Naar de inhoud

mailgroep huisdieren

akke.beakke.be
Hallo bezoeker, welkom op het blog van de Mailgroep Huisdieren, een hechte groep Dierenvrienden-SeniorenNetters, die er zijn voor, door en met elkaar. Op dit blog kunnen jullie kennismaken met onze dieren, tips vinden over de verzorging en de gezondheid van de dieren, dierengedichten en dierenartikels lezen, werkjes in verband met dieren bekijken, enz. Veel kijk- en leesplezier!

Archief

Heupdysplasie bij de hond

H EUP D YSPLASIE
Heupdysplasie of kortweg HD genoemd is een veel voorkomende aandoening van het heupgewricht bij honden en kan sporadisch ook bij katten voorkomen. Erfelijkheid is een belangrijke factor bij deze ziekte, maar ook omgevingsinvloeden tijdens de opgroeiperiode van het dier spelen een belangrijke rol.

Het heupgewricht bestaat uit 2 delen : de gewrichtsbol (femurkop ) van het dijbeen past in de gewrichtskom (acetabulum ) van het bekken. Beiden worden samen gehouden door een gewrichtsband en het gewrichtskapsel dat het gewricht helemaal omgeeft. Bovendien is er dan nog 'uitwendige' hulp van de omgevende spieren om de beide delen van het gewricht netjes bij elkaar te houden zodat het gewricht optimaal functioneert.

Bij een normaal dier is er een perfecte aansluiting tussen de gewrichtsbol en de gewrichtskom, maar in het geval van heupdysplasie, is deze aansluiting minder goed door bvb. te slappe gewrichtsbanden en -kapsel of een slecht gevormde gewrichtsbol of -kom. Het resultaat is dat het gewricht bij belasting veel minder stabiel zal zijn en er daardoor een schuivende beweging ontstaat, waarbij de femurkop over de rand van het acetabulum gaat 'krassen' en er bovendien spanning ontstaat op het gewrichtskapsel.

Dit alles brengt ontsteking , pijn en degeneratieve veranderingen aan het bot met zich mee en het resultaat is dikwijls dat de aansluiting steeds minder en minder goed wordt en het probleem alleen maar erger wordt. Maar : door deze veranderingen zal er ook 'verstijving' optreden rond het gewricht en dit is eigenlijk het natuurlijk proces dat het dier moet proberen te helpen om zijn probleem onder controle te houden. Door de verstijving wordt de aansluiting immers bevorderd en kan het zijn dat een dier met HD na een periode van pijn, slappe gang of andere problemen tijdens zijn jeugd, uiteindelijk relatief weinig problemen laat zien als hij volwassen is. Meestal is het echter zo dat, naarmate de jaren vorderen, deze dieren toch geleidelijk terug meer en meer pijn en problemen krijgen en dat veel medicatie, voedingsupplementen of zelfs bvb. acupunctuur nodig zijn om het dier als 'senior' een aanvaardbare levenskwaliteit te bieden.

Symptomen

Bij een hond met ernstige heupdysplasie zal het probleem meestal al op jonge leeftijd (6-12 maand) te voorschijn komen. De symptomen kunnen variëren van unilaterale kreupelheid naar slappe gang, duidelijk pijnlijke heupen, gewicht naar de voorbenen plaatsen, opgebolde rug, abnormale stijfheid na neerliggen, etc.

Opsporing verzocht !

Het is een feit dat heupdysplasie vroeg of laat een ernstig en pijnlijk probleem vormt voor de patiënt en bovendien is de aandoening in bepaalde mate erfelijk en gekoppeld aan omgevingsinvloeden tijdens de opgroeifase van het dier. Het zal dus niet alleen belangrijk zijn om het probleem tijdig en dus op jonge leeftijd te onderkennen, zodat dan tijdig advies kan gegeven worden, maar ook om de erfelijke invloed te minimaliseren door niet met HD-positieve dieren te gaan fokken. Daarom werden bijna overal ter wereld programma's opgezet om toekomstige ouderdieren te laten testen vooraleer ze gebruikt worden in de fokkerij.

De meest klassieke manier om deze aandoening op te sporen is het maken van een röntgenfoto in ruglig, waarbij een perfecte positionering van de patiënt en een hoge kwaliteit van het beeld absolute vereisten zijn. Het onderzoek is gemakkelijk en snel uit te voeren onder een kalmeringsprik of een lichte verdoving.

Het probleem is hier echter dat de kans groot is dat je de aandoening pas ziet als er al duidelijke veranderingen aan het gewricht opgetreden zijn en dat een jonge hond schijnbaar goede heupen heeft, maar je niet kan vaststellen dat de aansluiting in het gewricht absoluut onvoldoende is door een te slappe gewrichtsband en/of gewrichtskapsel. Dit kan je wel nagaan door een 'ortolani-test' uit te voeren bij een hond in ruglig : hierbij wordt er op een dusdanige manier druk uitgeoefend op de heup en terzelfdertijd een kantelende beweging gemaakt, dat de onderzoeker kan voelen of die heup instabiel is en dus gemakkelijk 'uit de kom' springt. Maar, door zijn aard laat deze methode geen objectieve meting toe en daarom werd aan de Universiteit van Pennsylvanië een nieuwe methode ontwikkeld (PennHIP) waarbij niet alleen rekening gehouden wordt met het röntgenbeeld van de heup, maar ook de laxiteit in het gewricht gemeten wordt.

Behandelingen ??

Voorkomen is beter dan genezen : bij het aanschaffen van een pup van een ras waarin problemen met HD voorkomen (behalve de Greyhound is dit het geval voor zowat alle grotere rashonden en kruisingen ervan), is het belangrijk om te kijken naar de heupdysplasie-score van de ouders . Let op : dit is geen garantie dat de pup geen HD zal ontwikkelen, want naast de erfelijkheid zijn er nog veel andere factoren die een rol kunnen spelen bij het al of niet ontwikkelen van heupdysplasie. Zowat alle factoren die een invloed hebben op de belasting van het heupgewricht zijn mede bepalend (gewicht, beweging etc., voeding). Laat een opgroeiende hond dus niet te zwaar worden !!!!

