Naar de inhoud

mailgroep huisdieren

akke.beakke.be
Hallo bezoeker, welkom op het blog van de Mailgroep Huisdieren, een hechte groep Dierenvrienden-SeniorenNetters, die er zijn voor, door en met elkaar. Op dit blog kunnen jullie kennismaken met onze dieren, tips vinden over de verzorging en de gezondheid van de dieren, dierengedichten en dierenartikels lezen, werkjes in verband met dieren bekijken, enz. Veel kijk- en leesplezier!

Archief

Zwaluwtips

Zwaluwtips

Omdat zwaluwen rechtstreeks van de mens afhankelijk zijn geworden, hebben wij een Kunstnesten, foto: Veerle Christiaens belangrijke functie in hun voortbestaan. Dat kan zelfs zonder zware financiële of fysieke inspanningen.

Als je zwaluwen wilt helpen, denk er dan aan dat je de verwaarloosbare ‘overlast’ (die sommige mensen menen te ondervinden), gemakkelijk kan bijsturen of wegwerken. Tenslotte gaat het in de eerste plaats om tolerantie, en weegt de kleine inspanning niet op tegen het voortbestaan van een soort of een populatie. Zo kan je zelf bepalen waar de uitwerpselen van de zwaluwen vallen als je eigenhandig kunstnesten en mestplanken plaatst.

Kunstnesten


Je kan kunstnesten bestellen via onze Natuurpunt.winkel: winkel.natuurpunt.be . Je vindt ze op dit en het volgende adres .

Vooral de huiszwaluw kan je makkelijk helpen door kunstnesten aan te brengen. Ze broeden in kolonies en profiteren meer van de tijdwinst doordat hun nest groter is.

Boerenzwaluwen broeden meer solitair of met enkele koppeltjes samen. Hun succes is vooral een principe van toegankelijkheid. Als je een kunstnest aanbrengt, moet je ook met dat aspect rekening houden.

Waar
Liefst in de onmiddellijke omgeving van aanwezige broedkoppels: je kan zo een kolonie of populatie verstevigen of alternatieven bieden wanneer de natuurlijke nestplaats wordt bedreigd. Nieuwe locaties zijn een optie, maar de kans op succes is kleiner en kan soms jaren geduld vragen.

Bijkomende tips


Plaatsing is belangrijk:
-Zorg ervoor dat er voor en naar het nest voldoende aanvliegroute aanwezig is. Een Nest huiszwaluw, foto: Roland Francois huiszwaluwnest monteren op enkele meters achter de kruin van een boom, is bv. zinloos. Al kan die wel ingepikt worden door huismussen.
-Een huiszwaluwnest hang je tegen een oversteek, nooit halverwege een gevel.
-Indien aangebracht, dient een mestplank minstens 30 tot 50 cm. onder het nest te hangen, niet vlak eronder. Het zou een perfecte opstap zijn voor predatoren zoals eksters.

Ook je gemeente helpt: sommige gemeenten subsidiëren de aankoop van kunstnesten voor zwaluwen: Anzegem, Baarle-Hertog, Blankenberge, Boechout, Bornem, Bree, Dilbeek, Gent, Herk-de-Stad, Houthalen-Helchteren, Houthulst, Ingelmunster, Knokke-Heist, Langemark-Poelkapelle, Lummen, Oud-Turnhout, Peer, Roeselare, Tessenderlo, Tienen, Wellen, Wevelgem en Zomergem. Meer info vind je hier .

(natuurpunt.be)

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door mailgroep om 14:34 Reageer op dit bericht

De taalgevoeligheid van de hond

Hondenbezitters, opgelet: uw hond begrijpt u misschien beter dan u denkt. Duitse onderzoekers hebben een ‘wonderhond’ ontdekt, die tweehonderd woorden kent, en die taal leert op een manier die verdacht veel lijkt op hoe peuters dat doen.

Wat ze er precies van moeten denken weten ze niet, maar taalonderzoekers zijn in elk geval flink van hun stuk gebracht door Rico, een 9-jarige bordercollie uit Duitsland.    De hond blijkt tweehonderd verschillende voorwerpen bij naam te kennen. En alsof dat nog niet genoeg is, leert hij er schijnbaar moeiteloos nieuwe woorden bij. Niet door langdurig oefenen, zoals bij honden gebruikelijk is - maar door logische verbanden te leggen, net als een peuter zou doen.

Onderzoekster Juliane Kaminski en collega’s van het Max Planck Instituut voor Evolutionaire Antropologie in Leipzig kwamen het blaffende taalwonder enige jaren terug min of meer toevallig op het spoor. Rico’s baasjes beweerden dat ze hun hond hadden geleerd tweehonderd voorwerpen, vooral speelgoed, te herkennen. In het laboratorium bleek dat inderdaad te kloppen. De onderzoekers namen een steekproef van veertig voorwerpen, legden die in een apart kamertje, en stelden experimenteel vast dat Rico er daarvan 37 op afroep kon apporteren.

Leuk voor een show op televisie misschien, maar écht interessant werd het pas toen de onderzoekers Rico nieuwe woorden begonnen aan te leren. De onderzoekers legden zeven bekende speeltjes in de kamer, plus één object dat Rico nog niet kende. Dat object duidden de onderzoekers aan met een fantasiewoord: “haal-de-sirikid, Rico!”

En met succes. In zeven van de tien experimenten die op die manier werden uitgevoerd, kwam Rico met het nieuwe voorwerp de kamer uit. Blijkbaar begrijpt Rico niet alleen dat voorwerpen namen hebben, hij kan ook logisch redeneren: "Het nieuwe woord zal wel slaan op dat ding dat ik niet ken".

En daarvan moeten taalkundigen toch even slikken. Woorden aanleren door erop los te associëren is een oude bekende in de ontwikkelingspsychologie. Taalkundigen hebben er zelfs een naam voor: ‘fast mapping’. En kleine kinderen gebruiken de techniek voortdurend bij het leren van taal. Maar Rico de hond blijkt het ook te kunnen. Zelfs veronderstelde taalwonders als de chimpansee, de dolfijnen, de papegaai en de zeeleeuw moeten hem dat nog nadoen.

Rico’s geval kan verstrekkende gevolgen hebben voor het begrip van de diersoort mens, schrijven Kaminski en collega’s in het blad Science van deze week. Blijkbaar is ons taalvermogen minder uniek dan we graag denken. “Onze resultaten ondersteunen de visie dat schijnbaar ingewikkelde linguïstische vaardigheden, die we alleen kennen van kinderen, worden gedragen door eenvoudigere cognitieve bouwstenen die ook bij andere diersoorten aanwezig zijn.”

Toch is daarover het laatste woord nog niet gezegd. Zoals de Amerikaanse taalkundige Paul Bloom opmerkt in een commentaar: “Als een kind woorden zou aanleren zoals Rico dat doet, zouden de ouders er gillend mee naar de neuroloog rennen.” Kinderen leren vanaf hun tweede levensjaar zo’n tien nieuwe woorden per dag, wonderhond Rico deed negen jaar over slechts tweehonderd woorden.

En dat is niet het enige verschil. Mensen denken in categorieën. Laat ons een paar auto’s zien, en we herkennen ook andere vervoermiddelen op wielen als ‘auto’. Mensen hebben veel meer soorten woorden dan alleen maar zelfstandig naamwoorden die een object aanduiden. En niet te vergeten: mensen kunnen praten, honden niet.

Niet dat Rico nu met de staart tussen de benen moet afdruipen. Uit andere studies blijkt namelijk dat de gemiddelde hond gedurende zijn leven drie tot vijf objecten bij naam leert kennen. Met zijn ‘woordenschat’ van tweehonderd woorden is Rico dus echt een bolleboos, de Einstein van hondenland. Brááf.

Maarten Keulemans

Juliane Kaminski, Josep Call, Julia Fischer: Word learning in a domestic dog. Evidence for fast mapping. In: Science

(Noorderlicht)

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door mailgroep om 14:28 Reageer op dit bericht

De egel ontwaakt


De egel is een zoogdier en behoort tot de orde van de insecteneters. Naast insecten eet de egel echter ook nog heel wat andere dingen: rupsen, slakken, wormen, kevers, muizen, amfibieën, vogels, vruchten, paddenstoelen, aas, menselijke etensresten,... Bovendien zijn ze dol op eieren. Als een egel op zoek gaat naar voedsel maakt hij een heleboel lawaai. Ze smakken en snuiven er dan op los.

Het belangrijkste kenmerk van egels zijn hun stekels. Een volwassen dier heeft er foto: An De Wilde normaal tussen de 7000 à 8000 op zijn rug en zijkant. Onderaan zijn buik heeft de egel gewone haren. Er loopt een sterke kringspier op het overgangsgebied tussen de stekels en de gewone haren. Daarmee kan de egel zich bij gevaar oprollen tot een bolletje. Egels hebben verder een spitse snuit, kleine ogen en oren, en een piepklein staartje. Ze wegen maximum anderhalve kilo en worden niet veel groter dan 30 cm.

Met zijn kleine oogjes ziet de egel niet goed. Maar hij is dan ook vooral bij valavond en 's nachts actief. Hij gaat dan met zijn goed ontwikkelde gehoor en reukzin op zoek naar voedsel. Overdag blijven egels normaal in hun nest, dat ze maken van bladeren, mos of ander materiaal dat te vinden is onder struiken of takkenbossen.

Winterslaap

In de Benelux zijn egels de enigste zoogdieren die een echte winterslaap houden. Normaal slapen ze van november/december tot april/mei. Hun lichaamstemperatuur van 35 tot minder dan 10 graden. Daardoor verbruiken ze minder energie. Wanneer de temperatuur van de egel onder het vriespunt dreigt te zakken, worden ze wakker. Zo kunnen ze op zoek gaan naar een schuilplaats die hen beter beschermt tegen de koude temperaturen. Ook de hartslag en ademhaling van de egel dalen gevoelig tijdens de winterslaap. Als de egel in het voorjaar terug ontwaakt is hij gemiddeld zo'n 30 procent van zijn lichaamsgewicht kwijt. Het is dan ook belangrijk dat de egel in de maanden voor de winterslaap voldoende vetreserves kan opslaan.

Egels leven alleen en hebben min of meer een vast leefgebied. Kort na de winterslaap komen mannetjes en vrouwen samen om te paren. Na 4 à 5 weken zien de jonge egeltjes het levenslicht. Al van bij hun geboorte hebben de egeltjes stekels, maar in het begin zijn ze nog zacht en wit. Na een drietal dagen worden de stekels harder. Na zo'n zes weken moeten ze zich al zelf weten te redden en op zoek gaan naar een eigen territorium. Bij de eerste winterslaap kruipen jonge egeltjes soms samen in een nest. Het gaat dan wel meestal om broertjes en zusjes.

Bedreigingen

De egel is algemeen verspreid in West-Europa. Sinds de jaren '70 lijkt het aantal egels toegenomen te zijn. Maar mogelijk is die stijging te wijten aan de intensievere inventarisaties. Toch zijn er verschillende zaken die een bedreiging vormen voor egels.

Egels kunnen tot 8 jaar oud worden, maar heel wat egeltjes overleven zelfs de eerste foto: Hugo Willocx winter niet. Bij de start van de winterslaap moeten egels minimum 600 gram wegen en over voldoende vetreserves beschikken om de winter door te komen. Vooral jonge dieren en vrouwtjes slagen daar niet altijd in. Jij kan hen helpen deze moeilijke periode te overbruggen. In de periode augustus-oktober kan je wat extra voedsel aanbieden in je tuin. Volgende zaken zijn geschikt: honden- en katteneten, een rauw ei, spekrandjes e.d. gemengd met wat muesli en pindakaas. Let er wel op dat je de egels in je tuin geen koeienmelk voorschotelt. Daarvan kunnen egels ziek worden of zelfs sterven. Je zet beter een kommetje met water buiten. Kattenmelk is ook geschikt voor egels. Die melk kan je kopen in de dierenwinkel,

Parasieten zoals teken en vlooien kunnen eveneens een bedreiging vormen voor egels. Door hun dikke stekels kunnen egels hun eigen huid immers niet makkelijk schoonmaken. Gezonde egels ondervinden gelukkig niet veel hinder van de parasieten. Voor dieren die al verzwakt zijn door ziekte of voedseltekort kunnen parasieten fataal zijn. Als je een verzwakte egel opmerkt, neem je best contact op met een dierenopvangcentrum. Meer informatie hierover vind je op de website van de Zoogdierenwerkgroep .

Een andere vijand van de egel is het verkeer. In Vlaanderen worden er elk jaar tussen de 230.000 en 350.000 dieren overreden. Tegen dit gevaar valt helaas weinig te beginnen. Natuurpunt startte onlangs samen met het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie (LNE) van de Vlaamse overheid en Vogelbescherming Vlaanderen het project ‘Dieren onder de wielen’ op. Daarmee willen we in kaart brengen hoeveel faunaslachtoffers er op de Vlaamse wegen vallen, welke diersoorten verkeersgevoelig zijn en waar in het Vlaamse wegennet de belangrijkste knelpunten liggen. Wie een dood of gewond dier aantreft op het Vlaamse wegennet, kan dat voortaan melden op www.dierenonderdewielen.be

Egels hebben niet veel natuurlijke vijanden. Ze moeten vooral uitkijken voor dassen en vossen. Ook ratten, marterachtigen en roofvogels kunnen een gevaar betekenen voor egels.

Bedreigingen

De egel is algemeen verspreid in West-Europa. Sinds de jaren '70 lijkt het aantal egels toegenomen te zijn. Maar mogelijk is die stijging te wijten aan de intensievere inventarisaties. Toch zijn er verschillende zaken die een bedreiging vormen voor egels.

Egels kunnen tot 8 jaar oud worden, maar heel wat egeltjes overleven zelfs de eerste foto: Hugo Willocx winter niet. Bij de start van de winterslaap moeten egels minimum 600 gram wegen en over voldoende vetreserves beschikken om de winter door te komen. Vooral jonge dieren en vrouwtjes slagen daar niet altijd in. Jij kan hen helpen deze moeilijke periode te overbruggen. In de periode augustus-oktober kan je wat extra voedsel aanbieden in je tuin. Volgende zaken zijn geschikt: honden- en katteneten, een rauw ei, spekrandjes e.d. gemengd met wat muesli en pindakaas. Let er wel op dat je de egels in je tuin geen koeienmelk voorschotelt. Daarvan kunnen egels ziek worden of zelfs sterven. Je zet beter een kommetje met water buiten. Kattenmelk is ook geschikt voor egels. Die melk kan je kopen in de dierenwinkel,

Parasieten zoals teken en vlooien kunnen eveneens een bedreiging vormen voor egels. Door hun dikke stekels kunnen egels hun eigen huid immers niet makkelijk schoonmaken. Gezonde egels ondervinden gelukkig niet veel hinder van de parasieten. Voor dieren die al verzwakt zijn door ziekte of voedseltekort kunnen parasieten fataal zijn. Als je een verzwakte egel opmerkt, neem je best contact op met een dierenopvangcentrum. Meer informatie hierover vind je op de website van de Zoogdierenwerkgroep .

Een andere vijand van de egel is het verkeer. In Vlaanderen worden er elk jaar tussen de 230.000 en 350.000 dieren overreden. Tegen dit gevaar valt helaas weinig te beginnen. Natuurpunt startte onlangs samen met het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie (LNE) van de Vlaamse overheid en Vogelbescherming Vlaanderen het project ‘Dieren onder de wielen’ op. Daarmee willen we in kaart brengen hoeveel faunaslachtoffers er op de Vlaamse wegen vallen, welke diersoorten verkeersgevoelig zijn en waar in het Vlaamse wegennet de belangrijkste knelpunten liggen. Wie een dood of gewond dier aantreft op het Vlaamse wegennet, kan dat voortaan melden op www.dierenonderdewielen.be

Egels hebben niet veel natuurlijke vijanden. Ze moeten vooral uitkijken voor dassen en vossen. Ook ratten, marterachtigen en roofvogels kunnen een gevaar betekenen voor egels.

Bouw zelf je egelhuis

Materiaal: ongeverfd hout of watervast multiplex, minstens 12 mm dik. In het plan zijn alle planken 20 mm dik. Het hout mag in geen geval behandeld zijn, aangezien deze producten zeer giftig zijn! Nagel het dak niet vast, aangezien je het egelhuis nadat het bewoond is geweest best uitkuist. Gebruik in geen geval schoonmaakproducten!

De ventilatiebuis kan recht zijn of krom, als de buitenopening maar naar beneden gericht is (anders regent het binnen). Om te vermijden dat de egel bladeren in de buis duwt, dek je ze best binnen in het egelhuis af met een gaasje. Bedek het egelhuis met zand, takken en/of bladeren. Met een plastic zeil tussenin zal het huis veel langer mee gaan. Egels hebben zachte voetkussens. Bedek de bodem van het egelhuis daarom met een beetje grond en/of zaagsel. Plaats het egelhuis niet met de opening naar het noorden of noordoosten om koude tocht te vermijden.

Egel geschikt om milieuvervuiling te meten

De egel blijkt uitstekend geschikt als bio-indicator om milieuvervuiling te meten. Dat concludeert de Vlaamse onderzoekster Helga D’Havé in het nieuwste nummer van het populair-wetenschappelijke tijdschrift Zoogdier dat uitgegeven wordt door de Nederlandse Zoogdiervereniging en de Zoogdierenwerkgroep van Natuurpunt . Hoge concentraties moeilijk afbreekbare gifstoffen in stekels en haren wijzen op een vervuild leefmilieu ter plaatse.

Onderzoekers aan de Universiteit Antwerpen onderzochten een egelpopulatie in het park Zorgvliet in Hoboken, op ongeveer 1 km Foto: An De Wilde van een metaalverwerkend bedrijf en nog 6 egelpopulaties ten noordoosten van Hoboken. De verste populatie bevond zich in Zoersel, op 20 km van de vervuilingsbron.

Van april tot en met september gingen de onderzoekers, na het invallen van de duisternis, op zoek naar egels. In totaal werden 178 egels gevangen en met een chip gemerkt. Van 83 egels, verdeeld over de verschillende populaties, werden haar en stekels verzameld en geanalyseerd op zware metalen. Uit de resultaten blijkt dat egels die dichter bij het metaalverwerkende bedrijf leven, meer zware metalen opgestapeld hebben.

De concentraties van zilver, arseen, cadmium en lood in het haar van egels in de populatie vlakbij het metaalverwerkende bedrijf waren respectievelijk 79, 65, 108 en 39 maal hoger dan de laagste gemiddelde concentratie die in deze studie werd gemeten. Voor metalen in stekels werd een vergelijkbare trend gevonden. De hoeveelheid zware metalen in haar en stekels nam toe naarmate de populatie zich dichter bij het bedrijf bevond. Deze metalen vertonen in haar en stekels een gradiënt die identiek is aan de gradiënt die in de bodem werd gevonden. Dit toont volgens onderzoekster Helga D’Havé van de Universiteit Antwerpen aan dat de meting van metalen in haar en stekels van egels een goede indicatie geeft van de vervuiling van een gebied.

Het volledige artikel over de egel als bioindicator is als pdf te downloaden op www.zoogdiervereniging.nl . Een pdf van de doctoraatsthesis is op aanvraag te verkrijgen bij Helga D’Havé .

(Natuurpunt.be)
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door mailgroep om 14:25 Reageer op dit bericht

Raken ook dieren levensmoe?

Raken ook dieren levensmoe?

blokje.gifACHTERGROND lijn.png27 maart 2010 om 8:00 uur lijn.png0 reacties lijn.pngAuteur: Caroline Hoek

Depressie. Verdriet. Geen wil meer om te leven. In de wereld der mensen behoort het tot de orde van de dag. Maar hoe zit dat in het dierenrijk? Ook daar vieren de emoties hoogtij, maar zijn ze sterk genoeg om de dieren ook echt het leven te ontnemen? De wetenschap is verdeeld.

Het baasje van de hond Shastra sterft. Wanneer zijn lichaam wordt opgehaald om het te begraven, gooit de hond zichzelf van de derde verdieping. Hij overleeft het, maar breekt een poot. Shastra herstelt bij de dierenarts, maar zodra hij thuiskomt gooit hij zichzelf weer van het balkon af. Dit keer is de sprong wel fataal. Zelfmoord of niet?

Nobel
Dieren die door eigen toedoen sterven: het is niet nieuw. Aristoteles schreef al over een hengst die zich in de afgrond liet vallen toen hij in de gaten had dat hij met zijn moeder moest paren. En ook de Romeinen hadden het er vaak over. Ze vonden het nobel en natuurlijk. Na de Romeinen bleef het lang stil. Het christelijke gedachtegoed nam de wereld in bezit en predikte dat de mens van nature van zichzelf houdt. Dat hij zichzelf iets aan kon doen of dat dieren – tevens schepselen van God – dat zouden doen, werd uitgesloten.

Verdrinkingsdood
Met de opkomst van het darwinisme wint de ratio terrein en wordt alles weer mogelijk. In 1845 verschijnt in een krant het verhaal van een Newfoundlander – een hond die uitstekend kan zwemmen – die zichzelf had verdronken. Hij at niet meer, was uitgeput en had vervolgens zijn kop net zolang onder water gehouden totdat hij verdronk.

Leven vs. dood
Volgens psycholoog Thomas Joiner maken levende wezens een afweging: wat is meer waard? Mijn leven? Of mijn dood? Er zijn nu eenmaal situaties waarin de dood aantrekkelijker is. Neem bijvoorbeeld de schorpioen. Dit dier zou zichzelf wanneer hij omringd wordt door vuur steken zodat hij sterft. Liever vergiftiging dan bewuste verbranding. Ook komt het vaak voor dat dieren zichzelf opofferen voor familie. Zo voorkomen ze dat hun genen uitsterven.

Verdriet
In dit geval gaat het echter om fysieke pijn. Er zijn ook dieren die – net als Shastra – depressief of verdrietig zijn en daarom het leven (bewust?) laten. Neem bijvoorbeeld de twee dolfijnen die lief en leed deelden in de Griekse golf. Het mannetje stierf en het vrouwtje deed er alles aan om hem boven water te houden. In een storm wordt het lichaam echter door de golven opgepakt en tegen de rotsen geslagen. Het vrouwtje kijkt ernaar en gooit zichzelf vervolgens ook tegen de rotsen. Ook zij sterft.

Depressief
Vaststaat dat dieren ook emoties hebben. Ze kunnen verdrietig zijn. Eenzaam. En ja, ze zijn soms ook depressief. Zo bleek uit onderzoek dat apen ook de blues kunnen hebben. De wetenschappers observeerden een groep java-apen en één van de dames was depressief. Ze viel af, had meer stresshormonen, liet haar schouders hangen, reageerde niet meer op mogelijk gevaar, had een hoger cholesterol en een versnelde bloeddruk. De reden? De druk van de groep en de dominantie van de andere dieren. Zonder hulp zou de aap steeds verder vermageren en zeker in het wild gemakkelijk ten prooi vallen aan grotere roofdieren. Maar is dat een bewuste keuze?

Bewust?
Hoe concreet de voorbeelden ook lijken te zijn, de wetenschap is verdeeld over de mogelijkheid dat dieren zichzelf van het leven beroven. Zelfmoord is immers een hele bewuste keuze. Dat betekent dat dieren dus ook in staat moeten zijn om die keuze te maken. Om die reden nemen sommige wetenschappers dan ook aan dat enkel heel intelligente dieren (honden, dolfijnen, etc.) in staat zijn tot een dergelijke actie. In de andere gevallen zou het meer gaan om een door instinct ingegeven drang of een ongeluk.

Lemming
De lemmings zijn een goed voorbeeld van het laatste. De populatie van deze knaagdieren kan heel snel afnemen. De reden? De dieren springen massaal van kliffen af, hun dood tegemoet. Lang werd dit bestempeld als suïcidaal gedrag. Maar dat is niet zo. Uit onderzoek blijkt dat de lemmings wanneer ze in grote groepen plotseling moeten verkassen soms per ongeluk over de rand van de klif vallen. Hoe de mythe van de lemmings kon ontstaan? Een documentaire van Walt Disney bestempelde de diertjes als zelfmoordenaars en van dat imago komen de lemmings moeilijk los.

Nuttig
Het lijkt goed om dieren niet al teveel menselijke eigenschappen toe te schrijven. Zelfmoord in de menselijke zin van het woord lijkt dan ook onjuist als we het over dieren hebben. Wanneer mensen hun leven beëindigen dan dienen ze daar in de meeste gevallen niemand mee. Wellicht was zelfmoord iets wat in vroegere tijden nuttig was (in oorlog bijvoorbeeld om andere manschappen te redden), maar die functie is verdwenen. Zelfmoord is een egocentrische daad geworden. In de dierenwereld heeft ‘zelfmoord’ vaak nog wel een tastbaar en sociaal doel.

Dieren maken – net als mensen – van binnen van alles mee. Maar het woord zelfmoord lijkt in de meeste gevallen toch echt te hoog gegrepen. De beste oplossing? Een geheel nieuw woord om te beschrijven dat dieren het leven soms – om nobelere redenen dan wij mensen – moeten loslaten.

Bronmateriaal: " Do Animals Commit Suicide? " - News.softpedia.com
" Do Animals Commit Suicide? A Scientific Debate " - Time.com
" Animal suicide sheds light on human behavior " - Msnbc.msn.com
" Myth of lemmings' suicide is driven over the cliff " - Timesonline.co.uk
" Scientists Happy About Sad Monkeys " - Seedmagazine.com
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door mailgroep om 14:20 Reageer op dit bericht

Amfibie

De amfibieën


Boomkikker - Hyla arborea Inhoud:
Hoe zijn de amfibieën ontstaan?
Hoe worden amfibieën geboren?
Welke salamanders komen er bij ons voor?
Bestaan er salamanders zonder ogen?
Wat is het verschil tussen een kikker en een pad?
Waar kunnen kikkers leven?







Boomkikker - Hyla arborea
pijlr.gif
Amfibieën zijn koudbloedige, gewervelde dieren die hun jeugd in het water doorbrengen en wanneer ze eenmaal volwassen zijn, ook op het land leven.
Voordat kikkers zich gaan voortplanten, geven ze een enorm luidruchtig concert.
De mannetjes hebben kwaakblazen, die sterk kunnen worden opgeblazen.
Hoe zijn de amfibieën ontstaan?
Vele miljoenen jaren geleden kropen er vreemde, op vissen gelijkende dieren uit het water om op het land te gaan leven.
Dat waren de voorouders van de amfibieën.
In de loop der tijden ontwikkelden de vinnen zich tot poten.
Deze waren immers nodig om het lichaam te dragen nadat de opwaartse druk, waarvan deze dieren in het water konden profiteren, weggevallen was.
Nog een andere aanpassing van het lichaam was nodig: de kieuwen werden geleidelijk vervangen door longen.
Hoe worden amfibieën geboren?
Bij duizenden worden in het voorjaar de eieren in het water gelegd.
Ze vormen samen een geleiachtige massa die in het water drijft.
Soms zit die geleiachtige massa vast aan een steen, takje of waterplant in ondiep water.
Na een tijdje komen er larven uit de eieren.
Deze tijd is verschillend voor de diverse soorten van amfibieën en ook afhankelijk van de temperatuur van het water.
De larven leiden al een volkomen zelfstandig leven.
Ze leren zichzelf te voeden met plantjes en microscopisch kleine diertjes.
Ze weten zich ook goed te verbergen voor hun vijanden, want vele waterdieren zijn dol op een lekker larfje.
Bij het kikkervisje verdwijnen de kieuwen en de staart geleidelijk, terwijl de poten zich ontwikkelen.
Het kikkervisje zuigt dan lucht aan het wateroppervlak in de pas gevormde longen.
Wanneer staart en kieuwen helemaal verdwenen zijn, zijn er uiteindelijk kleine kikkers gegroeid uit de bolletjes kikkerdril.
kikkerdril








Je ziet hier de kikkerdril waaruit de kikkervisjes zullen uitkomen
pijll.gif
Welke salamanders komen er bij ons voor?
In onze streken komen watersalamanders voor.
Ze leggen hun eitjes in het water en maken ze meestal vast aan waterplanten.
De larven leven een paar maanden in het water.
Zo gauw ze volwassen zijn, begint het leven op het land.
Soms is het uiterlijk van het mannetje zeer verschillend van dat van het vrouwtje.
In de paartijd keren zowel het mannetje als het vrouwtje tijdelijk terug naar het water.
Waarom zien we van de amfibieën meer padden en kikkers dan salamanders?
Dat komt omdat veel salamanders nachtdieren zijn en alle salamanders een hekel hebben aan het volle zonlicht.
Ze houden zich dus schuil op donkere plaatsen.
Bestaan er salamanders zonder ogen?
Ja , in de grotten van het Karstgebied in Joegoslavië en ook wel in Texas, Georgia en Missouri in de Verenigde Staten vindt men zo’n soort salamander, nl. de grotsalamander.
Het dier heeft geen ogen, maar kan licht en donker onderscheiden via zijn huid.
Het voedt zich met resten van planten, larven van insecten en kleine schaaldieren.
Van dit dier kan men zeggen dat het zich op een heel bijzondere manier aan zijn omgeving heeft aangepast.
alpenlwatersalamander




Dit is de alpenlwatersalamander
pijlr.gif
De alpenwatersalamander (Triturus alpestris) komt vooral in Centraal- en West-Europa voor.
Het is een van de acht soorten die in Europa leven.
Het belangrijkste kenmerk is de helder oranjerode buik zonder vlekken.
Hij is in geheel België vespreid; in Nederland komt hij hoofdzakelijk in Zuid-Limburg voor.
Hij wordt tot 11 cm lang.
Bestaan er behalve kikkers, padden en salamanders nog andere amfibieën?
De wormsalamanders behoren ook tot de amfibieën.
Ze graven zich in de grond en brengen hun leven onder de grond door.
Hun poten zijn helemaal verdwenen en met hun kleine ogen kunnen ze niets zien.
Wormsalamanders zijn afstammelingen van de vroegste amfibieën die op het land hebben geleefd.
Ze vormen daarom een belangrijke schakel in de ontwikkeling die lucht ademende vissen hebben doorgemaakt voordat ze later amfibieën en reptielen werden.
Wormsalamanders schijnen de eerste gewervelde dieren te zijn die ooit op het land hebben geleefd.
Ze leggen hun eitjes in geulen bij het water.
Wanneer de larven uit de eitjes komen, kronkelen ze het water in om zich daar verder te ontwikkelen.
Wanneer ze volwassen zijn, verlaten ze het water en brengen hun verdere leven door op het land onder de grond.
grote watersalamander







De grote watersalamander ook kamsalamander genoemd
pijll.gif
De grote watersalamander of kamsalamander ( Triturus cristatus) komt in België en Nederland vrij algemeen voor.
Hij wordt tot 16 cm lang.
Het mannetje neemt in het paringsgedrageen karakteristieke houding aan, hij toont dan heel opvallend zijn vurig gekleurde buik en spreidt zijn poten, waardoor hij er erg imposant uitziet.
Het geslachtsrijpe vrouwtje moet dit gedrag met een bepaald ritueel (dit is een soort dans) beantwoorden; doet ze dat niet , dan gaat de paring niet door.
Op zijn rug krijgt het mannetje een hoge getande kaml, deze groeit in de lente en slinkt na de paring.
Wat is het verschil tussen een kikker en een pad?
Heel veel mensen moeten niets hebben van een pad.
Een pad ziet er lelijker uit dan een kikker.
Zij heeft een lang plat lijf en haar huid is droog en gerimpeld.
Meestal wordt haar huid ook nog ontsierd door pukkels of wratten.
De kop van de pad is stomper dan die van een kikker en haar poten zijn korter.
De pad brengt het grootste deel van haar leven door op het land en beweegt zich nogal traag voort.
De kikker is een veel actiever, veel beweeglijker, veel levendiger dier.
De pad zoekt graag een afgelegen plekje als onderdak.
Daar keert zijn elke avond terug, nadat zij de hele dag op haar dooie gemak naar voedsel heeft gezocht.
Wie een pad in de tuin aantreft en ze daar graag wil houden, moet proberen haar verblijf in de tuin aantrekkelijk te maken.
Een oude bloempot bijvoorbeeld is een prachtig huisje .
Wanneer zij daarin haar intrek neemt, is er veel kans dat ze jarenlang in de tuin zal blijven wonen.
Daar vaart de eigenaar van de tuin goed bij, want de pad voedt zich met slakken, torren en talrijke andere schadelijke insecten.
poelkikker - Rana lessonae








poelkikker - Rana lessonae
pijlr.gif
Waar kunnen kikkers leven?
Kikkers, hebben zich aangepast aan vele soorten levensomstandigheden.
Ze kunnen zich zelfs in de woestijn handhaven, zoals de zogenaamde waterreservoirkikkers uit Australië, die door hun huid water opnemen en opzwellen, om er tot de volgende regenperiode tegen te kunnen.
Er bestaan ongeveer vijfhonderd soorten boomkikkers met stevige grijppoten, en in Maleisië leeft een boomkikker met lange vingers en tenen met vliezen ertussen die hij als zweefvlakken gebruikt.
Het diertje glijdt meer dan het vliegt, maar op deze manier kan het tenminste insecten verschalken, die hem zouden ontsnappen als hij alleen maar springen kon.
In Zuid-Amerika en Afrika komen ook nog echte gifkikkers voor.

(denatuur.be)
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door mailgroep om 00:35 Reageer op dit bericht

Mol

Mol - Talpa europaea

Mol - Talpa europaea Inhoud:
Beschrijving
Uiterlijk
Verspreidingsgebied
Levenswijze
Voedsel
Voortplanting
Bijzonderheden
Herkenbaarheid



Zelden is een mol,
zoals hier, in het daglicht te zien
pijlr.gif
Beschrijving

Bij het graven van zijn gangen gebruikt de mol zijn brede tot echte graafwerktuigen omgevormde voorpoten en schuift hij de aarde daarmee met een soort "borstzwemslag" naar achteren.
Van tijd tot tijd schuift hij deze losse aarde door een loodrecht omhooglopende pijp naar de oppervlakte.
Omdat zijn vacht geen "vleug" heeft kan de mol zich in zijn gangen makkelijk voor- als achterwaarts bewegen.
De mond- en neusopeningen zijn naar beneden gericht.
Hierdoor komt er bij het graven geen aarde in terecht.
De kleine ogen liggen diep in de vacht verborgen en zijn zo beschermd tegen verwondingen door wortels of stenen.
Bij het voedselzoeken in het uitgebreide gangenstelsel , (de gangen kunnen samen wel 150 meter lang zijn) laat de mol zich door zijn tastzin leiden.
Hij heeft niet alleen tastharen op zijn snuit maar over zijn hele lichaam, zelfs op zijn staart.
Voor de winter legt hij in de buurt van zijn woonkamer een voorraad van vaak meerdere honderden regenwormen aan.
Meestal bijt de mol het voorste stuk van de regenwormen af, zodat die wel blijft leven maar niet kan rondkruipen.
Op deze manier heeft de mol maandenlang vers voedsel.
Met een onverzadigbare eetlust verorbert de mol dagelijks zoveel prooien als zijn eigen lichaamsgewicht bedraagt.
Het grootste deel van zijn tijd zijn mollen strikt solitair en iedere mol heeft zijn eigen gangenstelsel.
Alleen in de paartijd dringen de mannetjes vreemde gangenstelsels binnen.
Als de eigenaar van dit stelsel een ook een mannetje blijkt te zijn, volgt er een verbitterende strijd waarbij de verliezer niet zelden de dood vindt en vaak door de winnaar opgegeten wordt.
Uiterlijk

De 12-15cm lange mol heeft een plomp, cilindervormig lichaam en een korte, dunne staart. De fluweelachtige vacht is effen donkergrijs tot zwart. Het dier heeft een bijzonder lange, onbehaarde snuit, die enigszins op een slurfje lijkt De minuscule oogjes liggen diep in de vacht verborgen en hij heeft geen uitwendige oorschelpen. De voorpoten, waarmee hij zijn ondergrondse gangen graaft, zijn sterk verbreed en hebben lange klauwen.
Verspreidingsgebied

Mollen komen in heel West- en Midden-Europa voor, van het laagland tot op 2400 m hoogte. Ze hebben niet zozeer een voorkeur voor een bepaalde begroeiing, maar veel meer voor een bepaald type bodemgesteldheid: mollen zijn te vinden in weiden, akkers, tuinen en loofbossen met losse grond en mijden zanderige, rotsachtige en zeer droge gebieden.
Mooi diertje hé !!





Mol - Talpa europaea
pijll.gif
Levenswijze

Hoewel de mol zowel ‘s nachts als over dag actief is, is hij zelden te zien; hij brengt namelijk het grootste deel van zijn leven onder de grond door. Met behulp van zijn krachtige graafpoten maakt hij uitgestrekte gangenstelsels (de zogenaamde ritten) met slaap-, nest- en voorraadkamers. De grond die hij weggraaft, werpt hij op tot kleine heuveltjes, de bekende molshopen. Behalve in de voortplantingsperiode zijn mollen solitaire dieren; elk dier heeft een eigen gangenstelsel. Alleen in de paartijd dringen mannetjes op zoek naar een wijfje dikwijls de gangen van andere mollen binnen. Als de bewoner eveneens een mannetje is, komt het vaak tot felle gevechten, waarbij de verliezer niet zelden gedood wordt.
Voedsel

De mol eet regenwormen, evenals insecten, larven en soms zelfs jonge spitsmuizen. De mol eet elke dag ongeveer zijn eigen gewicht aan prooidieren. Om de winter door te komen, legt hij in de buurt van zijn woonhol een voorraad van enkele honderden regenwormen aan. Eerst bijt hij het voorste stuk van de wormen af, zodat ze weliswaar niet sterven, maar ook niet kunnen ontsnappen. Op die manier heeft hij maanden lang vers voedsel.
Voortplanting

De paartijd van de mol loopt van maart tot mei. Over het algemeen brengt het wijfje eens per jaar 3-5 jongen ter wereld. Bij hun geboorte zijn de jongen nog naakt en blind, en ze worden ongeveer 4 weken lang door de moeder gezoogd en verzorgd. Daarna zijn ze zelfstandig en gaan ze hun eigen weg.
Een nog jonge mol



Een nog jonge mol
pijlr.gif
Bijzonderheden

Hoewel ze flinke schade aan cultuurgewassen kunnen aanrichten, zijn mollen beschermd, dat wil zeggen dat ze niet mogen worden gevangen of gedood.
Het is echter wel toegestaan om ze te verdrijven.
De voorpootjes als graafwerktuigjes


De voorpootjes als graafwerktuigjes
pijll.gif
Herkenbaarheid

Molshopen zijn rond, in tegenstelling tot de langwerpige hopen van de woelrat. De gang eronder loopt loodrecht naar beneden; die van een woelrat schuin omlaag.
(denatuur.be)

