De eend (Ereli)
|
|
Knudd
De eend (Ereli)
|
|
Knudd
Wilde eend (Ereli)
|
Wilde eend
Klasse: Aves (vogels)
|
|
| Kenmerken | Watervogel met oranje poten, zwemvliezen, brede platte snavel en paarsblauwe spiegel. De woerd (mannetje) heeft een glanzend groene kop, een witte halsband, een kastanjebruine borst en gekrulde zwarte veren aan de staart. Het vrouwtje heeft een onopvallend bruine kleur en een oranje-bruine snavel. Tijdens de najaarsrui onderscheidt de woerd zich door zijn gele snavel van het vrouwtje. Veel exemplaren tonen opvallende kleurafwijkingen door vermenging met gekweekte vormen en zijn soms moeilijk te herkennen. |
| Biotoop | Leeft in en bij meren, rivieren, sloten en plassen. |
| Verspreidingsgebied | Europa, Azië en Noord-Amerika. |
| Maten | Ongeveer 60 cm lang en weegt 1,25 kg |
| Paartijd | De paartijd is in de herfst en de broedtijd in het voorjaar. |
| Aantal jongen | 10 tot 12 lichtgroene eieren worden in 3 tot 4 weken uitgebroed door het wijfje. Na 9 tot 12 maanden zijn de kuikens volwassen. Meerdere legsels komen regelmatig voor. |
| Leefgewoonte | Zwemmen, duiken, poetsen en (`s nachts) voedsel zoeken . In het najaar trekken ze soms een stuk naar het zuiden. |
| Voedsel | Insekten, larven, wormen, jonge kikkers, padden en visjes, gras, waterplanten, zaden, zoals graankorrels, bessen en eikels. |
Vrouwtjes laten het meest van zich horen
Alleen vrouwtjes kunnen kwaken. Mannetjes fluiten of maken wat zachte geluiden. De Wilde eend behoort tot de grondeleenden, ook wel zwemeenden genoemd. Deze eenden staan vaak met hun kop onder water te zoeken naar voedsel (grondelen). In ons land broeden ongeveer 300.000 paar Wilde eenden. De meesten blijven hun hele leven in ons land. Veel Wilde eenden uit Noord-Europa brengen de winter in Nederland door. Dan bivakkeren hier regelmatig zo'n miljoen Wilde eenden.
Goede drijvers en snelle vliegers
Tussen de donsveren wordt lucht vastgehouden om het drijfvermogen te verhogen. De eend zwemt als het ware met opgevouwen vleugels in een donzen "roeiboot". Het brede lichaam blijft bij wind en golfslag gemakkelijk in balans. Wilde eenden duiken niet gauw en meestal niet dieper dan een meter. Daarna worden de vleugels zorgvuldig druppelvrij gemaakt. Dankzij hun lange en spitse vleugels kunnen ze vrijwel loodrecht uit het water opstijgen. Dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld de duikeenden die een lange aanloop nodig hebben om te kunnen opstijgen. Het zijn "slagvliegers"; ze kunnen niet zweven, maar behoren wel tot de snelste vliegers van het vogelrijk.
Huwelijk
In de wintermaanden is het gedrag dat hoort bij "verliefd, verloofd en getrouwd" goed te volgen. Het begint met bijeenkomsten van mannetjeseenden, de woerden, op het water. Ze proberen indruk op elkaar te maken door allerlei dansjes op te voeren en door veelvuldig met hun snavel te wijzen naar hun fraai gekleurde spiegel. De vrouwtjes volgen dit pronken en stoer doen nauwlettend. Als een mannetje voor een bepaald vrouwtje valt, maakt hij zijn liefde duidelijk door onder meer regelmatig met zijn snavel druppels water in de richting van zijn uitverkoren vrouwtje te gooien. Wanneer ze eenmaal verkering hebben, wijst het vrouwtje met haar snavel de mannetjes aan die door haar geliefde weggejaagd moeten worden.
Nadat het huwelijk is gesloten, wordt er dagelijks op het water gepaard. Zonder water is er ook geen paring. Na een paring zwemt het mannetje een rondje om z'n vrouwtje en vervolgens nemen ze een bad. In maart maken ze "verkenningsvluchten" om een geschikte woning te zoeken. De man beslist uiteindelijk waar de woning komt. De vrouw zorgt voor de inrichting van het nest en legt zo'n tien eieren. Deze eieren worden uitsluitend door het vrouwtje bebroed omdat zij in tegenstelling tot haar man goede schutkleuren heeft. Eerst blijft de woerd nog in de buurt van het nest. Vaak begeleidt hij zijn vrouwtje als ze het nest even verlaat voor haar ontbijt en avondmaal. Na een week houdt het mannetje het voor gezien en verlaat voorgoed zijn vrouwtje. Een woerd ziet dus nooit zijn eigen jonkies. Op het water is de eend voor roofdieren moeilijk te vangen. Maar om te broeden moet het wijfje het land op. Daar is ze kwetsbaar, al is ze uitstekend gecamoufleerd.
Eendenkuikens moeten vaak aan land om te rusten. In sloten en vijvers met steile oevers verdrinken veel jonge eendjes: die kunnen de kant niet opkomen en raken uitgeput.
|
|
|
Dagindeling
Wilde eenden eten in de wintermaanden voornamelijk gras. In het voorjaar worden Wilde eenden "vleeseters". Ze eten dan onder andere slakken en
waterinsecten. 's Zomers en in de herfst gaan ze weer over op een vegetarisch dieet dat vooral bestaat uit zaden van grassen en granen.
Eendenkuikens eten allerlei kleine diertjes, zoals muggen en waterslakjes.Wilde eenden zoeken vooral 's nachts naar voedsel. Omdat "eendjesvoeren" overdag gebeurt, denkt men vaak dat eenden overdag voedsel zoeken. Veel eenden verlaten tegen de avond echter het water en vliegen dikwijls voor hun maaltijd naar het boerenland. Tegen de ochtend keren ze huiswaarts en gaan dan slapen. 's Middags nemen ze uitgebreid een bad en wordt er druk gepoetst. Boven hun staart hebben ze een vetklier: een soort tube met vet. Daarmee smeren ze dagelijks met hun snavel de veren in, zo blijft het verenpak waterdicht.
|
|
|
|
Slobberen
Als eenden grondelen zuigen zij met hun vlezige, gevoelige tong water op door de snavelspits en slaan dit met gesloten snavel via de randen weer naar buiten. Hierdoor ontstaat het bekende snaterende/slobberende geluid. Het voedsel is voornamelijk plantaardig. Zwemeenden gaan vooral 's nachts op zoek naar eten. Voedselvluchten vinden plaats over 10 km en meer.
![]() |
![]() |
Een andere jas
Een vogelveer is een wonderlijk staaltje van vernuft. Het weegt bijna niks, is veerkrachtig, waterafstotend en isolerend. Het enige nadeel is dat een veer slijt. Daarom ruilen vogels minstens één keer per jaar hun oude "jas"
in voor een nieuwe; dit wordt rui genoemd. Eenden verliezen in korte tijd alle grote veren vanuit hun vleugels en kunnen een maand lang niet vliegen.
Mannetjes krijgen dan hetzelfde bruine onopvallende verenkleed als vrouwtjes, zodat ze in deze kwetsbare tijd niet opvallen. Ze zijn 's zomers
dus wel aanwezig maar worden door hun bruine outfit niet herkend als mannetjes. Alleen aan de groengele kleur van de snavel kun je zien dat het
een mannetje is, vrouwtjes hebben een bruinoranje snavel. Pas in september krijgen de mannetjes hun mooie prachtkleed terug.
Knudde
Een lachtertje tussendoor
|
Een lachertje tussendoor |

