Kaarsje branden


Kaarsje branden

Schelpdier Ming is 400 jaar oud (Martina1)
Prikkelpoes (Martina1)

Bijna een derde van de apen met uitsterven bedreigd (Martina1)
Een kat heeft negen levens (Martina1)
Een kat heeft negen levens
Natuurlijk is dit grote onzin. Dit is een fabeltje. Vroeger waren mensen flink bijgelovig. Katten waren geheimzinnige dieren en werden vaak in verband gebracht met heksen. Men zag hoe katten van hoog konden vallen, zonder zich te bezeren. Dat moest dus tovenarij zijn. Een wezen met toverkracht, had vast ook meer dan één leven, was de conclusie. En aangezien negen vroeger een geluksgetal was, kan het ontstaan van dit fabeltje verklaard worden.
Een kat komt altijd op z'n pootjes terecht
Een kat heeft evenwichtsorganen in zijn oren waardoor hij weet wat boven en beneden is. Als een kat valt, reageert zijn lichaam meteen. De kat draait automatisch zijn kop omhoog en komt vaak veilig op zijn poten terecht. Maar, ondanks zijn behendigheid kan ook een kat een afstand verkeerd inschatten en vallen. Een kat van drie hoog uit het raam gooien "om te kijken of hij echt op zijn pootjes terechtkomt" is dan ook het stomste wat je in je hoofd kunt halen.
Katten houden niet van water
Er zijn katten die er een hekel aan hebben, maar er zijn ook katten die meedouchen of met plezier in een wastobbe gaan zitten (mijn witte siamees douchte ook mee). Zelfs zwemmende katten zijn bekend (tijgers).
Katten kunnen in het donker zien
Dat is niet waar. Ook katten hebben licht nodig om te kunnen zien. Zo werken ogen nu eenmaal. Maar met hun snorharen kunnen katten hele kleine luchtverplaatsingen en -trillingen waarnemen. En hoewel ze in het pikdonker niets kunnen zien, kunnen ze met behulp van hun snorharen toch de weg vinden.
Je kan een kat gerust aan z'n nekvel optillen
Niet doen. De enige die een kitten aan z'n nekvel mag optillen is de moederpoes. Als een persoon een kat aan zijn nekvel optilt is dat pijnlijk.
Deze leuke feitjes zijn gevonden op: www.leukvoorkids.nl
Spreuken en gezegden:
Als katten muizen, mauwen ze niet; mensen die eten, praten niet.
Als een kat om de hete brij lopen; geen besluit kunnen nemen.
Als kat en hond leven; veel ruzie maken.
Dat kost kat en kogel; heel duur zijn.
De kat bij de melk zetten; iemand uitdagen.
De kat op het spek binden; iemand in de verleiding brengen.
De kat de bel aanbinden; men komt bedrogen uit.
De kat uit de boom kijken; afwachten.
De kat zit in de gordijnen; er is ruzie.
Dat is niet van de poes; dat is niet makkelijk.
Een kat een kat noemen; duidelijke taal spreken.
Een kat heeft negen levens/een kat met zeven levens; veerkrachtig zijn.
Een kat in de zak kopen; men komt bedrogen uit.
Een vogeltje voor de kat zijn; opgegeven zijn.
Zo vals zingen als een kat; heel vals zingen.
Vogeltjes die vroeg zingen zijn voor de poes; wie vroeg geniet, komt er bekaaid vanaf.
Voor de poes zijn; verloren zijn.
Een anker achter de kat werpen; het zeemansleven vaarwel zeggen (men heeft genoeg verdiend).
Hij/zij heeft een kat op het anker gezet; hij/zij kan leven van het verdiende geld.
De kat in het donker knijpen; iets stiekem doen.
De kat ligt erop; een voorteken dat het steeds verkeerd gaat.
De kat komt een graatje toe; ook aan hem die weinig heeft bijgedragen komt iets toe.
Nu komt de kat op het koord; nu komt het probleem.
Omwille van de smeer likt de kat de kandeleer; iets doen om er voordeel uit te halen.
Zich als een kat in een vreemd pakhuis voelen; zich niet op z'n gemak voelen.
Het maakt niet uit of je door de hond of de kat gebeten wordt; alle kwaad is kwaad.
