Berenversje (Martina1)


|
|||||||||||
Berenversje (Martina1)

|
|||||||||||
Bang van mij (Martina1)

Het laten zwemmen van de hond (Martina1)
|
Waarom is zwemmen zo goed voor de hond?
Welke honden mogen / kunnen niet zwemmen?
Wanneer honden niet laten zwemmen?
Hoe leer ik mijn hond zwemmen?
Nota bene: nooit een hond in het water gooien. |
Hondenregels (Martina1)|
De hond mag niet in huis komen. |
- De hond mag op het bed slapen, maar alleen nadat hij is uitgenodigd.
- De hond mag op het bed slapen wanneer hij wil, maar hij mag zeker niet onder de dekens.
- De hond mag onder de dekens, maar alleen als hij is uitgenodigd.
- De hond mag iedere nacht onder de dekens slapen.
- Mensen moeten toestemming vragen om naast de hond onder de dekens te mogen slapen...
Gegiechel in het dierenbos (Martina1)Is er dan niets meer waarin de mens zich onderscheidt van de beesten? Werktuigen gebruiken, dat doen kraaien, apen en tal van andere dieren ook al. Onder meer dolfijnen vertonen tekenen van zelfbewustzijn. Communiceren met taal is ook al niet bijzonder: olifanten, apen en vogels doen dat op hun manier ook. Maar in één opzicht bent u uniek. U kunt tenminste lachen en huilen. De mens is de enige diersoort met een rijk gevoelsleven.
In een essay in het blad Science waagt de Fins-Amerikaanse onderzoeker Jaak Panksepp dat toch te betwijfelen. "Jonge ratten hebben een geweldig gevoel voor plezier," schrijft hij. En: "Als er rattenhumor bestaat, is die waarschijnlijk nauw verbonden met slapstick." U leest het goed: zelfs de nederige rat ligt op zijn manier dubbel bij het zien van Laurel en Hardy.
Dat chimpansees lachen, is een steeds beter geaccepteerd feit. De dieren stoten hijggeluiden uit onder het spelen en als je ze kietelt. Maar de chimpansee is in elk geval nog naaste familie. Onderzoekers beschouwen het lachen van de chimpansee dan ook als een soort primitieve voorloper van 'echt' lachen - waarmee de chimp andermaal wordt gedegradeerd tot een opmaat voor het échte werk.
Aanzienlijk was dan ook de knuppel die Panksepp twee jaar geleden in het hoenderhok gooide. Aan de hand van geluidsopnames maakte Panksepp duidelijk dat ook ratten kenmerkende, ultrahoge piepjes uitstoten tijdens het spelen. Bovendien kon Panksepp de ratten ook zelf aan het lachen maken, door ze te kietelen. "De ratten die we kietelden, raakten sociaal gebonden aan ons," herinnert Panksepp zich in Science. Daarnaast maakte Panksepp de ratten aan het lachen op de operatietafel, door precies dezelfde hersencircuits te stimuleren die ook oplichten bij schaterende mensen.
Als ratten inderdaad lachen, kan het eigenlijk niet anders of er wordt in elk geval onder zoogdieren heel wat afgegierd. De laatste gemeenschappelijke voorvader van mensen en ratten leefde 75 miljoen jaar geleden. Het is dus logisch dat alle dieren die daarna kwamen, óók niet tegen kietelen kunnen. Inderdaad zijn er intussen aanwijzingen dat ook honden heel wat aflachen in hun leven. Ze stoten tijdens het spel eveneens opvallende hijggeluiden uit.
En daarbij hoeft het niet te blijven, betoogt Panksepp in Science. "Misschien is het tijd dat het hersenonderzoek erkent dat dieren in staat zijn tot veel emotionele gevoelens. We bevinden ons aan het eind van het tijdperk waarin de dierlijke geest werd beschouwd als niet-bestaand of ondoordringbaar. (...) Belangrijke onderzoeksgegevens doen de balans omslaan ten voordele van steeds subtielere concepties van de dierlijke geest, die van Homo sapiens inbegrepen."
