Temperament en soortbescherming

Temperament en soortbescherming
aftellen met darwin (6)
Koolmees.hh © D.J. van Unen
Een soort is een verzameling van gelijkaardige exemplaren. Maar er zijn ook betekenisvolle verschillen binnen een soort, wist Darwin. Hoe variabel is het gedrag van een wilde soort? Leggen we die variatie onbewust aan banden als we bedreigde soorten in gevangenschap kweken om ze te redden?
Hoe zit dat met het temperament van wilde dieren? Hoe variabel is het gedrag van een soort, en wat betekent dat voor het kweken van wilde dieren in gevangenschap? Kweekprogramma's zijn bedoeld om bedreigde soorten overeind te houden.
Maar verandert het gedrag van wilde dieren in gevangenschap? En wat zijn de gevolgen wanneer ze opnieuw in de natuur worden losgelaten?
De jongste jaren nam onze kennis over het temperament van wilde dieren fors toe. Zo is er veel bekend over het temperament van de koolmees. Als wilde koolmezen in een testkooi in het laboratorium worden gebracht, verschillen ze in hun gedrag. Sommige individuen trekken meteen nieuwsgierig rond in die nieuwe, onbekende omgeving. Andere mezen blijven als genageld op een stokje zitten.
Die verschillen tussen individuele mezen blijken consistent onder verschillende tests. Bovendien blijkt de mate waarin mezen exploratief gedrag vertonen overerfbaar te zijn. Variatie en overerfbaarheid zijn twee noodzakelijke ingrediënten voor evolutie via selectie, zo leerde Darwin.
Maar net zoals bij de menselijke psychologie, blijken er ook bij mezen verbanden te bestaan tussen verschillende gedragskenmerken. Meer exploratieve mezen zijn ook agressiever tegen soortgenoten en hebben een grotere neiging om zich verder van hun geboorteplaats te vestigen. Een natuurlijke populatie van koolmezen herbergt een divers pakket aan gedragstypes of temperamenten. Het natuurlijk milieu is variabel en soms doet het ene type het beter, dan weer een ander. Bij voedselschaarste heeft een agressief type een betere overleving, maar wanneer er overvloed is, blijkt agressie net minder succesvol.
Koolmezen zijn geen buitenbeentjes. Gelijkaardige resultaten worden geboekt voor een groeiende collectie van dieren; van stekelbaarsjes en andere vissen tot marmotten, jachtluipaarden en zelfs spinnen en insecten.
En wat met bedreigde soorten? Sommige bedreigde soorten zijn ondertussen talrijker in dierentuinen dan in de vrije natuur. Alser voldoende exemplaren gekweekt zijn, kunnen ze opnieuw vrijgelaten worden. Die strategie geldt niet alleen voor okapi's, bonobo's en andere exotische dieren. Ook dichter bij huis zoeken natuurbeschermers soms heil in die laatste noodmaatregel. België en Nederland werken bijvoorbeeld samen om de laatste populaties van de wilde hamster te versterken door gekweekte exemplaren los te laten.
In gevangenschap kan er onbewust selectie optreden voor bepaalde gedragsvarianten. Rustige, weinig agressieve exemplaren overleven beter in kooien dan exemplaren met een meer 'zuiders temperament'. Na enkele generaties in gevangenschap kan het gedrag van een soort in zekere mate verschillen van dat van een wilde populatie. Maar agressie en exploratief gedrag zijn vaak belangrijke troeven voor een leven in de vrije natuur. Het succes van herintroductieprogramma's met gekweekte dieren heeft dan ook minder succes dan programma's met dieren die in het wild werden gevangen.
Kweekprogramma's blijven een moeizame manier om soorten te beschermen. Soms is het de laatste mogelijkheid om een soort te reanimeren. Moderne inzichten van de evolutiebiologie en het gedragsonderzoek helpen om de efficiëntie van die aanpak op te krikken. Maar zulke intensieve zorgen zijn enkel haalbaar voor een beperkt aantal favoriete soorten. Een ruimer gamma van weinig populaire soorten zou evenzeer aan het infuus moeten. Een soort-per-soort aanpak is onvoldoende om de biodiversiteit uit haar crisis te halen. Intensieve zorgen zijn uiteraard nuttig, maar ze vervangen geenszins een breed gezondheidsbeleid voor onze biodiversiteit.
Hans Van Dyck is hoogleraar gedragsbiologie en natuurbehoud aan de Université Catholique de Louvain (UCL). In deze zomerserie kijkt hij naar onze biodiversiteit door de bril van Darwin.
hans van dyck
(DS)






















