Vogels Parkieten : opvoeding - deel 3

| ![]() |
Buiten de kooi laten Komt uw grasparkiet vanzelf op uw hand zitten, dan kan u uw hand, als de parkiet erop zit, zachtjes buiten de kooi bewegen. Meestal springt de parkiet van uw hand af, terug in de kooi, maar herhaal deze stap enkele malen achtereen en probeer het na een tijdje nog eens opnieuw. Als de parkiet op uw hand blijft zitten, en hij is buiten de kooi, zal hij waarschijnlijk van uw hand afvliegen. Hij vliegt dan naar de hoogste plaats. Laat hem even bekomen en houdt uw vinger voor uw grasparkiet. Hopelijk springt hij op uw vinger, maar ga niet achter hem jagen, want dan is alle moeite voor niets geweest en kan u weer helemaal opnieuw beginnen. Een grasparkiet vergeet zoiets niet!!
Laat de parkiet, als hij niet op uw vinger komt zitten, gewoon zitten. Meestal zal hij na een tijdje gewoon terug naar zijn kooi gaan, omdat hij honger begint te krijgen. Als hij echt niet naar zijn kooi terug gaat, dan kan u een lichte handdoek over de grasparkiet leggen en zo kan u hem makkelijk pakken om hem terug in zijn kooi te zetten. Zorg dat, als u uw parkiet vrij laat vliegen, de kamer veilig is. Hier volgen enkele punten waar u op moet letten als u de parkiet buiten de kooi laat:
Kijk goed op de grond als u in een kamer loopt waar een parkiet vrij rondvliegt.
Kijk ook goed waar u gaat zitten in een kamer waar een parkiet vrij rondvliegt.
Er zijn al veel grasparkieten aan hun einde gekomen doordat ze tegen een venster vlogen. Grasparkieten zien niet dat er een venster staat. Trek dus altijd de gordijnen toe.
Zet geen giftige planten in de kamer.
Dek vuilbakken of vazen af als de grasparkiet niet onder toezicht rondvliegt.
Zorg dat er geen kaars brandt of dat het fornuis niet aanstaat.
Iemand stapt op de parkiet. Kijk goed op de grond als je in een kamer loopt waar een parkiet vrij rondvliegt. Iemand gaat op een parkiet zitten. Kijk goed als je gaat zitten in een kamer waar een parkiet vrij rondvliegt. De parkiet vliegt tegen het raam. Er zijn al veel parkieten aan hun einde gekomen doordat ze tegen het raam gevlogen zijn. Trek dus altijd het gordijn toe. De parkiet zit voor de deur en als de deur opengaat, komt hij tussen de deur. Klop voor je naar binnen gaat even op de deur (zo vliegt hij op) en doe de deur zachtjes open. De parkiet wordt vergiftigd door giftige planten. Zet geen giftige planten in de kamer. De parkiet komt in een vaas of vuilbak terecht en sterft door de schrik of door verhongering. Dek vuilbakken of vazen af als de parkiet niet onder toezicht rondvliegt. De parkiet verbrandt zich aan het fornuis of aan een kaars. Zorg dat geen er geen kaars brandt of dat het fornuis niet aan staat
Kortwieken
U kan uw grasparkiet ook kortwieken. De grasparkiet kan dan niet meer vliegen. Dit maakt het tam maken iets eenvoudiger, maar het is niet de meest ideale oplossing. Men moet de grasparkiet nooit altijd kortwieken. Alleen misschien om hem tam te maken, maar laat de veren altijd bijgroeien als hij tam is. Toch is het niet aan te raden; grasparkieten kunnen makkelijk zo tam gemaakt worden
Kortwieken is voor een grasparkiet pijnloos. Het is zoals wij ons haar laten knippen. De veren groeien bij de volgende rui terug en als u wilt, kan u ze dan opnieuw knippen. Kijk eerst bij een ervaren kweker om te zien hoe kortwieken in zijn werk gaat. Laat iemand de vogel vasthouden en spreid een vleugel open. Knip enkele binnenste slagpennen af met een scherpe schaar. Laat de 2 buitenste en binnenste veren intact. Zo is er niets te zien van de gekortwiekte veren. Begin met maar weinig slagpennen te knippen. Als de parkiet dan nog goed kan vliegen, knipt u er enkele meer af. U kan uw grasparkiet aan één kant of aan de 2 kanten kortwieken. Dat hangt er van af hoe goed hij nog kan vliegen.
Parkiet die wegvliegt
Het grootste gevaar voor een grasparkiet is wegvliegen. Een parkiet die altijd binnen heeft geleefd en dan wegvliegt herkent de omgeving niet en door de plotse verandering van omgeving vliegt hij weg. Dat kan soms heel ver zijn. Als er een parkiet uit een volière ontsnapt, heb je misschien meer geluk. De parkiet wilt bij zijn partner blijven en blijft dan in de buurt van de volière. Zit de grasparkiet in een boom, dan kan u hem proberen nat te spuiten.(met een zwakke straal!) De grasparkiet kan dan niet zo goed meer vliegen en met wat geluk kan u hem dan proberen te pakken. Een andere manier is om te wachten tot het donker is. In het donker vliegen grasparkieten namelijk niet zo snel op. U moet goed weten waar de vogel zit, want als het mislukt, dan vliegt de vogel weg. Soms vliegt hij wel tot het terug licht wordt. Als u goed weet waar de vogel zit, kan u voorzichtig in de boom klimmen en hem proberen te pakken met een net of een lichte doek. Deze 2 manieren om een weggevlogen parkiet te vangen hebben wel wat geluk nodig. Als u uw parkiet niet hebt kunnen vangen, kan u een papiertje in enkele winkels ophangen of een advertentie in de krant zetten. U kan ook bij de dierenwinkel gaan informeren of er geen parkiet is binnengebracht.
Tam maken
Eén van de (vele!) leuke kanten van een grasparkiet is dat u hem tam kan maken. Een grasparkiet is makkelijk om tam te maken. Zorg dat u, als u de grasparkiet wilt tam maken, hem zo jong mogelijk koopt. De ideale leeftijd is als de parkiet net uit het nest is gevlogen en al zelfstandig kan eten. De 2 basisregels om een parkiet tam te maken zijn: geduld en trosgierst. Iedere grasparkiet is dol op trosgierst. Dit is een gezond "snoepje" voor een grasparkiet. Als uw parkiet pas aangekomen is, moet u hem de eerste dagen tot rust laten komen. Kom zo weinig mogelijk aan de kooi, maar praat veel tegen hem. Als hij, na enkele dagen, tot rust is gekomen, kan u een stukje trosgierst door de tralies steken. Houd de trosgierst wel vast. Na een tijdje zal hij dichterbij durven komen en begint hij van de trosgierst te eten. Als hij na een tijdje direct naar de trosgierst toekomt, kan al een stapje verder gaan. Steek uw hand in de kooi en houdt een stukje trosgierst vast, dichtbij een zitstok. Eerst zal de grasparkiet uw hand en de trosgierst alleen maar aankijken, maar na enkele dagen durft hij al enkele zaadjes uit het trosje trosgierst te pikken. Dit gebeurt echter nog heel zenuwachtig. Het zal het niet lang meer duren, of hij eet al rustig uit uw hand. Nu kan u uw hand telkens een beetje verder van de zitstokken verwijderen. Als u hand zover van de zitstok is dat de parkiet niet meer bij de trosgierst kan, zal hij na een tijdje op uw hand springen om toch maar bij de trosgierst te kunnen komen. Blijf deze stap doen totdat hij zonder twijfelen op uw vinger springt. Let wel op! Alle parkieten zijn anders. Sommigen springen sneller op uw hand dan anderen. Als uw parkiet niet zo snel op uw hand springt moet u de moed vooral niet opgeven. Iedere (jonge) parkiet kan wel tam worden, maar bij de ene is er meer geduld nodig dan bij de andere. Met trosgierst is bijna iedere parkiet te lokken. Sommige schuwe, oudere vogels komen zelfs op uw hand zitten als u trosgierst op uw hand houdt. Als de parkiet zonder twijfelen op uw hand komt zitten, moet u de trosgierst weglaten. Meestal komt hij toch op uw hand zitten, omdat hij al vertrouwd aan de hand is. Doet hij dit niet, dan moet u hem opnieuw met trosgierst lokken en soms proberen of hij zonder trosgierst op uw vinger komt springen. Het is heel belangrijk dat uw parkiet altijd beloond wordt wanneer hij op je hand komt zitten. Zo ontstaat er een nog hechtere band tussen u en uw parkiet!
Wat met vakantie?