Nog maar kort geleden werd de lach beschouwd als iets uniek menselijks. Beroemdste uiting daarvan is de idee van schrijver Arthur Koestler, die meende dat lachen 'uniek is in het opzicht dat het geen biologisch doel dient'. Inmiddels vermoeden biologen dat lachen dient om de sociale banden te versterken (voor een overzicht van de opvattingen, zie onderaan). Dat we nog niet wisten dat dieren lachen, komt vooral omdat we het gegiechel uit het dierenrijk niet herkennen. Wij zijn de enige diersoort die zijn ademhaling genoeg beheerst om 'hahaha' te kunnen doen.
En dat u wél kunt lachen om een mop en uw kat overduidelijk niet? Dat komt misschien omdat wij elkaar 'kietelen' met spraak, meent Panksepp. Moppen en andere menselijke vormen van humor zouden wat dat betreft een uitbreiding zijn van de rattenlach. Hersenonderzoeker Panksepp verwoordt het zo: "Terwijl we leren om elkaar te bespelen met woorden, ontwikkelen we misschien nieuwe synaptische verbindingen naar vrolijke hersengebieden die ver onder de kroon van ons cerebellum liggen. De gezondheidsvoordelen van lachen zijn inderdaad legio."
De lachende laboratoriumratten van Panksepp kunnen hun lol nog op. De onderzoeker wijst erop dat hij zijn ratten door ze veel te kietelen heeft opgevoed tot echte geinponums. Dat biedt mogelijkheden voor onderzoek, bijvoorbeeld naar de vraag of er bij lachen ook bepaalde genen of hersenknobbels betrokken zijn. Inderdaad, daartoe worden de lachende ratten af en toe ook geofferd aan de wetenschap. Wie het laatst lacht, lacht het best, moet Panksepp hebben gedacht.
Er wordt heel wat afgelachen in het dierenrijk – veel meer dan we denken. Ons beeld van het gevoelsleven van dieren moet daarom volledig op de schop, betoogt een onderzoeker die ontdekte dat ratten kunnen schateren van het lachen.
Is er dan niets meer waarin de mens zich onderscheidt van de beesten? Werktuigen gebruiken, dat doen kraaien, apen en tal van andere dieren ook al. Onder meer dolfijnen vertonen tekenen van zelfbewustzijn. Communiceren met taal is ook al niet bijzonder: olifanten, apen en vogels doen dat op hun manier ook. Maar in één opzicht bent u uniek. U kunt tenminste lachen en huilen. De mens is de enige diersoort met een rijk gevoelsleven.
In een essay in het blad Science waagt de Fins-Amerikaanse onderzoeker Jaak Panksepp dat toch te betwijfelen. "Jonge ratten hebben een geweldig gevoel voor plezier," schrijft hij. En: "Als er rattenhumor bestaat, is die waarschijnlijk nauw verbonden met slapstick." U leest het goed: zelfs de nederige rat ligt op zijn manier dubbel bij het zien van Laurel en Hardy.
Dat chimpansees lachen, is een steeds beter geaccepteerd feit. De dieren stoten hijggeluiden uit onder het spelen en als je ze kietelt. Maar de chimpansee is in elk geval nog naaste familie. Onderzoekers beschouwen het lachen van de chimpansee dan ook als een soort primitieve voorloper van 'echt' lachen - waarmee de chimp andermaal wordt gedegradeerd tot een opmaat voor het échte werk.
Aanzienlijk was dan ook de knuppel die Panksepp twee jaar geleden in het hoenderhok gooide. Aan de hand van geluidsopnames maakte Panksepp duidelijk dat ook ratten kenmerkende, ultrahoge piepjes uitstoten tijdens het spelen. Bovendien kon Panksepp de ratten ook zelf aan het lachen maken, door ze te kietelen. "De ratten die we kietelden, raakten sociaal gebonden aan ons," herinnert Panksepp zich in Science. Daarnaast maakte Panksepp de ratten aan het lachen op de operatietafel, door precies dezelfde hersencircuits te stimuleren die ook oplichten bij schaterende mensen.
