grappige prenten (Ereli)




Ereli en Knudde
grappige prenten (Ereli)



Knuffelig en vasthoudend (Yradja)

Heel lief (Ereli en Knudde)

Grapjes (Ereli)
honden
Twee honden zijn verdwaald in de woestijn. Dan gromt een van hen: "Als we nou niet heel snel en boom tegenkomen, doe ik het in mijn broek."

sterk dier
Wat is het sterkste dier? De slak, want die draagt haar eigen huis

kip
Een kok is een kip aan het plukken. Hij stopt de kip in de pan, maar vergeet het vuur aan te steken. Na een kwartier komt de kip naar de kok gewandeld en zegt boos: "Zeg, nou geef je of mijn veren terug, of je steekt het vuur aan, want ik sterf van de kou!"

Ereli en Knudde


Vissen
Alle 25.000 bekende soorten vissen leven in het water. Ze zijn in de regel koudbloedige gewervelde dieren, ademen met kieuwen en zwemmen met behulp van vinnen. Terwijl zoogdieren, reptielen en amfibieën elk een aparte klasse binnen het dierenrijk vormen, bestaan de vissen uit drie klassen die zich duidelijk van elkaar onderscheiden: de kaaklozen, de kraakbeenvissen en de beenvissen.
Kaaklozen zijn de meest oorspronkelijke vissen. Het zijn de laatste overlevenden van de eerste gewervelden die op aarde leefden. Ze hebben schubben noch kaken en zijn ongeveer 300 miljoen jaar geleden ontstaan. Vandaag de dag bestaan er nog slechts één orde.
De eerste kraakbeenvissen ontwikkelden zich ongeveer 100 miljoen jaar later. Dit waren de voorouders van het momenteel meest gevreesde zeeroofdier, de haai. Zoals hun naam al aangeeft bestaat hun skelet uit kraakbeen, een materiaal dat op stijve gelatine lijkt en minder hard is dan been. Hun lichaam is met harde schubben bedekt. Zij missen een orgaan dat de meeste beenvissen wel bezitten: de met gas gevulde zwemblaas, die de vis het voortbewegen in het water vergemakkelijkt.
De beenvissen ontwikkelden zich tegelijkertijd met de kraakbeenvissen. Ze bezitten een skelet uit beenderen en vormen met ongeveer 20.000 soorten de grootste en bekendste klasse van vissen.
| CYCLOSTOMATA Kaaklozen |
![]() |
| MYXINI en PETROMYZONES Blinde prikken en prikken |
| CHONDRICHTHYES Kraakbeenvissen | ||
![]() SELACHII Haaien |
![]() RAJIFORMES Roggen |
![]() HOLOCEPHALI Chimaera's of spookhaaitjes |
| OSTEICHTHYES Beenvissen | ||
![]() ANGUILLIFORMES Aalachtigen |
![]() CLUPEIFORMES Haringachtigen |
![]() SILURIFORMES Meervalachtigen |
![]() SALMONIFORMES Zalm- en karperachtigen |
![]() LOPHIIFORMES Vinarmigen (zeeduivel, voelsprietvis) |
![]() PLEURONESCTIFORMES Platvissen (schol, bot) |
![]() PERCIFORMES Baarsachtigen |
![]() GASTEROSTEIFORMES Stekelbaarsachtigen (stekelbaarzen, zeepaardjes) |
Chlamydiose: kan de ogen van uw kat aantasten! (Ereli)
Reptielen en Amfibieen (Tante Lotte)
Reptielen en Amfibieën
Slangen en hagedissen, krokodillen en alligators, water- en landschildpadden vormen samen de klasse der reptielen, die nauw met de vogels en zoogdieren verwant zijn. Ze onderscheiden zich van hen in één belangrijk opzicht: ze zijn koudbloedig. Dat houdt in dat hun lichaamstemperatuur zich richt naar de omgevingstemperatuur. Daardoor zijn ze afhankelijk van de zon, die hen moet opwarmen zodat ze zich snel kunnen bewegen en hun normale lichaamsfuncties mogelijk zijn.
Reptielen zijn beter aan het leven op het droge land aangepast dan de amfibieën waarvan ze afstammen, doordat ze goed functionerende longen bezitten om te ademen. De voortplanting vindt plaats na een echte paring en de jongen ontwikkelen zich in eieren. Bij sommige soorten worden de eieren buiten het lichaam afgezet, terwijl ze zich bij andere, levendbarende soorten in de buik van het vrouwtje ontwikkelen. De huid van reptielen is dik en meestal voorzien van schubben en plaatjes, die glad of ruw kunnen zijn en waardoor ze tegen uitdroging beschermd worden. Reptielen bestaan al veel langer dan vogels en zoogdieren. De eerste verschenen ongeveer 300 miljoen jaar geleden. Terwijl vele soorten inmiddels uitgestorven zijn, hebben andere zich de laatste 200 miljoen jaar nauwelijks veranderd.
Amfibieën zoals kikkers, padden en salamanders behoren tot de minst ontwikkelde gewervelde dieren. Ze stammen van zeer sterk overeenkomstige wezens af die ongeveer 370 miljoen jaar geleden het land op kropen. Het woord 'amphibium ' betekent 'tweesoortig leven' en slaat op het feit dat deze dieren een deel van hun bestaan in het water en een deel op het land doorbrengen. Eieren worden in het water gelegd. Wanneer de jongen uit de eieren komen, hebben ze kieuwen om onder water mee te ademen. Eenmaal op het land gekomen, nemen longen de ademfunctie over. Amfibieën ademen ook dan nog altijd door de huid, wat verklaart waarom deze altijd vochtig moet zijn en aanzienlijk dunner en gladder is dan die van reptielen. Net als reptielen leggen amfibieën eieren. Bij de meeste soorten vindt echter de bevruchting buiten het lichaam plaats, waarbij eicellen en zaad samen uitgestoten worden.
| AMPHIBIA Amfibieën | ||
![]() GYMNOPHIONA Wormsalamanders |
![]() URODELA Salamanderachtigen |
![]() ANURA Kikvorsachtigen (kikkers en padden) |
| REPTILIA Reptielen | |||
![]() RHYNCHOCEPHALIA Brughagedissen |
![]() SQUAMATA Hagedissen en Slangen |
![]() CROCODILIA Krokodillen |
![]() CHELONIA Schildpadden (land- en waterschildpadden) |
Gedichtje (Tante Lotte)

Angstig gedrag bij honden (Cis-ka)
|
Angstig gedrag bij honden kent velerlei oorzaken maar ook diverse verschijningsvormen. Bij een angstige hond denkt u wellicht in eerste instantie alleen of vooral aan een hond die zijn staart tussen de poten drukt, een lage houding aanneemt en/of probeert te vluchten. Veel angstige honden vertonen inderdaad dit soort gedrag; deze vormen komen voort uit zogenaamde passieve verdedigende reflexen. Dat wil zeggen dat de hond wanneer hij zich bedreigd voelt, probeert de bedreiging uit de weg te gaan door zich zo klein en onderdanig mogelijk te tonen en/of door te vluchten.Maar: angst of onzekerheid bij honden kan zich ook uiten door het tegenovergestelde gedrag (actieve verdedigende reflexen). In dat geval toont de hond zich, wanneer hij zich bedreigd voelt, juist heel stoer. Hij gromt en/of blaft, de haren op zijn rug komen overeind, zijn staart staat hoog en de hond maakt zich zo groot mogelijk. U kunt dit vergelijken met sommige mensen, die zich heel stoer voordoen om hun eigen verlegenheid te "overschreeuwen". Bij honden is er bij dit gedrag vaak sprake van "geconditioneerde (=aangeleerde) dominantie". De hond toont zich dus heel dominant, terwijl hij eigenlijk heel onzeker of zelfs angstig is. Dit kan het gevolg zijn van een leerproces; de hond heeft dan meermalen ervaren dat de "bedreiger" afdruipt wanneer de hond zich dominant voordoet, dreigt aan te vallen of zelfs daadwerkelijk aanvalt. Vaak zien we bij een hond die geconditioneerd dominant gedrag vertoont, tegenstrijdige signalen. Bijvoorbeeld: zijn nekharen komen overeind (groot maken = dominant/actief verdedigend), maar zijn staart wijst naar beneden (klein maken = onderdanig/passief verdedigend). Angst bij honden kan voortkomen onder andere uit (een combinatie van):
|
![]() |
Wanneer u een hond heeft die angstig gedrag vertoont, dan raden wij u aan de hulp van deskundige gedragsbegeleiders in te schakelen wanneer dit gedrag van uw hond gepaard gaat met een hoge mate van stress en/of agressie. In dit geval kan (goed bedoelde) verkeerde begeleiding van de hond namelijk al snel leiden tot verergering van het probleem en tot ongelukken! |
|
Wanneer uw hond wel eens ergens bang voor is, zonder dat er sprake is van regelmatig terugkerende grote stress en/of agressie, dan heeft u wellicht iets aan de volgende adviezen:
Of angstig gedrag kan worden afgeleerd is vooral afhankelijk van de oorzaak. Wanneer de basis van de angst een slechte inprenting / socialisatie is, dan is de kans op verbetering klein (maar niet onmogelijk). Is de angst op latere leeftijd ontstaan, dan is in de meeste gevallen verbetering of zelfs "genezing" mogelijk. In sommige gevallen is het raadzaam om in geval van angsten gedragstherapie te ondersteunen met medicijnen, al dan niet op natuurlijke basis. Bach Bloesem Remedies bijvoorbeeld, hebben ons al heel vaak bewezen zeer effectief te kunnen zijn tegen allerlei angsten! Aanbevolen boeken over hondengedrag / hondengedragsproblemen (click op de titel voor meer informatie):
|

