De witte Herder (Martina1)

De witte Herder

Foto Witte Herder Ora die met Jo De Smedt op avontuur de bergen in trok. Klik hier om meer te lezen
Het is duidelijk dat de Witte Herder familie is van de Duitse Herder. Men weet dat het een directe afstammeling is, maar de preciese herkomst van de Witte herder is eigenlijk onbekend.
Als je in de geschiedenis van dit ras duikt dan kom je de verhalen tegen zoals die van de adelijke familie von Habsburg die pure lijnen witte Herders honden fokte. Dit deden ze vooral omdat ze zo goed pasten bij de witte Lipizzaner paarden die de koninklijke koets voorttrokken. Maar er zijn mensen die dit verhaal eerder als een leuke anekdote zien, dan op waarheid gegrond. Ze verwijzen liever naar honden zoals Grieff die zowel gekleurde als Witte Herdershonden voortbracht.
Von Stephanitz kocht een kleinzoon (Horand) van deze bijzondere herder en besloot een rasstandaard op te zetten voor de Duitse Herder. In 1899 werd zijn hond Horand de eerste geregistreerde Duitse Herder. In Europa kwam er op een gegeven ogenblik een verbod op het fokken van Witte Herders. Witte Herders werden daarom doorverkocht naar het buitenland.
De Amerikaanse Ann Tracy besloot met deze witte pups een eigen bloedlijn op te zetten. In de tachtiger jaren werd de pup weer populair in Europa en zo kwam de hond terug bij verschillende Europese fokkers.
Het is te begrijpen dat de fokkers deze hond inschreven als Amerikaans-Canadese Witte herder, maar later kreeg deze herder Zwitserse Witte Herder als officiële naam omdat aangenomen werd dat deze Herder daar oorspronkelijk vandaan kwam.
Even kort wat meer informatie over de Witte Herder
De Witte Herder is een oplettende hond die heel wakker is, lief voor zijn gezin, vooral voor de kinderen, opgewekt en heel leergierig. Hij is krachtig gespierd heeft staande, rechthoekige oren, een middelzwaar beendergestel met een vloeiende belijning.
Reutjes worden tussen de 60 en 66 cm groot en wegen 30-40kg. Teefjes zijn 44-61 cm en wegen 25-35kg.
Lezers van het Hondentips Magazine over de Witte Herder.
Wij hebben thuis een witte herder, en ik vind het super dat hier wat extra info over dit ras staat.
'Ons Fien' is een superzachte hond. Ze is onderdanig naar ons toe (luistert meestal op het 1ste woord). Ze heeft een zachte aanpak nodig en is heel slim. Op de hondenschool was ze onmiddellijk weg met de meeste oefeningen. Ze is nu 1,5 jaar en wel nog enorm speels (apporteren doet ze het liefst van al en ze wordt dit nooit moe!
.
Fien heeft veel beweging nodig, maar wanneer ze binnen komt weet ze wel dat ze moet rustig zijn. Ze is enorm lief tegenover ons en de mensen die ze kent, maar met vreemde mensen gaat het minder goed. Ze heeft veel tijd nodig en wanneer het voor haar te snel gaat, waarschuwt ze met luid geblaf.
Met andere honden lukt het al helemaal niet! Ik zelf steek dit op het feit dat ze als pup een paar keer 'aangevallen' is door onze jack russel.
Ook tijdens het wandelen is ze twee keer aangevallen door loslopende honden!
Met onze jack is het ondertussen goed gekomen, ze zijn goede vriendjes (en ook onze poes ziet ze doodgraag, maar wel enkel onze poes
Van andere honden is ze bang.
Dit vertaalt zich echter in 'agressief' gedrag (haar recht, blaffen, grollen) naar andere honden tijdens wandelingen.
Dit is het enige minpuntje, maar heeft elke hond dit niet?!
Het is echt een superlieve hond, met een klein hartje. Ze doet zich soms stoerder voor dan ze is.
(Hondentips-magazine)