Het wouwaapje (Ereli)
Het wouwaapje of ixobrychus minutus
Trekvogel (april tot oktober). Deze reiger met de afmetingen van een Vlaamse gaai, leeft in het riet. In de vlucht steekt bij alle kleden een groot, licht veld af tegen de donkere bovenkant, vooral markant bij de mannetjes. Het vrouwtje heeft eenzelfde kleed als de jonge vogels. Vliegt laag, met brede vleugels en hangende poten korte stukjes boven het riet. Bij gevaar staat de vogel als een paal met opgerichte kop. Verspreiding en woongebied : een broedvogel in gans Europa, behalve Engeland en Scandinavië. Is bijna overal met uitsterven bedreigd. In dicht riet- en wilgenland langs het water. De vogel overwintert voornamelijk ten zuiden van de Sahara. Voortplanting : een nest in dichte vegetatie. Legtijd : mei en juni - één tot twee legsels - vijf tot zes matwitte eieren. Beide ouders broeden 17-19 dagen. De jongen lopen met 8-10 dagen al rond en kunnen na een maand vliegen. Voedsel : kleine visjes, dikkopjes, kikkers, insecten, wormen en weekdieren.

De oehoe (Ereli)
Uilen doen, dankzij hun ronde uiterlijk en hun grote ogen, een beroep op onze positieve gevoelens. We ervaren ze als "lief." Oehoeboeroe van Paulus de boskabouter en mijnheer de Uil zijn goedmoedige, wijze personen met een vertrouwenwekkende bromstem. Toch bestaan ook de uitdrukkingen "Zo dronken als een uil; "Zo dom als een uil" en "Ieder meent zijn uil een valk te zijn." Daarnaast zijn uilen geduchte nachtrovers; de letterlijke doodsschrik van vele kleine en grotere dieren. Ook spelen ze, door hun nachtelijke leefwijze en soms lugubere schreeuw, een belangrijke rol in het bijgeloof.
UILEN ALGEMEEN
Systematisch gezien horen de uilen tot de vogelorde der Strigiformes, met 133 soorten verdeeld over twee families.
Tot de familie der Tytonidae rekent men de negen soorten kerkuilen, die op grond van enkele lichamelijke verschillen worden onderscheiden van de "echte" uilen of Strigidae.
Het zachte, bol staande verenkleed van de uilen zorgt voor een geruisloze, spookachtige vlucht door de nachtelijke stilte. Door die bedekking met veren lijkt de kop groot en de hals kort.
De ogen staan onbeweeglijk voorin de kop. Hierdoor is het blikveld klein, maar het vermogen om afstand te schatten goed ontwikkeld. Dit is voor roofdieren essentieel, bij alle groepen ervan liggen de ogen naast elkaar. Om de onbeweeglijkheid van de ogen te compenseren, kunnen uilen de kop zeer ver ronddraaien; tot 270 graden rondom en 180 graden naar boven, hierdoor kan ze letterlijk "ondersteboven" gehouden worden. Om voldoende licht te kunnen opvangen in het halfdonker (in het pikkedonker zien zelfs uilen niets) zijn de ogen groot; de oogbol is soms even groot als die van de mens. Alleen pupil en iris zijn zichtbaar omdat het oog, in een plat gezicht, door een krans van veertjes, DE SLUIER, is omgeven.
Om de gevoelige ogen overdag te kunnen beschermen, trekt er vanuit de ooghoek een derde ooglid, het knipvlies, overheen. De in alle vogelogen aanwezige beenring is bij de uilen tot een op het netvlies uitkomend kokertje uitgegroeid,waardoor echte teleskoopogen ontstaan.
Van de lichtgevoelige cellen zijn vooral de staafjes, het "schemerzintuig", goed ontwikkeld; het kleurenzien d.m.v. de kegeltjes is echter ook aanwezig.
Voor gespecialiseerde nachtjagers op kleine dieren zijn goede oren van belang. In de kop bevinden zich oorspleten, de randen van deze gehooropeningen zijn tot bevederde kleppen omgebouwd. Deze kunnen in de richting van het geluid gedraaid worden en de zeer gevoelige oren geheel bedekken. Deze oorkleppen zijn niet identiek aan de vederbosjes op de koppen van ooruilen, die dienen louter voor de versiering. Om de prooi te kunnen grijpen, doden en verscheuren beschikken uilen over sterke grijpvoeten en een haaksnavel. Kleine prooien worden wel in hun geheel ingeslikt, de uitgebraakte onverteerbare delen kennen we als uileballen.
De voortplantingstijd ligt vroeg in het voorjaar, in het algemeen worden geen nesten gemaakt; de eieren zijn rond en bijna zuiver wit.
De meest opvallende der Strigidae zijn de oehoe's of ooruilen, met elf soorten over de hele wereld verspreid.
OEHOE
Van "de" Oehoe (Bubo bubo) komen ca. 20 ondersoorten voor. Het is een enorme, tonvormige ooruil, 60 à 75 cm groot met een vleugelspanwijdte van 160 à 188 cm. De gezichtsschijf is vrij donker en de sluier niet sterk ontwikkeld. De ondersoort bubo heeft glanzende oranje ogen, bij andere ondersoorten gaan de ogen meer naar geel toe. Deze ogen en de brede, lichtgekleurde keel vallen sterk op; ze geven het dier zijn "vriendelijke" uiterlijk. De snavel is zwart.