mopjes (Martina1, Ereli)


tinamoes (Cis-ka)
| Andere namen | stuithoenders |
| Wetenschappelijk | Tinamiformes; Tinamidae |
| Engels | tinamous |
| Verspreiding | Zuid-Amerika |
| Voedsel | kleine dieren; vruchten |
| Aantal soorten | 45 |
Tinamoes hebben kleine, rond vleugels en een plomp lichaam. Hoewel deze Zuid-Amerkaanse vogels kunnen vliegen, gaat het ze niet makkelijk af en geven ze de voorkeur aan lopen. Hun uithoudingsvermogen is niet groot. Bij gevaar vertrouwen ze op hun schutkleur en drukken ze zich plat op de bodem. Ze nestelen op de grond. De mannetjes broeden en hebben daarom ook een betere schutkleur dan de vrouwtjes.

Droge ogen ofwel KCS bij de hond en de kat (Tante Lotte)
|
Droge ogen ofwel keratoconjunctivitis sicca (= KCS) is een uitdroging van het hoornvlies KCS is een relatief veel voorkomende aandoening bij de oudere hond en mens. Hoewel de aandoening zowel bij kruisingen als bij rashonden en -katten wordt vastgesteld, zien we het vooral bij de kleine hondenrassen zoals de langharige Dashond, de West Highland White Terriër, de Yorkshire Terriër, de Cocker Spaniël, de Cavalier King Charles Spaniël, Pekinees, de Shih Tzu, de Lhasa apso, de Poedel en de Beagle. Tranen dienen vooral om het oog vochtig te houden. Bij elke knipperslag wordt het traanvocht in een dun laagje gelijkmatig over het oog verdeeld. Dit dunne laagje noemt men de traanfilm en dient het oog te beschermen tegen de buitenlucht. Sommige dieren produceren onvoldoende traanvocht om hun ogen voldoende vochtig te houden. Dit heeft tot gevolg dat de ogen gaan branden, jeuken of slijm afscheiden. Wat is de oorzaak van KCS? Zogenaamde droge ogen worden in ons leefklimaat zeer vaak veroorzaakt door het eigen lichaam van de hond of kat en door factoren van buitenaf. Door het ouder worden van de huid en slijmvliezen worden de ogen wat droger. Te droge lucht in huis, vervuilde lucht in de randstad en/of harde wind geven dan bij veel van de oudere dieren bovengenoemde klachten. Een andere belangrijke oorzaak bij de hond is een onvoldoende productie van tranen doordat de traanklieren worden vernietigd door het eigen lichaam. Overige oorzaken van droge ogen zijn
Hoe weet ik of mijn dier droge ogen heeft? Het hoornvlies heeft een dof aspect en de slijmvliezen van het oog en de oogleden zijn rood.
De dierenarts kan de hoeveelheid traanproductie meten door een strookje vloeipapier om het onderste ooglid te leggen. Wat is de behandeling van KCS?
Voor de behandeling van een ernstige KCS is meer nodig, dan alleen het vochtig houden van de ogen met oogdruppels. De pussige ooguitvloeiing moet met het slijmverdunnende middel acetylcysteïne en een steriele fysiologische zoutoplossing worden opgelost en uitgespoeld, waarna een zalf met antibioticum en vitamine A op de ogen wordt aangebracht. Bij katten en honden met totaal geen traanproductie of die slecht te hanteren zijn, kan een operatie worden overwogen, waarbij de speekselafvoerbuis wordt omgeleid naar het oog. Er dient dan echter wel een normale speekselproductie te bestaan. Deze "ductus parotis transpositie" zorgt dat het oog met speeksel wordt bevochtigd, waardoor de ogen niet vele malen daags gedruppeld hoeven te worden. Wat is de prognose van KCS? Zolang de ogen goed vochtig worden gehouden: goed. Bij een chronische KCS treedt vaak wel enig herstel van de traanproductie op, maar meestal geen volledig herstel. Dit betekent: levenslang 2 tot 8 maal daags medicatie en de ogen regelmatig door de dierenarts laten controleren. De kat heeft over het algemeen een betere prognose dan de hond |
