Kippen en ganzen (Martina1)

- 't bier is niet voor de ganzen gebrouwen.
- 't kuiken wil wijzer zijn dan de kip.
- Als de hen kwaad is, ontziet ze de haan niet.
- Ald de hennen beginnen te kraaien, moet je ze de nek omdraaien.
- Als de kippen schuilen gaan, houdt de regen zelden aan.
- Als de vos de passie preekt, boer pas dan op je ganzen.
- Altijd haantje de voorste zijn.
- Daar kraait geen haan naar.
- Dat is de hen, die de eieren legt.
- De ganzen, die eenmaal in 't koren geweest zijn, willen er altijd weer heen.
- De ganzen krijgen de kost, maar ze moeten hem plukken.
- De haan van de kippen scheiden.
- De hennen die het meeste kakelen, leggen de eieren niet.
- De hoenders in een andermans hof jagen.
- De kip met de gouden eieren slachten.
- De man een vogelen de boer een gans.
- De rode haan laten kraaien. (brand stichten)
- Die eieren vergaren wilt, moet hem 't kakelen der hennen getroosten.
- Een blind hoen vindt wel eens een korrel.
- Een gans blaast wel maar hij bijt niet.
- Een goede haan is niet vet.
- Een goede haan kraait nog weleens weer.
- Een kleine kip legt elke dag, een struisvogel eens per jaar.
- De haan is de baas,.. als de hen niet thuis is.
- Een haan kraait het hardste op z'n eigen mesthoop.
- Een vette gans bedruipt heur zelven.
- Een wijze hen legt wel eens een ei in de netelen.
- Eieren voor z'n geld kiezen.
- Er als de kippen bij zijn.
- Het ei wil wijzer zijn dan de kip.
- Het kuiken wil altijd wijzer zijn dan de hen.
- Hij hangt de gebraden haan uit.
- Hij heeft het zo druk als de hoenders vóór Pasen.
- Hij is overal haantje de voorste.
- Hij loopt als een kip die z'n ei niet kwijt kan.
- Hij loopt als een kip zonder kop.
- Hij praat als een kip zonder kop.
- Hij preekt voor de ganzen.
- Hij schrijft hanepoten.
- Hij weet meer dan huismans hen.
- Hij werd zo rood als een kalkoense haan.
- Iemand die dom is, kun je afranselen met een kippeveer.
- Kip, ik heb je.
- Kwaad ei, kwaad kuiken.
- Langzaam aan komt de hen wel op de eieren.
- Men moet niet al zijn eieren onder één kip leggen.
- Men plukt de gans zolang hij veren heeft.
- Met de kippen op stok gaan.
- Na Driekoningen wordt elke dag de stap van de haan langer.
- Ongeleide eiers zijn onzekere kiekens.
- Twaalf eieren, dertien kuikens. (een onverwacht fortuin)
- Vroeger kraaiden de hanen, zei dove Jaap, nu doen ze alleen maar de bek open.
- Wie eieren wil vergaren, moet zich het kakelen der kippen getroosten.
- Zij greep naar het ei van de kip, en liet het ei van de gans liggen.
- Zij kakelt als een kip die 't ei niet kwijt kan.
- Zij voelt zich kip lekker.
- Zijn haan wil koning kraaien.

(ourworld.compuserve.com)
























Braakballen:

