De slimste goudvis ter wereld ?!

De slimste goudvis ter wereld ?!
Ontzettend oude hond
ROTTERDAM - De hond is al 30.000 jaar metgezel van de mens. Dat leert een fossiel uit de Ardennen.
Van Hendrik Spiering, © NRC Handelsblad
Schildpadschild groeide uit ribben en wervels
Fossielen van de veertig centimeter grote schildpad Odontochelys semitestacea tonen dat het schild ontstaan is uit ruggenwervels en ribben. rr
BRUSSEL - Een 220 miljoen jaar oude fossiele schildpad toont eindelijk hoe het reptiel aan zijn enorme harnas komt.
(tvd)
Supermuizen
belga
Spaanse wetenschappers zijn erin geslaagd 'supermuizen' te creëren, die bestand zijn tegen kanker en veertig procent langer kunnen leven, meldden diverse media vrijdag.
De muizen werden genetisch gemanipuleerd door onderzoekers van het centrum van kankeronderzoek CNIO en de universiteit van Valencia, meldt onder meer het magazine 'Cell'.vdy
Zwanen kunnen niet zwenken
Vogels lokken naar uw tuin
Geef vogels wat ze willen en ze komen graag in uw tuin. Zodat u kunt genieten van hun zang, ze heerlijk bezig kunt zien, het grootbrengen van hun jongen kunt volgen. Kijken en luisteren naar vogels is enorm rustgevend en geeft een geweldig natuurgevoel. Zet de juiste planten in uw tuin en de vogels komen vanzelf. En hoe meer variatie in het groen, des te meer soorten vogels u mag verwachten.
Winterkoninkjes broeden graag in dichte hagen. Vinken, goudhaantjes, heggenmussen en mezen buitelen zingend door de struiken op zoek naar insecten. Turkse tortels koeren liefst in een wat hogere boom. Spreeuwen laten hun trillers vanuit de plantentoppen horen. Lijsters en merels eten net zo lief vruchten als wormen. Roodborstjes, kwikstaarten, boomklevers, piepers, paapjes en tapuiten, fitis, tjiftjaf en tuinfluiter, u mag ze allemaal verwachten met de juiste struiken en een enkele boom in de tuin. Misschien zal zelfs ooit een verscholen nachtegaal u tijdens een zoele zomernacht laten genieten zijn verrukkelijke geluid.
Wat er nodig is
U moet planten neerzetten die beschutting en bescherming bieden, die een uitkijkpost kunnen vormen, waarin veilig gebroed kan worden, waarin veel insecten te vinden zijn, waaraan voedzame bessen en andere vruchten groeien. Dat kan in iedere tuin, ongeacht stijl, vorm, maat of sfeer. Er zijn meer dan genoeg planten om uit te kiezen. Kies bij besdragende heesters en bomen liefst voor cultivars met rode of donker gekleurde bessen (blauwzwart). Daar komen de vogels eerder op af dan op witte of gele vruchten.
Vogelvriendelijke loofgewassen, ook klimmers, stekelplanten en besdragers
U heeft gegarandeerd succes met esdoorns (Acer ), elzen (Alnus ), krentenboompje (Amelanchier ), zuurbessen (Berberis ), erwtenstruik (Caragana ), dwergkweeën (Chaenomeles ), allerlei soorten Clematis (vooral kleinbloemige als C. montana ), blazenstruik (Colutea ), kornoeljes (Cornus -soorten), hazelaars (Corylus ), dwergmispels (Cotoneaster ), meidoorns (Crataegus ), olijfwilgen (Elaeagnus ), kardinaalshoed (Euonymus ), bruissluier (Fallopia aubertii ), valse christusdoorn (Gleditsia ), klimmende klimop (Hedera ), duindoorn (Hippophae ), (klim)hortensia’s (Hydrangea ), hulstsoorten (Ilex ), Kolkwitzia amabilis , ligusters (Ligustrum -soorten), kamperfoelie (Lonicera , zowel klimmers als struikvormen), boksdoorn (Lycium ), (sier)appels (Malus ), wilde wingerd (Parthenocissus ), Physocarpus , vuurdoorn (Pyracantha ), allerlei soorten Prunus , wegedoorn (Rhamnus -soorten), Ribes , Robinia ’s, rozen, bramen en Japanse wijnbes (Rubus -soorten), allerlei wilgen (Salix ), vlier (Sambucus ), Sorbaria , lijster- en meelbessen (Sorbus -soorten), sneeuwbes (Symphoricarpos ) en sneeuwbalsoorten (Viburnum ). En daarnaast zijn allerlei coniferen ook erg welkom.
Ook heel praktisch
Eén mezenpaar met jongen verorbert in één jaar de ongelooflijke hoeveelheid van meer dan 50 kg insecten (natuurlijk inclusief larven, rupsen, poppen enz.). Dat scheelt geweldig veel aantastingen (en dus werk) in de tuin. Veel andere zangvogels zijn ook flinke insectenbestrijders. En daar hoeft u niets anders voor te doen dan te zorgen dat ze het in uw tuin prettig vinden. Zorg behalve voor de juiste planten en veilige nestgelegenheid, voor wat water om te drinken en in te badderen. Een goed voorziene voedertafel is ook een prima vogelmagneet, zeker in de winter. Zorg wel voor ruimte eromheen, zodat ‘uw’ vogels katten en roofvogels op tijd in de gaten hebben.
(tuinadvies.be)
In bad met vissen
In het Antwerpse schoonheidsinstituut Body Lounge is het mogelijk om letterlijk in bad te gaan met een stel visjes. "De vissen zitten in een bad met een temperatuur rond de dertig graden", zegt Michel Verschaeve van het instituut in Het Nieuwsblad. "Zodra je erin gaat zitten, komen de tropische garra rufavisjes op je handen en voeten af. Later gaan ze verder met je benen en je buik. Ze peuzelen gretig alle dode huidcellen op."
In de Verenigde Staten is de techniek al langer bekend. "In België lopen wij altijd tien jaar achter", zegt Verschaeve. "Ik wilde met iets revolutionairs komen. In het begin voelt de therapie onwennig aan, maar na afloop is je lichaam zo glad als dat van een baby."