Slapende dieren (Ereli)| home vorige volgende zoeken vragen colofon |
| |||
| Homepage > Slapende dieren | ||||
Ieder dier dat ooit onderzocht is, slaapt, al hangt het er vanaf wat je precies onder slaap verstaat. In ieder geval kennen ze rustperioden die iedere dag op ongeveer dezelfde momenten terugkeren. Hoeveel ze slapen, en wanneer, verschilt van soort tot soort. De verschillen zijn groot, ook wanneer je verwante soorten bekijkt. Er zijn knaagdieren die kort slapen en er zijn ook langslapers bij. Hetzelfde geldt voor aapachtigen: sommige zijn slaapkoppen, anderen slapen juist heel weinig. Kleine dieren de grootste slapers De enige echte trend die we in het dierenrijk vinden is: hoe groter het dier, hoe minder slaap het nodig heeft. Olifanten en giraffen slapen maar een paar uur per dag. Katten en ratten zijn het grootste deel van de dag aan het slapen. De precieze reden hiervoor is onduidelijk, maar heeft misschien te maken met energiebesparing. Hoe kleiner een dier is, hoe meer energie het in verhouding nodig heeft om te functioneren. Tijdens de slaap vertraagt het metabolisme, waardoor het energieverbruik afneemt. Toch zegt grootte, zoals gezegd, ook niet alles. Er zijn veel uitzonderingen op de regel. Vaker per dag Mensen slapen één keer per etmaal, meestal ´s nachts, gedurende acht uur min of meer aaneengesloten. Bij de meeste dieren is het anders. Ze slapen wel overwegend ´s nachts (of bij nachtdieren: overdag), maar in kortere perioden. Ook doen ze overdag wel eens een kort dutje. Veel mensen doen trouwens ook wel eens een dutje overdag, dus misschien is het feit dat wij dat normaal niet doen meer een kwestie van cultuur dan natuur. Ook dieren dromen Wanneer ratten in een laboratorium worden uitgerust met electroden, kan worden aangetoond dat ze in hun dromen herbeleven wat ze overdag meemaken. Die electroden meten de activiteit van de hersenen dag en nacht. De ratten worden getraind om een parcours af te leggen, met aan het eind van de speurtocht een beloning in de vorm van een lekker hapje.s Nachts blijkt de hersenactiviteit tijdens de REM-slaap vaak precies hetzelfde patroon weer te geven als toen de rat de taak daadwerkelijk uitvoerde. Hij droomt s nachts van het parcours. Vrijwel alle warmbloedige dieren zoogdieren en vogels kennen de REM-slaap. Ze dromen dus misschien ook allemaal.
Jonge dieren Net als bij mensen blijken de meeste warmbloedige jonge dieren veel slaap nodig te hebben. In de loop van het leven neemt die behoefte langzaam af. Het verschil gaat net als bij mensen vooral ten koste van de REM-slaap. Kennelijk is deze slaaptoestand vooral voor dieren die nog groeien en waar de hersenen zich dus nog van ontwikkelen bijzonder belangrijk. | ||||
Nestelpokken (Cis-ka)


Vogels (Cis-ka)