Het eerste waar meestal aan gedacht word is meenemen. Dit kan, maar als het grote afstanden in een auto zijn, is dit zeker af te raden. En in het buitenland gelden bepaalde regels voor de in- en uitvoer van parkieten. Er kan soms een hoop papierwerk aan te pas komen om je parkiet te kunnen meenemen. Maar het allerbeste is om je parkiet gewoon thuis in zijn vertrouwde omgeving te laten. Je kan dan aan iemand om elke dag eens even naar je parkiet te komen kijken en hem misschien eens uit te laten. Je kan je parkiet ook bij een kennis zetten, als die er geen last van ondervindt.
Bij sommige dierenwinkels kan je je parkiet ook voor weinig geld laten. Meestal kan je parkiet in zijn eigen kooi blijven.
Als men een volière heeft, is het best dat de buren de vogels voor die tijd komen verzorgen.
| Samengesteld door Dr. Hans De Wandeler |



rden de paarden gestald in groepen naar leeftijd en geslacht. De stallen zijn ruim en bieden plaats aan 6 tot max. 8 paarden, afhankelijk van de grote, leeftijd en dominantie verhoudingen. Door de openfront-voorwanden hebben de paarden, onbeperkt beschikking over zeer goede kwaliteit ruwvoer. Aan de achterzijde van elk groepsverblijf is een deur, die toegang biedt tot de paddocks. De paarden zullen in de winter dagelijks, geruime tijd buiten komen, in de grote goed gedraineerde zand-paddocks en/of, op de verharde buiten-voerplaats deze verharde bodem is goed voor het hoefmechanisme en de ontwikkeling van botten en pezen (ter voorkoming van OCD e.d.). De stallen zijn zeer goed geventileerd, waardoor er een fris en gezond stalklimaat heerst. Ook als de paarden niet buiten lopen kunnen ze toch lekker naar buiten kijken door de open deuren aan de achterkant van de stallen. De paarden komen dagelijks in de hand en zijn dan ook allemaal heel mak (ook in het weideseizoen)




Trekvogel, eind maart tot oktober. Waadvogel met het formaat van een vink. Verschilt van de vergelijkbare bontbekplevier door de zwarte (niet oranje-gele)snavel; de grijzige tot vleeskleurige (niet oranje) poten en de citroengele oogring. In de vlucht geen witte band zichtbaar zoals hij de bontbekplevier. Verder is de stem zeer kenmerkend. Jonge vogels en vogels in rustkleed hebben geen zwarte tekening op de kop. Holt zoals alle plevieren met snelle dribbelpasjes en stopt plotseling. Verspreiding en woongebied : broedvogel in het ganse Europese binnenland, niet langs de kust, behalve in het hoge Noorden. bij ons verspreid voorkomend, maar nergens talrijk. Heeft een voorkeur voor vegetatie-arme vlakten in de buurt van water. Is door waterregulering afgenomen. Broedt nu in grindgroeves, maar ook in boerderijen ver van de bebouwing en steenbergen, waardoor het bestand weer enigszins hersteld en zelfs uitgebreid is. Voortplanting : vlak nest op de grond, vaak met kiezels. De vier kiezelkleurige eieren zijn lichtgrijs met donkere punten en worden tussen april en juni gelegd. In de regels slechts één legsel per jaar. Beide ouders broeden 22-28
Gedeeltelijke trekvogel. Plompe reiger met een dikke hals en dolkachtige snavel; groter dan de buizerd. Vrijwel helemaal goudbruin met opvallende donkerbruine en zwarte vlekken en strepen. Zwarte plek op het hoofd. Vliegt als een uil, met brede ronde vleugels. Verspreiding en woongebied : plaatselijk in heel Europa tot het westen van Spanje en het noordoosten van Europa. Overal echter zeldzaam en steeds minder voorkomend. Bewoont uitgestrekte rietlanden. In de winter ziet men roerdompen ook vaak op open vlakten, waarbij ze meestal schuw zijn en opvallen door hun langzame bewegingen. Zelfs in de koude winters worden roerdompen hier waargenomen. Vaak ook worden ze ernstig ondervoed, uitgeput of dood gevonden. Voortplanting : nest in dik, oud riet, meestal boven het water. Legtijd april en mei : één legsel - vijf tot zes olijfbruine, matte eieren. Het vrouwtje broedt 25-26
De condor is een roofvogel die tot de familie van de gieren van de Nieuwe Wereld behoort. Hij heeft de opvallende kenmerken van de gieren: hij heeft namelijk een bijna naakte kop en hals, stompe klauwen en een zeer krachtige snavel. Hij voedt zich overwegend met aas.
door ons gezichtsvermogen. Maar zien alle dieren wat wij zien en is het zien voor hen net zo belangrijk als voor ons?