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door mailgroep om 00:34 Reageer op dit bericht

Egel

Egel (Erinaceus europaeus)

Egel Inhoud:
Beschrijving
Uiterlijk
Verspreidingsgebied
Levenswijze
Voedsel
Voortplanting
Bijzonderheden
Herkenbaarheid




Egel
pijlr.gif
Beschrijving

De stekels die een egel zo onmiskenbaar maken, bestaan uit omgevormde rugharen.
Een volwassen egel egel heeft er ongeveer 16000.
Normaal liggen ze losjes naar achteren gericht over het lichaam.
Als de egel schrikt dan zet hij de stekels op door middel van een krachtige spierkap die als het schild van een schildpad de hele rug bedekt.
Als deze spieren zich bij gevaar of tijdens de winterslaap samentrekken, dan wordt de rughuid gespannen en richten de stekels zich op.
Tegelijkertijd worden de kop en de poten onder deze spierkap getrokken zodat de egel eruit ziet als een stekelig bal waar de vijand geen houvast meer aan heeft.
Bij het autoverkeer blijkt deze beproefde afweertactiek echter volstrekt zinloos.
Egels verliezen tussen hun stekels door, veel warmte.
Daarom zijn ze in de koelere avonduren vaak op straat te vinden omdat de asfaltlaag nog lang de warmte van de dag vasthoudt.
Elk jaar worden er honderdduizenden egels aangereden bij het oversteken van straten.
De chemische bestrijdingsmiddelen tegen akker- en tuinonkruiden vormen een andere bedreiging; vrijwel alle kleine prooidieren bevatten een kleine hoeveelheid van deze gifstoffen.
Als de egel ze opeet en zich daarmee voor de tuinder nuttig maakt, is hij bezig zichzelf te vergiftigen.
Egels worden geplaagd door vele parasieten zoals teken, mijten en lintwormen.
De egelvlooien die in zeer groot aantal tussen de stekels voorkomen, stappen nooit over op huisdieren of mensen.
Als egelrivalen met elkaar vechten stoten ze met hun opgezette halsstekels heftig schuin naar boven.
Ze proberen onder de tegenstander te komen om in de onbeschermde buikhuid te kunnen bijten.
Zo'n gevecht gaat gepaard met veel gesnuif en geblaas maar is voor beide partijen niet echt gevaarlijk.
Vlak na het beëindigen van de winterslaap vormen de egels paren.
De paring verloppt net als bij de meeste zoodieren van achteren, en niet met buik tegen buik, zoals men vroeger dacht.
Het vrouwtje behoudt daarbij haar stekels zo plat mogelijk tegen haar lichaam gedrukt.
Al lang voor de geboorte van de jongen wordt het mannetje uit de omgeving van het nest verdreven: het grootbrengen van de jongen gebeurt alleen door de moeder.
Bij de geboorte is de huid van de jongen sterk opgezwollen, zodat de kleine witte babystekeltjes helemaal in de huid verborgen zijn en zo de moeder niet kunnen verwonden.
In de loop van de eerste dagen wordt de huid van het jonge dier rimpelig en komen de stekels, die nog een paar dagen slap blijven, naar buiten.
Na 3 weken maken de jongen al hun eerste uitstapjes met hun moeder en na ongeveer 6 weken worden ze door haar verstoten en moeten ze zelfstandig door het leven.
Nu komen ook de eerste duidelijk langere adulte stekels door.
Vaak krijgt de egelmoeder in de nazomer nog een keer jongen maar deze jongen komen vaak de winter niet door.
Het voor het overwinteren benodigde minimum gewicht ligt tussen 500 - 700 gram.
Kleine egeljongen zijn uiterst kwetsbare diertjes en de zo vaak goedbedoelde pogingen van mensen om ze gezond de winter door te laten komen, eindigen maar al te vaak in een telleurstelling.
Over het algemeen leggen egels geen wintervoorraden aan en teren ze tijdens de lange winterslaap uitsluitend op hun vetreserves.
Als ze in het voorjaar weer ontwaken hebben ze ongeveer een kwart van hun lichaamgeswicht verloren.
De Europese egel komt voor in twee duidelijk van elkaar te onderscheiden vormen: de West-Europese- of bruinborstegel ( Erinaceus europaeus europaeus ) in westelijke Europa en de Oost-Europese egel ( Erinaceus europaeus roumanicus ) in het oosten en zuidoosten van Europa, die een witte borstvlek heeft en daarom ook wel witborstegel wordt genoemd.
Uiterlijk

De rug van de egel, die maximaal 30 cm lang wordt, is geheel bedekt met bruin-wit gestreepte stekels.
De kop en de buik daarentegen zijn begroeid met ruwe donkerbruine of geelachtig bruine haren.
De ongeveer 5 cm lange staart is onder de stekels verborgen.
Verspreidingsgebied

De egel komt voor in België en Nederland.
Europa behalve Noord-Scandinavië en Ijsland; Azië, Afrika.
De egel houdt zich het liefst op langs bosranden met veel struikgewas, maar is ook dikwijls te vinden in parken en tuinen.
In de bergen komt hij tot op 2000 m hoogte voor.
Schattig toch !!





Schattig toch !!
pijll.gif
Levenswijze

De solitaire egel is voornamelijk in de schemering en’s nachts actief.
Jonge dieren zijn overdag actief.
Solitair, klimt en graaft goed, maar is geen lange afstandszwemmer.
Overdag verschuilt hij zich meestal in dicht struikgewas of onder hopen steen of hout.
Het nest bevindt zich in een kuiltje in de grond en is zorgvuldig bekleed met gras en bladeren Egels kunnen bijzonder goed klimmen en zich door de smalste spleten wringen.
Bovendien zijn het goede zwemmers, hoewel het ze aan uithoudingsvermogen ontbreekt.
Als ze naar eten zoeken of een soortgenoot ontmoeten, maken ze harde snuivende, grommende en blazende geluiden.
De egel houdt van ongeveer oktober tot april een winterslaap.
Voor deze periode legt hij geen voedselvoorraad aan, maar teert hij voornamelijk op de vetreserves die in de zomer en de herfst zijn opgebouwd.
Voedsel

De egel eet voornamelijk insecten, regenwormen en slakken, evenals jonge muizen, kikkers en zelfs slangen maar soms ook vruchten, bessen en gevallen fruit.
Voortplanting

De paartijd loopt van april tot juli. Het wijfje krijgt meestal één of twee keer per jaar 4-7 jongen.
Het zijn typische nestblijvers, die blind worden geboren.
Pasgeboren egels hebben korte, witte stekels, die nog zijn ingebed in de opgezwollen huid van de rug, zodat ze de moeder tijdens de geboorte niet kunnen verwonden.
De jongen worden 3-4 weken gezoogd en zijn al na 6 weken zelfstandig.
Het mannetje bemoeit zich niet met het grootbrengen van de jongen.
Jonge egel







Jonge egel
pijlr.gif
Bijzonderheden

De kenmerkende stekels van de egel zijn in feite een soort haren.
Een volwassen egel heeft ongeveer 16000 stekels, die normaal gesproken naar achteren gericht op het lichaam staan.
Bij gevaar zet het dier met behulp van speciale rugspieren zijn stekels op, terwijl het tegelijkertijd de kop en de poten in trekt en zich oprolt tot een stekelige bol, waar vijanden geen vat op kunnen krijgen.
Deze strategie kan de egel echter niet beschermen tegen het gevaar van slakkenkorrels, die veel tuiniers gebruiken om hun gewassen te beschermen.
Veel egels sterven door het eten van vergiftigde slakken.
Bovendien worden ze regelmatig slachtoffer van het verkeer.
Herkenbaarheid

Egels zijn gemakkelijk te herkennen aan hun stekels.
(denatuur.be)
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door mailgroep om 00:33 Reageer op dit bericht

Dieren Down Under: lori's



 
In Oceanië komen verschillende soorten papegaaien voor, en ook in Australië fladderen felgekleurde lori's en lorikeets rond.