Wat je met 'beweging ' moet doen is iets moeilijker uit te maken, want enerzijds is beweging goed voor de ontwikkeling van de spieren en helpen sterke spieren de aansluiting in de heup te bevorderen, maar anderzijds kan te veel beweging er oorzaak van zijn dat de gewrichtsband en -kapsel bij een instabiele heup te veel belast worden en daardoor steeds meer uitrekken en het gewricht minder en minder stabiel wordt. Het zal dus zaak zijn om 'gezonde beweging' te doen : lange wandelingen waarbij overdreven snelheid vermeden wordt (aan leiband of aan de voet houden !), lopen naast de fiets (tempo beperken !) en zwemmen zijn een uitstekende training, maar springen, hellingen en trappen worden best vermeden.

Als uw hond dan toch duidelijke HD heeft, dan moet je sowieso met bovenstaande maatregelen rekening houden, maar indien hij er te veel pijn of problemen door heeft, zal natuurlijk een verdergaande behandeling nodig zijn. Deze kan bestaan uit behandeling met medicatie om de pijn weg te nemen of de smering in het gewricht te bevorderen, voedingsupplementen om de ontwikkeling van het beenderstelsel en de gewrichtsbanden te stimuleren etc.

In een aantal gevallen kan een operatie nodig zijn en daar zijn heel veel verschillende methodes voor beschreven waarvan de bekkenkanteling tegenwoordig de meest courante techniek is. Hierbij wordt de gewrichtskom van de heup op 3 plaatsen los gemaakt van het bekken en zo gekanteld dat de stabiliteit in het heupgewricht bij normale activiteit enorm toeneemt. Alternatieven kunnen gaan van het ontzenuwen van het heupgewricht of zelfs het wegnemen van de heupkop als budgetvriendelijke oplossingen tot het plaatsen van een volledige kunstheup .
(Dierenkliniek de Bosdreef)


Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door mailgroep om 14:10 Reageer op dit bericht

PennHip helpt heupdysplasie opsporen

De resultaten van het traditionele röntgenologisch onderzoek om de aanleg voor heupdysplasie of de aanwezigheid van te instabiele heupen te voorspellen zijn teleurstellend. Ondanks het feit dat fokhonden al generaties lang geselecteerd worden met een röntgenologisch onderzoek is bij veel rassen heupdysplasie nog altijd een groot probleem, . Dit is oa. het gevolg van het feit dat heupen er op de standaard-röntgenopname op jonge leeftijd soms schitterend uit kunnen zien, terwijl ze toch erg instabiel zijn en de hond vroeg of laat problemen zal ontwikkelen. Ondertussen kunnen dergelijke honden al te goeder trouw in de fokkerij gebruikt zijn.

De PennHIP methode is ontwikkeld door Dr. Gail Smith van de universiteit van Pennsylvania in de Verenigde Staten om heupdysplasie beter te kunnen opsporen in zijn verschillende vormen.

Waar het klassieke röntgenologische onderzoek pas kan uitgevoerd worden bij honden vanaf één of anderhalf jaar, kan dit onderzoek reeds uitgevoerd worden bij honden vanaf een leeftijd van 16 weken .

Naast de klassieke röntgenopname (links) ter beoordeling van de aanwezigheid van botveranderingen, moeten bij de PennHIP methode nog 2 aanvullende opnamen gemaakt worden. Met de PennHIP distractie opname wordt, met behulp van een zogenaamde distractor, tijdens de opname de kop maximaal uit de kom gedrukt (midden : distractie-opname ). Door deze opname te vergelijking met een foto waarbij de kop en de kom juist in elkaar gedrukt worden (rechts : compressie-opname ), kan de zogenaamde distractie index op een objectieve manier bepaald worden. Deze distractie index blijkt een goede maat te zijn voor de kans op het ontstaan van HD op latere leeftijd.


Hoe verloopt een PennHip onderzoek ?

Voor het nemen van de PennHip foto's is het van belang dat het dier volkomen ontspannen op tafel ligt. Om die reden, en ook voor het comfort van de patiënt, wordt het onderzoek onder een kortwerkende, lichte verdoving uitgevoerd. Er worden dan minimum 3 verschillende röntgenopnamen gemaakt die voor de beoordeling naar het Pennhip centrum in Amerika opgestuurd moeten worden.

Nadat de röntgenopnamen door de Pennhip-organisatie beoordeeld zijn, worden de resultaten naar de dierenarts en de eigenaar van de hond opgestuurd. Hierin staat oa. de distractie-index vermeld en dat is een getal dat tussen 0 en 1 zit. Een nul betekent een zeer goed resultaat, een 1 is dramatisch slecht. Hoe groter de distractie-index, hoe groter de kans dat de hond vroeg of laat heupdysplasie zal ontwikkelen. Bovendien krijg je bij de resultaten een indicatieve ranking van waar uw hond zich tussen zijn rasgenoten ongeveer bevindt mbt. de kwaliteit van zijn heupen. Zo kun je zien of uw hond zich bvb. bij de 10% beste van het ras bevindt, of dat hij bvb. veel slechter scoort dan het gemiddelde.

Ondertussen zijn er al verschillende verenigingen die deze methode gebruiken ipv. het klassieke onderzoek. Eigenlijk zit dit klassieke onderzoek nog altijd in de Pennhip methode verwerkt, maar levert de Pennhip methode een belangrijke en waardevolle aanvulling om een betere evaluatie te krijgen. Het is dan ook de verwachting dat steeds meer organisaties naar dit systeem zullen overschakelen in de toekomst. Ook door het feit dat een betere beoordeling reeds kan gebeuren op de leeftijd van 16 weken , is deze methode voor de fokkers absoluut aan te raden.

Mag iedere dierenarts Pennhip-testen uitvoeren ?

