epiloog
achter het frêle vlies
herkent een voelend oog
de geladen diepte
in vibrerende stemmen
het is blindelings gewaar
van een gescheiden epiloog
epiloogachter het frêle vlies
herkent een voelend oog
de geladen diepte
in vibrerende stemmen
het is blindelings gewaar
van een gescheiden epiloog
de ijzige nachtals machteloze gedachten
luider roepen
dan mijn lippen bewegen
en mijn oor even niet
aan het gevoel
van de wind wil raken
is de stilte nog
het meest genegen
mij te doen verwijlen
in de overgave aan
verloren tijd, opzoek
naar onkreukbaar waken
het is dan niet zo
dat ik me verberg
om weerstand te vermijden
soms geraakt de ziel in trance,
wordt zij overvallen door
een overdaad aan klanken;
als het aardse carillon,
onvoorspelbaar,
zijn klokken luidt en mij
naar de doolhof begeleidt
dat is gevuld
met grijze mistbanken
en waaraan verdwazing
wordt toegedicht
dan toch is het enkel
de eenzaamheid,
vaak zo van donkerte beticht,
waarin het pad naar buiten
wordt voorbereid en
meestentijds, een ochtend
de ijzige nacht afsluit
Binnenstebuitenik ben meer
dan het gevoel dat jij me geeft
jouw woorden dreigen,
zijn gericht op open wonden
doch met eigen onmachtig
speeksel doorzeefd
avec toi, la basse opinion mourit en même temps
nog steeds
de strenge vroege akkoorden,
aldoor onderweg,
waar op het voortschrijdend pad
het genot zelden bekoorde;
een kinderziel is met verwarring beklad
avec toi, la basse opinion mourit en même temps
door buitenlijfse krachten
lijkt nog steeds het vel gespannen,
een milde glimlach is
naar het verste eiland
binnenin jezelf
verbannen
avec toi, la basse opinion mourit en même temps
wat is nog in staat
aangegroeid eelt te verzachten
opdat het lukt jezelf te achten
en waar stilaan
het krampachtige je verlaat
avec toi, la basse opinion mourit en même temps