De beroemde hond van Edinburgh
|
De beroemde hond van Edinburgh |
||||
|
Vandaag wil ik je het verhaal vertellen van een hondje dat beroemd werd vanwege zijn bijzondere trouw. Het was ergens halverwege de 19e eeuw dat het baasje van Bobby, een politieagent uit Schotland, stierf. | ||||
Om in de stemming te geraken
| Garfield E-Comic by Jim Davis |
| ||
Werking van hondenneus ontrafeldDe onderzoekers van Pennsylvania State University brachten verschillende hondenneuzen in kaart met MRI-scans. Aan de hand van de foto's ontwikkelden ze een computermodel waarmee ze nabootsten hoe lucht door de neusholtes van de dieren reist.
Uit het model blijkt dat de grote hoeveelheid slijm in de neus van honden een belangrijke rol speelt bij het onderscheiden van geuren, zo meldt het Britse wetenschappelijke tijdschrift New Scientist .
Slijmlaag
Volgens de onderzoekers zorgt het slijm ervoor dat er in de neusholtes een soort voorselectie van verschillende aroma's wordt gemaakt. Voordat de moleculen van een geur de reukreceptoren achterin de neus kunnen bereiken, moeten ze namelijk door de slijmlaag heen dringen.
De moleculen van de ene geur lukt dat sneller dan de andere. Verschillende geuren worden daardoor op verschillende plaatsen in de neusholtes voor het eerst herkend. Dat is een voordeel bij speurwerk met de neus, zo beweren de onderzoekers.
Reukreceptoren
Eerder is al aangetoond dat honden beschikken over meer zenuwcellen en reukreceptoren in hun neus dan mensen. Ook daardoor kunnen de dieren gemakkelijker verschillende geuren onderscheiden.
"Maar nu hebben we aangetoond dat de geuren al worden gesorteerd voordat ze bij de reukreceptoren aankomen", aldus hoofdonderzoeker Brent Craven. "En dat erg belangrijk voor de werking van de neus."
(c) NU.nl/Dennis Rijnvis
Voorbehoedsmiddelen voor hond en kat
|
Voorbehoedsmiddelen voor hond en kat
Telefoon. "Dokter, mijn teefje is gedekt toen we op vakantie waren, we zijn nu net terug thuis en we willen helemaal geen pups. Valt er nog iets aan te doen?" Een telefoongesprek dat dagelijks gevoerd wordt in een dierenartspraktijk. Wat er in zo’n geval kan gedaan worden, en hoe dergelijke vervelende incidenten kunnen vermeden worden, gaan we nu uiteenzetten. Eerst het probleem van een ongewenste dekking bij de hond en de poes. Voor de gedekte teef bestaat er een hormonale behandeling om de resultaten van de dekking te niet te doen, een soort "morning-after-prik" als het ware. Het gebruikte product is een oestrogenen-preparaat (een bepaald vrouwelijk hormoon) dat ingespoten wordt onder de huid of in de bil. Theoretisch moet deze prik gegeven worden ten laatste 7 dagen na de dekking, maar in praktijk blijkt dat men er veel sneller bij moet zijn. Aangeraden wordt de eerste oestrogenen-prik te geven op de 3de dag na de dekking, en deze te herhalen op de 5de en de 7de dag. Bij zulke werkwijze blijkt dat 93 % van de gedekte teven niet drachtig worden. De oestrogenen-prik is echter niet zonder gevaar: er is een verhoogd risico voor baarmoederontsteking (met als enige doeltreffende behandeling de baarmoeder operatief verwijderen) en daarenboven is gekend dat oestrogenen vrij toxisch kunnen zijn voor de hond: het beenmerg wordt in meer of mindere aangetast: de bloedplaatjes dalen in aantal en in het slechtste geval kan de hond eraan sterven. Indien u uw hond aanbiedt later dan 5 dagen na dekking is er met de hormonenspuit zowiezo niets meer aan te vangen. Het enige wat dan nog te overwegen is, is sterilisatie met wegname van eierstokken en zwangere baarmoeder, maar dit moet zeker ook in het beginstadium van de dracht gebeuren, anders is de operatie te bloedingrijk en gevaarlijk voor de teef. U ziet het: beter voorkomen dan genezen! Wat een gedekte poes betreft, is alles nog veel moeilijker. De meeste poezen lopen vrij rond en het zou maar al te toevallig zijn dat de eigenaar net aanwezig is als de poes gedekt wordt. De poes laat zich trouwens soms nog dekken in het beginstadium van de dracht. Bon, zelfs in het ideale geval dat u precies weet wanneer de poes gedekt is, moet u er nog snel bij zijn: ca. 40 uur na de dekking moet ze een oestrogenen-prik krijgen, en dan nog is het succes wisselend. Meestal is de beste oplossing meteen steriliseren: eierstokjes en baarmoeder eruit en dan is het probleem voor het ganse poezenleven opgelost! Nu een woordje meer over de echte voorbehoedsmiddelen bij hond en kat die ervoor zorgen dat de hond niet meer loops wordt en de poes niet krols. Mogelijkheden:
1) de pil. De pil wordt meestal enkel gegeven bij de poes. De hormonale cyclus bij de poes is veel korter dan bij de hond en daardoor makkelijker te beïnvloeden door een pil. Ik wou wel eerst iets meer over de cyclus van de poes vertellen. Van nature is de poes een dier dat krols wordt in seizoenen. Met andere woorden: ze hebben verschillende krolsheden in een periode van maart tot september. Doch vele poezen worden nu in huis gehouden, waar het voortdurend warm en licht is dus veel poezen zullen (onnatuurlijk) gans het jaar krols worden. De eerste krolsheid treedt op op een leeftijd van 9 à 10 maanden gemiddeld, maar dit is sterk rasgebonden: sommige poezen worden het al op 4 maanden, anderen pas op 18 maanden leeftijd. De krolsheidduur bedraagt een 7 à 9 dagen. De periode tussen 2 krolsheden kan ook sterk variëren, gemiddeld echter 2 à 3 weken. Bepaalde rassen bv. Siamezen zijn vrijwel continu krols. Hoe kan men merken dat de poes