BIOTOOP
Hoewel sommigen stellen dat de oehoe geen cultuurvluchter is, beschouwt men hem algemeen als bewoner van de laatste wildernissen, vrij van verstoring; voorkomend in alle gebieden en klimaatzones waar zo'n grote, niet gespecialiseerde predator nog voldoende voedsel en nestelgelegenheid kan vinden. Meestal is dat onherbergzaam terrein of gebieden die op andere wijze gevrijwaard zijn van menselijke verstoring. Met het verdwijnen van deze gebieden nam de populatie van de oehoe in de 19e eeuw af. Andere oorzaken van de achteruitgang waren het uithorsten van nesten en in de landbouw gebruikte gifstoffen. Na nestbescherming en uitzetprogramma's nam het aantal oehoe's in sommige landen weer toe.
In alle populaties komen zwerfgevallen voor buiten het normale verspreidingsgebied. De centraaleuropese en noordeuropese ondersoort bubo (andere ondersoorten zijn bv. hispanus interpositus en ascalaphus) wordt wel aangetroffen in Schotland, het Witte Zeegebied en de toendrazone.
VOEDSEL
Het niet gespecialiseerd zijn van de oehoe blijkt o.a. uit de, vergeleken met andere uilen, kleine gehoorspleten.
De oehoe jaagt vooral onmiddellijk na zonsondergang, in noordelijke gebieden, tijdens de lange zomerdagen, ook wel overdag. Hoewel soms in bossen wordt gejaagd, gaat de voorkeur uit naar spaarzaam bebost terrein. Hier wordt een uitkijkpost opgezocht, die ongeveer iedere vijf minuten wordt verwisseld voor een die 50 à 100 m verder is gelegen. De vlucht gaat vlak boven de grond of de boomtoppen, het verhaal gaat dat dan slapende prooien worden geslagen. Ook wordt verteld dat rotsholten op prooien worden afgezocht en dat eiders op het nest worden gegrepen. Kraaienesten en horsten van de buizerd, inclusief de volwassen vogels, worden in enkele nachten geplunderd. Op visarendenmanier worden vissen uit het water en zelfs uit visnetten omhooggehaald. Een oehoe kan een volwassen eider minstens 500 meter door de lucht dragen, men heeft er zelfs een waargenomen die een volwassen vos in de vlucht meevoerde. Bij het nest zijn prooien tot een gewicht van drie kilo aangetroffen.
Op het menu staan allerlei zoogdieren zoals muskusratten, alle marterachtigen (tot jonge dassen toe), wilde katten, jonge varkens, reeën, honden schapen en zelfs runderen. Bij de vogelprooien trof men, naast een volwassen reiger en een andere oehoe, haviken, buizerds, valken en vele andere soorten aan. Ook reptielen, amfibieën, kevers en vele grote en kleine vissen worden niet versmaad.
TERRITORIUM, VOORTPLANTING
Oehoe's vormen een paar voor het leven. In gevangenschap kunnen ze meer dan zestig jaar oud worden, in het wild wordt deze leeftijd waarschijnlijk nooit gehaald. De oudste geringde vogel was minstens 21 jaar.
Het territorium is ongeveer 10 à 20 km groot; de buitengrenzen zijn niet strikt, de territoria overlappen elkaar. Oehoe's tolereren zeker geen slechtvalken in het territorium, deze worden als eersten geëlimineerd. Een zo absolute toppredator in de voedselpyramide als de oehoe duldt geen concurrentie, op zijn menu staan naast elf soorten dagroofvogels niet minder dan acht soorten collega-uilen!
De oehoe is niet echt schuw; wanneer hij zich op de roestplaats bevindt kan hij vrij gemakkelijk benaderd worden. Bij bedreiging leunt de vogel voorover, staart naar de bedreiger, zet de borstveren op, spreidt de staart uit, tilt de gekantelde vleugels op, sist en knapt met de snavel. Op zulke momenten kreeg zelfs Paulus het benauwd!
In de broedtijd wordt echter geen verstoring verdragen; die kan leiden tot het onmiddellijk verlaten van nest en jongen. Het nest wordt gemaakt in het vroege voorjaar op de grond, bovenaan een steile helling, in een grot of onder een overhangend gedeelte; meestal in de buurt van enige begroeiing. Soms worden ook wel oude nesten van andere vogels gebruikt.
Het mannetje schraapt de nestholte uit, waarin 2 à 6 eieren worden gelegd. Na een broedtijd van 34 - 36 dagen komen de jongen uit, ze blijven vijf maanden van de ouders afhankelijk. Bij voedselgebrek eten de oudere jongen, soms geholpen door de moeder, de later uitgekomen broertjes en zusjes op. Zoals alle roofvogels begint de oehoe al te broeden bij het eerste of tweede ei, bij een tekort aan prooidieren overleven alleen de eerstuitgekomen en/of sterkste jongen. Dit is een van de manieren waarop, in natuurlijke omstandigheden, de populatie in evenwicht blijft met zijn prooidieren.

