garfield

| Garfield E-Comic by Jim Davis |
| ||
garfield
| Garfield E-Comic by Jim Davis |
| ||
Democratische vissen
Stekelbaarsjes kiezen hun leider op basis van uiterlijke kenmerken. Welk van deze visjes is de beste kandidaat? Foto: Jolyon Faria en Alex Poll
Splitsende stekelbaarzen
In de jaren die volgden op deze eerste ontdekking, ontdekten McPhail en collega’s dergelijke soortenparen in nog vijf andere meren in de omgeving van Vancouver. Zij maakten aannemelijk dat het echt om twee soorten gaat. Tussenvormen zagen ze nauwelijks; slechts één procent van de stekelbaarzen in die meren bleek hybride.
Ook vonden de Canadezen dat alle benthische vissen slechts één variant van een bepaald gen bezitten, terwijl de limnetische vissen meerdere allelen van dat gen kennen. Bovendien, als de onderzoekers de jonge visjes onder identieke omstandigheden opvoeden, wordt het nageslacht van benthische ouders altijd van het benthische fenotype. Hetzelfde geldt voor de limnetische vorm.
Al in het midden van de twintigste eeuw benadrukte evolutiebioloog Ernst Mayr dat een soort zich zonder geografische barrière niet in twee soorten zou opsplitsen. Zolang alle individuen met elkaar kunnen voortplanten, zullen immers de aan verschillende niches aangepaste allelcombinaties steeds weer recombineren. Mayr veronderstelde dat alleen allopatrische soortsvorming mogelijk was: als twee populaties door bijvoorbeeld een bergrug van elkaar gescheiden leven, kunnen ze elk in een eigen richting divergeren zonder dat hun allelen elke generatie gemengd worden.
Deze twee vormen stekelbaarzen staan op de grens van twee aparte soorten. De bovenste eet alleen plankton. De onderste stekelbaars leeft alleen op de bodem en eet grotere dieren. Paren kunnen de vissen nog wel, maar dat doen ze niet in de natuur. Het levert hybriden op die met geen van beide typen om voedsel kunnen concurreren. Nu blijkt dat sympatrische soortvorming theoretisch mogelijk is, ontstaat een nieuwe uitdaging. De post-Mayr-biologen moeten testen of sympatrische soortsvorming ook feitelijk heeft plaatsgevonden, van stekelbaarzen en hagedissen tot planten.
Op basis van deze ‘sympatrische theorieën’ kunnen evolutiebiologen genetische en gedragspatronen in nu levende soorten voorspellen. Vervolgens kunnen empirici die voorspellingen toetsen.
(NIBI - Kennislink - Nederland)
Als een puppy geboren is: wat gebeurt er daarna? (deel 4)
Wanneer komen de tanden door?
Bij de geboorte zijn de tanden van de puppies nog niet te zien. Ze zitten nog onder het slijmvlies.. De eerste elementen van het melkgebit komen 3-4 weken na de geboorte door het slijmvlies te voorschijn.
![]() |
(zie verder de mail die ik hierover onlangs doorstuurde en neem ook eens een kijkje op Dierengebit.nl)
Met dank aan Dierenkliniek Wilhelminapark in Utrecht
Als een puppy geboren is: wat gebeurt er daarna? (deel 3)
|
De pups gaan rondkruipen
Wat eet een pup en waneer beginnen met voer? Wat eet een pup Zorg dat de pup voldoende moedermelk krijgt, weeg de pups dagelijks om de groei in de gaten te houden. Indien de pup pieperig blijft en de moeder niet voldoende melk geeft ga dan bijvoeren met puppymelk Vanaf 3-4 weken kunt u beginnen met de puppies pap aan te bieden. Dit mag ad lib (onbeperkt) de puppies eten zoveel ze opkunnen of nodig hebben Na een paar dagen kunt u blikvoer (puppyvoer) door de pap beginnen te mengen. Een paar dagen hierna kunt u stoppen met de pap en alleen nog blikvoer aanbieden Vanaf 5-6 weken kunt u beginnen met naast het blikvoer brokjes aan te bieden. De kiezen beginnen dan door te komen en ze kunnen echt gaan bijten/kauwen
Biedt een pup tot 3 maanden leeftijd 4x per dag eten aan
Vanaf 3 maanden 3x per dag
Vanaf 6 maanden 2x per dag
Ontwormen: begin al op 2 weken leeftijd
Mochten er zich in het huishouden hele jonge kinderen of een zwangere vrouw bevinden dan adviseren wij om vaker te ontwormen, namelijk elke 3 maanden. | ||||||||||||||||||||||||||||||||
Als een puppy geboren is: wat gebeurt er daarna? (deel 2)
De voorbereiding op de geboorte
Voorbereiding
Zorg voor een geschikte werpkist. Deze behoort ergens rustig en beschut te staan. Voorkom tocht en zorg dat er niet teveel afleiding voor de teef is. Een warmtelamp is ook ideaal als het koud is rondom de werpkist. Hang eventueel een thermometer in de de werpkist zodat je de temperatuur kunt controleren.
Voeding tijdens en na de dracht
Zorg dat de moeder genoeg te eten krijgt tijdens de dracht om de ongeboren pups goed te laten groeien. Om melk te kunnen geven heeft ze na de bevalling veel energie nodig: dus voer nodig. De moederhond moet onbeperkt eten tot haar beschikking hebben (dit heet ad lib voeren). Het beste is om de teef al vanaf de 4e week van de dracht langzaam op puppyvoer over te zetten, meng het gedurende 1 week met het oude voer. Vanaf de 2e helft van de dracht (de 5e week) raden wij aan om alleen om alleen nog maar puppyvoer te geven. Gedurende het einde van de dracht en tijdens het zogen krijgt ze dan voer met een hoog energiegehalte. Een extra voordeel is, dat zodra de puppy's vast voer gaan eten kunnen ze mee kunnen eten met de moeder.
Draagtijd
Puppies worden geboren na een draagtijd van gemiddeld 9 weken (62 dagen, gemiddeld 59-63 dagen).
De neonatale fase: 0 - 14 dagen leeftijd
Doof en blind geboren
De pups worden doof en blind geboren en blijven dit de eerste 10-14 dagen. Voelen en ruiken kunnen ze wel. Met hun tastzin en neus vinden zij de weg naar moeders tepel en leren zij haar geur en die van hun broertjes en zusjes (her)kennen.
Wennen aan mensen
Ook nemen ze in deze periode de mensengeur op. Deze fase is dus belangrijk voor de hond-mens binding. Houd de pups af en toe tegen u aan, maar laat niet te veel vreemde mensen bij de teef en haar kroost. Rust is in deze fase belangrijk.
Geboortegewicht
Puppies wegen afhankelijk van het ras bij de geboorte tussen de 100 en de 500 gram. Iedere 2-3 uur drinken de puppy's melk bij de moeder. In de eerste dagen is het belangrijk om bij te houden of een pup goed groeit. Weeg daarom elke pup minstens 1x per dag, dan kun je zien of deze genoeg melk binnenkrijgt en goed aankomt. Maak bijvoorbeeld een lijst waarop je elke dag opschrijft hoeveel gram de pup is gegroeid.
Hoe herkent u een hongerige pup
Indien de pups erg pieperig zijn en niet aankomen qua gewicht, dan kan het zijn dat de moeder niet voldoende melk geeft. Het is dan van belang dat de puppies met puppymelk bij te voeren.
Navelstreng
Na de eerste dag begint de navelstreng steeds meer in te drogen. Ongeveer een week na de geboorte valt de navelstreng eraf.
Oogjes open
Op ongeveer 10 dagen gaan de oogjes en de oren open.
Controleer de pup na de geboorte op een open gehemelte
Zodra de pup geboren zijn moet u ze nakijken of er geen afwijkingen zijn. Kijk de pootjes goed na en controleer het gehemelte door de mond open te maken. Vaak wordt dit vergeten. De pup groeit niet en heeft moeite met het zuigen op de tepel of op de speen van het flesje. Kijk op de foto hieronder. Als u een vergelijkbaar beeld ziet als op de foto hieronder dan moet u met die pup naar uw dierenarts gaan!
(wordt vervolgd) Met dank aan Dierenkliniek Wilhelminapark in Utrecht
Als een puppy geboren is: wat gebeurt er daarna? (deel 1)
De eerste socialisatiefase: 3 - 12 weken leeftijd
Deze fase is een heel belangrijke periode in het leven van de pup. In deze periode moeten de pups de rest van de buitenwereld als normaal gaan beschouwen.
Nieuwsgierig
Ze maken kennis met van alles en iedereen en zijn onderzoekend en nieuwsgierig. In deze periode moeten de hondjes met een zo breed mogelijk menselijk als dierlijk publiek in aanraking komen.
Dit is dan ook de goede periode om met je pup naar een hondenschool te gaan!
Wennen aan prikkels
Ook moeten ze leren dat allerlei prikkels als bv. lawaai van auto's, treinen, apparaten enz. niet eng is. Dit proces wordt socialisatie genoemd. De 1e solcialisatieperiode moet rustig gebeuren, anders krijgt de pup een overkill aan informatie en kan hij dat niet op de juiste manier verwerken. Het is prima om de pup op de arm te nemen en rustig te laten wennen aan de nieuwe prikkel(s). U merkt snel genoeg of uw pup angstig of nieuwsgierig is. In het eerste geval is uw hond nog niet toe aan de prikkel. In het tweede geval is de pup klaar om op de grond op verkenningstocht te gaan. Als het nog wat angstig is negeer uw angstige pup en troost het niet, want dan versterkt u de angst. Breng in een later stadium de pup opnieuw met de prikkel in aanraking, na een paar keer zal de hond de prikkel als normaal gaan beschouwen en er niet meer angstig voor zijn.
De tweede socialisatiefase: 12 weken tot 6 maanden leeftijd
Deze fase wordt ook wel angstfase genoemd.
De nieuwsgierigheid die de 1e socialisatiefase kenmerkt, heeft plaatsgemaakt voor angst. De pup zal niet meer enthousiast de wereld tegemoet treden, maar juist terughoudend zijn en vluchtgedrag vertonen.
Het herstelvermogen na een vervelende ervaring is lang en in deze fase is de kans dat de pup blijvend bang blijft voor bepaalde dingen groot. De hond moet leren, dat alle dingen waarmee hij al ooit geconfronteerd was voorheen, nu ook niet gevaarlijk zijn en dat er dus niets nieuws onder de zon is wat dat betreft.
Het fnuikende van deze fase is dat uw pup weer gedesocialiseerd kan raken als deze het bovenstaande proces niet leert.