krols is: de poes wordt veel aanhankelijker, is rusteloos, miauwt (de oosterse typen gaan echt krijsen!), rolt zich over de grond, wil niet meer eten. De onervaren poezeneigenaar denkt op zo’n moment dat zijn poes ziek is en pijn heeft! De poes vertoont ook de typische lordose-reflex, zeker wanneer ze geaaid wordt op de rug aan de staartbasis: ze drukt haar voorhand plat op de grond en houdt de achterhand omhoog, waarbij ze haar staart opzij houdt. Terug over naar de pil: de pil bevat een derivaat van het vrouwelijk hormoon progesteron. Ze kan gegeven worden tijdens de krolsheid: dit moet dan wel 3 dagen na mekaar tot de krolsheid onderdrukt is, en daarna mag de dosis verminderd worden tot 1 pil per week, tenzij het een hormonaal actief ras is (oosterse typen). Bij hen moet soms de dosis van 2 pillen gehandhaafd worden. De pil kan wel bijwerkingen geven: soms worden karakteriele veranderingen opgemerkt (aanhankelijker, agressiever), de kat kan behoorlijk verdikken, er kan diabetes mellitus (suikerziekte) ontstaan, er is een grotere kans op het ontwikkelen van borstkankers en baarmoederproblemen. Voor een fokpoes is echter de pil veel meer aan te raden dan de prikpil, want de prikpil geeft veel frequenter bijwerkingen ter hoogte van de baarmoeder wat een volgende dracht negatief zou beïnvloeden. 2) de prikpil Deze vorm van anticonceptie is zeer populair bij de hond, en af te raden bij de poes wegens frequent voorkomende bijwerkingen t.h.v. de baarmoeder en melkklieren. Doch ook bij de hond MOET zeer voorzichtig gewerkt worden. De hond heeft een zeer gevoelige baarmoeder en toedienen van hormonen op het verkeerde tijdstip in de cyclus kan zeer nare gevolgen hebben. Daarom ga ik voor u even de cyclus uitdiepen. Elke normale teef wordt 2 keer per jaar loops, soms 3 keer (o.a. duitse herder). Sommige rassen worden slechts 1x per jaar loops bv. Basenji, Teckel. De eerste loopsheid mag verwacht worden op een leeftijd van 6 à 9 maanden, grote rassen wat later. De cyclus kan men indelen in de anoestrus-fase, de volledige rustfase die ca. 3 maanden duurt. In deze fase zijn de hormonen van de teef in rust en dit is dan ook een veilige periode om de prikpil te geven. De loopsheidfase duurt een kleine drie weken te verdelen in een periode van 9 dagen waarin de teef een bloederige uitvloei heeft, doch dekking pas toelaat vanaf dag 7 ongeveer. De daarop volgende periode van 9 dagen laat ze dekking toe en verandert de uitvloei van kleur (gelig-bruin). En dan volgt een periode van mesoestrus, ca. 2 maand, pseudo-nest-periode als het ware. Tijdens deze periode zakt de hormonenspiegel in het bloed naar de minimumwaarde. Wanneer deze bereikt is, begint terug de anoestrus. Nu de prikpil : deze injectie bevat derivaten van het vrouwelijk progesteronhormoon. Zoals boven vermeld, is de uterus van de teef erg gevoelig voor hormonen, dus moet de injectie gegeven worden als het geslachtsstelsel van de teef in absolute rust is. Het beste tijdstip voor haar eerste prikpil is 100 dagen na de loopsheid (correcter is 100 dagen na de ovulatie, maar dat kan u als eigenaar niet opmerken, deze gebeurt ongeveer in het midden van de loopsheidperiode). Bij sommige preparaten moet de 2de injectie 3 maanden later herhaald worden, de daaropvolgende 4 maanden later en dan telkens om de 5 maanden (herders beter om de 4 maanden). Het progesteron-depot moet immers opgebouwd worden in het lichaam. Bij andere preparaten kan men meteen om de 5 maanden gaan prikken. Wanneer de prikpil gestopt wordt, wordt de teef weer loops na 6 tot soms 26 maanden, afhankelijk hoe lang de teef de prikpil heeft gehad. Indien de prikpil op het correcte tijdstip wordt gegeven is er relatief weinig gevaar, maar als de correcte tijdstippen niet gerespecteerd worden is het gevaar voor het ontwikkelen van een baarmoederontsteking zeer reëel! De prikpil kan eventueel voor gewichtstoename zorgen, kan soms de ontwikkeling van mammatumoren (borstkanker) bevorderen, en ev. op lange duur baarmoederontsteking veroorzaken, een grotere gevoeligheid voor het ontwikkelen van diabetes mellitus (suikerziekte) werd ook opgemerkt. Vroeger werd er soms gebruik gemaakt van pillen op basis van mannelijke hormonen om de loopsheid te onderdrukken, doch deze worden door de niet geringe bijwerkingen niet meer gegeven. Een voordeel echter is dat deze preparateen geen invloed hebben op de baarmoeder. 3) sterilisatie (castratie) Bij de poes is deze ingreep zeker aan te raden als er verder geen fokplannen zijn met haar. Immers, 1 nestje kleine poesjes een goede thuis bezorgen is niet zo moeilijk, maar de volgende nesten zorgen voor veel problemen en wie weet waar deze sukkelaartjes dan terecht komen. De pil is een valabel alternatief, maar een ongelukje is gauw gebeurd: de pil uitbraken, erge diarree, te veel uitwendige stimulatie en de krolsheid en vruchtbaarheid is er weer. De prikpil is af te raden. Dan blijft de sterilisatie als definitieve ingreep over. Bij een jong dier is de ingreep echt niet verschrikkelijk: via een klein sneetje in de buik, of in de flanken, afhankelijk van de operatietechniek, worden de eierstokjes verwijderd. De baarmoeder wordt enkel weggehaald als er pathologische veranderingen op te zien zijn of als de poes al erg veel nesten heeft gehad. Na 10 dagen worden de hechtingen verwijderd en de operatie is volledig achter de rug. De poes wordt niet meer krols, gaat niet meer op pad, is meestal iets rustiger