Meerval met bal (Okidoki)

Meerval met bal (Okidoki)
De degoe : alles wat u moet of wil weten!
De degoe : alles wat u moet of wil weten…
Degoes zijn sociaal levende dieren. Ze leven in de vrije natuur in grote groepen op de rotsen, waar ze graag klimmen en klauteren; hiervoor zijn ze uitstekend uitgerust. Net als de cavia maken degoes piep- en gromgeluidjes om te communiceren. In tegenstelling tot vele andere knagers zijn degoes uitgesproken dagactieve dieren; 's avonds trekken ze zich terug in hun holenstelsels en bij de eerste zonnestraaltjes komen ze boven de grond en gaan ze op zoek naar voedsel. midden op de dag worden ze meestal wat rustiger en tegen het einde van de middag worden ze weer actief.
Helaas worden degoes vaak als solitair gehouden. het is beter voor een degoe om in een klein groepje, of in elk geval in het gezelschap van een andere soortgenoot te leven. Wilt u toch een degoe als solitair houden, dan zult u het dier beslist een uur per dag alle aandacht moeten schenken om te voor komen dat het gedragsstoornissen ontwikkelt. Bij het samenstellen van een groep degoes moet u voorzichtig te werk gaan. Het is wel zo dat ze in de vrije natuur vrijwel nooit vechten, maar daar zijn dan ook voldoende uitwijkmogelijkheden, die we in een kooi of ander verblijf niet kunnen bieden. Vrouwtjes gaan, ook als ze elkaar niet kennen, over het algemeen heel goed met elkaar om. Het probleem zit hem voornamelijk in de geslachtsrijpe mannelijke exemplaren. Volwassen mannetjes die niet samen zijn opgegroeid, kunnen vaak niet samenleven - en zeker niet als er vrouwtjes in de buurt zijn. Zijn er echter voldoende vrouwtjes per mannetje aanwezig en is het verblijf erg ruim, dan gaat het vaak wel goed. Problemen ontstaan normaal gesproken dus voornamelijk door een tekort aan vrouwelijke dieren gecombineerd met een te kleine ruimte.
Degoes zijn erg actief. Ze klimmen en klauteren graag en zijn erg nieuwsgierig naar alles wat er om ze heen gebeurt. Ze bijten zelden en gaan al snel een vertrouwensband aan met hun verzorger.
Geschiedenis - Oorsprong
Degoes zijn afkomstig uit het Andesgebergte in Chili in Zuid - Amerika. Daar leven deze vriendelijke dieren in grote troepen op de rotsen. Ze klauteren daar over stenen in struiken en bomen, echter meestal niet hoger dan 1 tot 1,5 m boven de grond. Midden 18e eeuw werden de eerste degoes door Europeanen ontdekt. Destijds werden ze voor eekhoornachtigen aangezien en als zodanig door wetenschappers ingedeeld. Later kwam men erachter dat het hier niet gaat om eekhoorns, maar om dieren die nauw verwant zijn aan het andere vriendelijke en in groepen levende dier uit Zuid - Amerika: de cavia. Vlak na hun ontdekking werden degoes geïmporteerd naar dierentuinen in Europa. In het midden van de 20e eeuw vonden de meeste degoes hun weg naar laboratoria, waar ze werden gehouden in verband met onderzoeken naar hun sociale gedrag, maar ook voor medische doeleinden. Als interessant en vooral ook gezellig huisdier is de degoe nog niet zo lang geleden ontdekt, maar door zijn nieuwsgierige, en vriendelijke en vaak ook grappige manier van doen is hij sterk in opmars.
De degoe leeft oorspronkelijk in Chili en leeft daar in open, vaak rotsachtige gebieden tot een hoogte van ca 1500 m. Waarschijnlijk worden degoe's in Chili ook gehouden als huisdier en zijn ze soms een plaag voor de landbouw. De natuurlijke vijanden van de degoe zijn roofvogels.