(wordt vervolgd) Met dank aan Dierenkliniek Wilhelminapark in Utrecht
Soorten vogels in de tuin.
Soorten vogels in de tuin.
Tijdens de anders zo stille en doodse wintermaanden zorgen de vele soorten vogels toch voor heel wat leven in de Kijken en luisteren naar vogels vanachter het warme keukenraam met een kopje thee in de hand kan zeer rustgevend zijn.
De volgende soorten vogels kan men tijdens de winter in de tuin aantreffen:
koolmees (Parus Major) Gele buik met zwarte lengtestreep, witte kaken met zwarte pluimen boven de ogen.

pimpelmees (Parus Caeruleus) De zwarte oogstreep en het blauw op de kop en vleugels vallen goed op.

staartmees (Aegithalos caudatus) Valt erg op door de zeer lange staart (8 tot 10 cm). Ze vertoeven meestal in groepjes.

kuifmees (Parus cristatus) De kuifmees is door het zwartwitte koppatroon met opvallende kuif zeer eenvoudig van andere mezensoorten te onderscheiden.

boomklever (Sitta europaea) De boomklever klimt schoksgewijs in bomen en klimt in alle richtingen.

winterkoning (Troglodytes Troglodytes) Zeer klein, zenuwachtig vogeltje. Kan zijn staartje opvallende rechtop zetten zoals op de foto.

