Naar de inhoud

Julius V.E. Dreyfsandt zu Schlamm : Gedichten 5

seniorennet.beseniorennet.be

Tijdverdrijf

 

 

wat ga jij
nog doen,
vraagt vandaag
aan toekomst

voel me oud
ik wacht niet meer
op later

fluistert ze tegen
de ongeboren dag
van morgen

en gisteren
is doodmoe
die wil niet meer
voor mij zorgen

Geschreven door Julius Dreyfsandt zu Schlamm om 14:34

Mens, wie zijt gij eigenlijk

 

 

koude kan er zijn
ook al bloeien kleuren
het hele jaar door

liefde sluit geen deuren
overeenkomstig het
ritme der seizoenen

of smelt in hemelsvocht
indien sneeuw of hagelsteen
rechtspreken zonder verhoor

evenmin bevochtigen
tranen een dood tapijt
uitsluitend en alleen
als de herfst daalt
over lanen

kilte kent geen tijd
het overkomt de mens
als het leven
in het innerlijke snijdt

of de ziel het machteloze
wilt verjagen
zodra onze natuurlijke
eenzaamheid in overmaat gedijt

Geschreven door Julius Dreyfsandt zu Schlamm om 14:33

Nachtroep (duogedicht)

 

 

wieg mij
in één zachte adem, verbind
waarheid met wonden

klevend aan het nachtlicht
van stilte

verschuif mijn verlangen naar
het schitterend oog, in pauwenveren
gestileerd

het zal mijn traan dragen, teder
door de wuivende wind
opgerekt

tot een zoet vlies van troost




duogedicht met: kerima ellouise

Geschreven door Julius Dreyfsandt zu Schlamm om 14:32

Vaarwel zomeroogst

 

 

als het verkleuren
van de blaren
nog voor de val
een aanvang neemt

en het najaarsgrijs
de rust inluidt
om aan dood
en opstanding
te wennen

geraakt de mens
vaak snel ontheemd
van zomeroogst
en zal wellicht verval
schielijk herkennen

morgen bestaat
alleen nog in hoop,
woord en dromen

wordt hij enkel zo door
de verstilling geloodst?


Geschreven door Julius Dreyfsandt zu Schlamm om 14:31

Ledematen

 

mijn korte
dikke duimen
en de verder
afgelegen pinken
tikken als toetsen
op een trommel

waar kinderen
op stoeptegels hinken
met maar één been

hoor ik op
de verdieping boven mij
gestommel

daar gaat de buurvrouw
met het andere
langzaam heen

zo bezigt ieder
in eigen ritmiek
de nog actieve ledematen

het bedrijven van de liefde
heb ik,
omwille van de eenvoud,
er maar even
buiten gelaten


Geschreven door Julius Dreyfsandt zu Schlamm om 19:23

De dood na de mosterd

 

zal de stramheid
der leden
ook mijn speelse geest
langzaam tot een stugge
boemelaar smeden

opdat ik het heden
steeds meer ga zien
met wezenloze ogen

als de waarheid
van het verleden
slechts goed is
en de jeugd thans
wordt bedrogen

maar ook dat
de sprankelende schoonheid
door mijn aderen
zal worden gemeden

en de opwinding alleen past
bij nog ongerijpte zielen
terwijl nu al de ouderdom,
nog eer men de mosterd
heeft gevonden,
als sleets wordt beleden

neen, alleen de dood
ja, die houdt mij in de gaten,
zit mij op de hielen
tracht mij de hel in te praten

echter tot het einde der tijden
zal ik mij, Deo Volente,
niet als tweedehands gedragen
of alleen maar voor
een muurbloempje knielen




"Gij zijt gewaarschouwd"

Geschreven door Julius Dreyfsandt zu Schlamm om 19:21

Blind verlangen

 