en aanhankelijker. Makkelijker kan niet. Het tijdstip waarop u de poes laat steriliseren is om het even: bij een jonge poes na de 1ste krolsheid, bij een ouder dier: tijdens de krolsheid, er voor, er na, dat maakt niets uit. En dan de hond: hier biedt sterilisatie ook een blijvende oplossing. Al is de ingreep bij de hond wel wat omslachtiger. Ten eerste: het tijdstip. Best laat men de operatie uitvoeren tijdens de hormonale rustperiode (de befaamde 100 dagen na de loopsheid, (cfr. bovenstaande uitleg bij de prikpil) dan is de kans op bloedingen en andere bijwerkingen geringer. Een jonge teef laat men best steriliseren na de eerste loopsheid, en liefst voor de 4de. Het is immers bewezen dat dan de kans op mammatumoren (borstkankers) op latere leeftijd aanzienlijk minder wordt. Een teef gesteriliseerd voor de 1ste loopsheid heeft slechts 0,5 % kans op mammatumoren, doch geeft meer aanleiding tot zwaarlijvigheid, het karakter is dan nog onvoldoende ontwikkeld, incontinentie kan optreden en op latere leeftijd huidproblemen! Indien de hond op latere leeftijd (na de 4de loopsheid) wordt gesteriliseerd is dat positieve effect wat betreft mammatumoren niet meer geldig. Bij een jonge hond worden meestal enkel de eierstokken weggenomen na grondige controle van de baarmoeder op afwijkingen. Bij oudere honden of bij dieren die al jongen gehad hebben worden eierstokken en baarmoeder weggenomen. De operatie bij de hond gaat iets minder vlot dan bij de poes. Honden hebben van nature, zelfs als ze mager zijn, veel vet in de buik en zeker rond de baarmoeder-eierstokken. Vet geeft diffuse bloedingen zodat een infuus steeds noodzakelijk is tijdens de operatie, daar de hond relatief veel bloed verliest. Het is daarom van het grootste belang dat de teef slank aangeboden wordt voor de operatie. Eventuele gevolgen van de sterilisatie is gewichtstoename. Dit kan heel vlot opgevangen worden door strengere voedingscontrole. Karakterveranderingen kunnen voorkomen: soms liever en rustiger, soms actiever. Eventueel kan ook incontinentie optrden na enkele weken tot 2 jaar na de operatie. Deze incontinentie is dan intermitterend en te behandelen met medicatie Zoals u kan lezen, er zijn mogelijkheden genoeg om niet ongewenst met een nest pups of kittens opgescheept te worden. Elke methode heeft zijn voor- en nadelen: welke voor uw teef of poes de beste oplossing is, moet u zelf uitmaken in overleg met uw dierenarts: elke hond of kat is immers een geval apart en daar kan niet veralgemenend over gepraat worden.< Hoe dan ook, probeer echt de "overschot" aan poezen en honden te vermijden. Als u de propvolle asiels bekijkt of de erbarmelijke levensomstandigheden van de ontelbare zwerfkatten...wel, kies dan zeer bewust voor een nest pups of kittens, maar laat zeker de natuur niet zo maar zijn gang gaan... | ||||
| ||||

Tips voor het vervoer van dieren
Vissen fluoresceren rood
| Vissen fluoresceren rood |
Het was de zeebiologen tot nu toe nog niet opgevallen, maar tientallen soorten vissen in de zee blijken een rode kleur uit te stralen. In de diepte van de zee is de rode kleur niet te zien, omdat zonlicht daar niet doordringt. Ook werd altijd gedacht dat vissen rood niet konden waarnemen. Karmozijnrood, kersenrood, roestkleur en robijnrood blijken de koraalriffen te domineren, ontdekten onderzoekers van de Universiteit van Tübingen in Duitsland per ongeluk. De wetenschappers keken door een kleurenfilter en zagen plotsklaps een spectrum van rood om zich heen, zo lieten zij dinsdag weten. De vissen blijken de rode kleur, die alleen van dichtbij te zien is, te gebruiken om te communiceren met een potentiële partner of om soortgenoten te waarschuwen. De ontdekking heeft volgens de wetenschappers een schok teweeg gebracht in de wereld van de ichtyologen (vissendeskundigen). Bron: Dierennieuws |
Eet kevers, mieren en termieten voor uw bloeddruk
Insecten opeten heeft een gunstig effect voor mensen die kampen met een hoge bloeddruk. Dat blijkt uit onderzoek van de Universiteit van Gent. De resultaten zijn vandaag bekend gemaakt.
De insecten bevatten een eiwit dat bloeddrukverlagend werkt, net als de klassieke medicijnen. Pluspunt is dat de insecten niet de bijwerkingen hebben van de klassieke bloeddrukverlagende middeltjes.
Kevers, mieren en termieten zijn zeer voedzaam en een goede bron van eiwitten, energie en vitaminen. Insecten staan traditioneel op het menu in Azië, Afrika, Midden- en Zuid-Amerika. Tot 80 procent van de wereldbevolking eet wel eens insecten in een of ander vorm. Maar in de Westerse wereld met zijn ongezonde voedingsgewoonten en talrijke hartaandoeningen, komen er zelden insecten op het bord.
Volgens onderzoekster Lieselot Vercruysse van de Gentse faculteit bio-ingenieurswetenschappen zijn insecten een goed alternatief voor vlees. Insecten zijn milieu-efficiënter dan vlees: er is minder water en voer nodig om ze te kweken.
(GVA)
Chocolade vergiftiging bij honden
Chocolade vergiftiging bij honden
De decembermaand komt eraan. Een maand vol met snoepgoed en chocolade. Het snoepgoed en chocolade is overal te vinden; in de schoen, op tafel, in en onder de kerstboom. Het is niet alleen lekker voor de mens, maar ook voor de hond. Maar wanneer een hond bijvoorbeeld een chocoladeletter opeet, kan het slecht met de hond aflopen.
Maar weinig mensen weten dat chocolade een stof bevat die zeer giftig is voor honden. Deze stof heet theobromine en zit in cacaobonen.