Vogels zijn net als zoogdieren warmbloedige gewervelde dieren met longen en een hart met twee boezems en twee kamers. Als lichaamsbeharing bezitten ze als enige groep in het dierenrijk een verenkleed. Alle vogels planten zich voort door het leggen van eieren.
Bijna alle vogels zijn aan het leven in de lucht aangepast. Ze hebben speciale lichaamsvoorzieningen, die het mogelijk maken om te vliegen. Daartoe behoort, dat ze in verhouding tot hun grootte een relatief gering gewicht bezitten, doordat hun beenderen dunwandig zijn en met lucht gevulde holle ruimten hebben. Tegelijkertijd zijn hun bovenste ledematen verlengd en tot vleugels omgevormd.
In plaats van zware kiezen en tanden in de kaak hebben ze een lichte snavel en hun snelle verteringssysteem zorgt ervoor dat het voedsel niet lang in het lichaam verblijft. De voorste ledematen hebben zich ontwikkeld tot vleugels en zijn bedekt met waterafstotende, lichte veren. Sterke vliegspieren, die aan het verlengde borstbeen hechten, dragen zorg voor voldoende kracht om te vliegen; deze alleen kunnen minstens 15% van het lichaamsgewicht uitmaken van een vogel die kan vliegen. De oudst bekende vogel leefde ongeveer 150 miljoen jaar geleden. Vogels stammen van reptielen af en hun veren hebben zich uit de typische reptielenschubben ontwikkeld. Er zijn overigens ook enkele wetenschappers die beweren dat vogels van dinosaurussen afstammen.
| AVES Vogels | ||||
![]() APTERYGIFORMES Kiwi's |
![]() STRUTHIONIFORMES Struisvogels |
![]() RHEIFORMES Nandoes |
![]() CASUARIIFORMES Casuarisvogels (casuarissen en emoe's) |
![]() TINAMIFORMES Stuithoenders |
![]() PODICIPEDIFORMES Futen |
![]() SPHENISCIFORMES Pinguins |
![]() GAVIIFORMES Zeeduikers |
![]() PICIFORMES Spechtvogels (spechten, baardvogels, toekans) |
![]() TROGONIFORMES Trogons |
![]() PELECANIFORMES Pelikaanachtigen (pelikanen, aalscholvers, fregatvogels) |
![]() CICONIIFORMES Waadvogels (ooievaars, reigers, falmingo's) |
![]() ANSERIFORMES Eendachtigen |
![]() CULUMBIFORMES Duifachtigen |
![]() FALCONIFORMES Roofvogels (adelaars, haviken, gieren, valken) |
![]() GALLIFORMES Hoendervogels en hoatzins |
![]() GRUIFORMES Kraanvogelachtigen |
![]() CHARADIFORMES Steltlopers, meeuwen en alken |
![]() CAPRIMULGIFORMES Nachtzwaluwachtigen (nachtzwaluwen en vetvogels) |
![]() COLIIFORMES Muisvogels |
![]() PROCELLARIIFORMES Stormvogelachtigen (albatrossen, stormvogels, pijlstormvogels) |
![]() PSITTACIFORMES Papegaaien |
![]() APODIFORMES Gierzwaluwachtigen (gierzwaluwen, kolibries) |
![]() CORACIIFORMES Scharrelaarvogels (ijsvogels, neushoornvogels, hoppen, scharrelaars) |
![]() CUCULIFORMES Koekoekvogels (koekoeken, toerako's) |
![]() STRIGIFORMES Uilen |
![]() PASSERIFORMES Zangvogels | |||
Wij moeten anders gaan leven (Tante Lotte)
Wij moeten anders gaan leven
Sinds de mens de heersende en meest succesvolle soort op aarde is geworden, is hij door dit succes begonnen het milieu te veranderen en daarmee ook de levensomstandigheden van andere levensvormen. Honderden jaren lang kapten we zorgeloos hier een boom, wierpen daar ons afval neer, lieten gevaarlijke gassen in de atmosfeer ontsnappen, jaagden en doodden wilde dieren, visten ze uit de zeeën weg en realiseerden ons geen moment dat onze wereld daardoor in één of andere vorm zou kunnen veranderen. Nu pas dringt het langzaam tot ons door, dat we bezig zijn de aarde en haar bewoners te vernietigen als we al deze dingen als voorheen blijven doen.