Geslachtsonderscheid
De geslachtsbepaling bij degoe's is geen gemakkelijke zaak. De afstand tussen anus en genitaliën is bij mannetjes groter dan bij vrouwtjes. Beide geslachten lijken een penis te hebben en de mannetjes hebben geen zichtbare balletjes.
Gezondheid en ziektes
Zoals bij konijnen en knaagdieren is de gezondheid van de degoe af te meten aan zijn eetlust, aktiviteit en uiterlijk: de gezonde degoe heeft een glanzende vacht, is actief en eet en drinkt goed. Zo gauw in één van deze aspecten verandering optreedt is het zaak een dierenarts te raadplegen.
Huisvesting
Degoes kunt u het beste houden in een grote glazen bak waarvan de bovenkant met stevig gaas is afgedekt. Sommige degoes zijn namelijk zulke verwoede knagers dat ze zelfs door hard plastic van speciaal voor knaagdieren ontworpen kooien heen kunnen knagen, dus wees hierop bedacht. Op de bodem van de kooi of aquariumbak kunt u houtkrullen leggen. Deze moeten beslist stofvrij zijn omdat degoes longontsteking kunnen ontwikkelen door een te hoog stofgehalte in hun bodembedekking. Ook houtkrullen afkomstig van dennenhout zijn niet altijd even gunstig voor hun gezondheid. Degoes klimmen graag, en u zult ze hiervoor de gelegenheid moeten geven door het plaatsen van takken en andere interessante klimmogelijkheden in hun kooi. De kooi mag dan ook zeker niet te laag zijn; een hoogte van 40 tot 50 cm is toereikend. Daarnaast moeten degoes zoals alle andere knaagdieren hun gebit veel en intensief gebruiken om te voorkomen dat hun voortanden te ver doorgroeien. Wilgenhout en takjes van fruitbomen zijn voor dit doel heel geschikt, maar degoes proberen hun tanden op vrijwel alles wat u in het verblijf zet uit. Zet op de bodem van de kooi een flinke zware bak van aardewerk die u vult met chinchilla - zand. De dieren baden hier graag in en dat is bevorderlijk voor de glans van hun pels. Ten slotte behoort er in elk degoeverblijf een nestkastje aanwezig te zijn waarin de dieren zich terug kunnen trekken om te slapen of om uit te rusten.
Uiterlijke kenmerken
De degoe die in het wild in Chili wordt aangetroffen, is vaak veel groter dan de degoe die als huisdier gehouden wordt. Dat is opvallend, aangezien dat dit bij ondermeer de hamster meestal juist andersom is. Het feit dat de meeste dieren als huisdier groter en ook zwaarder zijn dan hun soortgenoten in het wild, ligt aan de goede voeding en het feit dat ze minder beweging krijgen. De uitzondering die de degoe maakt, heeft waarschijnlijk te maken met de grote mate van inteelt. De huidige stammen die als huisdier gehouden worden, zijn vrijwel allemaal familie van elkaar.
In de vrije natuurlevende degoes kunnen inclusief hun staart zo'n 40 cm of langer worden bij een gewicht van twee tot drie ons. Degoes die als huisdier worden gehouden, zijn bijna altijd kleiner en ook hun gewicht is meestal lager.
Levensverwachting
Degoes worden normaal gesproken tussen de vijf en acht jaar oud.
Omgang & Tam maken
Het tam maken van een degoe is vrij eenvoudig. De dieren zijn van nature nieuwsgierig en de nieuwsgierigheid wint het meestal van de voorzichtigheid. Als u uw degoe regelmatig uit de hand voert, zal hij of zij al snel wennen. Degoes zijn geen echte knuffeldiertjes. U kunt ze meestal wel oppakken of aaien, maar zo tam en aanhankelijk als bijvoorbeeld de cavia's zullen degoes niet worden; daar zij ze veel te beweeglijk voor. Pak een degoe nooit op aan de staart. Deze laat namelijk gemakkelijk los en groeit niet meer aan.
Vacht en kleur
De vacht van de degoe is kort en de dikte ervan past zich aan de omstandigheden aan. Een degoe die in een koudere omgeving verblijft, heeft een dikkere vacht dan een degoe die in een warm klimaat of in een verwarmde huiskamer gehouden word.