Als ratten inderdaad lachen, kan het eigenlijk niet anders of er wordt in elk geval onder zoogdieren heel wat afgegierd. De laatste gemeenschappelijke voorvader van mensen en ratten leefde 75 miljoen jaar geleden. Het is dus logisch dat alle dieren die daarna kwamen, óók niet tegen kietelen kunnen. Inderdaad zijn er intussen aanwijzingen dat ook honden heel wat aflachen in hun leven. Ze stoten tijdens het spel eveneens opvallende hijggeluiden uit.
En daarbij hoeft het niet te blijven, betoogt Panksepp in Science. "Misschien is het tijd dat het hersenonderzoek erkent dat dieren in staat zijn tot veel emotionele gevoelens. We bevinden ons aan het eind van het tijdperk waarin de dierlijke geest werd beschouwd als niet-bestaand of ondoordringbaar. (...) Belangrijke onderzoeksgegevens doen de balans omslaan ten voordele van steeds subtielere concepties van de dierlijke geest, die van Homo sapiens inbegrepen."
Nog maar kort geleden werd de lach beschouwd als iets uniek menselijks. Beroemdste uiting daarvan is de idee van schrijver Arthur Koestler, die meende dat lachen 'uniek is in het opzicht dat het geen biologisch doel dient'. Inmiddels vermoeden biologen dat lachen dient om de sociale banden te versterken (voor een overzicht van de opvattingen, zie onderaan). Dat we nog niet wisten dat dieren lachen, komt vooral omdat we het gegiechel uit het dierenrijk niet herkennen. Wij zijn de enige diersoort die zijn ademhaling genoeg beheerst om 'hahaha' te kunnen doen.
En dat u wél kunt lachen om een mop en uw kat overduidelijk niet? Dat komt misschien omdat wij elkaar 'kietelen' met spraak, meent Panksepp. Moppen en andere menselijke vormen van humor zouden wat dat betreft een uitbreiding zijn van de rattenlach. Hersenonderzoeker Panksepp verwoordt het zo: "Terwijl we leren om elkaar te bespelen met woorden, ontwikkelen we misschien nieuwe synaptische verbindingen naar vrolijke hersengebieden die ver onder de kroon van ons cerebellum liggen. De gezondheidsvoordelen van lachen zijn inderdaad legio."
De lachende laboratoriumratten van Panksepp kunnen hun lol nog op. De onderzoeker wijst erop dat hij zijn ratten door ze veel te kietelen heeft opgevoed tot echte geinponums. Dat biedt mogelijkheden voor onderzoek, bijvoorbeeld naar de vraag of er bij lachen ook bepaalde genen of hersenknobbels betrokken zijn. Inderdaad, daartoe worden de lachende ratten af en toe ook geofferd aan de wetenschap. Wie het laatst lacht, lacht het best, moet Panksepp hebben gedacht.
Er wordt heel wat afgelachen in het dierenrijk – veel meer dan we denken. Ons beeld van het gevoelsleven van dieren moet daarom volledig op de schop, betoogt een onderzoeker die ontdekte dat ratten kunnen schateren van het lachen.
Is er dan niets meer waarin de mens zich onderscheidt van de beesten? Werktuigen gebruiken, dat doen kraaien, apen en tal van andere dieren ook al. Onder meer dolfijnen vertonen tekenen van zelfbewustzijn. Communiceren met taal is ook al niet bijzonder: olifanten, apen en vogels doen dat op hun manier ook. Maar in één opzicht bent u uniek. U kunt tenminste lachen en huilen. De mens is de enige diersoort met een rijk gevoelsleven.
In een essay in het blad Science waagt de Fins-Amerikaanse onderzoeker Jaak Panksepp dat toch te betwijfelen. "Jonge ratten hebben een geweldig gevoel voor plezier," schrijft hij. En: "Als er rattenhumor bestaat, is die waarschijnlijk nauw verbonden met slapstick." U leest het goed: zelfs de nederige rat ligt op zijn manier dubbel bij het zien van Laurel en Hardy.
Dat chimpansees lachen, is een steeds beter geaccepteerd feit. De dieren stoten hijggeluiden uit onder het spelen en als je ze kietelt. Maar de chimpansee is in elk geval nog naaste familie. Onderzoekers beschouwen het lachen van de chimpansee dan ook als een soort primitieve voorloper van 'echt' lachen - waarmee de chimp andermaal wordt gedegradeerd tot een opmaat voor het échte werk.