Inmiddels hebben we door onze levensstijl het natuurlijk evenwicht in aanzienlijke mate verstoord en zijn er processen in gang gezet, die mogelijk verwoestende gevolgen hebben voor het toekomstig leven op onze planeet. Pas nu beginnen we te begrijpen dat alles wat we doen wereldomvattende gevolgen kan hebben. Met de verbranding van fossiele stoffen zoals kolen, en het kappen van gigantische bosgebieden dragen we bij tot de opwarming van de aarde. De geringste stijging van de aardtemperatuur kan echter tot veel grotere extremen in de weersomstandigheden leiden dan we op dit moment kennen. Dit zou bijvoorbeeld gigantische overstromingen tot gevolg kunnen hebben door het smelten van de poolijskappen. Bovendien moeten we beseffen dat het meeste wat we weggooien in feite niet verdwijnt, of het nu afval in zee betreft of gassen in de atmosfeer. Vaak ontstaan op deze manier grote hoeveelheden andere giftige stoffen, die het natuurlijk evenwicht op een manier aantasten die we nog niet begrijpen.
Iedere verandering die we in één of ander deel van onze wereld teweegbrengen, heeft negatieve gevolgen voor de inheemse planten en dieren. Door de vernietiging van leefgebieden waarin specifieke dieren- en plantensoorten leven, bedreigen we deze onafwendbaar met uitsterven. Het is nog erger: we vernietigden - en doen het nog steeds - een hele reeks van diersoorten, doordat we ze gewetenloos gejaagd en gedood hebben enkel en alleen om ons zaken te verschaffen die we even makkelijk op een andere, minder destructieve wijze hadden kunnen verkrijgen. Als we deze destructieve manier van leven op willen geven, is het absoluut noodzakelijk om ten aanzien van de aarde en onze medebewoners daarop een totaal andere instelling te ontwikkelen.
ZOOGDIEREN (Tante Lotte)
ZOOGDIEREN
De groep zoogdieren vormt de bekendste klasse van het dierenrijk, in het bijzonder omdat wij er zelf toe behoren evenals de dieren waarmee we het meest vertrouwd zijn. De zoogdieren worden in drie subklassen onderverdeeld: hogere zoogdieren (Placentalia ), waarvan de jongen ver ontwikkeld ter wereld komen; buideldieren (Marsupialia ), waarvan de jongen in embryonale toestand geboren worden en die hun ontwikkeling in de buidel van de moeder voltooien; en eierleggende zoogdieren of snaveldieren (Monotremata ).
Zoogdieren zijn gewervelde dieren met borstklieren, lichaamsbeharing en vier ledematen, die bij de meeste zeezoogdieren tot vinnen zijn omgevormd. Ze ademen via de longen en zijn warmbloedig, dat wil zeggen dat hun lichaamstemperatuur min of meer constant blijft, onafhankelijk van de omgevingstemperatuur waarin ze zich bevinden. Ze bezitten een goed functionerende bloedsomloop en een hart met twee boezems en twee kamers.
Zoogdieren planten zich door bevruchting tussen mannetjes en vrouwtjes voort. Met uitzondering van de Monotremata ontwikkelen de jongen zich in de baarmoeder van het vrouwtje. De jongen leven van de moedermelk. Zoogdieren komen sinds ruim 200 miljoen jaar overal op aarde voor, waarbij de grootste diversiteit van soorten ongeveer 15 miljoen jaar geleden voorkwam. Tegenwoordig bestaan er ongeveer 4000 verschillende soorten, waarvan ongeveer de helft uit knaagdieren bestaat. De grootste dieren die momenteel op aarde leven, zoals de reusachtige walvissen en olifanten, zijn zoogdieren. De blauwe vinvis is het grootste dier dat ooit heeft geleefd.
EUTHERIA
Placentalia
HOGERE ZOOGDIEREN
![]() | |||
| INSECTIVORA Insekteneters |
DERMOPTERA Huidvliegers |
CHIROPTERA Vleermuizen |
PRIMATES Primaten |
![]() | |||
| PHOLIDOTA Schubdieren |
LAGOMORPHA Hazen en fluithazen |
RODENTIA Knaagdieren |
CARNIVORA Roofdieren |
![]() | ||||
| PROBOSCIDEA Slurfdieren |
HYRACOIDEA Klipdassen |
SIRENIA Zeekoeien |
PERISSODACTYLA Onevenhoevigen |
ARTIODACTYLA Evenhoevigen |
![]() | |||
| CETACEA Walvissen |
EDENTATA Tandarme dieren |
PINNIPEDIA Zeeroofdieren |
TUBULIDENTATA Aardvarkens |
| PROTOTHERIA Monotremata |
![]() |
| EIERLEGGENDE ZOOGDIEREN |
| METATHERIA Marsupialia |
![]() |
| BUIDELDIEREN |
Weetjes (Tante Lotte)