Theobromine zit in het niet-vette gedeelte van de cacaoboon, wat ook chocola zijn typische smaak geeft. Melkchocolade wordt zo genoemd omdat er een hoog percentage melkvet in zit. Het bevat variërende hoeveelheden van het niet-vette gedeelte van de cacaoboon; net genoeg om de chocola smaak te geven, maar niet genoeg voor de kenmerkende bitterheid van pure chocolade. Hoe meer vet er in chocolade zit, hoe minder smaakgevende stoffen er in zit. Bakkers-chocolade is echter nog bitterder en bevat dus ook meer giftige theobromine. De banketbakkers chocolade bevat de hoogste hoeveelheid theobromine (tot 28mg per gram), daarop gevolgd door choclade puur (16mg per gram) en zelfs echte witte melkchocolade bevat theobromine (2mg per gram).
Theobromine heeft naast een stimulerend effect ook een irriterende werking in het lichaam. Deze effecten zijn bij honden veel sterker dan bij mensen. Wanneer er theobromine in de maag van de hond zit, zullen de maagsecreties toenemen wat zweervorming tot gevolg kan hebben. Maagzweren leiden tot acute braakneigingen en diarree. Theobromine wordt snel in het bloed opgenomen waarna het de hartspier aantast, wat weer een versnelde en onregelmatige hartslag tot gevolg heeft. De ademhaling zal ook versnellen. Spieren trekken samen in epilepsieachtige stuipen. Ook leidt theobromine in het bloed tot veelvuldig plassen waardoor de hond veel moet drinken, waar hij dan weer van zal gaan braken. Uiteindelijk kan de hond door een hart- of ademhalingsstilstand sterven.
Er is geen tegengif voor een theobrominevergiftiging!
Mensen hebben geen enkel probleem met de verwerking van theobromine, maar bij honden duurt het 6 dagen voordat hun lichaam de stof heeft afgebroken. De kans op ophoping is dan ook groot. Het duurt ca. 10 à 14 uur voordat de theobromine uit de bloedsomloop is verdwenen en in die tussentijd wordt via het maag-darmkanaal telkens opnieuw in het bloed opgenomen. De lever heeft moeite met het afbreken van theobromine. De effecten hangen natuurlijk ook af van het gewicht van de hond, maar stelt u eens een puppy voor die alles probeert te krijgen wat de kinderen eten!
Kenmerken van een overdosis
- verhoogde nervositeit en opwinding
- trillen
- hijgen dat niet gepaard gaat met een hoge hartslag
- plotselinge aanvallen
- zeer snelle hartslag
- coma
Voor oudere honden kan een zeer snelle hartslag een hartstilstand teweeg brengen!
Informatie over theobrominevergiftiging is van groot belang: te weinig hondeneigenaren zijn er mee bekend. Een hond in een gezin met kinderen zal waarschijnlijk meer risico lopen op zo’n vergiftiging, vooral rond Sinterklaas, Kerstmis of Pasen!
Waarschijnlijk schrikt u van het feit dat een op het oog zo onschuldig stukje chocolade zo giftig is voor uw hond. Geef uw hond in het vervolg maar liever een echt hondenkoekje.
Hoeveelheden theobromine in chocolade
De concentraties van theobromine varieert met het soort chocolade (uitgaande van normale chocolade en niet van de banketbakker):
- Melkchocolade bevat 154mg/100g
- Pure chocolade bevat 1365mg/100g
De theobromine in snoepjes bestaande uit vulling bedekt met chocolade – zoals gevulde snoepjes en gedroogd fruit bedekt met chocolade, etc- zal meer verzwakt zijn dan in pure chocolade repen en pure chocoladesnoepjes.
Bij een hond van 10kg is ca 70 gram pure chocolade al een dodelijke dosis! Met andere woorden: Chocolade is vergif voor honden.
Eerste hulp : wanneer het minder dan twee uur geleden is dat de hond chocolade heeft gegeten, probeer hem dan direct te laten braken. Honden braken gemakkelijk, door een eetlepel zout achterop de tong te gooien. En ga voor de zekerheid bij de dierenarts langs.
Merk je dat de hond duidelijk "opgefokt" is, zijn slikreflexen niet meer goed werken, of zelfs comateus dreigt te worden en "in slaap valt", ga dan onmiddellijk met SPOED naar de dierenarts!
Geschreven door Sigrid Nauta
www.kynotrim.nl 
Huwelijkspaar kiest hond als getuige
| Huwelijkspaar kiest hond als getuige |
Harriet en Andrew Athay hebben voor hun huwelijk een wel zeer bijzondere getuige uitgekozen: hun hond Ed, die samen met de twee teefjes van het gezin naar het altaar mocht stappen. Voor de gelegenheid haalde Ed zijn minismoking uit de kast, terwijl windhond Humbug en Hongaarse jachthond Goulash aan een roze glinsterende leiband de plechtigheid bijwoonden.Voor Harriet en Andrew was het een uitgemaakte zaak dat dit hondentrio de bruiloft zou bijwonen. Het was immers dankzij hen dat de vonk in augustus vorig jaar in Dorset voor het eerst oversloeg. Hun huisdier(en) begonnen met elkaar te spelen en zo raakte ook het toekomstige koppel met elkaar aan de klap. Andrew vroeg Harriet waar ze die opvallende leiband vandaan had, waarop zij repliceerde dat ze een winkel vol spulletjes voor huisdieren uitbaatte. De volgende morgen vond ze een bestelling voor een roze diamanten leiband in de bus, met een uitnodiging erbij om eens iets te gaan drinken. De rest is geschiedenis... (svm) Bron: Dierennieuws |
Hydrotherapie voor je huisdier
Hydrotherapie is meer dan een hond laten zwemmen of laten lopen in een onderwaterloopband. Er wordt therapeutisch en met toepassing van trainingsprincipes gebruik gemaakt van water.
De warmte van het water ontspant de spieren.
De hydrostatische druk reduceert de zwelling.
Het drijfvermogen heeft als voordeel dat de honden geen volledige steunname behoeven om hun spieren te trainen.