De wintertaling of anas crecca (Ereli)
|
|

De wintertaling of anas crecca
Zwerf- en trekvogel, doortrekker en wintergast. De kleinste van de grondeleenden. Meestal in groepen langs lage, modderige oevers. Alleen de mannetjes in prachtkleed zijn probleemloos te herkennen. Verspreiding en woongebied : verbreide, in het binnenland verspreid voorkomende broedvogel. In de broedtijd verstopt langs meren en poelen, maar ook in het bos. Voortplanting : nest is verstopt in de grond, in de buurt van water. Legtijd : van april tot juni. Acht tot elf eieren, gelig-grijs tot lichtgroen. Het vrouwtje broedt zo'n 21-23 dagen. Voedsel : kleine diertjes en plantaardig afval.

De glanskop of parus palustris (Ereli)
De glanskop of parus palustris
De glanskop lijkt als twee druppels water op de matkop. De gelijkenis is zo sterk, dat pas begin deze eeuw is ontdekt dat de 'zwartkopmees' bestond uit twee soorten met een totaal verschillende leefwijze. Alleen nauwkeurige waarnemers zien de verschillen. Glanskoppen houden van droge voeten en zijn vooral te vinden in de oudere loofbossen, terwijl de matkop juist de nattere wilgen- en berkenbossen verkiest.
Kenmerken
De glanskop verschilt van de zwarte mees door het ontbreken van de witte wangen en nekvlek. Lengte : 11,5 cm.
Voedsel
Glanskoppen eten vooral insecten en spinnen in het broedseizoen. Ze eten zaden, bessen en noten tijdens de rest van het jaar.
Wintervoedering
zaden en restjes
Nest
Glanskoppen nestelen in natuurlijke holtes laag boven de grond. Matkoppen hakken hun eigen nestholte uit in oud rottend hout. De bodem van het nest wordt gevoerd met mos.
Broedgegevens
Maanden april tot augustus - één legsel - zeven tot acht witte eieren met een paar bruine vlekjes - broedtijd : 13-15 dagen door het vrouwtje - vliegvlug : na 17-20 dagen; zelfstandig na 8-14 dagen.

De oeverloper of actitis hypoleucos (Ereli)
De oeverloper of actitis hypoleucos
Tekvogel, april tot oktober, doortrekker. Kleiner dan de merel. Zijkant van de borst is grijsbruin, het wit van de buik komt bij de zittende vogel bijna tot de vleugelbocht. In de lucht smalle witte vleugelbanden en smalle, gestreepte staartkanten. Vliegt stijfjes met trekkende vleugelslag, meestal vlak boven water en drijft korte stukken, waarbij de vleugels gebogen omlaag gehouden worden. Loopt snel en wankelt bij het staan. Zit graag iets hoger. Verspreiding en woongebied : broedvogel in bijna heel Europa, bij ons niet langs de kust. In het binnenland (door waterregulering) zeldzaam geworden. Spaarzaam begroeide oevers met kiezel en zand; soms ook in grindgroeves, maar minder in staat zich aan te passen dan de Kleine Plevier. Op doortrek langs oevers van allerlei aard, maar ook aan de kust. Nachttrekker.
Voortplanting : in niet te dichte vegetatie een goed verstopt nest op de grond, bij het water. De vier relatief grote bruinige eieren zijn bezaaid met vele donkere stippen en vlekken. Beide partners broeden 21 tot 22 dagen. De jongen verlaten het nest, maar zijn pas na 28 dagen zelfstandig. Voedsel : op de grond gevangen insecten en andere kleine diertjes