Hij meent dat keizers kat zijn nicht is; doen alsof men belangrijk is.
Zij is niet voor de poes; zij is niet gemakkelijk.
Een kat met fluwelen pootjes vangt geen muizen (Middeleeuws spreekwoord).
Prachtig en ontroerend filmpje (Tante Lotte)
Wist je dat honden ook een pubertijd kennen? (Tante Lotte)
Een hond pubert vanaf 6 maanden tot 12 à 18 maanden. Net als bij mensen kan dit puberen voor de eigenaar wel eens verontrustend en frustrerend zijn. Jij als eigenaar bent ineens niet meer het middelpunt van zijn leven. De pup gaat op straat allerlei geurtjes achterna en trekt zich van jou niks meer aan. Concentratie? Wat is dat? Je pup heeft er allemaal geen zin meer in, de wereld om hem heen is veel interessanter. Hij doet net alsof hij je niet begrijpt, terwijl het vantevoren juist zo goed ging...
Niet getreurd: zodra je pup jongvolwassen wordt, verbetert de situatie. Het is belangrijk dat je hem al op jonge leeftijd goed hebt opgevoed, zodat hij na deze zes maanden van puberen, de draad gewoon kan oppikken.
Moet je de pup dan gewoon zijn gang laten gaan?
Nee, ga gewoon door met de training, gebruik eventueel een lange lijn zodat hij er niet vandoor kan gaan. Geef hem pas commando's en opdrachten als je er zeker van bent dat hij deze niet kan negeren.
Bokito heeft waterpokken

Het rendier (Yradja)
Het Rendier
Het rendier kent vast iedereen. Het is het trekdier van de kerstman. Het zijn kudde dieren die behoren tot de onderfamilie van Capreolinae. Ze zijn de enigste herten waarbij zowel het mannetje als het vrouwtje een gewei draagt. De mannetjes kunnen wel veel groter worden dan het vrouwtje. Mannetjes verliezen hun gewei in december of januari, vrouwtjes in mei. Kalfjes krijgen een gewei als ze twee maanden oud zijn. De vachtkleur is donkergrijs tot bruin. 's Winters wordt deze vervangen door een lichter gekleurde vacht.

Leefgebied
Rendieren komen komen met een aantal ondersoorten voor in de noordelijke streken van Scandinavië, Canada, Groenland, en in een aantal noordelijke staten van de Verenigde Staten. In verschillende wereld delen komen er naast wilde populaties ook gedomesticeerde rendieren voor. Ze leven bij voorkeur op toendra-achtige ondergronden en zijn niet gebonden aan een vast teritorium; ze zijn steeds op zoek naar voedsel.
Voortplanting
Rendieren leven in kuddes. Sommige populaties leven zomers op de toendra, en 's winters in het woud. Tijdens deze migraties kunnen ze meer dan 1000 kilometer afleggen. In de zomer leven de wijfjes in kleine groepjes, geleid door een oud vrouwtje. In september, vlak voor het begin van de bronsttijd, sluit een mannetje zich aan bij de wijfjes, en leven de dieren in haremsverband. In de lente, vlak voor de jaarlijkse trek, sluiten de kuddes zich aan in een grotere kudde.
De bronsttijd duurt van eind september tot in oktober. Na een draagtijd van 210 tot 240 dagen wordt één kalf geboren. Tweelingen zijn zeldzaam. De jongen worden geboren in mei en juni. Ze hebben een egaal bruine vacht en wegen 4 tot 8 kilogram. Ze kunnen binnen een uur na de geboorte lopen. De zoogtijd duurt ongeveer een maand. Kalveren blijven één tot drie jaar bij hun moeder. De meeste rendieren paren voor de eerste keer als ze achttien maanden oud zijn. Rendieren worden gemiddeld meer dan 10 jaar oud. Bij vrouwtjes ligt het gemiddelde tussen de veertien en de vijftien jaar. Mannetjes worden niet zo oud, ongeveer negen tot tien jaar.

Voedsel
Rendieren eten vooral rendiermos, een korstmos. Als de toendra bedekt is met sneeuw en ijs, weten de rendieren dit met hun hoeven te verwijderen om zo dit diepvrieseten te bereiken. Ook andere korstmossen, gras en zegge worden gegeten, aangevuld met bladeren, scheuten en paddestoelen in de lente.