 

aldoor
verwachten

is trachten
een onthecht verleden,
al dan niet gewild,
in pijn te hervinden

en verschijnt
verlatenheid opnieuw

als het sterven dan herleeft
en mijn ziel zich spiegelt
aan de blinde linde

zal nimmer
de dolende echo vergaan
die het verlangen
in de toekomst weeft

Geschreven door Julius Dreyfsandt zu Schlamm om 19:20

De kim gepasseerd

 

loop weer verloren
in eigen land
achterwaarts kijkend
of rotonde lopend
naar voren

of zit ik
achter slot en grendel
waar niemand mij kent
en ook ik
mezelf niet begrijp

raak ik daar ooit aan gewend

het lijkt doelloos vissen
met aas zonder hengel
en een onbekende
mijn gedachten ment

het is dolen in gewelven,
overvol of door
leegte uitgeput
ik word gedwongen
duisternis te delven


*

achter tralies
van overmacht
hoor ik het orakel spreken
"ken je zelve"

och, kon ik maar ademen
onder een loodzware deken

*

Geschreven door Julius Dreyfsandt zu Schlamm om 19:18

Tussen wijde leden

 

 

tussen wijde leden
zie ik helder blauw
ze staan wat boller dan normaal

doch zijn gebruikelijk omrand
met een dunne harige heg
nog beschermend, echter vaal

het zegt iets over mijn ogen
en de sprekende klank
waar van ik verhaal

let wel, ze begaan niet zomaar
een willekeurige weg
zonder inspanning wordt u tevens:

gewogen, bewonderd,
dan wel, middelpuntvliedend,
naar mijn verte gezogen

de rimpels breed gevoerd,
zowel bóven als ónder
het zichtbarend vermogen,

zijn hemels wat diep gegroefd
en aards, navenant , maar
met hangzakken bemand

de blikvangers
zetten spiegels in het zand
en nodigen het heden
vooral bij dagend licht

soms, ja nu en dan
geraken ze vertroebeld door
onvermijdbare zielengewicht


Geschreven door Julius Dreyfsandt zu Schlamm om 19:18

De geur van de echo

 

 

de lippen
spannen zich
nog een keer samen

trachten achter
mijn gesloten deur
de aftocht te blazen

ik wilde nog
nog een laatste eer
beramen

maar de diepe klank,
tergend langzaam klimmend,
blijkt al zwart van kleur

in de verte hoor ik jou
op zijn echo azen
met amen in zijn geur


Geschreven door Julius Dreyfsandt zu Schlamm om 19:17

Beerput Poezie

 

 

rust toch eeuwig
gij zeveraar
uit zuur gesproten
zoek heil in het slijm
van ene zoete kwijl
uit mijn kots
na danige overmaat

gij, met zwerende vingers
trek strepen met
bloed doortrokken pus
in de diepe zware grond
van modder en schimmel

gij baart de stank
uit ongekende hoeken
uwe gore geest
zal doordrenkt geraken
van het zwart dat nog
nagalmt uit stoffig as
van verrotte beesten

ik braak u uit
teen voor teen
het vel nog zuigend tussen
mijn rottende tanden

verzuip ten langen leste
in de dras

gij rovende etterbalk


Geschreven door Julius Dreyfsandt zu Schlamm om 19:16

Mijn spiegelbeeld (eenakter voor twee personen)

 

Mijn spiegelbeeld (eenakter voor twee personen)

Mein Spiegelbild

jouw spiegelbeeld

meine matten Augen
starren durch das Fenster
wo nichts
und alles zu sehen ist
hier schein ich
offensichtlich
im luftleeren Raum
aufgestiegen


je fletse ogen
staren door het raam
waar achter niets
en alles is te zien
hier, lijk je,
ogenschijnlijk,
in het luchtledige
opgegaan


vor mir steht Kaffee,
auf einem Tisch:
eine große braune
quadratische Fläche
in einem verkommenen
Herrenlokal mit
altmodischem Ornament
wo alle Menschen sind
aber einander nicht erkennen

voor je staat koffie,
op een tafel,
een groot bruin
vierkant vlak
in een verlopen
herencafé met
ouderwets ornament
waar iedereen is
maar elkaar niet kent


in diesem Lokal, braungeraucht
sehe ich im Glanz eines Fensters:
ein reflektierendes Selbstbild
es ist das einzige,
das ich, unabsichtlich,
mit dir teil

in dit lokaal, bruin gerookt
kijk jij in de
glans van een ruit:
een weerkaatsend eigenbeeld
het is het enige
dat jij, onbedoeld,
met mij deelt