Goudhaantje (Regulus Regulus) een frequent bezoeker van tuinen waar veel naaldbomen staan, het kleinste vogeltje van Europa.

roodborstje (Erithacus Rubecula) Een vrij nieuwsgierig vogeltje die U bij Uw tuinwerk volgt.

huismus (Passer domesticus) Meest voorkomende mus.

ringmus (Passer montanus) Deze kun je onderscheiden van de huismus door de zwarte vlek op de wangen en de doorlopende grijze ring rond de nek.

heggenmus (Prunella modularis) Iets groter dan een huismus. Heeft een nogal verdoken levenswijze.

houtduif (Columba palumbus) De grootste inheemse duif. Ze hebben een opvallende witte halsring.

Turkse tortel (Streptopelia decaocto) Een klein duifje met fijn zwart bekje en zwarte halsring.

grote bonte specht (Dendrocopos major) Opvallende rode onderstaartdekveren.

vink (Fringilla Coelebs) Lijkt veel op een gewone mus maar heeft opvallende veel wit aan de vleugels.

groenling (Carduelis chloris) Groenachtige gele vogels die meestal in groep rondvliegen.

sijs (Carduelis spinus) De wijfjes van de Sijs zijn grijzig bruin, bijna zonder geel, behalve aan de staartbasis en gestreepte witachtige onderdelen. De mannetjes zijn geelgroen met een zwart petje en kin en veel geel in vleugel en staart.

merel (Turdus merula) De mannetjes zijn zwart en hebben hebben een oranje snavel. De vrouwtjes zijn bruin met bruine snavel.

zanglijster (Turdus philomelos) Net iets groter dan een merel met een bruine rug en witte borst met bruine vlekken.

spreeuw (Sturnus vulgaris) ± even groot als de merel. Zwart van kleur met opvallend gespikkelde rug en borst. Ze leven in groep.

ekster (Pica pica) Grote vogel met lange staart. Zwarte kop en vel wit aan de onderborst en vleugels.

kraai (Corvus corone) Nog groter dan de ekster. volledig zwart.

kauw (Corvus monedula) Kleiner dan de kraai met opvallende grijze hals.

Vlaamse gaai (Garrulus Glandarius) Even groot als de kauw met mooi opvallend blauw op de vleugels.

Bron : Tuinadvies (Vossaert L.)
Als je veel geduld hebt..