De degoe is tot dusver alleen bekend in de zogenaamde wildkleur, al komen er ook dieren met een wit vlekje voor, een typisch domesticatieverschijnsel. De grondkleur is bruingrijs en de haartoppen hebben een zwarte ticking. De ogen zijn donkerbruin. De staart, die een paar centimeter korter is dan het lichaam, is geheel behaard.
Algemene verzorging
Voor een goede vachtverzorging is een dagelijks zandbad onmisbaar. Het bad kan een grote metalen kom zijn met redelijk hoge randen, of een gesloten kastje met een ronde opening. Het zand is speciaal verkrijgbaar Chinchilla-badzand; dit is een uit Amerika afkomstige, zeer fijn gemalen klei. Het beste kan het zandbad op een vast moment in de kooi geplaatst worden, bijvoorbeeld voor het voederen. Na het bad wordt het weggehaald en het zand gezeefd om vuil te verwijderen. Regelmatig moet het zandbad ververst worden, dit om infecties door schimmels en bacteriën te vermijden.
Pak een degoe nooit aan de staart beet! De degoe zal heel snel beginnen te draaien om te kunnen ontsnappen. Daarbij scheurt de huid van de staartpunt en blijft een licht bloedende kale staart over. Naderhand zal de degoe deze staartpunt afknagen en groeit deze niet meer aan.
Degoe's zijn geen knuffeldieren . Wel zijn ze enigszins tam te krijgen dat ze op hun kopje te aaien zijn. Door het aanreiken van voedsel kunnen ze tam worden.
Was de handen goed na ieder contact met de degoe of zijn omgeving
Voeding
Degoes leven in de vrije natuur op een rotsbodem met struikachtige begroeiing. Ze eten granen, grassen en zaden, en verder alles wat voorhanden en eetbaar is. Er zijn speciale voeders voor degoes, maar deze zijn helaas nog niet overal verkrijgbaar. Kunt u dit voedsel bij u in de buurt niet vinden, dan kunt u ze cavia - of knaagdierenvoer geven Daarnaast eten degoes graag kleine beetjes fruit en groeten, maar geef ze niet te veel, aangezien dit darmproblemen kan veroorzaken. Als huisdier gehouden degoes krijgen vaak te veel calorierijke en vezelarme hapjes, wat vervetting in de hand werkt. Deze vervetting leidt vaak tot het ontstaan van suikerziekte, een ongeneeslijke aandoening waarvoor degoes helaas vrij bevattelijk zijn. Verwen de degoe dan ook niet teveel, aangezien dit een negatief effect heeft op de gezondheid van het dier. Hooi is zeer geschikt voedsel, omdat het vezelrijk is. Zorg ervoor dat dit altijd in voldoende hoeveelheden in het verblijf aanwezig is, maar zorg er wel voor dat het hooi stof vrij is. Water kunt u het beste uit een glazen drinkflesje geven. Plastic drinkflesjes worden namelijk vaak kapotgebeten. Degoes `wassen` zichzelf door zich regelmatig in schoon wit zand (geen schelpenzand) te wentelen. U kunt dit zand in een zware aardewerken bak in hun verblijf zetten. Het is te koop bij de dierenspeciaalzaak.