De lichaamstemperatuur van onze gezelschapsdieren kan onder diverse omstandigheden iets afwijken van bovenstaand staatje. Zo kunnen enkele dieren zich in de wachtkamer dusdanig opwinden dat de temperatuur hoger ligt. Bij hond en kat gaat men doorgaans pas echt van koorts uit als de temperatuur boven de 39 graden ligt (opnemen via de anus). Doorgaans ligt de temperatuur bij kleine rassen hoger dan bij grote. Let bij konijnen op dat zij niet in de felle zon staan: deze zijn gevoelig voor hitteslag, wat fataal kan blijken. Pas ook op met zon bij (gedeeltelijk) witte dieren; deze lopen gemakkelijk zonnebrand op.

| levenscyclus | |||
|---|---|---|---|
| dier (soort) | geslachtsrijp (weken) | draagtijd (dagen) | levensduur (jaren) |
|
cavia
chinchilla
fret
gerbel
hamster
hond
kat
konijn
muis
rat |
9
20-25
24-36
9-12
4-7
25-50
25
20-42
6-7
6-10 |
60-75
105-115
42
24-26
15-17
64-66
61-69
30-35
19-24
18-23 |
6-8
15-20
6-9
3-5
2-3
6-17
13-22
5-9
2
2-3 |
Binnen een diersoort kunnen bovenstaande waarden per ras wat variëren. Zo leven grote honden doorgaans korter dan kleine. Bovendien zal bijvoorbeeld een fret in de natuur veel minder lang leven dan zijn soortgenoot als huisdier. Uitzonderingen zullen er altijd zijn: zo worden sommige mensen ook meer dan 100 jaar oud....
Hartwormen bij hond en kat (Tante Lotte)
|
Hartwormen bij hond en kat |
|
Hartvormen zijn, de naam zegt het inderdaad al, wormen die zich in het hart kunnen bevinden bij hond- en katachtigen. Levenscyclus van de hartworm Ziektebeeld Diagnose Voorkoming Behandeling dierenarts/parasitoloog Via Hofstadklanken Uit Over Dieren |
Uilen (Ereli)
| Uilen | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
Ruigpootuil (Aegolius funereus ) | |||||||
| Taxonomische indeling | |||||||
| |||||||
| Orde | |||||||
| Strigiformes Wagler , 1830 |
De orde uilen (Strigiformes) bevat de volgende twee families:
Zij hebben een rond, afgeplat gezicht met grote naar voren gerichte ogen die vast in de schedel staan. Om dus in diverse richtingen te kunnen kijken moet de uil steeds de kop draaien, wat uilen dan ook zeer goed kunnen. Ze hebben een haaksnavel en krachtige klauwen aan hun poten, die vaak dicht bevederd zijn. Uilen hebben grote ogen die helpen een prooi in het donker te ontdekken. Zij vliegen vaak geruisloos door de nacht op zoek naar prooidieren, zoals muizen . Overdag wordt een slapende uil soms aangevallen door kleinere vogels, die hem proberen te verjagen. Uilen nestelen in een holle boom, op de grond of in gebouwen.
Inhoud[ verbergen ] |
Uilen hebben een bijzonder goed gehoor. Ze zijn in staat om bij complete duisternis hun prooi te vinden. In een experiment wisten ze in 13 van de 17 gevallen een muis te vangen die in een compleet donkere kamer was losgelaten.
Bij een aantal geslachten van de uilen is er sprake van asymmetrie in de ooropeningen. De oren van uilen bestaan uit een ooropening, in sommige soorten bedekt met een oordeksel (operculum ). De oren moeten niet verward worden met de oorpluimen die uilen zoals de ransuil hebben, oorpluimen worden door veren gevormd, en zitten ook niet op de plaats waar de ooropeningen zitten.
De asymmetrie van de oren bij uilen bestaat eruit dat de ooropeningen links en rechts niet op dezelfde hoogte zitten. Ook de vorm van de ooropening (in de huid, maar ook in de schedel) en van het oordeksel kan links en rechts verschillen. De functie van deze asymmetrie is een betere bepaling van de richting waar geluiden vandaan komen voor de verticale component. Het mechanisme werkt vergelijkbaar met de horzontale plaatsbepaling: geluiden uit een bepaalde richting komen iets eerder aan bij het ene oor. Uilen kunnen een verschil tot 30 microseconden in aankomsttijd tussen beide oren waarnemen (een microseconde is een miljoenste seconde).
