Woensdag 18 november 2009
Dag vogels, dag vissen
En nog eentje met veel lectuur in en hopelijk wat nieuwe wetenswaardigheden:
http://www.kennislink.nl/publicaties/dag-vogels-dag-vissen
Dag vogels, dag vissen
Planten en dieren sterven momenteel hard genoeg uit om van een ‘massa-extinctie’ te kunnen spreken. Houden we binnen een paar eeuwen niets meer over, wordt de aarde saai en kaal en is de mens dan nog het enige dat beweegt?
Liefhebbers van kaviaar maken zware tijden door: begin dit jaar verboden de Verenigde Naties de export (uit vooral Rusland en Iran) van alle kaviaar en andere producten van de steur. Want deze vis, die meer dan een ton zwaar en honderd jaar oud kan worden, staat op het punt voorgoed uit het zeebeeld te verdwijnen. In en rond de Kaspische Zee vindt de beluga-variant van deze vis zijn last stand. En dan te bedenken dat hij – althans een neef van de belugasteur – tot in de eerste helft van de vorige eeuw nog uitbundig in de Nederlandse wateren en voor de kust voorkwam. Er leveren er nu nog een paar een achterhoedegevecht in de Gironde in Frankrijk, maar overbevissing en vervuiling hebben de steur in ieder geval uit Nederland definitief verdreven. En dat geldt ook voor de zalm, de elft, de fint, de beekforel en de houting.
De Steur. Tientallen miljoenen steurvisjes worden jaarlijks uitgezet in de Kaspische Zee in de hoop de steur voor uitsterven te behoeden
Ze hebben iets van vuurwerk, de pagina’s in het Living Planet Report 2004 van het Wereld Natuur Fonds waarin de ontwikkeling in de dierendichtheid per soort sinds 1970 in grafieken staat weergegeven. Maar dan wel van een vuurpijl in zijn nadagen: vrijwel alle lijnen wijzen schuin naar omlaag. De index voor de 555 soorten landdieren waarvan de aantallen werden bijgehouden, liep over die periode van honderd in 1970 naar zeventig in 2000. Dat cijfer wordt dan nog geflatteerd door het feit dat de dieren in de gematigde klimaatzones enigszins op peil wisten te blijven; de index voor de landdieren in de tropen liep terug van honderd naar onder de veertig. Waarmee maar gezegd is dat er in de tropen minder dan half zoveel dieren rondlopen als dertig jaar geleden – in ieder geval van de soorten die zijn bijgehouden. Dat zijn allemaal gewervelde dieren, maar ze zijn niet alleen uitgekozen omdat die het grote publiek meer aanspreken. ‘Die dieren zitten bovenin de voedselketen’, zegt Miriam van Gool van het WNF. ‘Die zijn met kleinere aantallen, hebben een langere levenscyclus, hebben meer ruimte nodig om aan voedsel te komen en zijn daardoor de eerste die gaan. En die herstellen zich een stuk langzamer dan fruitvliegjes.’
Weinig opbeurender is het patroon dat zich aftekent voor de zoetwatervissen. Sinds 1970 werden 323 soorten gevolgd ; ze zijn nu ruim de helft minder in getal dan toen. De zeedieren – vissen, vogels, zoogdieren en reptielen die in en rond de zeeën en kustwateren leven – waren ietsje beter af: hun aantallen liepen met dertig procent terug. Voor de liefhebbers: de Pacifische zalm loopt op zijn laatste benen; zijn buurman de kabeljauw is al evenzeer fors in tal teruggelopen, maar nog niet zo erg als zijn Atlantische neven, waar nog geen twintig procent meer van over is. We hoeven alleen maar naar de prijs van de palingfilet te kijken om te kunnen vaststellen dat ook deze vis ernstig in zijn voortbestaan wordt bedreigd; maar gelukkig verkeert de haring weer in blakende welstand.
Geen teken van leven
In de tabellen die vervat zijn in de IUCN Red List spreken de cijfers al even klare en even sombere taal. In deze lijsten houdt de International Union for Conservation of Nature and Natural Resources bij hoe bedreigd de diverse planten- en diersoorten zijn in hun bestaan. Welnu: ruim een vijfde van de 5.416 door de wetenschap beschreven zoogdieren wordt aangemerkt als ’ critically endangered‘, ’ endangered’ of ’ _vulnerable_’ – wat wil zeggen dat ze een extreem hoog risico lopen in het wild uit te sterven (geldt voor 162 soorten), tot op zijn minst een hoog risico (587 soorten). Sinds 1996 is van 73 soorten zoogdier definitief afscheid genomen: ze zijn uitgestorven, wat wil zeggen dat er na intensief speurwerk geen teken van leven meer van ze vernomen is en dat er ‘geen redelijke twijfel meer bestaat dat het laatste exemplaar gestorven is’.
Voorts ernstig in hun voortbestaan bedreigd: ruim twaalfhonderd van de bijna tienduizend vogelsoorten, een derde van de 5.743 beschreven amfibiesoorten en bijna drie procent van alle 287.655 soorten beschreven planten. Als we een beetje mogen extrapoleren, zal het volgende rapport er nog een stuk somberder uitzien. Als je zo al die grafieken en tabellen naast elkaar ziet, is het moeilijk de gedachte van je af te zetten: nog even zo doorgaan en we houden niets meer over. Dan is de aarde weer woest en ledig -maar vooral ledig. Op die ene soort na, dan.
Populatie-index voor de landdieren, afgezet tegen de Living Planet index van alle diersoorten tezamen
Homo sapiens
Voor de terugloop onder de soorten flora en fauna zijn diverse oorzaken aan te wijzen, die evenwel alle naar één hoofdoorzaak doorverwijzen. Van alle soorten verkeert er immers in ieder geval één in blakende welstand: Homo sapiens is met meer dan ooit. De projectie is dat er in 2050 ruim negen miljard exemplaren van zullen rondlopen en vooral -rijden, vier maal zoveel als honderd jaar daarvoor. Het is ook aan deze schier ongebreidelde groei te danken dat de andere soorten het zo zwaar hebben. Want ruim zes miljard monden voeden, dat gaat niet zonder rotzooi, in ieder geval als je het op een prikje wil doen. Overexploitatie is dan ook een van de hoofdoorzaken van het uitsterven van al die andere soorten. Sommige volkeren lusten graag walvis, andere kabeljauw en paling, en hele volksstammen zijn dol op de eitjes van de steur. Zouden we die op een duurzame manier oogsten, dat wil zeggen: op zo’n manier dat de soort op een gezond peil in stand blijft, dan zouden