Voortplanting
Degoevrouwtjes zijn geslachtrijp als ze ongeveer drie maanden oud zijn, maar op die leeftijd zijn ze nog onvoldoende ontwikkeld om een nest jongen te dragen en groot te brengen. Het is beter te wachten tot de dieren ongeveer vijf maanden oud zijn. Wanneer een degoevrouwtje een dekking van het mannetje toestaat, verschilt per dier, maar dit is meestal eens per twee of drie weken. Houdt u een geslachtsrijp mannetje en vrouwtje samen, dan zullen ze zelf het tijdstip van paren bepalen. U kunt het mannetje na de dekking gewoon bij het vrouwtje laten; ook als de jongen geboren zijn, hoeft u hem niet in een aparte kooi over te zetten. De dracht duurt tamelijk lang; ongeveer negentig dagen. Het nest bestaat gemiddeld uit vijf jongen, maar het kan ook maar drie of zelfs tien jongen bevatten. De jongen zijn bij hun geboorte al helemaal `af `. Ze hebben een pelsje, de oogjes zijn open en ze kunnen al aardig rondlopen. Na een paar weken knabbelen ze wat mee van het voedsel wat de ouders ook eten, maar ze hebben de moedermelk nog wel hard nodig. Zodra de jongen een leeftijd van ongeveer vijf tot zes weken hebben, drinken ze geen melk meer bij de moeder, maar ze zijn dan nog te jong om helemaal voor zichzelf te zorgen. Het is beter om ze tot op een leeftijd van ongeveer acht weken bij het moederdier te laten.
(Huisdierinfopunt
Huisgenoot vogel
Toeval maakt apen dominant
Wie is de baas? Bij elke apensoort zijn de rollen anders verdeeld. Onder de lemuren (foto) uit Madagascar zijn de vrouwtjes dominant, bonobo's hanteren een 50-50 verdeling en bij veel andere soorten staan de vrouwtjes onder in de rangorde.Hemelrijk's toevalsmodel wist de apenhierarchie wél goed te voorspellen. Die blijkt onder meer af te hangen van de hoeveelheid mannetjes in een apengroep. "Mannelijke agressie is intensiever dan vrouwelijke. In groepen met meer mannetjes worden mannetjes vaker verslagen door andere mannetjes. Hierdoor is het mogelijk voor dominante vrouwtjes om te winnen van deze verliezers. Ook zijn er ook meer interacties tussen mannetjes en vrouwtjes. Daardoor komt het ook vaker voor dat een vrouwtje toevallig wint van een mannetje. Via het zelfversterkende effect zullen deze vrouwtjes ook bij latere interacties vaker winnen en dus dominanter zijn."
Volgens de biologe werpt haar simulatie nieuw licht op de manier waarop apen samenleven. De dieren zijn geen slaven van hun genen, maar bepalen gaandeweg hoe ze met elkaar omgaan. Hemelrijk wil in vervolgonderzoek bekijken of die zelforganisatie ook de omgangsvormen van andere soorten - zoals mensen - kan verklaren.
(Kennislink)
Vrouwtjesapen dominanter in groepen met meer mannen
Bij veel diersoorten die in groepen leven bestaat er een sociale hiërarchie, een zogenaamde ‘pikorde’. Ook apen kennen een sociale hiërarchie. Bovenaan staat de meest dominante aap die bij agressieve interacties – bijten bijvoorbeeld – met groepsgenoten steeds wint. Onderaan staat de minst dominante aap – degene die bij agressieve interacties met zijn groepsgenoten steevast verliest. Elke dag moet een aap weer zijn plek in deze hiërarchie bevestigen.
Nabootsen
De positie van vrouwtjes in de hiërarchie verschilt per apensoort. Bij de meeste soorten staan de vrouwtjes onder de mannetjes. Dat is niet raar, omdat ze ook vaak veel kleiner zijn dan mannetjes. Desondanks zijn bij de lemuren uit Madagascar de vrouwtjes dominant, bij bonobo’s zijn de mannetjes en vrouwtjes ongeveer even dominant, en bij veel andere soorten (zoals de makaak en de meerkat) zijn de vrouwtjes zwak dominant. ‘Dat wil zeggen dat de meest dominante vrouwtjes ongeveer een derde van de mannetjes onder zich hebben staan,’ vertelt Charlotte Hemelrijk, theoretisch bioloog aan de Rijksuniversiteit Groningen en eerste auteur van het artikel dat ze schreef samen met dr. Jan Wantia en de Zwiterse antropoloog dr. Karin Isler. Hoe deze dominantie bij vrouwtjesapen ontstaat was echter onbekend. De Groningse onderzoekers hebben daarom een virtuele wereld gecreëerd, DomWorld, waarmee ze interacties tussen apen kunnen nabootsen.