Aanzienlijk was dan ook de knuppel die Panksepp twee jaar geleden in het hoenderhok gooide. Aan de hand van geluidsopnames maakte Panksepp duidelijk dat ook ratten kenmerkende, ultrahoge piepjes uitstoten tijdens het spelen. Bovendien kon Panksepp de ratten ook zelf aan het lachen maken, door ze te kietelen. "De ratten die we kietelden, raakten sociaal gebonden aan ons," herinnert Panksepp zich in Science. Daarnaast maakte Panksepp de ratten aan het lachen op de operatietafel, door precies dezelfde hersencircuits te stimuleren die ook oplichten bij schaterende mensen.
Als ratten inderdaad lachen, kan het eigenlijk niet anders of er wordt in elk geval onder zoogdieren heel wat afgegierd. De laatste gemeenschappelijke voorvader van mensen en ratten leefde 75 miljoen jaar geleden. Het is dus logisch dat alle dieren die daarna kwamen, óók niet tegen kietelen kunnen. Inderdaad zijn er intussen aanwijzingen dat ook honden heel wat aflachen in hun leven. Ze stoten tijdens het spel eveneens opvallende hijggeluiden uit.
En daarbij hoeft het niet te blijven, betoogt Panksepp in Science. "Misschien is het tijd dat het hersenonderzoek erkent dat dieren in staat zijn tot veel emotionele gevoelens. We bevinden ons aan het eind van het tijdperk waarin de dierlijke geest werd beschouwd als niet-bestaand of ondoordringbaar. (...) Belangrijke onderzoeksgegevens doen de balans omslaan ten voordele van steeds subtielere concepties van de dierlijke geest, die van Homo sapiens inbegrepen."
Nog maar kort geleden werd de lach beschouwd als iets uniek menselijks. Beroemdste uiting daarvan is de idee van schrijver Arthur Koestler, die meende dat lachen 'uniek is in het opzicht dat het geen biologisch doel dient'. Inmiddels vermoeden biologen dat lachen dient om de sociale banden te versterken (voor een overzicht van de opvattingen, zie onderaan). Dat we nog niet wisten dat dieren lachen, komt vooral omdat we het gegiechel uit het dierenrijk niet herkennen. Wij zijn de enige diersoort die zijn ademhaling genoeg beheerst om 'hahaha' te kunnen doen.
En dat u wél kunt lachen om een mop en uw kat overduidelijk niet? Dat komt misschien omdat wij elkaar 'kietelen' met spraak, meent Panksepp. Moppen en andere menselijke vormen van humor zouden wat dat betreft een uitbreiding zijn van de rattenlach. Hersenonderzoeker Panksepp verwoordt het zo: "Terwijl we leren om elkaar te bespelen met woorden, ontwikkelen we misschien nieuwe synaptische verbindingen naar vrolijke hersengebieden die ver onder de kroon van ons cerebellum liggen. De gezondheidsvoordelen van lachen zijn inderdaad legio."
De lachende laboratoriumratten van Panksepp kunnen hun lol nog op. De onderzoeker wijst erop dat hij zijn ratten door ze veel te kietelen heeft opgevoed tot echte geinponums. Dat biedt mogelijkheden voor onderzoek, bijvoorbeeld naar de vraag of er bij lachen ook bepaalde genen of hersenknobbels betrokken zijn. Inderdaad, daartoe worden de lachende ratten af en toe ook geofferd aan de wetenschap. Wie het laatst lacht, lacht het best, moet Panksepp hebben gedacht.
