De kroonlemuur (Martina1)

|
| |
|
De kroonlemuur (Martina1)
|
| |
|
De Sifaki (Martina1)
|
| |
|
De Varika (Martina1)
|
De Varika |
|
| |
|
De boomlemur (Martina1)
|
| |
|
de Inri Inri (Martina1)
|
| |
|
Close-up van de ringstaart (Martina1)
|
Close-up van de ringstaart |

Prachtige foto's van de maki en soortgenoten (Martina1)
|
| |
|
Schapendoes (Martina1)
|
| |
|
| |
|
| |
| Namen | Herdersdroes, Siep, Olde Grise enz. |
| Oorsprong | Nederland |
| Classificatie | FCI : Groep 1 Sectie 1 #313 Zie ook de lijst van FCI-nummers |
|
| |
| Zie ook | Hond - Lijst van hondenrassen |
De schapendoes is een van oorsprong uit Nederland afkomstige herdershond .
Inhoud[ verbergen ] |
De Nederlandse Schapendoes is een lichtgebouwde langharige hond met een schofthoogte van 40 tot 50 cm, waarbij de schofthoogte van reuen ligt tussen de 43 en 50 cm, voor teven is dat 40 tot 47 cm. De Schapendoes heeft een dichte vacht met voldoende ondervacht. De beharing is lang, minstens 7 cm op de achterhand. De haren zijn niet streng recht, maar golven iets. Alle kleuren zijn toegestaan, maar de voorkeur gaat uit naar blauwgrijs tot zwart. De Schapendoes heeft een geduchte kuif, snor en baard.
De schapendoes is een typische schaapsherderhond. Hiervoor moet hij zelfstandig kunnen werken. Het was een typische hond voor de herders in Drenthe en op de Veluwe, zo typisch zelfs, dat hij niet in de literatuur en schilderkunst teruggevonden wordt. Historisch werd de schapendoes niet als ras erkend, maar als werk- en gebruikshond. Er was geen speciale naam voor het ras, maar veel synoniemen zoals herdersdoes, siep en olde grise. Hij behoort tot de grote groep van langharige herdershonden met dicht behaard hoofd. Hij is verwant aan de Bearded Collie, de Puli, de Owczarek Nizinny, de Bobtail, de Briard, de Bergamasco en de Duitse Schafpudel van de variëteit die in Hessen, Odenwald en in het Nederrijn gebied voorkomt. Al deze op elkaar gelijkende honden zijn verkleinde mutaties van de Berghonden. De kynoloog P.M.C. Toepoel is de grondlegger van dit ras. Tijdens de Tweede Wereldoorlog wist hij interesse te kweken voor dit ras. Tussen 1940 en 1945 werden exemplaren van de bijna verdwenen Schapendoes overal waar hij ze maar vond, gebruikt voor de fok. In1953 werd de schapendoes voor het eerst als ras erkend, in 1954 werd de standaard vastgesteld en werd het ras opgenomen in het Stamboek. De definitieve erkenning volgde in 1971. Hierna wordt alleen nog maar gefokt met geregistreerde honden.