Dominatie berekenen
Dit computermodel voorspelde, verrassend genoeg, dat vrouwtjes dominanter zijn in een groep waarin relatief veel mannetjes leven. Om te kijken of dit overeenkwam met de werkelijkheid, analyseerden de onderzoekers data over agressie uit een grote hoeveelheid onderzoeksartikelen waarin het gedrag van apen beschreven wordt. Hierdoor konden ze – voor de eerste keer- de vrouwelijke dominantie voor een groot aantal verschillende groepen en soorten apen berekenen. Uit deze analyse bleek de voorspelling van het model perfect te kloppen. Hemelrijk: ‘Het is een interessante manier van onderzoek doen. Je ontdekt iets onverwachts in de virtuele wereld, en vervolgens toets je deze ontdekking in de echte wereld.’
Aangeboren of zelf-organisatie?
Maar waarom zijn vrouwtjesapen dominanter in groepen met meer mannetjes? Er zijn twee concurrerende theorieën over het ontstaan van dominantie. Hemelrijk: ‘Volgens de eerste theorie is dominantie aangeboren. Een aap met goede genen is groter en zal daarom sneller winnen bij een agressieve interactie. Volgens de tweede theorie ontstaat dominantie door zelforganisatie. Door toeval wint een bepaalde aap een agressieve interactie. Daardoor krijgen ze meer zelfvertrouwen, en zullen ze ook andere agressieve interacties gaan winnen. Het is een zelfversterkend effect.’
Complexer dan gedacht
Als de eerste theorie zou kloppen, dan verwacht je dat in apensoorten waar het vrouwtje relatief groter is ten opzichte van het mannetje, de vrouwtjes dominanter zijn. Dit bleek niet het geval te zijn, ontdekten de onderzoekers. De tweede theorie daarentegen blijkt perfect in staat te zijn dominantie van vrouwtjes te verklaren. Vooral omdat het verband tussen het percentage mannetjes en vrouwelijke dominantie alleen wordt aangetroffen bij apensoorten die in groepen leven die gekenmerkt worden door sterk agressief gedrag. ‘Mannelijke agressie is intensiever dan vrouwelijke. In groepen met meer mannetjes worden mannetjes vaker verslagen door andere mannetjes. Hierdoor is het mogelijk voor dominante vrouwtjes om te winnen van deze verliezers. Ook zijn er ook meer interacties tussen mannetjes en vrouwtjes. Daardoor komt het ook vaker voor dat een vrouwtje toevallig wint van een mannetje. Via het zelfversterkende effect zullen deze vrouwtjes ook bij latere interacties vaker winnen en dus dominanter zijn.’
Menselijk gedrag
Volgens Hemelrijk werpt dit onderzoek nieuw licht op de apenwereld. ‘Er werd altijd aangenomen dat de mate van vrouwelijke dominantie over mannetjes – of vice versa - iets statisch is. Maar het blijkt allemaal veel dynamischer en complexer te zijn.’ Ook bij menselijk gedrag speelt dominantie een belangrijke rol. ‘Het zou me daarom niet verbazen als zelforganisatie ook betrokken is bij de ontwikkeling van dominantie relaties tussen de seksen bij mensen.’
(rug.nl)
Foto's van de dag (Martina1)
|
Foto van de dag |
Reiger bij de Hofvijver
rups op roos
mus
kikker
Hooglanders
indrukwekkend
jonge Knobbelzwaan
jonge Blauwe Reiger
Het Roodborstje
Voor de poezenvrienden (Martina1)
Gestolen nephond gaat op reis (Martina1)
Koe dringt bejaardenhuis binnen (Martina1)
Wist je ...? (Martina1)
Wist je ...?
![]() |
X | ![]() |
= | ![]() |
![]() |
X | ![]() |
= | |
| EN | ||||
a) Als je een witte haan hebt en een zwarte hen, dan zullen al je kuikens zwarte zijn.
Ook omgekeerd, als je een zwarte haan hebt en een witte hen, zullen al je kuikens zwart zijn.
Tenminste als het zuivere dieren zijn, zonder gekleurde voorouders.