Buizerd kan kraai wel schieten
vrijdag 14 november 2008 | 06:20
‘Buizerdje pesten’ is een spel dat veel zwarte kraaien dagelijks spelen. Natuurlijk is de buizerd veel sterker dan een zwarte kraai, maar de roofvogel is niet snel en de kraai weet heel goed hoe ver hij kan gaan. Ook eksters tonen weinig respect voor onze meest algemene roofvogel.
Buizerds moeten wel een gruwelijke hekel aan kraaien hebben. Bij ons slaapt buiten het broedseizoen een buizerd in een notenboom en dat doet hij al jaren. Ook overdag zit hij vaak op een vaste plek in deze boom en dat kun je ook wel zien. Als het een paar dagen niet geregend heeft, ziet de bodem wit van de kalkrijke vogelpoep.
Elke dag, als het al stevig begint te schemeren, komt onze buizerd rustig en langzaam aanvliegen. We zien hem al van verre komen en hij wordt elke keer als het ware opgevangen door twee soms zelfs drie zwarte kraaien. Die proberen hem met schijnaanvallen de tuin uit te jagen. Af en toe, als een aanvaller al te dichtbij komt, wentelt de roofvogel in zijn vlucht, soms lijkt het of hij een looping in wil zetten. Tot een complete lus weet hij het echter nooit te brengen en de kraaien raken van deze luchtacrobatiek dan ook weinig onder de indruk. De buizerd accepteert het pesten gelaten en vliegt meestal zonder al te veel van de route af te wijken naar de slaapboom. Als hij eenmaal zit, staken de kraaien het spelletje. Zij slapen honderd meter verder, ook in een notenboom. Een paar kilometer van ons huis weet ik nog een slaapplaats van een buizerd. De roofvogel heeft voor zijn nachtrust een hoogspanningsmast uitgekozen en rond schemer speelt zich hier hetzelfde tafereel af. De kraaien daar zijn nog veel feller: ik heb ze de buizerd bijna van zijn zitplaats af zien vliegen. De zwarte kraai staat bij mijn weten bij de buizerd niet op de menulijst. Hij jaagt dus niet op kraaien, tenzij het zieke of jonge, te vroeg uitgevlogen vogels zijn.
De jachtstrategie van de buizerd oogt lui, maar is wel efficiënt. Aan energieverslindende achtervolgingsvluchten, zoals wij die van sperwer en havik kennen, waagt de roofvogel zich niet. Hij vindt aas niet te min, maar heeft liever muizen, jonge konijnen en… regenwormen.
Van een buizerd langs de snelweg kijkt geen mens meer op. Duizenden vogels uit Zweden, Denemarken en Duitsland brengen hier de winter door. Urenlang bezetten ze een weidepaal of een boomtak in het veld speurend naar iets eetbaars op de grond. Dat kan van alles zijn, want een buizerd is wat de prooikeus betreft bepaald niet kieskeurig.
Langs de snelweg aast de roofvogel vooral op verkeersslachtoffers. Afhankelijk van het seizoen zijn dat egels, konijnen, hazen en verongelukte vogels. Ook muizen, kikkers en padden die door het verkeer geslachtofferd zijn, worden niet versmaad. Deze kleinere verkeersslachtoffers zijn echter vaak voor de snellere kraaien, eksters en meeuwen. Vooral eksters, zeker als ze met z'n tweeën zijn, weten een buizerd nogal eens een prooi afhandig te maken. Ik heb zo'n tweetal wel eens aan het werk gezien: de een leidt de buizerd af en de andere vliegt met de prooi weg. Op afstand doen ze zich dan samen te goed aan de door de buizerd gevangen muis of kikker. Kostelijke taferelen spelen zich af als de buizerd een grotere prooi heeft. Zo heb ik de roofvogel in de winter eens op een dode meerkoet zien zitten. Twee kraaien en drie eksters zorgden ervoor dat hij geen hap naar binnen kreeg. Regelmatig dekte de buizerd met beide vleugels zijn buit af. Wel een half uur heb ik vanuit de auto het tafereel gadegeslagen. Op een gegeven moment kreeg de roofvogel er genoeg van; hij zette zijn klauwen in de meerkoet en vloog uiterst moeizaam, vanwege het gewicht van de prooi, vijftig meter verder. Omdat ik ook verder moest, weet ik niet of de kraaiachtigen nog een graantje hebben kunnen meepikken.
Uit onderzoek is gebleken dat de buizerd niet alleen aas eet, maar ook veel prooidieren vangt: maar liefst 37 vogelsoorten, 18 zoogdieren en verschillende amfibieën, reptielen en zelfs vissen staan op de menulijst. Daar past ook een krielkip in, maar het is dan wel specialistenwerk en bepaald geen reden om de buizerd als 'kiekendief' in het verdomhoekje te plaatsen. Toch ben ik bang dat onze buizerd zich ook aan het specialiseren is. Ik verdenk hem er sterk van dat hij alle jonge waterhoentjes van dit jaar naar binnen heeft gewerkt. De twee oude vogels zijn er nog wel. We schonen de grote vijver daarom dit jaar maar niet op. Hoe meer begroeiing, des te meer kans hebben we volgend jaar op jonge waterkippetjes.
Ook liefhebbers van postduiven kunnen vaak ten onrechte de buizerd wel schieten. De meeste jonge, onervaren duiven en duiven die oververmoeid van een wedvlucht onderweg zijn, worden echter niet door de buizerd, maar door de havik geslagen. Vergeleken met de buizerd is de havik een uiterst behendige vliegenier. Geen kraai of ekster zal het dan ook in zijn hoofd halen om deze roofvogel lastig te vallen. Haviken eten duiven en konijnen, maar met kraaiachtigen weten ze ook wel raad.
Wat moet je doen bij een aangereden dier?|
Wat moet je doen bij een aangereden dier?
Ik ga het hier niet hebben over verzekeringen, politie verwittigen, enz.... maar wel uitsluitend over wat je met het gewonde dier moet doen, wanneer je in contact komt met een aangereden dier. De allereerste en belangrijke EHBO Probeer zo snel mogelijk met het dier naar de dierenars toe te gaan. De dierenarts naar de plek van het ongeluk laten komen is meestal tijdverlies: veel kan hij ter plekke niet doen en hij zal het dier toch weer mee moeten nemen, naar de praktijk. Daarenboven kan de dierenarts thuis na je telefoontje al alles voorbereiden om de patiënt op te vangen en te helpen, wat weer (kostbare) minuten scheelt. In sommige grote steden (Antwerpen, Gent, Brussel ) bestaat er een dierenambulance die gebeld kan worden om het dier te vervoeren naar een dierenarts. Intussentijd kan je EHBO toepassen. Beperkt je tot de hoofdzaken: een gebroken poot is lang niet zo erg als een slagaderlijke bloeding! De dingen waarop je moet letten en iets aan doen in DALENDE ernstigheidsgraad:
Door talloze redenen kan de ademhaling belemmerd worden: een voorwerp in de keel, een wonde aan de borstkast, een scheur in het middenrif, etc... Wanneer het dier niet meer ademt, zal je kunstmatige ademhaling moeten toepassen tot het dier zelf weer ademt of tot diergeneeskundige hulp geboden wordt. Een ademhalingsstilstand van langer dan 2 minuten is fataal voor het dier. De kunstmatige ademhaling moet soms tot 20 minuten lang volgehouden worden vooraleer het dier weer zelfstandig kan of zal ademhalen. De verschillende technieken:
Je merkt dat op doordat het dier buiten bewustzijn is en je de borstkas niet meer ziet trillen net als de achterpoten.Het hoeft geen betoog dat een hartstilstand levensbedreigend is. Het komt vaak voor kort na ademhalingsstilstand, dus meestal moet je naast hartstimulatie ook kunstmatige ademhaling verrichten.
Dit wil zeggen dat de huid kapot gescheurd is en dat je de gebroken stukken bot kan zien zitten. Een bot is zeer gevoelig aan infectie, wat de genezing van het bot en van het dier in het algemeen erg kan verstoren. Zo’n open breuk moet dan verbonden worden met (ditmaal een proper !) doek, zodat er geen vuil meer in de wonde kan komen. Dit verband zal ook een bescherming zijn tegen likken en bijten van het dier aan de wonde en de botten. Tijdens het vervoer goed opletten dat het gebroken lidmaat niet beweegt. 5. Gesloten breuk Dit wil zeggen dat het lidmaat gebroken is, maar de huid nog netjes gesloten is. Dit moet je ten allen tijde behouden, wegens het ernstig infectiegevaar wanneer de huid open scheurt. Je moet dus zorgen dat het dier zo weinig mogelijk beweegt en let goed op tijdens het vervoer. Desnoods leg je een noodspalkje aan om te voorkomen dat de breuk erger wordt. Let wel op : een breuk is pijnlijk en het dier zal zich verweren (krabben-bijten) : tips hiervoor: zie verder.