Hoe komt het dat veel zoogdieren 's nachts kunnen zien, terwijl toch het zicht afhankelijk is van de lichtsterkte? De opbouw van het oog van dieren die 's nachts actief zijn is praktisch gelijk aan de andere zoogdieren. Het verschil ligt hierin, dat de ogen groter en boller en ontvankelijker voor licht zijn. De zoogdieren die 's nachts actief zijn hebben bovendien een reflecterende laag achter het netvlies, die het invallende licht terugwerpt naar de lichtgevoelige staafjes, die zodoende nog een keer licht opvangen. Dit effect is goed te zien als er 's nachts licht op het oog valt van bijvoorbeeld een kat of vos. Door de reflectie lichten de ogen op. Ook heeft het netvlies relatief veel meer staafjes, waardoor het waarnemingsvermogen in de schemer verhoogd wordt. Dit brengt wel met zich mee, dat deze dieren het volle daglicht moeten mijden. Dit is ook de reden dat de pupillen bij een kat in het volle licht tot smalle streepjes vernauwd worden.
De bouw van het oog is voor ieder zoogdier in principe gelijk, maar de plaats van de ogen in de kop bepaalt wat en hoeveel een dier kan zien. Succesvolle roofdieren, zoals bijvoorbeeld de kat, moeten hun ogen exact kunnen instellen op hun prooi en deze goed in de gaten kunnen houden. Doordat hun ogen recht naar voren gericht staan, wordt een bijzonder goede dieptescherpte bereikt. Zo kunnen zij uiterst nauwkeurig vaststellen waar precies zich een prooi of iets anders bevindt en hoe ver het van andere dingen verwijderd is.
Dieren communiceren op zeer verschillende manieren. Sommige gebruiken afstotende roepen, andere beschikken over zichtbaar opvallende baltsrituelen en weer andere nemen bepaalde houdingen aan voor de overdracht van informatie. Geluiden zijn echter de snelste manier van communicatie.
De groene meerkat is één van de spraakzaamste dieren. De apen beschikken over drie of vier verschillende 'woorden', die ze gebruiken om de leden van de groep voor bepaalde rovers te waarschuwen.
Hoewel de nauwste verwant van de mens over een rijk scala van gezichtsuitdrukkingen, kreten en houdingen beschikt, schijnen in het wild levende chimpansees de spraak niet zo te benutten als wij ons dat voorstellen. In de wetenschap heeft de vraag of chimpansees een taal gebruiken geleid tot experimenten, waarbij men hen tekens en symbolen aanleerde om te zien of de chimpansees deze ook onderling zouden gaan gebruiken.
Lange tijd bijna roerloos uitrusten op een veilige plek kan voor dieren op allerlei manieren van nut zijn. In de eerste plaats is hij meestal veiliger voor roofdieren op zijn slaapplek dan wanneer hij hongerig op zoek is naar voedsel en misschien niet zo goed oplet. Daarom hebben dieren die weinig tijd nodig hebben om te eten, de neiging om lang te slapen en het veiligste moment van de dag afwachten om naar voedsel te zoeken. Een dier dat slaapt kan zo ook energie besparen of aan extreme kou of hitte ontsnappen.
Op welk moment een dier slaapt, hangt ervan af wanneer hij wakker moet zijn. Veel vogels kunnen alleen bij daglicht vliegen en zullen dus 's nachts slapen. Kleine zoogdieren zoals muizen proberen daarentegen overdag aan roofdieren te ontkomen en gaan liever 's nachts op zoek naar voedsel. Andere dieren zoals konijnen en vossen hebben een soort tussenoplossing gevonden en slapen zowel 's nachts als overdag een paar uur. Ze zoeken hun voedsel dan in de ochtend- of avondschemering. Hun bioritme is in elk geval afgestemd op de dagelijkse afwisseling van dag en nacht. Veel zeedieren, vooral die aan de kust leven, trekken zich niet zoveel van het daglicht aan, maar stellen hun bioklok in op de getijden.
* Gierzwaluwen, die tot drie jaar ononderbroken in de lucht kunnen zijn, slapen vliegend.