De voornaamste vijand van de kariboe is de wolf, die vooral zwakke dieren grijpt. Rendieren kunnen een maximale snelheid van 60 kilometer per uur bereiken.
Paspoort
Naam: Rendier
Wetenschappelijke naam: Rangifer tarandus
Voedsel: Korstmos
Lengte: Schouderhoogte tot 105-115 cm.
Gewicht: 110 kilo.
Leefgebied: Arctische gebieden, toendra en noordelijke bossen van zowel het oostelijk als westelijk halfrond.
(wnf.)
Hoe uw huisdier afleiding bezorgen? (Martina1)
|
Hoe uw huisdier afleiding bezorgen?Spelletjes en andere activiteiten dragen bij tot de ontwikkeling van uw huisdier en zij onderhouden bovendien uw onderlinge verstandhouding. Wanneer uw huisdier alleen achterblijft, moet het ook voldoende afleiding hebben zodat het zich niet gaat vervelen. |
|
De hond, een sociale speelvogel
Om plezier te maken heeft uw hond ofwel uw aanwezigheid nodig, ofwel die van
soortgenoten. Een hond is oorspronkelijk een meutedier en heeft sociaal contact nodig om een goed gevoel te hebben. Bij zijn favoriete bezigheden horen wandelingen aan de zijde van hun baasje, het terugbrengen van voorwerpen die u geworpen hebt en ook het lopen achter balletjes of pluchen speelgoed. Indien uw hond een gedeelte van de dag alleen moet blijven, geef hem dan ook de kans om zich bezig te houden, bijvoorbeeld door hem voorwerpen te bezorgen waarop hij kan knabbelen, zoals speciale touwen, stevig speelgoed in rubber of latex en kauwbotten van buffelhuid. Deze voorwerpen zullen bovendien, door de kauwbewegingen, een positieve bijdrage leveren aan de goede gezondheid van zijn gebit. Maar opgelet: botten die van een dier afkomstig zijn, zijn te vermijden. Ze zouden wel eens de slokdarm of de darm van uw hond kunnen versperren. Oude pantoffels of schoenen zijn eveneens af te raden. Uw hond zal het verschil immers niet merken tussen de oude en de nieuwe: u zou dus wel eens onaangenaam verrast kunnen worden door uw hond slechte gewoonten aan te leren! Tot slot, probeer uw hond niet bezig te houden door hem voedsel te geven: zwaarlijvigheid loert om de hoek!
Katten houden een siësta en jagenVan nature solitair en onafhankelijk, kunnen katten die naar buiten mogen zich zeer goed
alleen bezighouden tijdens het grootste deel van de dag. Zij komen naar huis om zich te laten vertroetelen en om hun honger te stillen wanneer zij er zin voor hebben. Katten die in een appartement leven en dus niet naar buiten kunnen, hebben meer gezelschap nodig dan hun soortgenoten die een groot deel van de dag in de natuur doorbrengen. De favoriete bezigheid van een kat is de siësta, die tevens haar voornaamste bezigheid is: tot 16 uur per dag! Daarna volgen het zich wassen, de jacht en het eten van talrijke kleine maaltijden die de kat verdeelt over de 24 uren van de dag. Om haar jachtinstinct te bevredigen, zou een kat die niet buitenkomt, moeten beschikken over een kattenpaal als observatiepost en over muisjes en balletjes om achterna te lopen. Het heeft geen zin om voor uw kat duur en speciaal speelgoed te kopen: een stuk verfrommeld papier wordt dikwijls meer op prijs gesteld dan de nieuwste trendy bal die in de handel verkrijgbaar is! Geef een kat geen wol om mee te spelen. De draad zou zich rond de tong kunnen oprollen of het spijsverteringskanaal kunnen versperren!