Een bewusteloos dier moet goed gecontroleerd worden in verband met ademhaling en hartactiviteit (zie 1 en 2). Leg het dier op de zij met het hoofd iets lager dan de rest van het lichaam. Probeer nooit water in de bek te gieten. Leg het dier warm : lek een deken over hem heen. 7. Ruggegraat letsel = verlamde achterhand Hierbij is het van cruciaal belang het dier niet te erg te bewegen tijdens het transport. Schuif een plank onder het dier en transporteer het zo, zo snel mogelijk naar de dierenarts. 8. Dwanggrepen Een aangereden dier heeft meestal pijn en is vaak in paniek, zodat het zou durven bijten en/of krabben, wanneer je het wil helpen. Daarmee is noch mens noch dier gebaat: daarom moet je soms gebruik maken van dwanggrepen. Uiteraard doe je dat enkel bij dieren waarbij het hoeft, want dwangrepen op zich brengen al stress teweeg bij het dier en stress moet men zoveel mogelijk vermijden.
| ||||
| ||||
Wat gebeurt er met uw hond of kat vlak voor de operatie?Gratis : een tip van Dierenkliniek VvD …
Acupunctuur in de diergeneeskunde|
Acupunctuur in de diergeneeskunde
Wat is (veterinaire) acupunctuur? Acupunctuur is een Oosterse manier van behandelen die al meer dan 3000 jaar op mens en dier wordt toegepast. Het is een techniek om pijn te verlichten en het functioneren van verschillende organen te verbeteren door welbepaalde punten op het lichaam te stimuleren. Deze stimulatie kan op verschillende manieren gebeuren: door middel van massage (acupressuur) van de punten, het prikken van naalden al dan niet gestimuleerd door hitte (moxibusti) of electrische stroom , laserstralen, injecties of inplanteren van bepaalde stoffen. Hoe werkt acupunctuur? Volgens de traditionele Chinese geneeskunde (TCM ) stroomt er energie doorheen het lichaam van mens en dier. Deze energie stroomt door energiebanen (meridianen) op welbepaalde plaatsen gelegen in het lichaam. Ziekte en pijn ontstaan doordat deze energie niet harmonieus kan doorstromen in de meridianen. Via de welbepaalde acupunctuurpunten kan men toegang krijgen tot de meridianen. En door de stimulatie van de correcte punten kunnen die energieblokkades opgeheven worden en kan de energie weer doorstromen , wat genezing tot gevolg heeft. De Westerse geneeskunde is wetenschappelijk gaan onderzoeken wat er nou precies gebeurt wanneer een acupunctuurpunt geprikkeld wordt. Er zijn vooreerst plaatselijke reacties: er is een sterkere doorbloeding , bepaalde zenuwbanen worden geprikkeld zodat reflexreacties tot stand komen, etc. Maar er zijn ook reacties die effect hebben op het gehele lichaam : het autonoom zenuwstelsel (sympaticus en parasympaticus) wordt geprikkeld die een cascade van reacties kan teweeg brengen thv organen, gladde spieren, etc. Verschillende lichaamseigen hormonen worden vrijgezet, bijv.cortisol uit de bijnierschors, endorfines (pijnstillende hormonen) in het centraal zenuwstelsel, serotonines, groeihormoon, insuline,humorale stoffen (immunoglobulines, interferon, antistoffen ...). Wanneer dus de juiste punten worden geprikkeld zullen bovenvernoemde reacties in het lichaam tot stand komen die zullen bijdragen tot de genezing . De Westerse benadering "ziet" dan wel geen meridianen en hun sleutelgaten (acupunctuurpunten), maar kan wel de acupunctuurpunten precies lokaliseren omdat deze punten op de huid een andere electrische weerstand vertonen in vergelijking met de rest van de huid. Wanneer kan acupunctuur hulp bieden? Vooreerst moet gesteld worden dat acupunctuur een behandeling op zich kan zijn, of perfect kan gecombineerd worden met de Westerse geneeskunde om aldus bepaalde medicijnen te kunnen vermijden of lager in dosis te houden. Acupunctuur kan op vele gebieden hulp bieden, maar moet niet beschouwd worden als het ultieme wondermiddel: het is een vorm van geneeskunde, doch wanneer iets onherroepelijk beschadigd is, of het lichaam echt op is, dan helpen daar noch medicijnen, noch acupunctuurnaalden voor. Acupunctuur wordt met succes toegepast bij:
| ||||
| ||||
Wat gedaan met een gestrande vleemuis in de tuin ?
|
Wat gedaan met een gestrande vleermuis in de tuin ?
Eerst even wat algemene informatie over de vleermuis, want de meeste mensen kennen niet veel over dit sympathieke zoogdiertje. Een vleermuis kan 6 à 10 jaar oud worden en het vrouwtje heeft 1 à 2 jongen per jaar. De dracht duurt een tweetal maanden en op 6 weken leeftijd kan de jonge vleermuis het leven alleen aan. De vleermuis houdt een winterslaap omdat ze in de winter onvoldoende voeding kan vinden, daarom moet ze leven van haar lichaamsvetreserves in de zomer opgedaan en kan ze haar lichaamstemperatuur laten dalen tot de omgevingstemperatuur en haar hartslagritme verminderen met een factor 20: ze is in lethargie. De vleermuis voedt zich met vliegende insecten en ze eet veel: ze verorbert per dag makkelijk haar eigen gewicht aan insecten. De vleermuis heeft een slecht gezichtsvermogen en desalniettemin "ziet" ze perfect in het donker en dit dankzij haar uniek "sonar-systeem". De vleermuis maakt geluiden van hoogfrequente trillingen (door ons niet te horen), deze ultrasonen botsen tegen voorwerpen of levende (bewegende) wezens en kaatsen terug, deze teruggekaatste trillingen worden opgevangen door de vleermuizenoren: zo krijgt het dier een perfect beeld van de omgeving, prooien etc.... Zo kunnen vleermuissoorten o.a. gedetermineerd worden door middel van ‘batdetectors’: elke soort heeft zijn eigen specifiek ultrasontrillingspatroon! Het zomerverblijf van de vleermuis bevindt zich in bomen, spouwmuren, kerktorens, zolders etc.: de temperatuur bedraagt daar tussen 10 en 40° c. Het winterverblijf in grotten, ijskelders, holle bomen en speciale vleermuiskasten kent temperaturen van 5 à 10°c, maar nooit vriestemperaturen, er moet ook een erg hoge luchtvochtigheidsgraad (meer dan 80 %) heersen en absolute rust. Deze info is enorm belangrijk voor wanneer u een vleermuis zou opvangen, maar daarover straks meer. Het kleine fladderbeest behoort spijtig genoeg tot de bedreigde diersoorten , de oorzaken hiervan zijn talrijk: chemische bestrijdingsmiddelen in land- en tuinbouw, het verdwijnen van de overwinteringsplaatsen: de grotten krijgen te kampen met overrecreatie: toeristen die aan speleologie doen maken veel herrie, roken en vervuilen de boel, kalkgroeven en mergelgrotten worden nu gebruikt als rioolwaterbergplaats of vuilnisbelt, oude forten en kelders worden afgebroken. Ook dieren die overwinteren op kerkzolders, schuren, dakomlijstingen en spouwmuren worden ten onrecht uitgemoord door de bewoners. De meest voorkomende soorten vleermuizen in België zijn de dwergvleermuizen en de laatvliegers. Vooral de dwergvleermuis heeft zich wonderwel aangepast aan het stadsleven. Vleermuisopvang De gouden top 3 van de vleermuis:
Indien u in de zomer een vleermuis vindt, is het vaak een jong dier dat leert vliegen met vallen en opstaan: het best hangt u het diertje in een boom, beschut voor poezen. Is het diertje gewond of verzwakt, plaatst u het dan in een warme kist, in vochtig papier. Als voeding kunt u stukjes meelworm geven, met honing en kindervitaminen: met een pincet in het muiltje steken. Als drank gewoon water of kunstmelk voor pupjes (nutriwelp). Indien u een wonde ontdekt in de vlieghuid moet u het dier een kraagje om de nek doen om verdere automutilatie te beletten. Een gebroken vleugel geeft grote genezingsproblemen. Nadat u deze eerste hulp hebt toegediend, kan u best advies vragen en het dier naar een vleermuisopvangcentrum brengen zodat het dier optimale overlevingskansen krijgt. Koninklijk Belgisch instituut voor natuurwetenschappen chiropterologisch onderzoek, Vautierstraat 29, 1000 Brussel tel: 02/627.43.71 of Natuur 2000 vzw Bervoetstraat 33 2000 Antwerpen 03 231 26 04 Men vraagt vanuit het centrum ook dat wanneer u een dode vleermuis zou vinden, het naar een centrum in uw buurt te brengen, zodat de doodsoorzaak kan onderzocht worden, dit is van belang voor de levende dieren. Enkele "oude wijven praatjes" over vleermuizen ontkrachten:
Dit artikel is tot stand gekomen dankzij de welwillende medewerking van chiropteroloog Alex Lefevre. | ||||
| ||||