Het gedrag en uiterlijk van de hyperactieve dieren komt enigszins clownesk over, waardoor ze steevast een glimlach op je lippen toveren. Dat is zeker het geval bij de prachtige regenbooglorikeet, die je snel vindt in de buurt van mensen.

De vogels eten voornamelijk nectar en stuifmeel, en een zwerm durft al eens een struik kaalplukken. Op toeristische plaatsen wennen de nieuwsgierige vogels snel aan mensen, en komen ze zelfs uit je hand eten.

Sommige soorten hebben het moeilijk, en enkele vogels dreigen uit te sterven als gevolg van de introductie van Europese ratten in Oceanië. Zo hoort de 'ultramarine lorikeet' bij de vijftig zeldzaamste vogels. (sam)

media_xl_3628308.jpg?20100322203223
In Sydney zagen we enkele regenbooglori's een boom half kaalplukken.
Hieronder vind je een link waar je nog meer van die prachtig gekleurde vogels ziet.
Het is een artikel dat komt uit Het Laatste Nieuws van vandaag.
Colombine


Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door mailgroep om 22:58 Reageer op dit bericht

Enkele tips vooraleer naar het trimsalon te gaan

Tips

* Laat de hond goed uit voordat u hem naar de trimsalon brengt.
Het is voor de hond heel vervelend om zijn behoefte
te moeten ophouden tijdens de trimbeurt. Mocht het echt nodig zijn dan laten wij hem natuurlijk ook uit, maar dit
gaat ten koste van de tijd van de trimster, dus laat hem alstublieft zelf even uit.

* Minimaal 2 dagen voor en na de trimbeurt de hond niet behandelen met anti-vlooien middel of andere bestrijdingsmiddelen.
Breng de hond wel vlo-vrij.

* Breng de hond zo droog mogelijk omdat een natte vacht moeilijk behandelbaar is. Doe een plukhond dan ook niet eerst
in bad zodat hij schoon bij de trimster komt.

* Heeft de hond besmettelijke aandoeningen of medische afwijkingen, meldt dit dat al aan de telefoon wanneer u de afspraak
maakt zodat wij ons daarop kunnen instellen. Meldt het ook als de hond al oud is , dan kunnen wij hem tussendoor meer
rust geven.

* Breng de hond niet met een volle maag.

* Breng de hond altijd aan de lijn.

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door mailgroep om 14:14 Reageer op dit bericht

Peesproblemen bij paarden

PEESPROBLEMEN

EEN LANGE WEG NAAR HERSTEL

Tekst: Tim Samoy (Dierenkliniek De Morette)
Foto's: Dierenkliniek De Morette/ Karin Gillain

Vele paardeneigenaars worden zenuwachtig bij het vaststellen van een peesletsel bij één van hun paarden. Peesletsels worden in de paardenwereld vaak in één adem uitgesproken met een langdurige rustperiode, intensieve opvolging door de dierenarts en een grote kans op herval.

Paarden die presteren op topniveau zijn onderhevig aan enorme krachten inwerkend op hun ledematen. Dit vraagt een enorme belasting van zowel gewrichten als van weke delen waaronder ligamenten en pezen.

ANATOMIE

De meest voorkomende peesletsels komen voor ter hoogte van de buigpezen van de voorbenen. De verschillende buigpezen bevinden zich aan de achterzijde van het pijpbeen, waarbij van achter naar voren, de oppervlakkige buiger, diepe buiger, check ligament en interosseuspees gelegen zijn.

De meest oppervlakkige gelegen pezige structuur is de oppervlakkige buiger. Deze maakt de verbinding tussen enerzijds de buigspieren en anderzijds de achterzijde van het kroon- en kootbeen. Onder deze oppervlakkige buiger bevindt zich de diepe buiger, die de verbinding vormt tussen buigspieren en het hoefbeen. Het distale check ligament is een ligamentaire structuur tussen het bovenste gedeelte van het pijpbeen en de voorzijde van de diepe buiger. Tegen de achterzijde van het pijpbeen bevindt zich de interosseuspees. Deze vertrekt aan de bovenzijde van het pijpbeen tussen de beide griffelbeenderen en hecht zich vast door middel van twee schenkels op de beide sesambeenderen ter hoogte van de kogel.

De verschillende pezen hebben enerzijds als doel de kogel te ondersteunen om doorzakken te vermijden. Anderzijds staan ze in voor het overbrengen van de krachten van de spieren naar het skelet, wat een voorwaartse beweging mogelijk maakt.

Een pees bestaat uit een grote hoeveelheid van vezels die gegroepeerd liggen, allen georiënteerd in dezelfde richting. Dergelijke opbouw zorgt voor een optimale treksterkte en elasticiteit. De pees vormt de verbinding tussen enerzijds de spierbundel en de botstructuren. De interosseuspees en het check-ligament zijn hier echter een uitzondering op. De interosseuspees vormt de verbinding tussen het bovendeel van het pijpbeen en de beide sesambeenderen onderaan. Het check-ligament vormt de verbinding tussen het pijpbeen en de diepe buigpees.

ONTSTAAN VAN PEESLETSELS

Tijdens de normale beweging zijn de verschillende peesstructuren onderhevig aan een welbepaalde belasting. Bij een zeer intensieve arbeid benadert de lengte van de verschillende vezels vaak maximale uitrekking. Bij repetitieve benadering van deze fysiologische limiet vergroot de kans dat er verschillende vezels gaan scheuren. Door het doorscheuren van deze vezeltjes gaat de gehele pees inboeten aan treksterkte en elasticiteit. In de normale situatie worden de beschadigde vezels op zichzelf hersteld, maar bij intensieve arbeid krijgen dergelijke vezels onvoldoende tijd om zich te gaan recuperen, waardoor steeds een groter percentage aan vezels beschadigd geraakt. Dit kan dan aanleiding geven tot een ernstig peesletsel. Peesletsels zullen zich voornamelijk manifesteren in het middelste centrale gedeelte van de pees. Door het grote aantal vezels die aangetast geraken, treedt er tevens een ontsteking of inflammatie op ter hoogte van het letsel.
Het optreden van een acuut peestrauma ten gevolge van een slag van een ander paard is zelden, maar niet onbestaande.
Aangetaste pezen hebben een groter risico voor het optreden van recurrente problemen.

Foto's : links zie je bovenaan een landkaartvormige donkere zone in de oppervlakkige buigpees; rechts zie je hetzelfde letsel op een longitudinale peesscan.

PREDISPONERENDE FACTOREN

Het ontstaan van een peesletsel kan vaak gepaard gaan met predisponerende factoren.

Conformationele afwijkingen:
Standafwijkingen brengen een groter risico met zich mee bij het ontstaan van peesletsels. Zo zullen holle knieën, waarbij de voorknie meer naar achter toe gebogen is, een grotere kans op peesletsels geven. De continue krachten die hierdoor op de verschillende peesstructuren werken zijn veel groter in vergelijking met een rechte beenstand. Bijkomend veroorzaken een lage hielconformatie of een lange teen eveneens een grotere belasting op de buigpezen. Men benadrukt hierbij nog eens het grote belang aan een goed hoefbeslag.

Onvoldoende trainingsopbouw:
De elasticiteit van de verschillende pezen kan geoptimaliseerd worden door een goed trainingsprogramma te volgen. Het geleidelijk opbouwen van arbeidsintensiteit is uitermate belangrijk in het voorkomen van zowel peesaandoeningen als gewrichtsproblematiek. Bijkomend is de dagelijkse opwarming alvorens aanvatting van de effectieve training eveneens essentieel. Weefselmoeheid ten gevolge van onvoldoende uithouding en/of conditie kan aanleiding geven tot sneller optreden van een peesletsel. Te snelle hervatting van de training na een peesaandoening verhoogt het risico op herval. Dergelijk herval is vaak meer uitgebreid en prognostisch minder goed.