grappige hondenfoto's (Ereli)
|
grappige hondenfoto's |





Knudde
Toxoplasmose
| Toxoplasmose | |
|
| |
| ICD-10 | B 58 |
| ICD-9 | 130 |
| DiseasesDB | 13208 |
| MedlinePlus | 000637 |
| eMedicine | med/2294 |
Toxoplasmose is een ziekte veroorzaakt door een microscopisch kleine, eencellige parasiet , Toxoplasma gondii die vele dieren aantast maar in katachtigen een seksuele voortplantingscyclus heeft. De ziekte wordt daarom wel eens 'kattenziekte' genoemd maar dit is minder gewenst omdat deze naam ook wordt gebruikt voor parvovirose bij katten, een (voor katten) zeer gevaarlijke virusziekte, die niets met toxoplasmose te maken heeft.
De parasiet is een obligaat intracellulair levende protozo . Katten raken besmet door het eten van vlees met kysten of door infectueuze oocysten in te slikken. In de cellen van de darmwand van de kat ontstaan uit gametocyten nieuwe oocysten, die met de ontlasting naar buiten worden getransporteerd en nu eerst enige tijd moeten rijpen voor ze infectueus kunnen worden. Dit duurt van 1 tot 24 dagen, afhankelijk van de temperatuur. Bij 24 graden, dus ruim boven kamertemperatuur, 2 a 3 dagen. Ze kunnen onder warme en vochtige omstandigheden meer dan een jaar infectueus blijven. De aseksuele cyclus kan plaats vinden in elk type cel van de tussengastheer (zoals de mens) behalve in rode bloedcellen. Na inslikken komt er uit de ookyste een zogenaamde 'tachyzoiet' die een gastheercel binnendringt en zich daarin gaat delen tot de gastheercel barst. De vrijkomende parasieten zoeken een nieuwe cel, etc. Op een gegeven moment gaan de tachyzoieten zich om onbegrepen redenen niet meer delen maar vormen weefselkysten, waarin zich 'bradyzoieten ' bevinden die zeer langzaam bewegen en een trage stofwisseling hebben. De kysten zijn tot 1/5 mm groot en kunnen enkele tot enkele duizenden bradyzoieten bevatten. De kysten kunnen in elk weefsel worden aangetroffen maar hart , hersenen , retina en spieren zijn het meest aangedaan.
Cysten van toxoplasma-parasieten komen met name voor in de uitwerpselen van een kat en in vlees van varkens , geiten en schapen . Je kunt met deze parasiet in contact komen door:
De meeste mensen merken weinig tot niets als ze geïnfecteerd worden, symptomen blijven uit of doen denken aan een griepje, doch ernstige symptomen komen zelden wel eens voor, vaak bij mensen met een verminderde weerstand. Dit zijn bijvoorbeeld beschadigingen aan onder andere de hersenen en het netvlies . Enige tientallen procenten van de bevolking hebben antistoffen tegen de parasiet en zijn er dus ooit mee besmet geweest. De meesten hebben daar nooit iets van gemerkt. De infectie blijft levenslang bestaan maar bij een normaal functionerend immuunsysteem wordt hij niet meer actief.
De laatste tijd is de toxoplasma-parasiet nogal in het (wetenschappelijke) nieuws omdat hij invloed zou kunnen hebben op het gedrag. Ratten met toxoplasmose worden makkelijker door katten gevangen, wat verspreiding van de parasiet in de hand werkt. Mensen blijken vaker risico's te nemen, hun reactiesnelheid vertraagt en men maakt maar liefst 2× zoveel kans op een ongeluk in het verkeer. Ook lijkt het erop dat mensen met schizofrenie vaker met toxoplasma besmet zijn dan gemiddeld. Of dit een oorzaak of een gevolg van de schizofrenie is, is echter nog niet duidelijk.