Uw huisdier als bloeddonor?

Uw huisdier als bloeddonor?
| Datum: |
|
| U w n aam : |
|
| U w a dres : |
|
| U w T elefoonnr : |
|
| N aam H uisdier : |
|
| D iersoort |
mannelijk vrouwelijk |
| Gesteriliseerd/gecastreerd |
ja nee |
| G eboortedatum : |
|
| R as : |
|
| G ewicht : |
|
| G eboortedatum : |
|
| E ventuele ziektengeschiedenis : |
Hond redt Australiër van dodelijke slang
De AgapornisAgapornissen (Agaporniden) of Dwergpapegaaien horen tot de familie van papegaaien. In het wild komen ze voor in Afrika ten zuiden van de Sahara, waar ze meestal in kleine groepen samenleven. Er zijn meerdere soorten, maar in Europa wordt het meest met de Agapornis Fischeri gekweekt.
De naam Agaporniden betekent: de onafscheidelijken. Ze zijn zo genoemd omdat ze huwelijken voor het leven sluiten en veel met elkaar tortelen. Daarom worden ze ook wel lovebirds genoemd.
Ze zijn ong. 15cm groot en lijken nog het meest op minipapegaaien met een naar verhouding te grote kop. Ze leven bij voorkeur met een groep in een wat grotere binnen-of buitenvoliere, maar kunnen ook alleen gehouden worden in een kooi. In dat geval gaat de vogel zijn tortelgedrag geheel op de eigenaar richten. U heeft dan een vogeltje, dat heel erg van U houdt. Agapornissen kunnen bij de dierenwinkel of bij een kweker aangeschaft worden. Koop alleen een gezond, stevig uitziend vogeltje.
| Dier | Geslachtsrijp | Broedtijd | Eieren | Aanschaf | Leeftijd |
| Agapornis | 9–12 maanden | 22–24 dagen | 4–6 | 8 weken | 12–15 jaar |
Als u een volière wilt beginnen, moet U daarover advies inwinnen bij bijv. een goede dierenwinkel. Ook op internet zijn veel tips en websites te vinden.
Houdt U de agapornis(sen) in een kooi, dan voldoet een flinke parkietenkooi, dus hoog en met horizontale spijltjes. Op de bodem komt een laag schelpenzand, die U regelmatig ververst. De stokken, minstens 3 en van hout en niet van plastic, moeten de juiste dikte hebben. Vogelgrit, slijpsteentjes, sepia moeten in de kooi aanwezig zijn.
BELANGRIJK: Vogeltjes kunnen heel slecht tegen Tefal, het spul wat op pannen zit. De kooi mag dus nooit in de keuken staan en niet in de buurt van een open keuken. Als U in de kamer gaat gourmetten of zo, zet dan de kooi weg.
Voor agapornissen bestaan goede voeren bij de dierenwinkel, wat U aanvult met eivoer, kiemzaad, stukjes appel en peer, bessen en trosgierst. Ze hebben ook grit nodig. Het drinkwater moet altijd vers en schoon zijn.
Een agapornis komt alleen bij de dierenarts als-ie ziek is. Bij de volgende verschijnselen is het belangrijk advies aan Uw dierenarts te vragen: slecht eten, bol zitten, vermageren, kale plekken, overmatig plukken en krabben, dunne en vreemd gekleurde uitwerpselen, lusteloosheid.
Verder kunnen ze last hebben van te lang doorgegroeide nagels en snavel en van het ringetje om hun poot.
Als U met Uw agapornis naar de dierenarts gaat, lees dan onze adviezen
Over agapornissen (eigenlijk: agaporniden)
Uitvoerige informatie over agaporniden
Uitvoerige info Belgische Vereniging Agaporniden
Soorten agaporniden met een foto
(met dank aan Dierenkliniek Strijthagen)
Interessante tips voor de vogelliefhebbers
|
Tip! |
Voerbakjes en drinkflesjes kunt u het beste schoonmaken en desinfekteren in een (afgesloten) emmer met een oplossing van water en bleekwater. Laat dit enkele dagen staan, spoel het af en alles is weer super schoon en fris! |
|
Tip! |
Zitstokken kunnen het beste gemaakt worden van natuurhout, zoals bijvoorbeeld wilgen- en fruittakken. Dergelijke takken geven de vogel tevens gelegenheid tot knagen. Een juiste dikte van de stok is, als de tenen van de vogel de stok ongeveer voor 3/4 omvatten. |
|
Tip! |
Houten wasknijpers kunnen prima gebruikt worden als bevestigingsmethode voor groente, fruit en takjes. De knijpers zelf zullen bij kromsnavels uiteindelijk ook ten prooi vallen aan hun knaaglust. Dit is voor deze vogels echter niet gevaarlijk. |
|
Tip! |
De voeding van papegaaien, zoals grijze roodstaart en amazone papegaaien moet niet uitsluitend bestaan uit "gewoon papegaaienvoer" . Ze eten hier namelijk heel selectief zonnebloempitten en pinda's uit. Hierdoor ontstaan op den duur ernstige vitaminetekorten. |
|
Tip! |
Vitamine druppels kunnen het beste gegeven worden op voedsel wat de vogel erg lekker vindt, bijvoorbeeld op een stukje appel. |
|
Tip! |
Zachtvoer is voor veel vogels onmisbaar. Als een vogel dit moeilijk wil eten kun je de hoeveelheid zaden het best een tijdje verminderen, terwijl je de rest van het voer constant houdt. Op die manier moet je vogel wel wat zachtvoer eten. Probeer je vogel nooit te ‘dwingen’ door ál het zaad weg te nemen, want dat kan leiden tot een energietekort. Zo’n onevenwichtige voeding kan fatale gevolgen hebben! |
|
Tip! |
Bij vorst is de luchtvochtigheid in de kweekruimte vrijwel altijd te laag. Hierdoor bestaat de kans dat eitjes uitdrogen. De luchtvochtigheid is op peil te houden door een kletsnatte deken/kleed in de kweekruimte te hangen. |
|
Tip! |
Een (haar)hygrometer (instrument die de luchtvochtigheid meet) moet regelmatig geijkt worden. De eenvoudigste manier is de volgende. Wikkel een vochtige doek om de hygrometer en laat deze een uur zitten. Haal de doek weg. De hygrometer moet nu op 100% staan. Indien dit niet het geval is, de wijzer op 100% zetten met de stel- cq ijkschroef. |
|
Tip! |