Geschreven door Julius Dreyfsandt zu Schlamm om 21:21

Een Juliusiaanse verlichtende houding

 

 

voorwaar ik zeg u en het is waar
roep ik de sprakeloze menigte toe
terwijl ik gelukkig nog net op tijd
het juichen onderdruk met een zegenend gebaar

terwijl mijn nieuwe inzicht toch zeker niet
voor blindgeletterden onderdoet
maar daar ik wars ben van naijver of nijd
zeg ik, het is waar, en dat in alle bescheidenheid
(immers voor hoogmoed wordt men beboet)

ik zeg dus met een schorheid in de keel
die echter het gevolg is
van een voortslepende periodieke
onthouding ofwel op het afkicken
ene hemelse nicotine is gericht
(maar dat is niet des luisteraars deel)

kleven oren aan mijn lippen
wachtend op de reddende tong
hier komt spoedig de redding
uit grote menselijke ongemakken;
de diepe sociale kloven

mijn woorden zullen de verlichting
opnieuw gaan aanstippen
en het duivelse vuur der mensheid
in de kiem smoren
dan wel halverwege het kwaad doen doven

NEEM ALLE SCHULD OP UW EIGEN SCHOUDER

roep ik met tranen uit
sluit iedere ontkenning daaromtrent
van buiten af
niets geeft zoveel lucht aan uw gemoed
als u niet meer hoeft te strijden
in een eindeloos voortschrijdend
welles nietes gewroet
niet de ander, maar u bent maf

u kan enige machteloosheid vermijden


het doet u goed



(satire!)

Geschreven door Julius Dreyfsandt zu Schlamm om 21:20

Kleven aan de Top

 

 

het is me weer gelukt,
daar in ruime mate
de genade opnieuw mij
ten deel is gevallen;
een volle aflaat is mij verleend

zeg maar dat mijn ziel
blij is en opgetogen,
zelfs in hoge mate verrukt

een vermeende afgang mijnerzijds
als dichtend kunstenaar,
alsof ik van enige kundigheid
zou zijn gespeend,
blijkt door moderne technieken
ongewenst voorgelogen

ik voel natuurlijk gehijg in mijn nek
van oprukkende eerbare talenten,
al dan niet zichtbaar in de lijn omhoog

maar toch is nog even de beker
van hel en verdoemenis
aan mij voorbij gegaan
ondanks de fundamenten van
vieren en vijven
teer ik een wijle verder in
op inflatoire rente

het maakt maar eens gewaar
hoe kwetsbaar ik ben in mijn bestaan
of hoe snel men zich kan blindstaren
op de eeuwige roemruchte lente



(satire !)

Geschreven door Julius Dreyfsandt zu Schlamm om 21:20

Uitval

 

 

als stilte
is ingenesteld
of ongedwongen blind
blijft ingemetseld

is de voortduwende beweging
op dood spoor gekomen
zijn wissels bevroren
en is stroom alleen nog
gewikkeld in verleden dromen

de stoppen
blijken weer
uit steen gebakken

doch wat mij,
teneinde,
meer zorgen baart

is, dat naar het schijnt
de verbinding
niet meer wordt geaard

Geschreven door Julius Dreyfsandt zu Schlamm om 21:19

Een zottig lot

 

 

ach, het was maar voor even
van korte duur zogezegd
dat ik op eenzame hoogte
aan de top mocht zweven

het koningsschild
gesmeed van honing
uit een sterfelijke bron

heb ik afgelegd
op een aards schavot
daar het smolt in de zon

toch was het zoet
een enkele maal te proeven
van een vergankelijk aards lot

Geschreven door Julius Dreyfsandt zu Schlamm om 21:18

Meer van Julius V.E. Dreyfsandt zu Schlamm : Gedichten 5

↑ Terug naar de berichten