Zwart is baas tegenover wit.
Bij een paar rassen is dit juist omgekeerd en zijn al je kuikens wit.
b) Als je goud en zilver met elkaar kruist, dan zullen de kuikens net omgekeerd zijn.
Een zilveren haan en een gouden hen geven gouden haantjes en zilveren hennetjes.
(kippengrabbelton.be)
Hondenverdriet (Catwoman)
Hondenverdriet
Hondenverdriet: dat ziet men niet.
Maar het leven van de hond is oersaai.
Zijn dagen bestaan uit veel alleen zijn en wachten.
Terwijl hij is gemaakt om buiten met zijn roedel in actie te leven.
Het is een wonder dat niet alle honden gek worden.
Misschien zijn zij het allen wel een beetje, maar kunnen zij het zeggen ?
Soms staat er dan iets in de krant...
De hond staat 's morgens op met 3 vragen :
- hoe geraak ik aan seks,
- hoe geraak ik aan plezier,
- hoe geraak ik aan lekker eten ?
(feitelijk ... verschilt hij niet zo van de mens)
- Seks : daar kan hij al een kruis over maken,
- het plezier : is meestal ver te zoeken,
- als hij dan nog elke dag diezelfde korrels in zijn pot gesmeten krijgt ...
Ik zou het voor minder aftrappen!
En dan willen wij dat hij altijd goedgezind en gehoorzaam is.
Niet te verwonderen dat hij afreageert in conflicten, blaffen en vernielen.
bron: http://www.hondenliga.be/
Eigenlijk zie ik niet zoveel verschil met kattengedrag
groetjes
Catwoman
bezoek ook eens mijn blog: blog.seniorennet.be/tuinkatjes/
De hond: nuttige weetjes (deel 2).gif)
13. Dat koeien zich meestal verdedigen en honden wegjagen wanneer die in hun weide rondlopen of spelen?
14. Dat hondenvoer in Zuideuropese landen vaak knoflook bevat?
15. Dat paarden tamelijk bange wezens zijn, die door het geblaf van een kleine hond al in paniek kunnen raken? De hond (ja, OOK de kleinste!!) is nog steeds een wolf (je).
16. Dat alle honden met korte, kromme pootjes en een lange rug gevoelig zijn voor de zogenaamde teckelverlamming (hernia nucleï pulposi)
17. Dat de Samojeed uit Noord-Rusland komt en naar een daar levende volksstam genoemd is?
18. Dat je als vuistregel bij pups aan de grootte en dikte van de poten kunt zien hoe groot ze zullen worden?
19. Dat honden die een erf verdedigen dit in bijna alle gevallen doen uit angst, al ziet dit er niet zo uit. Dit heeft weer met die winnaars ervaringen te maken. Elke keer als er iemand bij zo’n terrein komt (postbode) gaat hij ook weer weg. De hond wint dus. Hij wordt hier ZO zeker van dat hij uiteindelijk alle vertoningen laat zien van een zelfverzekerde, dominant agressieve hond. Dat zelfverzekerde gedrag is gekoppeld aan het eigen terrein. Vandaar dat de hond in een andere situatie zich weer neutraal op kan stellen.
20. Dat de meeste problemen met honden worden veroorzaakt doordat mensen hen te veel menselijke eigenschappen toelichten?
21. Als een kleine teef wordt gedekt door een grote reu, vraag dan aan de dierenarts of zij de "reuzenpup" zal kunnen uitdragen..gif)
DE HOND Nuttige Weetjes
DE HOND
Nuttige Weetjes
Dat het heel normaal is wanneer honden af en toe gras eten. Het helpt ze bij hun spijsvertering.
Dat de voorpoten van een hond groter zijn dan de achterpoten omdat ze bij het lopen 60% van het gewicht dragen?
Dat tussen de 8 en 12 weken het leervermogen van een pup het grootst is? Wat hij dan leert, vergeet hij nooit meer. De voorwaarde is echter wel dat je blijft trainen met je hond. Leer je bijvoorbeeld in die periode je hond zitten en je herhaalt dit later niet, dan zal je hond dit vergeten.