Nee, als dierenarts moet je gecertificeerd zijn om deze testen te mogen uitvoeren. Het kan pas nadat je een cursus gevolgd hebt en nadien een praktische test met goed resultaat afgelegd hebt. Het distractie-apparaat dient bij de Pennhip-organisatie aangekocht te worden en heeft een individueel nummer om fraude tegen te gaan.

In Dierenkliniek De Bosdreef hebben zowel Dr. Paul De Baerdemaeker, als Dr. Kris Camps deze test met een goed resultaat afgelegd en sinds februari 2006 kunnen we deze extra service aan onze klanten leveren.

Meer info : www.pennhip.org .

Foto : met dank aan de heren om ons met hun trouwe viervoeters te ondersteunen voor de Pennhip-examen sessie (december 2005).
(Dierenkliniek De Bosdreef)
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door mailgroep om 14:08 Reageer op dit bericht

Een hond... ? JA! Die bijt ...? NEEN

bron : Informatiebrochure

FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de voedselketen en Leefmilieu.

Hoe optreden tegen een agressieve hond ?

Bij de eerste tekenen van agressiviteit bij uw pup of hond zou u een dierenarts moeten raadplegen. Wacht niet tot de hond bijt, want gedragstoornissen kunnen beter worden voorkomen dan genezen.

Wat zijn die tekenen ?

  • uw hond knapt, bijt of gromt wanneer u hem benadert, met hem speelt of hem borstelt
  • uw hond knapt, bijt of gromt wanneer iemand (uzelf, een kind, eender wie) hem wil strelen
  • uw hond gromt wanneer iemand (een kind of eender wie) hem of u benadert
  • uw hond gaat personen in beweging achterna (renners, fietsers, joggers)
  • uw hond valt uit naar andere honden
  • uw hond heeft u of iemand anders gebeten

Herkent u de dreigende lichaamstaal van uw hond ?

  • bij dominante honden die klaar staan om aan te vallen : kop en staart geheven, oren gespitst, rugharen overeind, lippen opgetrokken, de blik recht op de tegenstander gericht
  • bij bange honden : gedrukte lichaamshouding, oren plat, staart tussen de poten, soms ontblootte tanden en naar achter getrokken mondhoeken. Ze kunnen echter onmiddellijk bijten uit angst.
Waarom bijten honden ?

Om allerlei redenen. Sommige agressieve gedragingen maken deel uit van het normale gedrag van honden. Ondanks zijn socialisatie blijft een hond immers een dier dat kan bijten :

  • om zijn territorium te verdedigen
  • om zijn pups te beschermen
  • om te domineren, uit vrees, uit bezitsdrang of door jachtinstinct
  • uit irritatie (plagerijen door een kind, pijn …)

Hou hier rekening mee !!!

Hoe ongevallen vermijden ?

* Honden moeten worden opgevoed. Een hond wordt gehoorzaam, evenwichtig en sociaal als hij van jongsaf (tussen 3 en 12 weken) went aan sociale situaties : aanwezigheid van vreemden, van kinderen, van een massa volk, van mensen in beweging, van andere dieren, van lawaai, …

* Van bij zijn opname in het gezin moet het baasje de hond vaak in contact brengen met kinderen en volwassenen die hij niet kent. Dit leerproces maakt de hond verdraagzaam en vermindert zijn agressieve reacties, zonder evenwel zijn waakzaamheid te onderdrukken.

* Eenmaal opgenomen in een gezin gaat hij familiebanden leggen om zijn plaats (rangorde) te vinden in de "meute" die het gezin vormt. De hond mag niet het hoofd van het gezin worden. Hij moet integendeel gehoorzamen en zijn plaats als huisdier kennen.

Enkele raadgevingen :

  • de hond mag niet aan tafel gevoederd worden. Hij eet nà zijn baasjes.
  • Zijn slaapplaats is afgezonderd zodat hij niet in de weg ligt en zodat hij het doen en laten van zijn baasjes niet kan controleren.
  • De baasjes beslissen over spelen en strelen.
  • De hond mag zijn sexuele driften of dominant gedrag niet uiten door de benen van de mensen te berijden.
  • Zelfs spelenderwijs bijten kan men best van jongsaf afleren.
  • De pup kan best ook al jong ondervinden dat men wel eens zijn speeltje, kluif, voederbak, …, afneemt.
Lessen in hondenopvoeding kunnen u helpen om basishandelingen in de omgang met uw hond onder de knie te krijgen en hem te laten gehoorzamen (lig, zit, rustig, kalm, …). Die lessen zijn ten zeerste aanbevolen.

Het baasje moet de taal van de hond begrijpen. In de omgang met soortgenoten gebruikt de hond een gedragstaal en hij veronderstelt dat de mens deze taal ook begrijpt.

Een gehoorzame hond die zich aangevallen voelt of agressie wil vermijden, zal een onderworpen houding aannemen door plat op de buik, op zijn zij op zijn rug te gaan liggen. Een hond in die houding mag men niet benaderen, noch straffen, anders loopt men het risico te worden gebeten.

Als een dominante hond zijn poten op de persoon legt die hij gebeten heeft of uitgedaagd heeft, doet hij dat niet om te worden vergeven. Hij uit zijn overwinning op die manier. Een hond in die houding mag men niet strelen, want dat bevestigt zijn dominantie.

Bewaak hond en kind !!

Als kind en hond samen zijn, moeten ze steeds in de gaten gehouden worden. Een groot aantal ongevallen gebeurt op onbewaakte momenten. Leer het kind de hond te respecteren (het is geen speelgoed), zijn taal te begrijpen, voorzichtig te zijn, ook met een hond die het goed kent.