De Schapendoes is een normaal en evenredig gebouwde herdershond met een levendig, alert en moedig karakter. Hij is schrander en waaks. Voor zijn eigen mensen toont hij grote innigheid en trouw. Hij is vrolijk, enthousiast, vriendelijk en temperamentvol.Hij kan gebruikt worden voor hondensport zoals agility, maar niet als beschermhond. Een consequente opvoeding is noodzakelijk. Schapendoezen houden ervan om tegen iets aan te liggen.
Maagdraaiing bij de hond
Maagdraaiing bij de hond
|
Inleiding: Voorkomen: Verschijnselen: Diagnostiek: Therapie: Prognose: Preventie: ![]()
|
Kattentaal vertaald
Deel 6: Voeding en verzorging van moederloze dieren
Jong konijntje
Konijn (dier) (Martina1)| Konijn | |||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Taxonomische indeling | |||||||||||||
| |||||||||||||
| Soort | |||||||||||||
| Oryctolagus cuniculus Linnaeus , 1758 | |||||||||||||
Verspreidingsgebied wild konijn |
Het konijn (Oryctolagus cuniculus ) is een zoogdier , behorende tot de orde der haasachtigen (Lagomorpha). Hoewel het oppervlakkig op een knaagdier lijkt, behoort het konijn dus niet tot de knaagdierenorde. Het is de enige soort uit het geslacht Oryctolagus . Het konijn wordt veelvuldig gehouden als huisdier .
De grootte van het konijn zit tussen die van de echte hazen en de fluithazen in. De achterpoten van het konijn zijn relatief veel korter dan die van de hazen, maar langer dan die van de fluithazen. De buik is veel lichter van kleur dan de rug, vaak wit van kleur. Ook de onderzijde van de staart en de poten is wit. Het konijn leeft enkel van plantaardig voedsel. Ook eet het konijn zijn eigen keutels op ( coprofagie ).
ook voor onze dieren: opletten geblazen (Martina1)
| Hoe gevaarlijk is huidcontact met strooizout? | ||
Om ijzel en sneeuw van straten en trottoirs te doen smelten gebruikt men strooizout. Meestal gebruikt men hiervoor calciumchloride (natriumchloride of keukenzout wordt soms ook gebruikt). Calciumchloride is een irriterend product. Als een kind valt op plaatsen waar gestrooid is, kan er lokaal een lichte irritatie zijn, zeker als er een schaafwonde is. Als het de vingers in de mond steekt, kan ook daar een lichte irritatie ontstaan. Het zal ook zout smaken. Spoelen met water van huid en mond is absoluut noodzakelijk. Kleren die nat geworden zijn van het smeltwater moeten zeker uitgedaan worden. Er zijn gevallen van brandwonden beschreven na een langdurig contact met de huid. Na inname van 2 of 3 korrels zout, moet men de mond grondig reinigen met een nat washandje, zorgvuldig spoelen en water laten drinken. Bij inname van grotere hoeveelheden , of wanneer het kind spijsverteringsstoornissen vertoont (misselijkheid, braken en buikpijn) neemt men best contact op met het Antigifcentrum. (gezondheid.be) | ||
Deel 5: Voeding en verzorging van moederloze dieren

