Het zeepaardje (Yradja)

Familie
Je zou het op het eerste gezicht niet zeggen, maar zeepaardjes zijn... vissen. Zij behoren tot de stekelbaarsachtigen. Er zijn zo'n 35 verschillende soorten zeepaardjes. De meeste daarvan leven in het ondiepe water van de zeeën, maar sommige soorten leven in zoet water. Zeepaardjes kunnen qua vorm en lengte heel sterk van elkaar verschillen: de kleinste soort is bv. slechts een paar cm groot, terwijl de grootste meer dan 36 cm groot kan worden.
Luie zwemmers
Zeepaardjes zijn heel trage zwemmers. Vaak klemmen ze zich dan ook vast aan wier of zeegras om zo vele kilometers met de stroom mee te drijven. Deze visjes hebben een hele speciale manier van zwemmen: in tegenstelling tot andere vissen die zich enkel met zijwaartse kronkelbewegingen voortbewegen, kunnen zij ook recht omhoog en omlaag zwemmen.
Voedsel
Dat zeepaardjes zo'n sierlijke, slanke visjes zijn is verwonderlijk als je ziet hoeveel voedsel zij kunnen binnenspelen. Het liefst eten ze kleine kreeftjes en hele kleine visjes. Ze gaan niet actief op jacht, maar wachten tot er een geschikte prooi voorbij zwemt. Als die dicht genoeg genaderd is, brengen ze hun mond langzaam naar hun prooi toe en zuigen die dan plots naar binnen.
Broedende mannetjes
Bij het zeepaardje zijn het niet de vrouwtjes die de eitjes uitbroeden maar... de mannetjes! Daarvoor hebben ze een broedzak aan hun buik. In deze broedzak legt het vrouwtje haar eitjes. Dat kunnen eer een paar honderden zijn of zelfs een paar duizenden, afhankelijk van de soort. Die eitjes worden dan in de broedzak bevrucht door het mannetje. Na een paar weken verlaten de kleine zeepaardjes de bescherming van de broedzak en zwemmen de wijde wereld in.
Bedreigd !
Jaarlijks worden er meer dan 20 miljoen zeepaardjes gevangen. Het grootste deel daarvan is bestemd voor de traditionele oosterse geneeskunde (veel mensen geloven immers dat ze verschillende ziekten kunnen genezen). Maar een belangrijk deel komt ook terecht in souvenirwinkeltjes en aquaria. Doordat er elk jaar zoveel zeepaardjes gedood worden, zijn verschillende soorten met uitsterven bedreigd. (WWF)






Door te weinig knaagmogelijkheden en/of ruwvoer worden de snijtanden te lang met als mogelijk gevolg slechte voedselopname en speekselvloed. De snijtanden en kiezen blijven doorgroeien, de snijtanden zelfs 1-2 mm per dag. Veelvuldig komen er afwijkende gebitsstanden voor door onzorgvuldig fokken (platte koppen) of trauma. Er ontstaan de zogenaamde olifantstanden: enorm lange, langs elkaar heen groeiende snijtanden. Veel vaker echter ligt de echte oorzaak van gebitsproblemen bij konijnen in de mineralensamenstelling van de voeding. Door een te veel aan fosfor (te veel granen in het voer) verdwijnt er calcium uit het bot en wordt het bot zachter. Dit kan tot gevolg hebben dat de kiezen en tanden anders in de tandkassen komen te liggen.
Het konijn gaat dan trager eten, wordt uiteindelijk mager.

Abcessen zijn bij konijnen zowieso al moeilijk te behandelen omdat de etter bij konijnen heel taai is. Het lijkt wel wat op het binnenste van een Cammembert kaas. Anti-biotica dringt hier slecht in door en het abces moet opgegesneden worden. Maar het vervelende van de konijnen abcessen is, dat door het plakkerige en taaie aspect van de etter bijzonder moeilijk is om alle etter en bacterien goed weg te spoelen. Blijft er ook maar de geringe hoeveelheid etter achter dan zal het abces geheid terugkomen. Dit is ook het probleem met het chirurgisch uitpullen van een abces. Dit is een alternatieve behandeling. Als tijdens deze behandeling echter het kapsel van het abces lek raakt zal de operatiewond vrijwel altijd opnieuw gaan ontsteken. Om die reden heeft het openen van een abces onze voorkeur. Vaak vullen de dierenartsen bij de Toren de abcesholte op met Calciumhydroxide. Dat is nogal pijnlijk en kan het beste onder narcose gebeuren. Evt. ontstoken kieswortels kunnen dan gelijk verwijderd worden. Na een week wordt de gipsachtige pasta verwijderd en evt. nogmaal ververst. Abcessen zijn hardnekkig en moeilijk te behandelen. Goede nakontrole en voldoende lang doorbehandelen is dan ook heel belangrijk wil men met een behandeling succes hebben.
