Kinderen moeten leren :

  • De hond respecteren : rustig spreken met de hond hem laten snuffelen, hem zachtjes strelen. Trek niet aan de staart of aan de oren van de hond.
  • Een teef en haar jongen met rust laten, zo ook een hond die aangelijnd is, slaapt of aan het eten is, achter een hek of in een auto zit. Kom niet te dicht bij de hond, ga rustig en stil voorbij.
  • De hond bij zijn naam noemen vooraleer hem te strelen. Laat hem met rust als hij niet komt.
  • Een volwassene verwittigen als de hond gromt of zijn tanden toont. Kom niet te dicht en blijf kalm.
  • De toelating aan het baasje vragen vooraleer een onbekende hond te strelen.
  • Direct oogcontact met een onbekende hond te vermijden, dit contact is voor een hond bedreigend.
  • Ter plaatse blijven staan, armen los langs het lichaam, omhoog kijken en stil blijven staan als een hond naar hen toeloopt en ze bang zijn.
  • Het voorwerp dat ze vasthouden (speeltuig, koekje, …) laten vallen als de hond dit wil afpakken. Beweeg niet en wacht tot de hond wegloopt.
  • Een volwassene verwittigen wanneer honden vechten. Probeer ze niet uit elkaar te halen.
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door mailgroep om 00:00 Reageer op dit bericht

Help, mijn kat sproeit in huis!

Allereerst wat betreft het sproeien in het algemeen. Dit gedrag komt weliswaar het meest voor bij ongecastreerde katers, maar ook gecastreerde katers en poezen kunnen sproeien. Hier kunnen verschillende oorzaken voor zijn zoals stress en onzekerheid over het territorium en dit komt veel vaker voor dan mensen denken. Buiten doen bijna alle katten dit en ze kunnen dit dus ook binnen gaan doen met heel uiteenlopende beweegredenen, een stuk stress bij de kat speelt eigenlijk altijd wel een rol hierbij.

Als een kat er pas mee begonnen is kan het soms afdoende zijn een of twee  extra kattenbakken bij te plaatsen op of vlakbij de sproeiplekken en daarnaast de sproeiplekken goed schoon te maken, zodat deze geurloos worden. Als de kat niet meer buiten de kattenbakken sproeit dan kunnen de kattenbakken geleidelijk naar een  handigere  lokatie verplaatst worden. Helpt dit niet dan kunt u een consult bij een kattengedragstherapeut overwegen om er achter te komen waarom uw kat hier opeens in huis mee begonnen is. Als we de  precieze oorzaak weten is er, zeker in zo'n vroeg stadium, bijna altijd nog voldoende aan dit gedrag te veranderen!

Maggie Ruitenberg - kattengedragstherapie - www.kattengedrag.com

Het schoonmaken van kattenurine is een karwei op zich. Dit kan het beste gedaan worden met een biologisch middel dat enzymen bevat die de eiwitten verwijderen die de geur veroorzaken.(genre voorwasmiddel of zo)





Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door mailgroep om 23:54 Reageer op dit bericht

de talrijkste tuinvogels herkennen

de talrijkste tuinvogels herkennen

Wat kan ik doen?

Voeder je tuinvogels! Wanneer de temperaturen dalen kunnen ze jouw hulp gebruiken. Hoe voeder je tuinvogels?

Maak kennis met de meest voorkomende vogelsoorten aan de voederplaats. Als je deze basissoorten herkent wordt het makkelijker voor je  om ook de iets zeldzamere soorten hiervan te onderscheiden. Twijfel je aan een soort? Aarzel niet om ons een digitale foto door te sturen of vragen te stellen over tuinvogels via wim.vandenbossche@natuurpunt.be


Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door mailgroep om 17:27 Reageer op dit bericht

Vogelvriendelijke tuinen

Vogelvriendelijke tuinen

Wat kan ik doen?

Heb je een bijzondere waarneming gedaan of heb je de vlinders in je tuin geteld? Meld het ons, zo kunnen we de natuur beter begrijpen. Lees meer.

Hoeveel en welke soorten vogels kunnen zingen, broe­den en eten in je tuin hangt af van wat je ze te bieden hebt. Ze zoeken er veiligheid, voedsel en een plek om te broeden. En dat kan je ze geven. Zelfs in de kleinste tuin kan je de perfecte gastheer of gastvrouw worden. Een goed gekozen nestkast wordt de vaste stek voor koolmees of ringmus.

Jammer genoeg wordt vaak vergeten dat een nestkast op zich niet volstaat om een vogelgezinnetje gelukkig te maken. Veel belangrijker nog is het om in je tuin ook de spontane natuur meer kansen te geven. In vogelvriendelijke tuinen vind je streekeigen bomen, bloesem- en bessenrijke struiken, bloemenveldjes die insecten aantrekken, ‘wilde’ hoekjes waar zelfs wat brandnetel als ‘opperonkruid’ wordt gedoogd. Je vindt er hier en daar dood hout (wat erg decoratief kan ogen!) of gestapelde bakstenen, waar troepjes ongewervelden in overleven. Je vindt er zeker géén gifspuit of slakkendodende korrels.

Je leest er alles over in de Brochure Vogels in elke tuin welkom’ . Doorblader de brochure hier online.

http://www.natuurpunt.be/nl/biodiversiteit/vogels/vogelvriendelijke-tuinen_1149.aspx

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door mailgroep om 23:39 Reageer op dit bericht

Types nestkasten

Types nestkasten

De grootte van de nestkast en de invliegopening is samen met het type landschap bepalend voor welke soorten je kan aantrekken. Voor een aantal soorten zetten we de kenmerken op een rijtje. Heb je zelf opmerkingen over het gebruik van nestkasten of zit je met een prangende vraag, mail naar wim.vandenbossche@natuurpunt.be

Boerenzwaluw

 

Invliegopening: plateau

Hoogte bevestiging: 2 m of hoger, onder rand dak. 

Waar hangen? Broedt binnen in stal of garage.

Speciale omstandigheden: modder nodig in de buurt, moeilijk aan te trekken als er geen andere koppels zwaluwen broeden.

In welk landschap? Open of halfopen landschap.

Type kast? Opbouwplateau

Over de boerenzwaluw hebben we een technische fiche opgesteld.

foto Vivara

Foto: Vivara

Bonte Vliegenvanger

 
Invliegopening: 30 - 32 mm diameter (mag ovaal)

Hoogte bevestiging: 2 m of hoger

Waar hangen? Tegen boom.