Knaagdieren: geef hen stilte en rustTalrijke kleine huisknaagdieren leven hoofdzakelijk 's nachts: laat ze bijgevolg de hele dag rusten. Voor 's nachts mag u uw hamster een wiel geven, zodat het beestje de kans krijgt om aan lichaamsbeweging te doen. Alle knaagdieren zouden moeten beschikken over een ruime kooi, waarin zij talrijke schuilhoeken naar eigen goeddunken kunnen inrichten zodat zij zich daar veilig voelen. Geef hen ook een aantal accessoires om op te knagen. In tegenstelling tot hamsters, houden cavia's, woestijnmuizen, ratten en chinchilla's wel van het gezelschap van hun soortgenoten en vervelen zij zich wanneer zij alleen in een kooi moeten vertoeven. |
Vissen (Ereli)Lichaamsbouw vissen
| |
Vissen
Meer dan de helft van de ongeveer 43.500 soorten gewervelde dieren die men kent, zijn vissen. In hun waterwereld zijn ze uitgegroeid tot een reusachtig scala van gespecialiseerde diervormen, dat minstens even gevarieerd is als dat van de viervoetigen.
De eerste hoofscheidslijn in deze groep valt tussen de vissen met en die zonder kaken. De kaaklozen of Agnatha vormen een restgroep uit een vroeg stadium van de ontwikkeling van de gewervelde dieren, met als enige recente vertegenwoordigers de klassen rondbekken, waartoe de prikken en de slijmprikken behoren. De vissen met kaken, die iets minder dan vierhonderd miljoen jaar geleden ontstonden, zijn op hun beurt in twee sterk uiteenlopende groepen verdeeld. De ene omvat de kraakbeenvissen, zoals haaien, roggen en zeekatten. De andere omvat de drie hoofdtypen van de beenvissen : enerzijds de straalvinnigen, met korte vinnen die door stralen worden gesteund, anderzijds twee typen spiervinnigen : de longvissen en de kwastvinnigen. De laatste groep wordt thans alleen nog vertegenwoordigd door de coelacanth.
Ereli en
Knudde
De pestvogel (Ereli)
| ||
Knudde
De halsbandparkiet (Ereli)
| ||
Knudde
De kookaburra (Ereli)
| ||
Knudde
De kleine zeenaald (Ereli)
De kleine zeenaald
De kleine zeenaald of Syngnathus rostellatus.
Beschrijving
Rugvin met 36-45 vinstralen, anaalvin met 2-3; 13-18 ringen voor de anaalopening, 37-42 ringen achter de anaalopening. Donkerbruin met donkere vlekken aan de bovenzijde, die vaak dwarsbanden vormen. Meestal een donkere vlek voor de ogen. Onderzijde crèmekleurig met zilverkleurige tint. Snuit korter dan de halve koplengte. Geen uitstulping achter op de kop.
Kleine zeenaalden worden meestal aanzien voor de jongen van grote zeenaalden. Ze komen over het algemeen voor in ondiep water. In riviermondingen kunnen ze verzoeting van het water goed verdragen. Van juni tot augustus kunnen larven aanwezig zijn; deze verlaten bij een lengte van 15 mm de broedbuidel. Ze eten kleine kreeftachtigen.
Lengte
Maximaal 17 cm.
Verspreiding
Noordoost-Atlantische kusten van Noord-Spanje tot Zuid-Noorwegen. Langs de Nederlandse kust niet talrijk. Ze komen tot een diepte van tien meter voor onder en tussen met wieren begroeide stenen en op zandbodems in riviermondingen. Een vrij grote populatie heeft zich in het Noordzeekanaal gevestigd.
worlexplorer
Ereli en
Knudde
Californische slanke salamander (Ereli)
Californische slanke salamander
De Batrachoseps attenuatus leeft in serquoiabossen, grasland, bergen heuvels en bereikt een lengte van zo'n 7,5 tot vijftien cm.
Deze salamander heeft een slank, langgerekt lichaam en dito staart. Zijn poten en voeten zijn klein en smal, met vier tenen aan elke voet. De kleur varieert met het woongebied. Het is de algemeenste salamander in California. Hij leeft op het land, waar hij zich met golvende bewegingen van zijn lichaam voortbeweegt, meer dan door zijn poten te gebruiken. Overdag houdt hij zich schuil tussen vochtige vegetatie of boomwortels, tijdens de nacht komt hij te voorschijn om naar wormen, spinnen en andere ongewervelde dieren te zoeken.