Zwangere vrouwen die nog niet geïnfecteerd waren moeten extra opletten; toxoplasmose tast als de vrouw geïnfecteerd raakt tijdens de zwangerschap de ongeboren vrucht aan. Naarmate de zwangerschap jonger is is de kans dat de vrucht het krijgt kleiner maar zijn de gevolgen, als dit toch gebeurt, ernstiger. Er kan zich een spontane abortus, afwijkingen aan de ogen en aan het zenuwstelsel van de vrucht voordoen.
Ijsberenpopulatie (Ereli)
|
'Tweederde ijsberenpopulatie in 2050 uitgestorven'
Uitgegeven op zondag 09 september 2007 om 18:41:24, bijgewerkt om 21:08:41 |
(Novum/AP) - Tweederde van de ijsberenpopulatie zal in 2050 zijn uitgestorven en in Alaska zal de soort tegen die tijd niet langer voorkomen, doordat de ijsvloer rond de noordpool als gevolg van het broeikaseffect in omvang en sterkte afneemt. Wetenschappers van het U.S. Geological Survey (USGS), de onderzoeksafdeling van het Amerikaanse ministerie van binnenlandse zaken, hebben dit in een vrijdag gepubliceerd rapport voorspeld.
Voor de langere termijn zijn de geleerden nog somberder. Eind deze eeuw zullen alleen op de noordelijke Canadese eilanden en de westkust van Groenland nog ijsberen resteren van de 16.000 exemplaren die er momenteel naar schatting zijn, aldus het USGS.
Het instituut heeft weinig hoop dat de opbouw van koolstofdioxide en andere broeikasgassen zo snel kan worden gekeerd, dat de ijsbeer daar nog van kan profiteren. USGS-directeur Mark Myers stelt dat, ondanks de beperking van de uitstoot van dergelijke gassen ,,dezelfde hoeveelheid energie ten minste 20, 30, 40 jaar in het systeem zal blijven".
Groenland en Noorwegen tellen de meeste ijsberen, terwijl eenkwart voornamelijk voorkomt in Alaska en naar Canada en Rusland trekt. Hun biotoop zal slinken zodat Alaska en andere zuidelijke regio's uitvallen.
Het USGS adviseert minister van binnenlandse zaken Dirk Kempthorne, die in januari moet besluiten of hij de ijsbeer zal toevoegen aan de lijst 'bedreigde' of 'met uitsterving bedreigde' diersoorten. In het laatste geval krijgt de ijsbeer bescherming in het kader van de Wet op de met uitsterving bedreigde diersoorten.
Een ander instituut, de in Zwitserland gevestigde World Conservation Union, schat de huidige ijsberenpopulatie op 20.000 tot 25.000.
Knudde
Fret is populair (Martina1)
Fret is populair
Steeds meer mensen nemen een fret in huis. Vraagt dat diertje nu een andere verzorging dan een hond of een kat? Dierendokter Rob kan ons verder helpen.
Hoe komt het dat de fret zo'n populair diertje wordt?
Hondeziekten : uitwendige parasieten (Ereli)
| Uitwendige parasieten |
| Ook al besteedt u veel aandacht en zorg aan de vacht van uw hond, toch kan hij met huidparasieten in aanraking komen. Ze zijn er nu eenmaal en komen veel voor. Katten-, honden- en zelfs mensenvlooien zien in uw hond een gewillige gastheer. Ze kunnen ernstige huidproblemen veroorzaken en ze bezorgen de hond een onaangenaam gevoel. Zoek vooral naar kleine zwarte korreltjes in de vacht en de mand van uw hond. Ze verraden de aanwezigheid van vlooien. Schurftmijten luizen worden meestal overgedragen door direct contact met andere honden, maar ook vossen zijn een mogelijke bron. Teken vormen een echt probleem, temeer omdat ze soms ernstige infecties overbrengen. Wild en schapen zijn de bron van deze bloedzuigende parasieten. De meeste parasieten geven de voorkeur aan de hond, maar schurft kan ook van de hond op de mens worden overgedragen. Reden genoeg om uiterst waakzaam te zijn. Hieronder bespreken we kort de meest voorkomende parasieten en het vlooienprobleem bespreken we uitgebreid op een afzonderlijke pagina. Meest voorkomende uitwendige parasieten
| ||||||||||||||||||