Speciale voorwaarden: Is een trekvogel die pas vanaf april terugkeert

In welk landschap? Loof - en naaldbos.

Type kast? Gesloten, enkelvoudige kast.

Opgelet: afstand bodem tot vliegopening moet groot genoeg zijn, 20 cm ongeveer!
  foto: Patrick Palmen (Vivara)

Boomklever

 

Invliegopening: 32 mm diameter

Hoogte bevestiging: 2 m of hoger

Waar hangen? Tegen boom.

Speciale eigenschappen: metselt de ingang gedeeltelijk toe dus de opening mag iets groter zijn.

In welk landschap?  Oud loofbos, parken.

Type kast? Gesloten, enkelvoudige kast

Opgelet: afstand bodem tot vliegopening moet groot genoeg zijn, 20 cm ongeveer!

  Foto: Wim Van den Bossche

Boomkruiper

 
Invliegopening: opening van 4 tot 5 cm tegen de boom aan

Hoogte bevestiging: 2 m of hoger

Waar hangen? Tegen boom.

In welk landschap? vooral in bosrijke omgeving en tuinen met veel struiken en bomen.

Type kast? Gesloten, enkelvoudige kast

Opgelet: afstand bodem tot vliegopening moet groot genoeg zijn, 20 cm ongeveer!
  Foto: Vivara

Bosuil

 

Invliegopening: 150 mm.

Hoogte bevestiging: 4 m of hoger.

Waar hangen? Tegen boom.

Speciale eigenschappen: nabijgelegen bos moet enkele ha groot zijn.

In welk landschap? Bos of halfopen landschap.

Type kast? Gesloten, enkelvoudige kast.

  foto: Vivara

Gekraagde roodstaart

 

Invliegopening: 32 mm diameter

Hoogte bevestiging: 2 m of hoger

Waar hangen? Tegen boom, broedt soms bij tuinhuis of gebouw.

Speciale voorwaarden: is trekvogel die pas vanaf einde maart, begin april terugkeert.

In welk landschap? Bos  of halfopen landschap.

Type kast? Gesloten, enkelvoudige kast.

Opgelet: afstand bodem tot vliegopening moet groot genoeg zijn, 20 cm ongeveer!

  Foto: Wim Van den Bossche

Gierzwaluw

  Film gierzwaluw familie: met dank aan Kurt De Wispelaere

Waar hangen? Altijd tegen of in gebouw.

In welk landschap? Steden, dorpen en industriegebieden.

Speciale voorwaarden: is een trekvogel die pas vanaf april terugkeert.

Type nestkast: er zijn heel wat methodes om gierzwaluwen te helpen: ingemetselde neststeen, geïntegreerde nestgelegenheid, nestkasten en  speciale dakpannen.
Voor alle nestgelegenheden (behalve speciale dakpannen) geldt: minimum bodemoppervlakte 15 x 25 cm en minimum hoogte 13 cm.
invliegopening maximaal 2 cm boven de bodem (van binnen gemeten).
invliegopening 7 cm breed x 3,5 cm hoog of rond 5 cm doormeter of vierkant 5x5 cm. De invliegopening moet asymmetrisch aangebracht zijn, zodat er een donkere hoek in de nestgelegenheid ontstaat.
Plaats nestgelegenheden in kleinere groepjes (vb. 4-5). Zo vinden de gierzwaluwen sneller hun eigen nest terug. Alle info vind je in deze pdf .



Grauwe vliegenvanger

 
Invliegopening: halve ovaal of halfopen met opening van zo'n 5 cm.

Hoogte bevestiging: 2 m of hoger.

Waar hangen? Onder afdak, ook in tuinhuis, in boom.

Speciale eigenschappen: halfopen kasten beschermen tegen kraaiachtigen en katten (zie foto witte kwikstaart). Is een trekvogel die pas laat in het voorjaar terugkeert.

In welk landschap? vooral in bosrijke omgeving, parken  en tuinen met veel struiken en bomen.

Type kast? Gesloten, enkelvoudige kast met ovale opening of halfopen kast.
  foto: Vivara

Holenduif

 
Invliegopening: 150 mm.

Hoogte bevestiging: 4 m of hoger.

Waar hangen? Tegen boom.

In welk landschap? Platteland, open of halfopen  landschap.

Type kast? Gesloten, enkelvoudige kast.
  Foto: Wim Van den Bossche

Huismus

 
Invliegopening: 35 mm diameter

Hoogte bevestiging: 2 m of hoger

Waar hangen? Tegen bebouwing, niet in volle namiddagzon.

Speciale voorwaarden: Koloniebroeder, enkelvoudige kastjes mogen 20- 30 cm naast elkaar gehangen worden of kies voor mussenappartement.

Pikt graag graantje mee in kippenren. Heeft graag beschutting in de vorm van klimop, bamboe of dichte haag.

In welk landschap? altijd bij mensen, dorp, platteland, steden (weinig).

Type kast? Gesloten, enkelvoudige kast of appartement.

Opgelet: afstand bodem tot vliegopening moet groot genoeg zijn in enkelvoudige kast, 20 cm ongeveer!

  foto Vivara

foto Marc Herremans

Huiszwaluw

 

Invliegopening:  halfopen. 

Hoogte bevestiging: 2 m of hoger.

Waar hangen? Tegen gebouw, onder dakrand.

In welk landschap? in dorpen, aan bruggen, alleenstaande gebouwen.

Type kast? halfopen nestkast.

Huiszwaluwen aantrekken is niet eenvoudig, lees alles in de technische fiche .

  Foto: Veerle Christiaens

Kauw

 
Invliegopening:  150 mm.

Hoogte bevestiging:  4 m of hoger.

Waar hangen? Tegen boom of gebouw. 

In welk landschap? Alle landschapstypen.

Type kast? Gesloten, enkelvoudige kast.
 