De belangrijkste doelstellingen zijn :
· niet-belaste oefeningen
· verminderen van pijn, zwelling en stijfheid
· relaxatie
· gewrichtsmobilisatie
· spiertraining
· verbeteren van de gewrichtsbeweeglijkheid
· verbeteren van de circulatie
· cardiovasculaire fitness (hart en longen)

· pre-operatieve conditionering : verbeteren van de spiermassa, -kracht en -tonus
Een belangrijk voordeel van de onderwaterloopband tov traditionele hydrotherapie is dat de variabele parameters (snelheid van de loopband en hoogte van het water) kunnen gecontroleerd worden waardoor we een consistent en progressief behandelplan kunnen opstellen.
http://www.proximedia.com/local/03018524/hydrotherapy.html
Virusziekte bij de kat:
Wat is FeLV voor een ziekte?FeLV is een virusziekte met een dodelijke afloop. Het virus kan leukemie (tumoren van de witte bloedcellen) veroorzaken, maar dit is niet de ziekte die het meeste optreedt na infectie. Het virus tast namelijk het immuunsysteem van de kat aan (immunosuppressie) waardoor ze gevoeliger zijn voor infecties.
Hoe kan een kat besmet raken met het virus?Na infectie vermeerdert het virus zich in de tonsillen in de keel en verspreidt zich naar het beenmerg, lymfevaten en lymfeknopen. Het virus komt in het bloed en vanaf dan is het aan te tonen door middel van een bloedtest. Als de speekselklier wordt geïnfecteerd dan zal de kat virus gaan uitscheiden en vanaf nu is de kat besmettelijk voor andere katten!.
Katten die in een groep samenleven en onderling niet vechten hebben dus ook kans op besmetting als er een kat met FeLV in de groep zit.
Niet alle katten die besmet raken met het virus worden ziek.
Katten die het virus niet kunnen bestrijden worden ziek.
Er bestaat een leeftijdsresistentie.Bij jonge kittens zal 70-100% ziek worden. Bij kittens van 8-12 weken oud wordt 30-50% ziek. Bij volwassen katten wordt 10-20% ziek.Wat zijn de symptomen van een kat met FeLV?Het meest belangrijke zijn secundaire gevolgen van de infectie door een verminderde afweer, waaronder FIP, toxoplasmose, bacteriële ontstekingen, tandvleesontstekingen, abcessen, huidontstekingen en oogonstekingen (uveitis). Zie foto's hieronder.
FeLV ziekteverschijnselen:Tumoren. De meest voorkomende tumor is maligne lymfoom maar ook leukemie, tumoren in lever, nieren, buikvlies of milt kunnen ontstaan. Bloedarmoede doordat het beenmerg niet goed meer functioneert. Vermageren Benauwdheid Koorts Sloomheid Zwelling van lymfeknopen Oogontstekingen zoals uveitis Slecht eten Voortplantingsproblemen bijvoorbeeld abortus, sterfte van pasgeboren kittens, onvruchtbaarheid. VerlammingsverschijnselenHet is afhankelijk van waar de tumoren zich bevinden en welke organen aangetast zijn, welke klachten de kat krijgt.
Hoe is FeLV te diagnosticeren?FeLV diagnostiek wordt uitgevoerd in het kader van preventie bij katten waar mee gefokt wordt (het opsporen van katten die wel virus uitscheiden maar zelf nog niet ziek zijn) en als katten ziekteverschijnselen hebben die FeLV doen vermoeden.
Deze test kan in onze dierenkliniek zelf worden gedaan. Er wordt wat bloed afgenomen van de kat en binnen enkele minuten is de uitslag bekend, u kunt op de uitslag wachten.
De test is zeer betrouwbaar als er een negatieve uitslag uitkomt.
Is FeLV te behandelen?Helaas is FeLV niet te genezen |
Wat is FIV voor een ziekte?
|
|
FIV wordt veroorzaakt door een virus dat verwant is aan het HIV virus bij de mens dat AIDS veroorzaakt. FIV wordt daarom ook wel kattenaids genoemd. FIV kan alleen de kat besmetten en niet de mens. Het is geen zoonose!!
Het virus wordt overgebracht via bloedcontact. Vooral via vecht- en bijtwonden worden katten geïnfecteerd. Omdat katers veel vaker vechten is het percentage geïnfecteerde katers tweemaal zo groot als geïnfecteerde poezen. De ziekte komt het meest voor onder normale huiskatten die naar buiten gaan. Katten die binnenshuis leven in een groep waar de rangorde bepaald is zullen elkaar niet snel besmetten doordat ze niet veel vechten met elkaar.
Ook bij dekkingen wordt er vaak gebeten (nekbeet) waardoor een poes geïnfecteerd kan worden door de kater. Een drachtige poes kan het ook via de placenta en later via de moedermelk overbrengen op haar kittens .
Bij FIV geschiedt de voornaamste overdracht veel meer door een directe bijtwond met vechten en in veel mindere mate door langdurig sociaal contact. FeLV wordt daarentegen voornamelijk door langdurig sociaal contact overgedragen en in een veel mindere mate door een bijtwond met vechten.
Foto's van de kat Oortje die helaas FIV heeft. De eerste aanwijzing van FIV was een oogontsteking, een uveitis => het regenboogvlies (of de iris) was verkleurd. Verder heeft oortje nog geen klachten. Hij maakt niet de indruk dat hij ziek is.
Het ziekteverloop is vergelijkbaar met HIV. Het virus tast het immuunsysteem (immunosuppressie) van de kat aan waardoor deze gevoelig wordt voor allerlei infecties.
Na infectie met het FIV virus zijn er een aantal stadia: 1. Acute stadium. Dit stadium kan zonder ziekteverschijnselen optreden. Soms wordt alleen wat koorts waargenomen. 2. Asymptomatische fase. In deze fase vertoont de kat geen ziekteverschijnselen. Deze periode kan een aantal jaren duren, soms zelfs langer dan 5 jaar. De kat kan wel andere katten besmetten. 3. Fase met vage, algemene symptomen zoals terugkerende koorts, oogontstekingen (uveitis) verminderde eetlust en vermageren. 4. AIDS gerelateerd stadium. Dit is het stadium waarin het de eigenaar opvalt dat de kat niet in orde is. Veel voorkomende ziekteverschijnselen zijn: tandvleesontstekingen, oogontstekingen, vermageren, lymfeknoopzwelling, benauwdheid, diarree. Deze symptomen worden over een periode van enkele maanden steeds erger. 5. AIDS. Uiteindelijk zal een deel van de katten een stadium bereiken vergelijkbaar met AIDS bij de mens. De kat vermagert, krijgt chronische ziekteproblemen en allerlei secundaire infecties die hij niet kan overwinnen bijvoorbeeld longonsteking. Neurologische verschijnselen (zenuwafwijkingen) worden nogal eens waargenomen bij katten met AIDS
Foto's van de kat Kip (9 maanden oud) die helaas FIV heeft. De eerste aanwijzing van FIV was een ontsteking van de huid rond de neus en aan de beide voorpoten. De huidontsteking werd veroorzaakt door een infectie met Demodexmijten.
