Hij overwintert als pop.

De gehakkelde aurelia (Polygonia c-album) 50 mm vleugelspanwijdte.
Deze vlinder heeft opvallend gekartelde vleugelranden die dienen als camouflage als hij overwintert tussen dorre bladeren. Na de winterslaap paren de vlinders in maart en april, de volgende generaties zijn te zien vanaf juni tot oktober. Op de onderkant van de vleugel zit een witte c-vormige tekening.

De kleine vos is gemakkelijk te herkennen aan de oranje-met-zwarte vleugels, met aan de rand blauwe halve maantjes. De eieren worden op brandnetelbladeren gelegd. De rupsen maken gezamenlijk een spinselnest. De kleine vos heeft 2 a 3 generaties per jaar en kun je zien vliegen vanaf april tot oktober. De kleine vos overwintert als vlinder onder bladeren of tussen houtstapels. Daar blijven ze de hele winter zitten. Zodra het in het voorjaar warm genoeg is, komt de kleine vos weer te voorschijn. Het is altijd één van de eerste vlinders die je ziet vliegen in het voorjaar. Ze gaan dan op een zonnig plekje zitten om op te warmen. Vooral in augustus zitten er soms veel vlinders van de kleine vos tegelijk op distels.
De dagpauwoog.

Auteur: Vossaert Kurt (Tuinadvies)
Wereldfoto (Martina1)
|
Wereldfoto...chip vindt hond |
![]() |
![]() |
|
CHIP VINDT HOND - Drugshond Rex is weer terug bij de Mexicaanse nadat hij op transport zoek raakte. Dankzij een bij de hond ingebrachte chip kon de viervoeter nu zelf worden opgespoord. |
Wereldfoto (Martina1)
|
wereldfoto.. moederliefde |
![]() |
![]() |
|
DICHT BIJ MAMA - Baby-tapir Corumba gaat lekker dicht bij moederlief liggen in hun onderkomen in het Oost-Franse Amneville. |
Cartoons (Ereli)
|
cartoons |







Grapje (Ereli)
|
grapjes |
er was eens een piraat die met pensioen ging.
zijn pappegaai moest verkocht worden.
Hij kon drie zinnen zeggen:Je speelt vals,Mooie duik,en Bergen in zicht.
De pappegaai werd verkocht aan een oude dame.
De dame ging met haar vriendin naar het zwembad.
De pappegaai ging ook mee.
Eerst gingen ze een potje kaarten naast het zwembad.
De pappegaai zei tegen de vriendin:Je speelt vals!
De vriendin schrok hiervan en viel in het water.
De pappegaai zei:Mooie duik!
En alsof dat nog niet genoeg was viel ook de bikini van de vriendin in het water waarop de pappegaai zei:Bergen in zicht!
Een bouvier en een herder zitten in de wachtkamer van de dierenarts.
Vraagt de boef aan de herder waar hij voor komt.
"Dat zal ik je vertellen", zegt de herdershond.
"Gisteren liep de poes van de buren bij ons door de tuin, ik kon me niet
beheersen en beet haar dood."
"Nu krijg ik mijn verdiende loon, een spuit."
"Wat verschrikkelijk", zegt de boef."
Vraagt de herder: "Maar wat kom jij hier doen?"
"Tja", zegt de boef:
"Gisteren was mijn vrouwtje aan het douchen, ze liet de zeep vallen en bukte
zich."
"Ook ik kon me niet inhouden. Ik besprong haar van achteren."
"Nou" zegt de herder, "dan zul jij ook wel een spuit krijgen."
"Nee" zegt de boef, "ik ben hier om mijn nagels te knippen
Een cafébaas heeft een papegaai die nogal graag eens lol trapt.
Opeens komt er daar ne stoeren gast binnen en bestelt een grote pint bier.
"Voor mij ne coca!" roept de papegaai.
Dan roept er iemand tussen al het kletsende volk:
"voor mij en bierke!"
"voor mij ne coca!" roept die papegaai weer.
Diene cafébaas is natuurlijk al ferm op zijn teentjes getrapt en schreeuwt tegen die papegaai:
"nu is 't genoeg hé, nog ene keer en dan hang ik u bij Jezus aan het kruis"
"voor mij ne wodka!" roept er weer iemand uit de menigte.
"voor mij ne coca!" roept die papegaai weer.
"Nu is 't genoeg hé!" schreeuwt de baas en hangt de papegaai aan het kruis bij Jezus.
Na een uur vol belangstelling naar Jezus te zitten kijken zegt de papegaai tegen Hem: "Hedde gij ook 3 cola 's besteld?"