Koolmees

 
Invliegopening: 30-32 mm diameter

Hoogte bevestiging: 2 m of hoger

Waar hangen? Tegen boom of eventueel gebouw of schutting

In welk landschap? Zeer zeldzaam in bosrijke omgeving, broedt altijd in buurt van gebouwen.

Type kast? Gesloten enkelvoudige kast.

Opgelet: afstand bodem tot vliegopening moet groot genoeg zijn, 20 cm ongeveer!
 

Kuifmees

 

Invliegopening:  30 - 32 mm diameter

Hoogte bevestiging: 2 m of hoger

Waar hangen? Tegen boom.

Speciale eigenschap: bouwt graag eigen nest, een vermolmd blok berkenhout met voorgeboorde opening werken ze soms verder af. 

In welk landschap?  Naaldbos.

Type kast? Gesloten, enkelvoudige kast

Opgelet: afstand bodem tot vliegopening moet groot genoeg zijn, 20 cm ongeveer!

  Foto: Wim Van den Bossche

Pimpelmees

 
Invliegopening: 26-28 mm diameter

Hoogte bevestiging: 2 m of hoger

Waar hangen? Tegen boom.

In welk landschap? vooral in bosrijke omgeving en tuinen met veel struiken en bomen.

Type kast? Gesloten, enkelvoudige kast

Opgelet: afstand bodem tot vliegopening moet groot genoeg zijn, 20 cm ongeveer!
  foto: Vivara

Ringmus

 
Invliegopening: 30 - 40 mm diameter

Hoogte bevestiging: 2 m of hoger

Waar hangen? Tegen boom.

Speciale voorwaarden: Pikt graag graantje mee in kippenren. Heeft graag beschutting in de vorm van klimop, bamboe of dichte haag.

In welk landschap? platteland of halfopen landschap.

Type kast? Gesloten, enkelvoudige kast.

Opgelet: afstand bodem tot vliegopening moet groot genoeg zijn, 20 cm ongeveer!
  Foto: Wim Van den Bossche

Roodborst

 

Invliegopening: halve ovaal of halfopen met opening van zo'n 5 cm.

Hoogte bevestiging: broedt graag laag 0 tot 2 m.

Waar hangen? Tegen boom, struik of onder afdak, ook in tuinhuis.

Speciale eigenschappen: halfopen kasten beschermen tegen kraaiachtigen en katten.

In welk landschap? vooral in bosrijke omgeving en tuinen met veel struiken en bomen.

Type kast? Gesloten, enkelvoudige kast met ovale opening of halfopen kast.

 

Spreeuw

 
Invliegopening:  45 mm diameter

Hoogte bevestiging: 2 m of hoger

Waar hangen? Tegen boom of tegen gebouw.

In welk landschap?  Platteland, open of halfopen landschap, zeldzaam in steden.

Type kast? Gesloten, enkelvoudige kast of aarden spreeuwenpot.

Opgelet: afstand bodem tot vliegopening moet groot genoeg zijn bij de enkelvoudige kast, 30 cm ongeveer (groter dan mezenkast)!

  foto: Wim Van den Bossche

foto: Vivara

Steenuil

 
Lees alles over de nestkasten voor de steenuil op deze projectpagina's . Foto: Vivara

Torenvalk

 
Invliegopening: halfopen nestkast.

Hoogte bevestiging: 4 m of hoger.

Waar hangen? Tegen boom.

In welk landschap? Open of halfopen landschap.

Type kast? Halfopen nestkast.
 

foto: Vivara

Winterkoning

 

Invliegopening: halve ovaal of halfopen, minimaal 5-tal cm diameter

Hoogte bevestiging:  1 m of hoger

Waar hangen? In struik of tegen gebouw.

Speciale voorwaarden: hangen in begroeiing, struiken  of onder afdak. 

In welk landschap? zowel in bosrijke omgeving,  tuinen met veel struiken en bomen, soms in  takkenhoop.

Type kast? Gesloten, enkelvoudige kast met ovale opening of halfopen nestkast.

Opmerking: maakt vaak  "speelnesten"

  foto: Vivara

Witte kwikstaart

 
Invliegopening: ongeveer 8 tot 10 cm hoog en 16 cm breed.

Hoogte bevestiging: 2 m of hoger

Waar hangen? Tegen gebouw.

Speciale voorwaarden: nest proberen te beschermen tegen kraaiachtigen en katten! Is trekvogels die pas in maart en april terugkeert.

In welk landschap? platteland of halfopen landschap.

Type kast? Halfopen nestkast.
  foto: Stefan Rousseau

Zwarte mees

 
Invliegopening: 30 - 32 mm diameter

Hoogte bevestiging: 2 m of hoger

Waar hangen? Tegen boom.

In welk landschap?  Naaldbos.

Type kast? Gesloten, enkelvoudige kast

Opgelet: afstand bodem tot vliegopening moet groot genoeg zijn, 20 cm ongeveer!
  Foto: Wim Van den Bossche

Zwarte roodstaart

 
Invliegopening: ongeveer 8 tot 10 cm hoog en 16 cm breed.

Hoogte bevestiging: 2 m of hoger

Waar hangen? Tegen gebouw.

Speciale voorwaarden: nest proberen te beschermen tegen kraaiachtigen en katten! Is trekvogel die pas in maart en april terugkeert.

In welk landschap? platteland of halfopen landschap.

Type kast? Halfopen nestkast.
  foto: Vivara

Met dank aan Natuurpunt.be

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door mailgroep om 23:37 Reageer op dit bericht

Nestkast: hoe en wanneer

Nestkast: hoe en wanneer

Rond je huis en tuin kan je heel wat zaken doen om meer tuinvogels aan te trekken.

Waar en hoe hangen?