Muisje wordt met een speenflesje gevoerd
Deel 4: Voeding en verzorging van moederloze dieren
Van dwerghert naar walvis (Martina1)In Nature prijkt deze week een nieuwe neef van de walvissen. Die ziet er niet uit als een enorm zeezoogdier, maar lijkt nog het meest op een dwerghert.
Wie een beetje goed in de walvissen zit, weet dat niet alle walvissen op walvissen lijken. Zo kwam bioloog en geoloog Hans Thewissen in 2001 op de proppen met een verhaal over de allereerste walvis, 'Pakicetus' genaamd. Dat beest leek totaal niet op het huidige, enorme zeezoogdier, maar eerder op een uit de kluiten gewassen rat met hoeven.
Toch was het er één, want de tanden waren precies die van oeroude (mariene) walvisfossielen en het had van die typische walvisoren. Ook had Pakicetus ongewoon dikke botten, wat erop wees dat het dier veel in het water verbleef. Zijn zware botten hielpen hem met alle vier de poten op de modderige bodem te blijven. De ontdekking haalde de omslag van Nature.
Het dier dat Thewissen, werkzaam aan het Northeastern Ohio Universities College of Medicine in Rootstown, Ohio (VS), deze week in Nature beschrijft heet 'Indohyus' en is geen walvis. Zou je ook niet zeggen, want Indohyus heeft nog het meeste weg van een kantjil of dwerghert.
Toch is-ie familie. Sterker nog, volgens Thewissen is Indohyus het met de walvissen nauwst verwante beest. Niet de voorouder, want Indohyus is 'slechts' veertig miljoen jaar oud en de walvissenfamilie ontstond vijftig miljoen jaar geleden al. Toch zal de echte voorvader wel enigszins op Indohyus geleken hebben.
Thewissen vond het fossiel in India. En hoewel hij bewust op zoek was naar een naaste verwant van de walvissen, kwam hij er door een ongelukje in het lab pas achter dat hij beet had. "De knaap die altijd de boel voor me prepareert, brak per ongeluk het oor. Niet zo mooi natuurlijk, maar daardoor kon ik er wel in kijken en dacht verrek, dat lijkt wel een walvisoor."
Behalve het oor bleek het fossiel de zware botten van een in water levend beest te hebben. Waarom het beest dan niet ook gewoon ingedeeld bij de walvissen? Thewissen: "De kiezen zagen er niet walvisachtig uit. Ze leken meer op die van een tapir, of koe, zo u wilt. In ieder geval waren het de kiezen van een planteneter. En walvissen - ook de vroegste exemplaren - eten vis of schaaldieren."
Dat was opmerkelijk, zegt de onderzoeker. "Want we gingen er altijd vanuit dat de voorouders van de walvissen vanwege het voedsel - die vis en schaaldieren - naar het water waren getrokken. Maar Indohyus was een planteneter. En leefde toch in het water. Blijkbaar kwam de verhuizing naar het water voor de verandering van het dieet."
Genoeg reden om 'm buiten de walvissenclan te plaatsen, meent Thewissen. "Ach, je moet ergens een streep trekken natuurlijk. Meestal doe je dat daar waar het grootste tijdsgat zit. Maar de laatste jaren hebben we zoveel verschillende walvisfossielen gevonden, dat de gaten tussen opeenvolgende soorten relatief klein zijn. Dat is een lastig probleem als je de boel wilt ordenen. Maar wel een heel goed probleem om te hebben, vind ik."
Remy van den Brand
J.G.M. Thewissen e.a.: 'Whales originated from aquatic artiodactyls in the Eocene epoch of India', Nature, 20 december 2007
Lachwekkende foto's (Martina1)
![]() |
![]() |
![]() |
|
ben ik genoodzaakt mijn foto-apparaat te verkopen. Dit foto-apparaat maakt zeer scherpe foto's zoals u zelf kan vaststellen aan de hand van de laatste foto die ik er mee heb gemaakt. |
Waaraan kan ik mannetjes- en vrouwtjesvissen herkennen?
Bij de meeste dieren is het verschil tussen mannetje en een vrouwtje niet zo moeilijk te zien. Bij vissen is het onderscheid veel moeilijker te maken. Terwijl het wel belangrijk is te weten wat je in je bak hebt.... al is het maar om een explosieve groei van je vissenbevolking te voorkomen.
Uiterlijke kenmerken
De sekse van je vis kun je vooral vaststellen aan de hand van uiterlijke kenmerken. Bij veel vissen hebben de mannetjes een helderdere en diepere kleur dan de vrouwtjes. Ook bezitten de mannetjes vaak grotere vinnen en zijn - raar maar waar - vaak de slankste van de twee. Veel vissoorten hebben nog een eigen kenmerk, specifiek voor de soort, waaraan je het geslacht kunt aflezen. Voor meer informatie daarvoor kun je in de gespecialiseerde dierenwinkel terecht.
Uitgekiende groep
Sowieso is het handig om, voordat je de vissen koopt, in de gespecialiseerde dierenwinkel uitgebreide informatie te vragen over het geslacht van de vissen. Vraag bijvoorbeeld welke soorten vissen bij elkaar kunnen en wat de beste verhouding tussen mannetjes en vrouwtjes is. Soms kun je maar één mannetjesvis per aquarium nemen, omdat er anders grote vechtpartijen kunnen ontstaan.

Hoe verzorg ik mijn zoutwateraquarium?

Kun je een baardagaam als huisdier houden?