noorderlicht.vpro.nl
Meer info over de plasmabank
Aan de hand van een humaan plasmaferesetoestel wordt wekelijks plasma afgenomen van 3 donorpaarden . Deze paarden verblijven constant in de kliniek en staan onder een strikt vaccinatie- en ontwormingsschema. Ook de voeding wordt regelmatig aangepast alnaargelang de nutritionele behoeften van onze paarden. Deze donoren worden regelmatig onderworpen aan een algemeen bloedonderzoek ter controle van hun algemene gezondheidsstatus. Het plasma wordt compleet steriel afgenomen in zakjes van 800cc. De plasmazakjes worden zorgvuldig genummerd en geregistreerd in onze database. Daarna worden ze diepgevroren bewaard. | ||
| Dit plasma wordt voornamelijk gebruikt bij veulens met een tekort aan antistoffen na de geboorte en laat een specifieke behandeling toe van de neonatale gegospitaliseerde veulens. Het wordt eveneens veelvuldig aangewend bij paarden met een eiwittekort in het bloed (zoals bijvoorbeeld in het geval van chronische diarree). | ![]() | |
![]() |
Onze plasmabank staat eveneens 24h/24h ter beschikking van onze doorsturende dierenartsen . De zakken kunnen afgehaald worden of opgestuurd met een of ander verzendingsbedrijf. Voor meer info : tel. +32-24 54 10 00 |
Antwaarps gedichtje (Fobieke)

Wilbär, de schuchtere versie van Knut en Vlokje (Martina1)
Zouden dieren ook last hebben van een Babylonische spraakverwarring?
Vogel kiest voor voedingsstoffen
Zwartkoppen hebben geen aangeboren voorkeur voor donkere teinten, maar selecteren wel donkere bessen omdat daar grotere hoeveelheden anti-oxidanten inzitten dan in lichtere bessen.
zwartkop" ?
Wetenschappelijke naam:
Sylvia atricapilla (Linnaeus, 1758) 
Nederlandse naam:
Zwartkop
Vogelgroep:
Grasmussen
Veldkenmerken. 14 cm. Makkelijk te herkennen aan zwarte (mannetje) of bruine (vrouwtje) kruin. Verenkleed verder grijs op gezicht en nek, bruiniger op bovendelen, onderdelen en staart; onderdelen grijswit. Geen wit in staart. Zwarte (bruine) kruin reikt niet tot onder oog en is minder uitgebreid dan kopkap van Glanskop en Matkop (beide mezen). Juveniel heeft bruine kruin als vrouwtje. Actief, maar meestal niet eenvoudig te zien te krijgen, behalve zingend mannetje of fouragerende vogels in het najaar.
Geluid.Roep scherp ’tek’, soms verlengd tot ratel en lijkt dan op roep van Winterkoning. Heeft ook onderdrukt ’tsjurrr’. Zang lijkt sterk op die van Tuinfluiter, maar eindigt in rustige, luide en heldere fluittonen.
Voorkomen. Algemene zomergast. Overwintert in toenemende mate.
Habitat. Loofbos, parken, grote tuinen, etc. Komt meer in echt bos voor dan Tuinfluiter.
Voedsel. Insecten en bessen; fourageert meest in bomen en struikgewas, maar komt ook wel op de grond.
Aambeeldspikkeldikkopje !!

Bewegingsadviezen voor de hond
De cavia
Cavia
Wormen bij de hond en de kat
Mijn hond heeft geen wormen ......
Spoelwormen
Welke ziekten kan ik door mijn huisdier krijgen?
|
Ongeveer 55 procent van de Nederlandse huishoudens heeft een huisdier. Dit zijn tezamen bijna 2 miljoen honden, ruim 3 miljoen katten, 1 miljoen konijnen, 5 miljoen vogels, 19 miljoen vissen en een kwart miljoen amfibieën en reptielen (bron: Ministerie van LNV). Welke ziektes kan ik van mijn huisdier krijgen? De spoelwormen van hond en kat (Toxocara canis en Toxocara cati) zijn beruchte zoönotische aandoeningen. De eitjes van deze spoelworm worden veel gevonden in zandbakken. Het is daarom belangrijk dat kinderen goed de handen wassen wanneer ze in het zand gespeeld hebben. Toxoplasma is een parasiet van de kat, de ‘eitjes’ hiervan kunnen ook in zand of aarde terecht komen. De kleine lintworm van de hond (Echinococcus), die een gevaarlijke blaasworm bij de mens kan geven, is in Nederland inmiddels zeldzaam. Maar hond en kat kunnen ook met de vossenlintworm besmet raken, en via hen de mens. Dit is nog niet voorgekomen in Nederland. Katten dragen een bacterie bij zich die de kattenkrabziekte veroorzaakt. Via een krab of beet van de kat kan deze bacterie, Bartonella henselae, overgedragen worden. Vogels kunnen verspreider zijn van de bacterie Chlamydophila die papegaaienziekte veroorzaakt, ook wanneer zij daar zelf niet ziek van zijn. Vrijwel alle dieren, tot de schildpad toe, kunnen Salmonella bij zich dragen. Preventie:
| |||
Kattenkrabziekte
Ook bij apen draait alles om geld!