  • De aanvliegroute naar de kast hou je best  vrij, er mogen geen takken of bladeren net voor de vliegopening hangen. Halfopen kasten plaats je best wel in begroeiing.
  • De hoogte waarop je de  nestkast best hangt verschilt van soort tot soort. Op de pagina's van de types nestkasten hebben we dit steeds aangegeven. Kleine zoogdieren roven vaak nesten, hang indien mogelijk dus de kast  op een hoogte van minimum twee meter en maximum vijf meter hoogte.
  • Op een open plaats richt je de invliegopening weg van het zuidwesten (de heersende windrichting).
  • Als je meerdere kastjes hangt, plaats ze dan niet te dicht bij elkaar. Kasten voor verschillende soorten moeten minimaal drie meter uit elkaar hangen, kasten voor dezelfde soort moeten minstens tien meter uit elkaar hangen.
  • De huismus houdt wel van gezelligheid, hang een aantal kasten  met invliegopening van 35 mm met een tussenafstand van 20 tot 30 cm op, of experimenteer met een mussenappartement. Let wel, huismussen broeden enkel heel dicht bij mensen dus zoek zo mogelijk een plaatsje tegen de muur of stalling. Hang het kastje zo op dat er geen katten bij kunnen.
  • Halfopen nestkasten moet je in beschutting hangen zoals bijvoorbeeld klimop of ze op een of andere manier met draad beschermen tegen eksters en katten. Op de rechterfoto een draad van ongeveer 5x5 cm (tip: Aimé De Pauw).

Vrijwel geen kans op succes Veel kans op succes
foto: Karolien Van de Velde Foto: Stefan Rousseau
  • Woon je in een bosrijke omgeving dan bestaat de kans dat grote bonte spechten het kastje openhakken. Een metalen plaatje rond de invliegopening is een manier om spechten te ontmoedigen om het nest te vernielen, ofwel kan je voor een houtbeton nestkast opteren.

Wanneer hangen en hoe onderhouden?

  • Je kan de nestkasten het ganse jaar laten hangen. Wil je ze toch weghalen voor de winter dan wacht je tot september om ze weg te nemen en hang je ze terug vanaf begin of half februari.
  • Na elk broedsel mag je het oude nestmateriaal verwijderen. Het oude materiaal in een nestkast herbruiken ze niet dus je doet de toekomstige ouders een plezier door het nestmateriaal te verwijderen en het kastje te kuisen door er bijvoorbeeld heet water door te gieten. In het oude materiaal leggen ongewenste insecten,  zoals vogelvlooien en –luizen, hun eitjes dus dat doe je beter weg.
  • Heb je minder tijd kuis dan zeker eens half september en nog een keer half februari om de uitwerpselen en ander vuil dat in de winter erin kwam te verwijderen.
  • Probeer ook eens te experimenteren met wat nestmateriaal te geven: pluisjes, korte haartjes (let wel geen lang paardenhaar dat kan de jonge vogels verwonden).

Foto: Wim Van den Bossche

Er komt niets in!…geduld

  • Vogels moeten vaak een tijdje wennen aan een nieuw nestkastje. Je kan de nestkast het ganse jaar laten hangen. De vogels hebben dan alle tijd om de nestkast te ontdekken, ook buiten het broedseizoen. Bovendien kunnen de koolmees, de pimpelmees en zelfs de grote bonte specht er in de koude winternachten in slapen.
  • Heb je het eerste jaar nog geen bezoekers, laat het kastje dan rustig hangen, wie weet heb je volgend jaar meer geluk.
  • Koop je een nestkast in de handel zorg er dan voor dat de hoogte groot genoeg is voor een klassieke kast voor mezen of mussen (zeker een 12 tot 20-tal cm van invliegopening tot bodem). Dit geldt niet voor halfopen kasten maar die moet je op een beschut plekje hangen waar ekster en kat er niet goed bijkunnen.

Dit is een kast voor in een volière, voor buiten is de invliegopening te groot en de afstand tussen de opening en de bodem te klein. Een nest in deze kast en buiten opgehangen wordt vrijwel  zeker geroofd!! Dit zijn juiste verhoudingen met van invlieggat tot bodem zo'n 12 tot 20-tal cm.

Jonge vogels…

  • Vind je een jonge vogel die er verweesd uit ziet, laat die dan rustig zitten. Meestal zijn de oudervogels in de buurt en op zoek naar voedsel. Zij komen wel weer aangevlogen als je ver genoeg uit de buurt bent.

Voor de trekvogels!

  • Heb je meerdere nestkasten dan kan je er eentje pas later in het voorjaar ophangen. De gekraagde roodstaart en de bonte vliegenvanger broeden ook in nestkasten maar komen pas vanaf april uit hun overwinteringsgebieden in Afrika. Kool- en pimpelmezen nemen snel de kasten in dus als je er één pas in april hangt maken de verre reizigers meer kans om ook in jouw tuin een plaatsje te vinden.

Vraag over nestkasten? Mail naar wim.vandenbossche@natuurpunt.be


Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door mailgroep om 23:33 Reageer op dit bericht

Hondenweetjes

Hondenweetjes   


kruising
- Een hond van 1 jaar oud heeft een mentale rijpheid in mensenjaren van een 15 jarige

- Honden schudden vaak het hoofd als ze een speeltje in de muil hebben. Dit is instinctief jachtgedrag dat genetisch bepaald is en teruggaat tot de tijden dat honden hun prooi heen en weer schudden om ze te doden.

- honden hebben andere levensbehoeftes en levensstijl naarmate ze ouder worden. In hun eerste levensjaren zijn spelen en uitgelaten worden de hoogtepunten van de dag , bij oudere honden zijn dat de voedermomenten

- bij kruising van 2 hondenrassen vertonen honden meestal de karaktertrekken van het ras waar ze uiterlijk het meest op lijken.


Bron : I care for my dog



Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door mailgroep om 00:23 Reageer op dit bericht

Hondennagels knippen is geen gevecht.

.Hondennagels knippen is geen gevecht.

Vele hondeneigenaars vinden het knippen van hondennagels maar een enge bedoening. Voor anderen is het dan weer een gevecht om de hond in bedwang te houden. Hoe kan je deze twee frustraties vermijden en van nagelknippen een aangename activiteit maken voor hond en baasje? Hieronder een aantal tips om je hond te laten wennen aan deze noodzakelijke activiteit.