In de late herfst of winter legt het wijfje vier tot 21 eieren onder een rotsblok, daartoe opgewekt door regenval. De eieren komen in het voorjaar uit; de larven hebben geen stadium in het water.
worldrexplorer
Ereli en
Knudde
Liervogel bereikt wijfje met zijn mobiele telefoon
Liervogel bereikt wijfje met zijn mobiele telefoon |

Langere dagen zorgen voor vogelzang
In de lente beginnen veel vogels met hun liefdeszangen. In de meeste gevallen is het mannetje met zijn aria's degene die het wijfje versiert. Soms is deze zang ook bedoeld om zijn territorium te verdedigen, maar meestal heeft hij hier een andere melodie voor en zijn de aria's speciaal voor een wijfje!
Wanneer het voorjaar aanbreekt met langere dagen, prikkelt dit de hersenen van vogels zodat er seksuele hormonen aangemaakt gaan worden. Daardoor beginnen ze met zingen. Met name in de ultieme fase van de paringsperiode wordt de zang sterk bepaald door het belangrijkste mannelijk geslachtshormoon, testosteron.
Zang als selectiemiddel
Voor een wijfje is de mate van zangkwaliteit een graadmeter voor de conditie van een mannetje. Het zingen kost veel energie en alleen een mannetje dat een goede conditie heeft, kan lang genoeg, hard genoeg en mooi genoeg zingen. Een mannetje in goede conditie heeft meestal ook een groot voedingsgebied (territorium), wat natuurlijk voor een wijfje belangrijk is om haar jongen goed te laten opgroeien. Vaak heeft een wijfje dan ook voorkeur voor ingewikkelde zang met veel rollers en trillers.
Daarnaast speelt de omgeving ook een rol bij de vogelzang. Zo moeten stadsvogels hoger zingen om boven het lawaai uit te komen.
Opvallende zang bij de liervogel
De liervogel (Menura novaehollandiae) heeft wel een heel aparte manier van zingen om een wijfje te verleiden. Naast het opzetten van zijn staartveren in de vorm van een lier (een oud Grieks snaarinstrument), heeft hij een heel arsenaal aan geluiden dat hij laat horen. Hij bootst niet alleen melodieën van andere vogelsoorten na, maar imiteert ook andere geluiden die hij in zijn omgeving hoort, zelfs dat van een kettingzaag, autoalarm, fototoestel of mobiele telefoon. Hoe groter zijn repertoire, hoe groter zijn succes bij de wijfjes!
Wij horen ze niet altijd... de vleermuis
Wij horen ze niet altijd... de vleermuis |

Niet alle geluiden die dieren in de paringstijd maken zijn voor ons hoorbaar
Het menselijk oor vangt geluiden op waarvan het aantal trillingen tussen de 20 en 20.000 per seconde ligt. Geluiden met minder dan 20 trillingen per seconde worden infrageluiden genoemd, en zijn voor ons te laag om waar te nemen. Geluiden met meer dan 20.000 trillingen per seconde heten ultrageluiden en zijn voor ons te hoog om te horen.
De dwergvleermuis gebruikt ultrageluiden
Dwergvleermuizen (Pipistrellus nathusii) maken gebruik van ultrageluiden. Met hun neus of mond zenden ze een zeer hoog signaal uit dat weerkaatst op voorwerpen in de omgeving. De echo kunnen ze opvangen met hun oren, zodat ze de exacte plaats van het voorwerp kunnen bepalen (echolocatie). Naast de echolocatie- geluiden maakt een mannetjesdwergvleermuis rond augustus ook baltsgeluiden om wijfjes te lokken. Omdat de golflengte zo hoog is dragen de geluiden niet ver, maar dat geeft niet: er zijn genoeg vleermuizen in de buurt! De baltsgeluiden zijn iets lager van toonhoogte dan de echolocatiegeluiden en zijn vooral voor jonge mensen soms hoorbaar.
Wij horen ze niet altijd... de olifant
Wij horen ze niet altijd... de olifant |
Niet alle geluiden die dieren in hun paringstijd maken zijn voor ons hoorbaar
Het menselijk oor vangt geluiden op waarvan het aantal trillingen tussen de 20 en 20.000 per seconde ligt. Geluiden met minder dan 20 trillingen per seconde worden infrageluiden genoemd en zijn voor ons te laag om waar te nemen. Geluiden met meer dan 20.000 trillingen per seconde heten ultrageluiden en zijn voor ons te hoog om te horen.