Demodex komt maar zelden voor bij katten en als ze gevonden worden is FIV een van de oorzaken, want door een verlaagde weerstand kunnen de Demodexmijten bij een kat problemen veroorzaken. Kip was ook klein voor haar leeftijd en dat zie je ook vaak bij katten met FIV. Helaas had Noodles de andere kat (10 maanden oud) in huis ook FIV. Het gaat op het moment redelijk met ze. Aan Noodles merk je bijna niet dat ze ziek is. Kip moet wel af en toe medicijnen om de ziekteverschijnselen te onderdrukken.
FIV is, evenals FeLV, te diagostiseren met behulp van bloedonderzoek. Met behulp van een bloedtest worden antilichamen tegen het FIV virus aangetoond. De meeste katten maken antilichamen 3-4 weken na infectie. Een eenmalige positieve uitslag betekent dat de kat besmet is.
De door ons gebruikte testmethode is de Snap Combo-test (ELISA) van Idexx . Met deze test wordt het virus aangetoond in het bloed.
De door ons gebruikte testmethode is de Snap-Combotest (ELISA) van Idexx. Met deze test worden antilichamen in het bloed aangetoond. Deze test kan in onze dierenkliniek zelf worden gedaan.
Er wordt wat bloed afgenomen van de kat en binnen enkele minuten is de uitslag bekend, u kunt op de uitslag wachten.
Er komt maar 1 blauwe stip tevoorschijn: de test is negatief . Dat wil zeggen dat de kat geen leukemie of aids heeft.
Er komen 2 blauwe stippen op. Als de 2e stip aan de linkerkant opkomt dan is er een positieve test op FIV . Dat wil zeggen dat de kat helaas aids heeft!
Let op: Bij gezonde katten kunnen vals positieve uitslagen voorkomen. Is de test positief bij een gezonde kat dan zal het bloed voor confirmatie (bevestiging) naar een gespecialiseerd laboratorium gestuurd moeten worden.
Kattenaids is helaas niet te genezen. De therapie bestaat uit het onderdrukken van de secundaire infecties met antibiotica. Specifieke antivirale therapie met Interferon van virbac is mogelijk maar is niet 100% werkzaam. Het is daarbij een dure behandeling en wordt daarom in de praktijk nog niet veel toegepast.
Er is momenteel in Nederland nog geen vaccin beschikbaar tegen FIV.
Het is erg belangrijk dat katten waarbij FIV is gediagnosticeerd geen andere katten kunnen besmetten. Dit betekent dat ze alleen gehuisvest moeten worden en dat ze ook niet meer naar buiten mogen. Dit ter bescherming van andere katten!
Het risico op infecties met FIV is het kleinst bij katten die binnen worden gehouden. Katten die in een groep leven, goed met elkaar overweg kunnen en dus niet veel vechten lopen de minste kans.
Katten die in grotere groepen worden gehouden, bijvoorbeeld in catteries of in dierenasiels/pensions dienen regelmatig gecontroleerd te worden. Positieve dieren dienen geïsoleerd te worden van de negatieve katten.
Wordt een nieuwe kat geïntroduceerd in een bestaande groep dan is het verstandig deze kat eerst te testen alvorens hij in de groep mag. De kat zal dan eerst 4 weken in quarantaine (apart gehouden van de rest) moeten en daarna kan bloedonderzoek plaatsvinden.
En zeker als u uw kat laat dekken is het van zeer groot belang dat u de negatieve test van de andere kat onder ogen krijgt, let hierbij ook op dat de test niet ouder dan 1/2 a 1 jaar is.
Door de lange periode (gemiddeld 5 jaar) die zit tussen besmetting met het virus en het ontwikkelen van ziekteverschijnselen hebben katten met FIV een betere prognose dan katten met FeLV. Zij kunnen meestal nog een aantal jaren een goed leven hebben alvorens zij te ziek worden. Helaas zal ook een kat met aids uiteindelijk overlijden aan de complicaties van de ziekte.
Als kattendierenartsen van Dierenkliniek Wilhelminapark in Utrecht hopen we dat we uitleg hebben kunnen geven wat FIV of kattenaids voor een soort ziekte is.
Wat is FIP voor een ziekte?
Wat is FIP voor een ziekte?
FIP is een virusziekte die wordt veroorzaakt door een (gemuteerd) coronavirus. Dit feline coronavirus (FcoV) is in eerste instantie onschuldig en veroorzaakt alleen wat lichte diarree, echter als het muteert kan de ziekte FIP ontstaan. De meeste katten maken in hun leven wel eens een infectie door met het coronavirus.
Binnen sommige kattenpopulaties zijn zelfs 80-90% van de katten met antilichamen tegen het coronavirus gemeten (=seropositief voor het FcoV), deze katten zijn dus ooit in aanraking geweest met het coronavirus. 1 - 5 % van de seropositieve katten zal FIP kunnen ontwikkelen. 100 % van de katten die FIP krijgen gaan dood.
Een deel van de katten, die ooit een infectie met corona hebben doorgemaakt kan drager blijven, het virus blijft dan aanwezig in het lichaam. Deze katten zijn hier niet ziek van maar ze kunnen het virus wel verspreiden.
De huidige theorie is dat onder bepaalde omstandigheden het coronavirus, dat nog in het lichaam aanwezig is, gaat muteren (= van DNA samenstelling veranderen) tot een kwaadaardige variant. We spreken dan van FIP.
Dit "FIP" virus kan macrofagen (= bepaald type ontstekingscel) binnendringen en zich hierin vermeerderen. Op deze manier verspreidt het virus zich door de bloedbaan. Het ziektebeeld van FIP wordt veroorzaakt door een afweerreactie van het lichaam tegen deze geïnfecteerde macrofagen. Er worden zogenaamde immuuncomplexen gevormd die gaan vastlopen in kleine bloedvaatjes waardoor op die plaatsen ontstekingen ontstaan in en rond deze bloedvaatjes en organen.