Jaarlijks lopen heel veel huisdieren -vooral katten-weg. Veel van deze huisdieren raken verdwaald en duiken soms pas veel later op in een asiel, ver bij U uit de buurt. Andere dieren zijn minder gelukkig en worden doorgereden. terwijl U zit te wachten ligt uw huisgenoot anoniem langs de kant van de weg en niemand weet waar de kat of hond thuishoorde. Laat uw dier daarom voorzien van een zogenaamde chip of transponder. Dit is een zeer klein staafje dat via een simpele injectie onder de huid wordt geimplanteerd. Uw hond of kat kan dit kenmerk zo niet meer verliezen. Kwaadwilligen kunnen het niet verwijderen en zo het dier zich toe eigenen. Dierenartsen, politie en dierenambulances beschikken allen over uitleesapparatuur. Zo hebt U uw huisdier snel weer terug of weet U tenminste waar hij/zij gebleven is.
U kunt ook altijd bewijzen dat U de rechtmatige eigenaar bent van een huisdier. Zelfs als het dier later toch nog dood gevonden wordt of zelf indien het dier dan al in staat van ontbinding bevind kan het toch nog simpel geindentificeerd worden. Daar heeft uw huisdier wellicht niet zoveel meer aan maar het is toch wel prettig dat er een eind komt aan een periode van onzekerheid. Op de foto hiernaast kunt U zien hoe klein zo'n transponder werkelijk is: ongeveer het dubbele van een potloodpunt en niet iets dikker dan de stift van een potlood.
Waarom spreekt men door elkaar heen van een chip dan wel een transponder? Een transponder bestaat uit een miniscuul chipje met daarin opgeslagen een uniek nummer. De chip heeft geen eigen stroomvoorziening en er is dus ook geen batterij die uitgeput kan raken. Zelfs over 300 jaar zal de chip nog uitgelezen kunnen worden. Via een zogenaamde reader wordt een elekto-magnetisch signaal uitgezonden dat in het koperdraad in de transponder een elektrisch stroompje opwekt. Als gevolg daarvan gaat de chip zijn nummercode uitzenden en dat signaal wordt weer uitgelezen via de reader (de witte lus-antenne). Op het display verschijnt het nummer. Een chipnummer heeft meestal 15 cijfers en de eerste 3 cijfers geven aan uit welk land het dier komt. In Nederland geplaatste chips hebben als landnummer 528. Rashonden hebben de code 400 in hun chips staan.

De uitwendige geslachtsorganen van zoogdieren zijn meestal goed ontwikkeld. Bovendien zijn deze meestal buiten het lichaam ook goed zichtbaar. Bij vogels ligt dit op een enkele uitzondering na geheel anders. De geslachtsorganen zoals bijv. de testikels bij de mannetjes liggen in de buikholte verborgen en zijn ook niet van buitenaf zichtbaar of voelbaar. Soms is dat geen enkel probleem omdat het verenkleed van het mannetje (man) er heel anders uitziet dan dat van het vrouwtje (pop). Een mooi voorbeeld hiervan is de Edelpapegaai.
Bij andere soorten zoals de grijze roodstaarten, de ara's en de amazone papegaaien ligt dit anders. Hier is zelfs bij de volwassen vogels nauwelijks of geen verschil te zien tussen de man en de pop (vrouw). Hetzelfde geldt bijvoorbeeld bij kleurmutaties van halsbanden (wit). Aangezien het hier vaak dure vogels betreft wil men graag snel weten of men een echt broedspannetje heeft of dat er twee mannen of twee poppen bij elkaar zitten. Soms als er na een paar jaar nog geen eieren zijn gekomen gaat zelfs de meest ervaren kweker wel eens twijfelen. Er kunnen dan natuurlijk aan andere afwijkingen zijn.
Door een klein gaatje van 2-3 mm in de buikwand te maken kan de dierenarts middels een glasfibersysteem met en lens erop (endoscoop) door de luchtzakken heen de geslachtsorganen van de vogel goed en op simpele wijze bekijken. De vogel wordt hiervoor even onder zeil gebracht met een kapje met zuurstof en isofluraan. De vogels slapen meestal binnen 1-3 minuten, en zijn na de ingreep die een paar minuten duurt, ook binnen 1-3 minuten weer compleet wakker.
Het sterfte risico ligt bij een ervaren dierenarts ver beneden de 5 promille. De nadelen van deze methode zijn dat men met de vogel naar de dierenarts moet en het zeer geringe uitvang en narcose risico. Het voordeel van deze methode is dat niet het alleen het geslacht direct kan worden vastgesteld, maar dat tevens een uitspraak kan worden gedaan over de toestand van bijvoorbeeld de eierstok.
Vogels van 10 jaar met een niet actieve eierstok of zelfs een geheel vergroeide (versteende) eierstok zijn weliswaar nog steeds vrouwelijk, maar zullen waarschijnlijk geen eieren leggen. Ook kan vaak een indruk worden gekregen over de leeftijd of broedrijpheid van de vogels. Omdat de dierenarts deze bevindingen zelf in de vorm van een certificaat op schrift stelt is fraude niet zo snel mogelijk als bij DNA onderzoek door derden.
onderzoek is goed mogelijk bij de meeste algemeen voorkomende soorten. Er wordt dan gekeken of er in het bloed of celresten die op de veren voorkomen stukjes DNA aanwezig zijn die typisch zijn voor een pop of voor en man. Opvallend is dat bij mensen de dames twee gelijke X chromosomen (XX) hebben en de mannen één X en één Y chromosoom (XY),. Bij vogels is dit net omgekeerd (WW bij de man en WZ bij de pop). Voordeel van de DNA methode is dat je niet met de vogels naar de dierenarts hoeft. De uitslag van het onderzoek volgt meestal na 1-2 weken en de kans op een foutieve uitslag is ca. 1%. Het nadeel is dat bij sommige soorten meer mannen dan vrouwelijke dieren voor handen zijn. Dat komt soms tot uiting in het ontstaan van flinke prijsverschillen tussen de beide sexen en soms worden allen spannetjes van deze vogels verkocht. (als je een pop wilt moet je de man erbij kopen).