Blijf altijd rustig, zorg ervoor dat je niet gefrustreerd raakt als de hond niet meteen doet wat je van hem verlangt. Geduld en doorzettingsvermogen wordt op termijn beloont. Als een hond bv moet gaan zitten, dit commando niet 20 keer geven. Één commando moet voldoende zijn, druk de hond daarna zachtjes op zijn achterste terwijl je de hond naar achteren trekt met de riem en geef tijdens deze handeling weer het commando zit. Bij positief resultaat meteen belonen (spelen of iets lekkers geven, sommige honden vinden een aai over de kop of klopje op de borstkast al genoeg) en stoppen met de oefening.
Dat de laatste wetenschappelijke theorie betreffende de puberteit is dat de puberteit bij zoogdieren (ja, ook honden dus) net zo lang duurt als diegene die naast hem (of haar) staan dat gedrag toelaten. Met andere woorden: bij goed leiderschap hebben honden een korte puberteit…
Dat een loopse teef in de omgeving uw hond zo kan opwinden dat hij door 'liefdesverdriet' zijn eetlust verliest?
Dat reuen pas hun poten optillen bij het plassen wanneer ze geslachtsrijp zijn? Daarvoor plassen ze net als teven.
Dat waakhonden die een zaak bewaken, evenals werkhonden gelden als aftrekpost voor de belasting?
Dat paarden meer van honden met staande oren houden dan van honden met slappe oren, omdat die vriendelijkheid betekenen?
Dat goede jachthonden nog na meer dan 48 uur kunnen ruiken waar een ree gelopen heeft?
Dat het heel goed is voor een hond om soms een dagje te vasten? In de natuur gebeurt dat ook regelmatig.
DE CLAIM Bijtcijfers
Michael Persson
Pitbulls mogen weer, kondigde minister Gerda Verburg (Landbouw) deze week aan. Ze bijten niet vaak genoeg om het verbod, van kracht sinds in 1993 drie baby’s werden doodgebeten, te rechtvaardigen.
En omdat het totale aantal bijtincidenten sindsdien niet is gedaald, komt er nu een regeling die voor alle rassen geldt. Voortaan zal niet het uiterlijk, maar het gedrag bepalen of een hond moet worden afgemaakt.
Aan het voornemen kleven een aantal opmerkelijke claims. Vooral de benodigde gedragstest roept vragen op. In een vergadering met de vaste Kamercommissie voor hondenzaken afgelopen dinsdag stelde Verburg dat de betrouwbaarheid van de test, die moet uitwijzen of een hond gevaarlijk is, 81 procent bedraagt.
Voor de Kamer is dat goed genoeg. ‘Voor de Kamerleden is heel duidelijk wat goed en slecht is’, zegt hoogleraar Freek van Sluijs. ‘Maar dat is rijkelijk eenvoudig voorgesteld.’
Van Sluijs was voorzitter van een commissie die Verburg heeft geadviseerd. De aanbevelingen uit zijn rapport Hondenbeten in perspectief zijn grotendeels overgenomen, maar de minister is vaag over haar bedoelingen met de test. Als ze die preventief wil gebruiken, is allereerst de vraag welke honden in aanmerking komen (‘abnormaal agressieve honden’, maar wie bepaalt dat?). ‘Daarnaast krijg je situaties als in de film
Minority
Report’, zegt Van Sluijs. ‘De honden waarvan wordt voorspeld dat ze later gaan bijten, worden ter dood veroordeeld voor daden die ze nog niet hebben begaan.’
De voorspelling komt straks uit de zogeheten MAG-test (Maatschappelijk Aanvaardbaar Gedrag). Die wordt nu al gebruikt, maar alleen om te bepalen of een hond geschikt is om mee te fokken. Te agressieve dieren mogen zich niet voortplanten. Dat is iets anders dan ze afmaken, zoals de consequentie zal zijn van de nieuwe wet.