Wanneer muteert het?
Of het onschuldige coronavirus in het lichaam van de kat muteert tot FIP hangt af van een aantal factoren. O.a. de virusstam, genetisch bepaalde afweer van de kat, andere virusinfecties ( FIV , FeLV ) en het doormaken van stress ( zoals teveel katten in een groep, dracht en geboorte, verhuizing, naar nieuwe eigenaar, andere kat in de groep) spelen een belangrijke rol. Katten die jonger zijn dan 2 jaar of ouder dan 10 jaar kunnen eerder FIP ontwikkelen. Wij zien in onze kattendierenkliniek de laatste jaren opvallend veel jonge katten (5-8 maanden oud) met FIP.
Hoe kan een kat besmet raken met het coronavirus?
Katten die besmet zijn met het coronavirus kunnen het virus uitscheiden via de ontlasting, speeksel en de urine. Andere katten kunnen het virus via de neus en/of bek opnemen. Iedere kat kan in contact komen met dit onschuldige coronavirus en daar wat diarree van hebben maar dus niet iedere kat ontwikkelt ook FIP, zoals hierboven beschreven staat.
Is FIP wel of niet besmettelijk?
Wanneer in een groep katten FIP optreedt beperkt de ziekte zich vaak tot een enkele kat. Het "FIP"-virus lijkt zich niet gemakkelijk te verspreiden. Het is mogelijk dat het "FIP"-virus, dat door deze kat wordt uitgescheiden, niet meer besmettelijk is voor andere katten. Een andere theorie is dat andere katten wel besmet worden door het "FIP"-virus maar dat zij voldoende bescherming hebben doordat zij antilichamen hebben tegen het onschuldige coronavirus. Er zal in de komende jaren meer onderzoek gedaan moeten worden om meer te weten te komen over FIP.
Wat zijn de symptomen van een kat met FIP?
Er zijn 2 vormen van FIP: Een natte vorm.
De symptomen van FIP zijn divers. NB: niet elk symptoom hoeft voor te komen.
Symptomen kunnen zijn: Slecht eten Koorts Slechte vacht Lusteloosheid/sloomheid Slechte groei Vermageren Oogontstekingen: uveitis -> zie de foto hier rechtsboven, let op: uveitis kun je ook bij FeLV en FIV zien. Dikke volle buik door vocht in de buik (ascites) Benauwdheid door vocht in borstholte (hydrothorax) Gele slijmvliezen en huid (icterus of geelzucht) als de lever is aangetast Braken en diarree Epileptische aanvallen, als er ontstekingen in de hersenen zijn. Soms valt de eigenaar alleen een gedragsverandering op.
Nystagmusfilm veroorzaakt door FIP bij de kat
NystagmusBij jonge katten zie je vaak een groeiachterstand
We krijgen als dierenartsen voor katten vaak katten op het spreekuur aangeboden voor een vaccinatie. Ze zijn dan rond de 1 of 1,5 kilogram zwaar. Echter de leeftijd past niet bij het uiterlijk van de kat. Ze lijken 3 maanden oud maar zijn in werkelijkheid dan al 6-7 maanden oud. Dit kun je met zekerheid zeggen omdat ze een volwassen gebit hebben. Het melkgebit is op een leeftijd van 6-7 maanden gewisseld voor het blijvende gebit. Een goede maat voor de groei van een kitten is rond de 100 gram per week. Een kitten van 6 maanden zou rond de 2-2,5 kilogram zwaar moeten zijn !
We krijgen soms jonge katten op ons spreekuur aangeboden voor een vaccinatie. Het zijn dan vaak katjes uit een asiel of van een boerderij. Ze wegen maar 1-1,5 kg en lijken of ze 12-14 weken oud zijn. Als je dan naar het gebit kijkt blijkt er een volwassen gebit aanwezig te zijn! Ze moeten dan dus al 6-7 maanden oud zijn! Het gewicht van een kat moet zo'n 2-2,5 kg zijn. De kittens hebben dus een duidelijke groeiachterstand.
Ook krijgen we vaak kleine zieke katjes die ook veel jonger lijken dan ze in werkelijkheid zijn (zie hierboven). Vaak is er dan al van alles gegeven om hun koorts en ontstekingen af te remmen. Iedere keer met medicijnen leek het goed te gaan, echter daarna ging het weer slecht. De kittens groeiden eerst goed maar beginnen steeds meer van hun gewicht kwijt te raken, ze kwijnen als het ware weg. Er is verminderde weerstand bij deze kittens en ziektes als Giardia kunnen hun kop op steken.
Het lijkt wel of we steeds meer van dit soort kittens in onze kattendierenkliniek aangeboden krijgen.
Hoe is FIP te diagnosticeren?
FIP rechtstreeks aantonen in het bloed
Via bloedonderzoek zijn antilichamen tegen het coronavirus te bepalen. De zogenaamde "titer". Echter deze bloedonderzoeken kunnen geen onderscheid maken tussen antilichamen tegen het onschuldige coronavirus en antilichamen tegen het "FIP"-virus. De aanwezigheid van antilichamen in het bloed zegt dus niets over het wel of niet hebben van FIP. Het betekent alleen dat de kat een keer in zijn leven in aanraking is geweest met het onschuldige coronavirus.
We hebben de laatste jaren veel bloed afgenomen bij katten van cattery's en bij katten die van FIP verdacht werden voor de Virologie afdeling van de faculteit Diergeneeskunde voor een experimentele FIP test die door middel van PCR techniek de FIP titer kon bepalen. Helaas is deze nog niet betrouwbaar genoeg om in de praktijk te gebruiken.
Overige bloedonderzoeken: Door middel van ander bloedonderzoek kun je aanwijzingen krijgen dat er FIP is, echter geen van deze onderzoeken is specifiek voor een FIP besmetting.
Helaas is er op dit moment geen bloedtest om FIP met zekerheid vast te stellen. Het blijft bij een waarschijnlijkheidsdiagnose