De Afrikaanse olifant maakt gebruik van infrageluid
Bij Afrikaanse olifanten (Loxodonta africana) leven de mannetjes en wijfjes apart. Ze bevinden zich vaak kilometers van elkaar vandaan. Om contact met elkaar te maken en informatie uit te wisselen over de paringsbereidheid van het wijfje en de conditie van het mannetje, maken olifanten gebruik van infrageluiden.

Met hun slurf maken de mannetjesolifanten rommelende geluiden. Omdat deze geluiden een zeer lage frequentie hebben, dragen ze ver - net als de lage bastonen uit je stereo-installatie. In het bereik van het geluid bevindt zich altijd wel een aantal mannetjes of een kudde wijfjes.
Eenmaal bij de kudde aangekomen kan een mannetjesolifant ruiken welk wijfje paringsbereid is. Na een slurvenritueel waarbij de slurven ineengestrengeld worden en ze elkaar over het hoofd aaien begint de proef-paring. Hierna begint de échte selectieprocedure. Het wijfje maakt een serie lage roeptonen die haar familie overneemt. Alle mannetjes in de buurt komen hierop af. Alleen de sterkste en grootste olifant die het wijfje van haar proefpartner kan losmaken, wordt haar echte man!
Matschieboomkangoeroe
Matschieboomkangoeroe
De glanzende matschieboomkangoeroe kan wel tien meter van tak naar tak springen en voelt zich dan ook prima thuis in de toppen van de bomen. Dit roodbruine dier heeft een heel andere levensstijl ontwikkeld dan zijn verwanten, de op de grond levende wallaby's en kangoeroes. De jongen van de matschieboomkangoeroe blijven langer in de buidel dan bij andere buideldieren het geval is.
Door houtkap in het regenwoud van Papoea-Nieuw-Guinea wordt het leefgebied van de matschieboomkangoeroe bedreigd. Ook wordt er voor voedsel jacht op hem gemaakt. Hierdoor is zijn aantal in tien jaar tijd gehalveerd. De matschie maakt nu deel uit van een overlevingsplan voor soorten, internationaal opgezet door dierentuinen waarvan enkele een populatie voor de voortplanting onderhouden. Onderwijsprogramma's in Papoea-Nieuw-Guinea moedigen het behoud van het leefgebied van de matschie aan en ontmoedigen de jacht.
Deze kangoeroe is vooral tijdens de nacht actief en leeft in de bomen. Hij komt zelden op de grond en als dat wel het geval is loopt hij liever dan hij huppelt. Hij begint te klimmen door één meter omhoog te springen en zijn armen om een boomstam te slaan. Daarna werkt hij zich naar boven door met zijn gekromde klauwen de schors vast te pakken en met zijn gebogen staart het evenwicht te bewaren. Matchies zijn solitair levende dieren die elkaar alleen opzoeken om te paren. De helft van de tijd slapen ze, terwijl ondertussen hun eten verteert. Elk mannetje heeft een territorium van vier hectare dat gedeeltelijk samenvalt met de kleinere territoria van een aantal vrouwtjes. Soms gaan de mannetjes gevechten aan, waarbij ze elkaar al worstelend flink bijten en stevig met hun voorpoten slaan.
Net als andere buideldieren brengen boomkangoeroes hun jongen groot in een buidel. Zo'n 32 dagen na de paring brengt het vrouwtje haar buidel in orde ter voorbereiding van de geboorte. Zodra het jong geboren is, kruipt het blinde, naakte diertje, dat nog geen 25 mm lang is, langs de buitenkant van de buidel omhoog om zich aan één van de vier tepels aan de binnenkant vast te klampen. Pas na ongeveer tien maanden komt het kangoeroejong tevoorschijn om de omgeving te verkennen. Zo'n twee maanden later, als het bijna één jaar oud is, verlaat het de buidel voorgoed en kan de moeder weer paren.
De matschieboomkangoeroe eet vrijwel alleen bladeren. Overdag eet hij om de vier uur gedurende vijftien tot twintig minuten. Daarna gisten de bladeren tijdens zijn slaap in een deel van zijn maag dat als gistingskamer fungeert, en worden de taaie vezels afgebroken zodat het voedsel kan verteren. Soms zorgt hij voor afwisseling in zijn voedsel door fruit, bloemen, noten, schors, plantensap of vogeleieren te eten. Een enkele keer steelt hij jonge vogels uit een nest.