Trainen om pijn te vermijden

Het knippen van hondennagels kan gevaarlijk zijn voor hond en baas als de hond  bang is van de knipbeurt. Honden die bang zijn slaan wild om zich heen, waarmee ze het risico verhogen dat baasjes te snel willen knippen omdat ze de hond niet onder controle krijgen. Hierbij loopt men het risico om in het "leven" te knippen. Het "leven" is het gevoelige gedeelte dat zich binnenin de nagel bevind. Eens men daarin heeft geknipt zal de vrees van de hond voor de trimbeurt alleen maar toenemen. Daarenboven zijn honden die pijn hebben in staat om te bijten en verhoog je dus je eigen risico.

Een aversie voor nagelknippen kan voortvloeien uit een gebrek aan basisopvoeding binnen de verzorging van je hond of aan een slechte eerste knipbeurt. De juiste socialisatie en gewenning aan verzorgende handelingen zijn dus op zijn plaats bij de opvoeding van elke hond. Wanneer mogelijk kan je je pup best met deze handelingen confronteren vanaf een leeftijd van 3 tot 12 weken. Het is gemakkelijker om deze trimaversie te voorkomen (zoals bij elke angstaanjagende ervaringà door de hond een heleboel positieve ervaringen te laten opdoen in deze kritieke periode dan hem te genezen van een lang opgebouwde negatieve historiek.
Ongeacht het feit dat je een hond hebt zonder trimervaring of een ouder hond met een bestaande angst doe je er goed aan om je hond te laten gewennen aan de betasting en manipulatie van poten en tenen.
Puppies, die socialisatiesponzen zijn in deze leeftijdsperiode, zullen met gemak deze handelingen ondergaan. Honden met een gevestigde reactiviteit zullen wellicht meer tijd en energie vragen. Blijf dit positief trainen met alle lekkers waar je hond gek op is!

tekening nagel

Hoe kan je de hondennagel knippen?

Eens je de hond gewend hebt gemaakt om poten en tenen te laten manipuleren, kan je starten met het echte knipwerk. Indien je nooit tevoren hondennagels hebt geknipt is het aan te raden dit eerst even te laten demonstreren door je dierenarts of een professioneel trimmer. Zwarte nagels zijn een beetje moeilijker dan witte/doorschijnende nagels omdat  het "leven" daarin niet zichtbaar is.
Zorg ervoor dat de nagelscharen steeds scherp zijn. Stompe, oude nagelscharen zorgen ervoor dat je de nagel verbrijzeld ipv knipt. Dit resulteert in een hogere druk en dus meer pijngevoel. Scherpe nagelknippers geven een mooie en zuivere snede die het risico op uitsteeksels(risico op blijven haperen) vermindert.
Er bestaan diverse types van nagelknippers maar het Guillotine systeem en het schaarsysteem zijn de twee belangrijkste. Beide systemen hebben hun eigen kniptechniek en het is dus belangrijk onderstaande instructies goed te lezen.
Om te controleren of het noodzakelijk is dat de nagels geknipt worden zet u de hond recht op zijn poten. Staan de nagels nu van de grond af, dan hoeft u niet te knippen, indien de nagels wel de grond raken moeten de nagels geknipt/gevijld worden. Te lange nagels kunnen voor een afwijkende stand van de voeten veroorzaken. Ook kunnen ze na lange verwaarlozing doorgroeien (rond groeien) tot in het vlees, overbodig te vermelden dat dit zeer pijnlijk is.

Heeft uw hond lichtgekleurde nagels, dan kunt u zien waar het "leven" zit, dit is de rode ader die u in de nagel ziet. U kunt ruim daarvoor de nagel veilig afknippen. Heeft uw hond zwarte nagels dan knipt u het minimale wat nodig is eraf om te voorkomen dat u in het "leven" knipt, wat zeer pijnlijk is voor de hond. Soms is de nagel aan de achterkant opengespleten, in dat opengespleten gedeelte is het ook veilig om te knippen. Houd bij het knippen van de nagels de lijn aan zoals die aangeven staat op de tekening. Gebruik bij twijfel een vijl om een stukje van de nagel af te vijlen.
Mocht u onverhoopt toch het bloedvat raken dan moet deze zo snel mogelijk gedicht worden. Daarvoor zijn meerdere mogelijkheden, variërend van een heet mes of een soldeerbout ertegen aan drukken tot stelpen met wat maïzena. De meest diervriendelijke en effectiefste methode is het dichtdrukken van de bloedende ader met een speciaal daarvoor bestemd stelpmiddel.

Andere technieken van nagelonderhoud

Honden die in een stadsomgeving leven en regelmatig worden uitgelaten op de harde voetpaden hebben meestal minder nagelonderhoud nodig. Opgelet: bij deze honden moet je wel regelmatig de duimklauw laten bijknippen gezien deze de grond niet raakt.
Je kunt ook de hondennagel onderhouden met een Dremel boortje dat in de meeste doe het zelf zaken verkrijgbaar is. Ook hier is het noodzakelijk om je hond langzaam te laten wennen aan het geluid van het boortje.
Een ander veel gebruikte techniek  ( meestal mensen die heel veel tijd kunnen besteden aan de verzorging van hun hond) is het gebruik van de hondenvijl. Deze kan je zelf vervaardigen door een fijn zandpapier (gebruik bij het schuren bij behang en verfactiviteiten) te bevestigen op een houten plankje. Je kan hiermee dan naar believen en op elk mogelijk ogenblik de nagels van de hond vijlen. Daardoor verminder je het risico op "inknippen" en ga je de nagels meer geleidelijk onderhouden dan het drastisch wegknippen van de overtollige nagelstukken.
Welke methode je ook gebruikt, met een beetje tijd en moeite kan je de hond gemakkelijk op een veilige en rustige manier laten gewennen aan het nageltrimmen. Veel succes!


Bron : I care for my dog
Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door mailgroep om 00:22 1 reactie Reageer op dit bericht

Meer van mailgroep huisdieren

↑ Terug naar de berichten