Hondeziekten (Ereli)
| Zenuw aandoeningen |
| De zintuigen, organen en spieren van de hond werken pas optimaal onder invloed van de hersenen en het netwerk van zenuwverbindingen. Door beschadigingen aan het zenuwstelsel kunnen het uitvallen van de waarneming, gedeeltelijke of gehele verlamming, verlies van evenwichtsgevoel, toevallen of veranderingen in het gedrag van de hond worden veroorzaakt. Virussen, zoals de verwekkers van rabiës en hondenziekte, veroorzaken een ontsteking van de hersenen. Tengevolge daarvan treden veranderingen in het temperament en de coördinatie op. Andere bacteriële en virusinfecties tasten het beschermende weefsel rond de hersenen aan, waardoor aandoeningen als hersenvliesontsteking, toevallen en verlies van evenwichtsgevoel kunnen ontstaan. Directe beschadigingen aan het hersenweefsel kunnen leiden tot toevallen. En als het ruggenmerg is beschadigd, kunnen zenuwbanen worden geblokkeerd. Afhankelijk van het deel van het ruggenmerg dat is aangetast, treden stoornissen op in de waarneming, verlammingen of incontinentie. Elke aantasting van zenuwweefsel moet direct worden behandeld ! Het zenuwstelsel van de hond
Symptomen en aandoeningen
|