Vervuild/besmet drinkwater is doodsoorzaak nummer 1 bij sterfte onder vogels. Drinkwater dient daarom elke dag ververst te worden. Verstrek het water op ongeveer kamertemperatuur. |
|
Tip! |
Ongewenst gedrag bij tamme vogels (bijvoorbeeld papegaaien) is snel aangeleerd en kan het meest effectief bestreden worden door de vogel totaal te negeren. |
|
Tip! |
Bij papegaaien kan gebrek aan aandacht en verveling leiden tot onophoudelijk krijsen en verenplukken. In een papegaaiensamenleving geldt een strikte rangorde. Dominante vogels zitten meestal op hogere plaatsen dan ondergeschikte vogels. Een papegaai die regelmatig op het hoofd van zijn baas of op andere hoge plekken mag zitten kan zich snel dominant gaan voelen en zich ontwikkelen tot bijtend en krijsend probleemdier. |
|
Tip! |
Controleer regelmatig de nagels van de vogels. Voor een goede bevruchting moeten de nagels van de man niet te lang zijn,anders steken ze als dolken in de rug van de pop. |
|
Tip! |
Nagels kunnen het beste geknipt worden door de nagels voor een lamp te houden. Op deze wijze zijn de bloedvaatjes goed zichtbaar en kunnen ze geknipt worden zonder 'in het leven' te knippen. |
|
Tip! |
Bij twijfel over de levensvatbaarheid van het jong in het ei kan 2 tot 3 dagen voor het uitkomen, het ei voorzichtig in een glas met lauw water worden 'gelegd'. Zet het glas op een stabiele plaats. Het ei zal blijven drijven en indien het jong leeft zal het ei lichtelijk schommelen in het water. Een teken dat het jong leeft. Laat het ei niet langer dan 1 minuut in het water liggen. Pas op bij het uitnemen van het ei, deze is nu zeer glad!! |
|
Tip! |
Na reiniging/ontsmetten van voerbakjes kunt u deze het beste drogen met keukenpapier i.p.v. een droogdoek. Droogdoeken bevatten namelijk, zeker als ze al in gebruik zijn geweest, bacteriën. De kans is hierdoor aanwezig dat je bacteriën overbrengt naar de voerbakjes (Tip van Anja, die ze via de dierenarts heeft gekregen). |
|
Tip! |
Om zaad te besparen kun je deze 'uit blazen'. Door het blazen worden de losse velletjes uit het voerbakje geblazen en blijft het nog aanwezige zaad liggen. Draag wel oogbescherming zodat de velletjes niet in het oog terecht kunnen komen.(Tip van Petra Hermsen) |
|
Tip! |
s' Winters als het wat vroor deed mijn vader altijd een heel klein beetje suiker in het water dat schijnt een beetje antivriezend te werken.(Tip van Petra Hermsen). |
|
Tip! |
Pas uit het ei gekomen vogels en jonge vogels als voeding gewelde puppybrokjes geven, vermengd met eivoer. De jonkies krijgen dan extra eiwitten.(Tip van John en Annette). |
|
Tip! |
Veel vogels gebruiken graag (dons)veertjes voor het bekleden van hun nest. Groot voordeel hiervan is een perfecte isolatie van de eitjes. (Voldoende) donsveertjes kunnen gemakkelijk verkregen worden uit een (oude) donzen kussen. (Tip van Ton Koek). |
|
Tip! |
Indien je een stuk schors of karton voor de opening van een nestkast hangt (voor parkietachtigen) dan zullen ze,als ze in broedstemming komen, er aan gaan knagen. Door het knagen wordt de broedlust (extra) aangewakkerd en heb je minder kans op onbevruchte eieren!(Tip van Gert Overweg). |
|
Tip! |
Het is handig om de nachthokken van binnen niet te schilderen, anders krijg je namelijk condens aan de binnenkant van het hok. Als de binnenzijde van het nachthok niet geschilderd is, heb je hier geen last van! (Tip van Phil). |
|
Tip! |
Bij last van bloedluis in het broedblok, shag of potpouri, onder de houtkrullen strooien. (Tip van Arie van Dalen) |
|
Tip! |
Bij grasparkieten en andere soorten kun een grote dennenappel gebruiken om groenvoer en of gekiemd zaad in te steken. (Tip van Brecht van Camp) |
|
Tip! |
Wanneer je een strodraad uitpluist en in kleine stukjes knipt kun je dat prima gebruiken als nestmateriaal voor kanaries, tropische vogels etc.(Tip van Gert Overweg) |
|
Tip! |
Gebruik een waterflesje voor cavia's ( met zo'n kogeltje ) eens voor je parkieten. Het water raakt niet vervuild en jonge vogels pakken deze wijze heel snel op. (Tip van Stefan Boender) |
|
Tip! |
Plaats in de broedkooien fijne gazen bodems zodat de vogels gemorst zaad dat met ontlasting in contact is geweest niet meer van de bodem kunnen eten. (Tip van H.F. Heidekamp) |
|
Tip! |
Laat kwartels op de bodem van je volière lopen. Deze zullen tussen de zaadvelletjes het gevallen of gemorste zaad nog vinden en dit opeten. Zo te handelen is erg handig want nu wordt alle zaad gegeten en wordt er niets verspild. (Tip van Brecht Van Camp) |
|
Tip! |
Rondom de volière citroengeraniums planten, weert muggen en katten. Een aantal planten kunnen in je tuin zeker helpen tegen de muggen: citroengeranium (Pelargonium crispum ); citroenmelisse (Melissa officinalis ); lavendel (Lavandula officinalis ); pepermunt (Mentha piperita );eucalyptus (Eucalypus ).
(Tip van Laurenzo Walraevens ) |
|
Tip! |
Maak de voorraad tonnen/emmers/blikken waarin je jouw voer bewaart elke keer dat ze leeg zijn schoon (met kokend water) om voermijt tegen te gaan. (Tip van Laurenzo Walraevens ) |
|
Tip! |
Goed nestmateriaal voor de bodem zijn beukensnippers. Deze nemen veel vocht op. De jonkies hebben ook meer houvast voor de pootjes. (Tip van John en Annette ) |
|
Tip! |
Geef de vogels vers gesneden brandnetel door het eivoer. Dit is zeer gezond. Ze moeten het wel leren eten. Of geef ze koude thee van gedroogde brandnetel als drinkwater (1 a 2 keer in de week). (Tip van Jarno Bakker ) |
(www.vogelproblemen.nl)