Om de informatie te verwerken is het deel van de hersenen wat met horen in verband staat bij uilen veel groter dan bij andere vogels. Uilen vormen een plattegrond van de omgeving op basis van geluidsinformatie, zoals mensen dat doen met visuele informatie. Uilen hebben een gebied in de middenhersenen met ongeveer 10.000 neuronen dat net zo georganiseerd als de visuele cortex . De activiteit van de neuronen in dat gebied is geassocieerd met geluid uit een specifieke richting.
Dieren met verticaal symmetrisch geplaatste oren zijn soms ook zeer goed in staat zijn om de bron van een geluid te bepalen, ook verticaal. Ze gebruiken dan echter een volstrekt ander mechanisme voor verticale plaatsbepaling.
De oudst gevonden fossiele uilen zijn uit het Paleoceen (65 tot 56 miljoen jaar geleden, de periode na het massaal uitsterven als gevolg van de meteoriet van Chicxulub ). Berruornis is bekend uit Europa en Ogygoptynx 1 uit Noord-Amerika. Andere oude fossielen zijn enkele soorten uit de nu uitgestorven familie Protostrigidae , geslachten Protostrix en Eostrix .
Resultaten van genetisch onderzoek wijzen erop dat de uilen zich ongeveer 80 miljoen jaar geleden hebben afgesplitst van andere vogels. Ze hebben een gemeenschappelijke voorouder met de nachtzwaluwachtigen (Caprimulgiformes).
Het oudst gevonden fossiel van de kerkuilen (Tytonidae) dateert van 58 miljoen jaar geleden. De familie van kerkuilen lijkt eerder ontstaan te zijn dan de Strigidae , het oudst gevonden fossiel van deze familie dateert van 40 miljoen jaar geleden.
Op Cuba leefde tot 8-10 duizend jaar geleden een uil die bijna een meter groot was, Ornimegalonyx oteroi . Deze uil had lange poten, als een loopvogel, maar was waarschijnlijk nog wel in staat om te vliegen.
Uilen zijn de enige dieren waarbij asymmetrisch geplaatste oren zijn gevonden2. Omdat de asymmetrie bij verschillende geslachten zo verschilt, gaan onderzoekers ervan uit dat deze asymmetrie in de verschillende geslachten onafhankelijk van elkaar is geëvolueerd (zie ook convergente evolutie ). Er zijn ook uilen waarbij de oren wel symmetrisch zijn geplaatst, en het blijkt dat deze uilen niet graag in complete duisternis vliegen. Uilen met asymmetrische oren hebben daar geen problemen mee.
Asymmetrische oren komen voor bij alle soorten van de geslachten Tyto en Asio en bij enkele soorten van onder meer de geslachten Bubo , Strix en Aegolius . Het is denkbaar dat bij de "symmetrische" uilen de asymmetrie verloren is gegaan. De asymmetrie bij de verschillende groepen is echter zodanig verschillend dat wordt aangenomen dat het in elke groep onafhankelijk is ontstaan. Het opmerkelijke is dat dat dan minstens vier en maximaal zeven maal in gebeurd.
De auteurs van "Ecology and conservation of Owls" concluderen dat de asymmetrie in vijf fylogenetische lijnen onafhankelijk van elkaar is ontstaan.
1). De juiste naam van dit fossiel is Ogygoptynx wetmorei In sommige publicaties wordt echter ook Ogygopteryx wetmorei gebruikt.
2). Asymmetrische oren zijn ook gevonden bij de humboldt pinguin. Zie Martin en Young, The eye of the humboldt penguin, Spheniscus humboldti: visual fields and schematic optics. Proc. R. Soc. Lond. B 233, 197-222 (1984).