In de test wordt gekeken of honden bijten naar handen en poppen. ‘Maar ze kijken niet hoe snel en hoe hard, en of de hond waarschuwt’, zegt dier-etholoog Matthijs Schilder van de Universiteit Utrecht. ‘Bovendien is het karakter van de hond niet het enige. Ook het gedrag van zijn baas telt.’
De huidige MAG-test is daarom volgens de deskundigen niet voldoende. De in de Kamer genoemde betrouwbaarheid van 81 procent klopt niet, zegt Van Sluijs. ‘Dat is een terugblik: het percentage bijtende honden waarvan voorspeld was dat ze bijten. Dat is wat anders dan vooruitkijken.’
Belangrijker is de positief voorspellende waarde, die aangeeft of een in de test agressief bevonden hond in de toekomst daadwerkelijk zal bijten. Dat is bij slechts 46 procent van de honden het geval. Dus zou 54 procent van de geteste honden onterecht worden afgemaakt. Van Sluijs en Schilder pleiten daarom voor een aangepaste MAG-test.
‘Alleen zal het lastig worden om die test te valideren’, zegt Schilder. ‘Want als de in de test agressief bevonden dieren moeten worden afgemaakt, zul je er nooit achter kunnen komen hoe goed de test is.’

Aangereden koala overleeft dolle autorit (Martina1)
Oudste zeehond wordt 50 (Martina1)

Vrouwtjesapen dominanter in groep met meer mannen (Martina1)
Kat- en muisspelletje zet Tirana drie dagen zonder stroom (Martina1)
In grote delen van de Albanese hoofdstad Tirana viel de elektriciteit drie dagen lang uit. De netbeheerder wijt het probleem aan een kat en een muis.
"Een kat achtervolgde de muis in het grootste elektriciteitsstation van Tirana, toen beide dieren tegen elektriciteitskabels liepen", aldus een officiële mededeling van het bedrijf. "Hierdoor viel een gedeelte van de hoofdstad 72 uur lang zonder stroom. Zoiets hebben we nog nooit gezien."
Albanezen klagen steevast over stroomonderbrekingen. Die teisteren het land al tientallen jaren en zijn doorgaans de schuld van het verouderde netwerk. De meeste huizen en winkels in Tirana gebruiken dan ook generatoren.
Weer tijgermuggen gesignaleerd (Martina1
Er zijn weer tijgermuggen gesignaleerd, meldt het Centrum voor Landbouw en Milieu. Zij zijn volgens het adviesbureau gevonden in kassen waarin de sierplant lucky bamboo die uit China is ingevoerd, wordt opgekweekt.
De mug, die knokkelkoorts kan veroorzaken, werd in Nederland voor het eerst in 2005 gesignaleerd. Wie door een geïnfecteerde mug wordt gestoken, kan symptomen krijgen als koorts, zware hoofdpijn, pijn in gewrichten en spieren, en soms uitslag. In een klein aantal gevallen verloopt de ziekte veel ernstiger en kan fataal zijn.
Het ministerie van Volksgezondheid heeft vorig jaar met een aantal plantenimporteurs afgesproken dat zij maatregelen nemen om te voorkomen dat eitjes en larven van de tijgermug zich in Nederland kunnen verspreiden. Ze kunnen de bamboeplantjes bijvoorbeeld isoleren na aankomst in Nederland en behandelen met een gewasbeschermingsmiddel.
Een paar maanden geleden meldde het ministerie nog dat de tijgermug sinds oktober niet meer was gezien. Maar sinds juni zijn op vier bedrijven weer enkele tientallen tijgermuggen gevangen, aldus CLM . Het concludeert daaruit dat de afspraken niet werken. Het wil dat minister Ab Klink van Volksgezondheid quarantaine van de plantjes invoert of de import stopzet.
De tijgermug is zoals zijn naam al doet vermoeden gestreept. Maar hij is niet bruin met gelige strepen, maar zwart met witte streepjes.
Foto van de dag (Martina1)
|
Foto van de dag |
Bosbeekjuffer
grazende geiten in Tunesië
meeuw
Bijtastisch
Passiebloem