veelgestelde vragen over chipsMijn huisdier is gechipt, maar als ik zijn chipnummer invoer bij chipnummer.nl krijg ik geen registratiegegevens te zien. Hoe kan dit?
>Allereerst kan er sprake zijn van het foutief invoeren van het nummer. Controleer daarom nogmaals of het juiste chipnummer is ingevoerd in het zoekscherm. Geen groene pootjes zichtbaar? Dan staat uw huisdier niet ingeschreven bij een van deze databanken. Het is dan aan te raden uw huisdier aan te melden bij een databank. Klik op het menu-item databanken om meteen door te klikken naar de databank van uw keuze. Doe dit wel meteen want zonder goede registratie van de gegevens is de chip namelijk niets meer dan een loos nummer in uw huisdier.
De gegevens die ik terugkrijg -nadat ik het chipnummer van mijn dier heb ingevoerd- kloppen niet meer. Kunt u de registratie voor mij aanpassen?
>Chipnummer.nl is een zoekprogramma dat het zoeken naar de registratiegegevens van een chipnummer eenvoudiger maakt. Gevonden nummers staan dus niet bij ons geregistreerd, maar in een van de doorzochte databanken. Het groene pootje geeft aan bij welke databank dat is. Onthoud de naam van deze databank en klik op het menu-item databanken. Van daaruit kunt u doorklikken naar de databank van uw keuze. Op de websites van deze databanken is te lezen hoe u de registratie kunt aanpassen.
Ik heb een rashond met stamboom. Het chipnummer van mijn dier staat toch geregistreerd bij de Raad van Beheer (op kynologisch gebied)? Waarom vind ik daarvan niets terug?
>Het klopt dat de Raad van Beheer op Kynologisch gebied bijhoudt welke rashonden door hun chippers zijn voorzien van een chip. Echter vanwege de wet op de privacy worden gegevens behorende bij deze nummers door de Raad niet openbaar gemaakt. Lees hier wat de Raad van Beheer daarover zelf schrijft. Het is dus absoluut noodzakelijk dat u een rashond ook nog laat registreren bij een speciale databank. Alleen dan kan uw rashond bij vermissing weer snel thuis zijn. Chipnummers van (in Nederland geboren) rashonden (waarvoor een stamboom is aangevraagd) beginnen over het algemeen met de cijfers: 528140.
Ik heb een huisdier gevonden. Wat moet ik doen?
>Heeft u een huisdier gevonden en weet u niet wie de eigenaar is dan kunt u contact opnemen met de dierenambulance of dierenasiel bij u in de buurt. De meeste dierenambulances hebben een chipafleesapparaat tot hun beschikking en kunnen het dier controleren op de aanwezigheid van een identificatiechip. U kunt het gevonden dier ook aanmelden bij de dichtstbijzijnde amivedi hulppost. Klik hier voor adressen daarvan. Amivedi registreert enkel en alleen gevonden en verloren dieren en neemt deze dieren dus niet op.
Ik heb een paard of pony met een chipnummer, maar vind geen registratiegegevens. Hoe kan dat?
>Heeft u het nummer wel ingevoerd na geklikt te hebben op "U kunt hier zoeken naar paarden"? Indien ja: het is mogelijk dat een paard of pony een chip heeft, maar niet geregistreerd staat in de centrale database. Dat betekent dat het betreffende dier ooit is gechipt, maar dat er geen officieel paspoort werd gemaakt door een paspoortuitgevende instantie. Dit dient alsnog te gebeuren, voor vervoer over de weg is een paspoort dat correspondeert met het chipnummer verplicht. Paspoortuitgevende instanties vindt u in dit pdf document.