Caracara's en valken (Ereli)
VALK
| Caracara's en valken | |||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Torenvalk (Falco tinnunculus ) | |||||||||
| Taxonomische indeling | |||||||||
| |||||||||
| Familie | |||||||||
| Falconidae |
De familie valkachtigen (Falconidae) is één van de families in de orde roofvogels (Accipitriformes). Wereldwijd komen er 58 soorten valken voor, die zich alle kenmerken door lange spitse vleugels , een naakt loopbeen en naakte tenen. De rest van de poten is met losse veren bedekt (de broek genaamd). In Nederland is de torenvalk de meest voorkomende valkensoort. Valken werden veelal voor de jacht gebruikt, de valkerij , nu nog als hobby gehouden en afgericht door een valkenier .
In Nederland en België komen de torenvalk , de boomvalk , het smelleken en de slechtvalk voor. Incidenteel wordt in Nederland ook wel de roodpootvalk (Falco vespertinus ) gezien. Als voedsel eten ze andere vogels en kleine zoogdieren.
Knudde
Let op voor oorhematoom (Martina1)Let op voor oorhematoom
Als een hond oorpijn heeft, flappert hij automatisch met zijn oren. Daarbij kan hij met zijn oor ergens tegenaan stoten. Als er een bloeding ontstaat in de oorschelp komt er een enorme bobbel vol bloed op het oor te staan. Zo'n oorhematoom moet chirurgisch verwijderd worden. Voorkomen is beter dan genezen.
Ooievaars (Yradja)
Poezen (ereli)

.jpg)








Dierenfoto's (Ereli)
|
dierenfoto's |








Knudde
Katten (Ereli)
Katten
Katten zijn hele makkelijke huisdieren, als je niet in een flat of aan een drukke weg loopt, kan je je kat vaak gewoon alleen buiten laten. Een kat heeft minder aandacht nodig dan een hond.
Soorten
Er zijn drie soorten katten namenlijk:
- haarloze kat.
- kortharige katten.
- langharige katten.
Haarloze katten:
Alle katten die in het verleden 'haarloos' of 'kaal' werden genoemd hadden in werkelijkheid op zijn minst een donzig dekje over het lichaam. Af en toe wordt er helaas een kale kat geboren uit normaal behaarde ouders en het merkwaardige uiterlijk van deze dieren trekt vaak de aandacht van de mensen.
Voorbeeldenhaarloze katten: mexicaanse haarloze kat, sphynx.

Kortharige katten:
Je kunt korthaarrassen indelen in verschillende types: stevig gebouwde katten, slank gebouwde katten, extreem slank gebouwd type.
Voorbeelden van kortharige katten: tabby katten, europees korthaar gevlekt, manx, europees korthaar creme.
Langharige katten:
Langharige katten waren tot het einde van de 16e eeuw in Europa onbekend. Toen bracht de Franse wetenschapper Nicolas Fabri de Peiresc een langharige kat mee uit Turkije. Tegenwoordig zie je overal langharige katten.
Voorbbelden langahrige katten: angora, turkse kat, maine coon.

Voeding
Een kat moet ten minste twee maal per dag gevoerd worden. Als je je kat twee keer per dag voert in plaats van een keer, geef haar dan bij elke maaltijd de helft van haar dagelijks eten en niet telkens zoveel als ze nodig heeft. Katten hebben ongeveer 80 tot 90 calorieën per dag nodig per kilo lichaamsgewicht. Verminder deze hoeveelheid als je kat te dik wordt en geef wat meer als je kat probeert je goudvis op te eten.
Op verschillende momenten in haar leven heeft een kat grotere behoefte aan voedsel. Tijdens de zwangerschap of zoogperiode moet zij zoveel kunne eten als zij wil, waarschijnlijk eet ze drie tot vier keer zoveel als normaal. Jonge katjes eten ook meer dan een volwassen kat, omdat zij extra energie nodig hebben om te groeien.
De grootste invloed op het dieet van een huiskat heeft ongetwijfeld haar baasje. Omdat katten worden beschouwd als kieskeurige eters, kan het een uitdaging worden om voedsel te vinden dat je kat lekker vindt. Een kat die honger heeft, eet praktisch alles wat eetbaar is; zo stom is ze niet.
Het belnagrijkste waar je aan moet denken bij het kiezen van kattevoedsel is dat de keuze aan jouw is en niet aan de kat. Zorg goed voor je kat: lees de produktinformatie en beslis wat het beste voer voor je kat is.
Drinken is essentieel voor een kat, maar melk is niet nodig. Veel katten reageren allergisch op melk. Een zoogdier met een goed afgewogen dieet heeft na de zoogperiode geen melk meer nodig.
Water is echt essentieel voor katten. In feite drinken de meeste katten meer water dan hun baasjes zich realiseren, ook al is het uit een modderpoel. Wil je kat aanmoedigen om te drinken, geef haar dan een ruime drinkbak.(jdmedia.nl)
Knudde