Van privé collectie tot museumhuis. Het museum dankt zijn bestaan aan Hélène Kröller-Müller(1869-1939)

Ze is de dochter van een Duitse industrieel .
Ze trouwt in 1888 met de Nederlander Anton Kröller die het bedrijf gaat leiden.
Nadat Hélène en haar dochter een cursus kunstbeschouwing hebben gevolgd
beginnen ze kunst te verzamelen.
In de jaren 20 -30 tijdens de economische rercessie dreigt er gevaar
voor hun landgoed op de Hoge Veluwe en de kunstcollectie.
Als voorzorg schenkt ze dan haar kunstcollectie aan de Nederlandse staat
op voorwaarde dat er een museum wordt voor gebouwd
op hun landgoed , inmiddels het Nationale Park de Hoge Veluwe.
Haar droom komt uit als in 1938 Het Rijksmuseum Kröller-Müller zijn deuren opent.
Zij wordt de eerste directeur.
Ze sterft in 1939 en nadien wordt het museum nog verder uitgebreid.
Er komt een congresruimte en beeldenzaal bij.

In 1977 komt er een nieuwe vleugel bij voor moderne beeldhouwkunst.

Dat van Gogh Hélène's grootste favoriet was kan je merken
Ze kocht tijdens haar leven 91 schilderijen en 180 werken op papier van hem..
Het wordt meteen ook de grootste particuliere verzameling ter wereld
van werken van de schilder Van Gogh.
Zijn werken vormen het middelpunt van haar collectie.

Ze bewondert ook het kubisme en koopt werk van Picasso en Piet Mondriaan.

Violon 1911-1912

Mondriaan
De beeldentuin is 25 hectare groot.

Hurkende vrouw 1882
August Rodin

Constant Permeke
Niobe 1951

La grande Pénélope 1912
Emile Antoine Bourdelle
De beelden in de tuin bieden een samenhangend en boeiend overzicht
van de beeldhouwkunst van het einde van de 19 de eeuw tot nu.



Sculpture flottante
Martha Pan
>

Op werken die uitdrukking geven aan de verhouding tussen natuur en cultuur wordt steeds meer nadruk gelegd.. Dat maakt het Kröller-Müller museum tot een uniek museum met een geheel eigen karakter.