Het dekken van ooien
| http://www.hampshiredown.be/juli.html
Voor wie fokt overeenkomstig de Engelse rasstandaard en stamboek werking is 10 juli theoretisch de eerste dag is dat de ram bij de ooien mag. De draagtijd is immers 144 dagen en zo kom je voor het lammeren uit op 1 december, de eerste dag dat de lammeren voor het nieuwe seizoen mogen geboren worden. Dat is de mooie theorie. In de praktijk durft de duur van de dracht variëren. Ook de ooien zijn nu niet meteen tochtig op 10 juli. Dit gaat in cycli van 17 dagen en ook hier kan dus wel enige variatie optreden.
In eerste instantie heb je voor de ooien twee alternatieven. Je kan alles op zijn natuurlijk beloop laten of je kan sponsen. Dit wordt bij voorkeur gedaan door de veearts. Daardoor worden de cycli bij de ooien gelijk gezet en worden ze dus ook als het even meezit, op dezelfde dag gedekt. Spons je niet dan zullen de ooien op verschillende data worden gedekt en zal het lammeren dus over een grotere periode worden gespreid.
Ook wanneer alle ooien gekleurd zijn, moet de ram voor de volgende periode een nieuw kleur opgezet krijgen. Het dekken is immers niet altijd meteen succesvol en wanneer de ooi niet meteen drachtig is, wordt ze 17 dagen later opnieuw tochtig. De ram merkt dit en zal herdekken. De ram moet dus steeds een dektuig dragen tot minstens 17 dagen nadat de laatste ooi is gedekt.
In die periode is het belangrijk dat de groep niet al te veel wordt verontrust. Drijven van de dieren naar een andere weide bijvoorbeeld moet worden vermeden. Het is dus belangrijk dat alle nazicht van de dieren is gebeurd in de periode net voor het dekken.
Laat de ram rustig bij de ooien tot een twee weken voor het lammeren. |
Schaap ontfermt zich over olifantweesje