Slechte trainingsomstandigheden:
Een aangepaste ondergrond voor het werken met paarden is zeer belangrijk in het voorkomen van peesletsels. Een te harde bodem, zal minder efficient de verschillende krachten opvangen. Bij impact van een grote hoeveelheid kracht is de vervorming van de bodem bij steunname één van de factoren die verlichtend werkt op de verschillende weke delen van de paarden. Een te zachte of onregelmatige bodem is echter eveneens niet goed. Bij het aanleggen van de pistebodem moet men een evenwicht vinden tussen enerzijds een veerkrachtige bodem die een vlotte beweging van het paard mogelijk maakt en anderzijds voldoende structuur in de bodem. Het aanleggen van een goede bodem zal steeds een vakmanschap blijven.

Te strakke bandagering:
Recentelijk werd aangetoond dat het te strak bandageren van pezen een significante verhoging van de lokale temperatuur veroorzaakt. Door deze sterke temperatuursverhoging krijgt men een invloed op de bloedvloei ter hoogte van de benen waardoor schade sneller kan optreden. Bij het gebruik van beenbeschermers is het van cruciaal belang ze niet te strak aan te spannen en ze eveneens na de training onmiddellijk te verwijderen. Op deze manier verkleint men de kans op het induceren van vezelzwakte en peesletsels.

SYMPTOMEN:

Peesletsels worden vaak opgemerkt door het optreden van een zwelling aan de achterzijde van het pijpbeen. Dergelijke zwelling is pijnlijk bij palpatie. Niet alle peesletsels zijn noodzakelijk geassocieerd met een kreupelheid. Bij verderzetting van werk kan kreupelheid ontstaan.
Bij het opmerken van een zwelling ter hoogte van de verschillende buigpezen is het steeds aangewezen een echografisch onderzoek te laten uitvoeren. Op deze manier kan de inwendige structuur van de verschilende pezen in 2 richtingen bekeken worden. Door middel van de echografie kan de oriëntatie van de verschillende peesvezels bekeken worden. Bij acute peesletsels kan men echografisch in het inwendige deel van de pees een zwarte vlek opmerken. Naargelang het herstel kan men een geleidelijke terugkeer van vezels ter hoogte van het letsel zien. Men ziet het frequentst een aantasting van de oppervlakkige buiger.

MOGELIJKE BEHANDELINGSSTRATEGIE:

De essentiële sleutel tot een volledig herstel van een opgelopen peesletsel is het inbouwen van een adequate rustperiode, waarbij het paard in geen geval in vrijheid mag bewegen. Deze rustperiode is kan oplopen van enkele weken tot verschillende maanden en dient te worden aangepast op basis van de grootte van het letsel. Afhankelijk van de uitgebreidheid van het letsel wordt geopteerd voor een strikte boxrust of het onmiddellijk starten van gecontroleerde beweging onder de vorm van dagelijks stapwerk. Afkoelingstherapie geeft een duidelijke meerwaarde bij de behandeling van peesletsels. Dit is enkel van belang in het acute stadium voor het kalmeren van het initiële onstekingsproces. Deze therapie kan op verschillende manieren worden ingevuld waaronder het afspuiten met koud water en/of het gebruik van Ice-Packs. Heden ten dage zijn er verschillende commerciële produkten op de markt die het diepe afkoelen van het peeswefsel tot doel hebben. Een voorbeeld hiervan zijn speciale ontwikkelde cryo-compressen.
Sinds verschillende jaren zijn nieuwe technieken ontwikkeld voor het optimaliseren van een goede heling, waaronder stamceltherapie en Platelet enriched plasma (PRP).,.


STAMCELTHERAPIE:

Stamcellen zijn ongedifferentieerde cellen die zich kunnen omvormen in verschillende typen van weefsels, afhankelijk van het weefsel waarin ze zich bevinden. Dergelijke cellen bieden heel wat voordelen in zowel de humane - als in de diergeneeskunde.

De stamcellen kunnen afkomstig zijn uit enerzijds een embryonaal stadium of anderzijds van het volwassen individu. Het collecteren van stamcellen gebeurt door afname van vetweefsel. In een gespecialiseerd labo kunnen vanuit het vetweefsel de stamcellen gekweekt worden. Het voordeel van dergelijke afname is dat de kweek van de stamcellen weinig tijd in beslag neemt en de collectie geen risico met zich meebrengt. Onder rechtstaande sedatie, lokale verdoving en na steriele preparatie wordt net naast de staartbasis een kleine incisie van een tiental cm gemaakt.






Foto's : vetstaalname via een kleine chirurgische ingreep naast de staartbasis laat kweken van stamcellen in het labo toe. Het litteken is minimaal.
Het vetweefsel wordt zorgvuldig weggesneden. Een hoeveelheid vet ( ca. Een koffielepel) laat ons toe in 8-10 dagen twintig miljoen stamcellen te cultiveren. De stamcellen die bewaard worden in een fysiologische oplossing worden zo snel mogelijk naar een met ons samenwerkend labo doorgestuurd. Hier worden de stamcellen verder gekweekt en na 8-10 dagen opnieuw op onze kliniek geleverd waar ze onmiddellijk dienen te worden ingespoten ter hoogte van het letsel. De inspuiting van de stamcellen ter hoogte van het peesweefsel gebeurt onder echografische begeleiding om ervoor te zorgen dat ze op de exacte plaats ingebracht worden. Er bestaat tevens een tweede manier voor het verzamelen van stamcellen waarbij door een beenmergpunctie ter hoogte van het borstbeen stamcellen geïsoleerd en verder gekweekt worden.
Het revalidatieprograma is strikt afhankelijk van de ernst van het letsel en kan verschillende maanden in beslag nemen. Echografische opvolging elke 4 weken wordt geadviseerd voor het accuraat aanpassen van de revalidatie. De gecontroleerde bewegingen die dienen uitgevoerd te worden stimuleren de correcte orïentatie van de verschillende peesvezels.

PLATELET RICH PLASMA (PRP):

PRP-behandeling is eveneens een nieuwere techniek voor het behandelen van pees- en/of ligamentletsels. Bijkomend kan het een positieve invloed hebben op de heling van uitgebreide wonden. De afkorting PRP staat voor Platelet Rich Plasma. Hierbij bedoelt men het plasma van het paard dat door verwerking van het totale bloed een verhoogde concentratie aan bloedplaatjes bezit. Deze bloedplaatjes bevatten op hun beurt een groot arsenaal aan groeifactoren die de heling van pezen, ligamenten en wonden kan bevorderen. Na bloedname worden de verschillende fracties van het bloed gescheiden waardoor men het plasma met bloedplaatjes overhoudt.Dit dient dan vervolgens onmiddellijk onder echografische begeleiding geïnjecteerd te worden ter hoogte van het letsel. Door de injectie hiervan bekomt men een bepaalde activeringsreactie die de heling bevordert.

PREVENTIEVE MAATREGELEN:

Verschillende maatregelen kunnen worden genomen om peesletsels te voorkomen. Hierbij is het in eerste instantie van groot belang een aangepast en opbouwend trainingsschema te volgen. Dagelijkse controle van de verschillende pezen door grondig onderzoek op temperatuursverhoging, zwelling en/of pijnlijkheid kunnen bepaalde zaken aan het licht brengen, die aanwijzen dat er zich bepaalde problemen ontwikkelen. Bij een goede opvolging hiervan kunnen heel wat grotere problemen in de toekomst vermeden worden.

BESLUIT:

Het voldoende aandacht schenken aan de trainingsomstandigheden kan heel wat frustaties en problemen op vlak van de gezondheid van het beendergestel van de paarden vermijden. Bij een vroege herkenning van een probleem kan snel en adequaat ingegrepen worden, waardoor de verdere sportcarrière minder gevaar loopt.




Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door mailgroep om 14:12 Reageer op dit bericht

Meer van mailgroep huisdieren

↑ Terug naar de berichten