Naar de inhoud

Julius V.E. Dreyfsandt zu Schlamm : Gedichten 5

seniorennet.beseniorennet.be

Hellevuur

 

 

je schouders
dragen
een winterdeken

daaronder
drijft een gekruisigd lijf
onweerstaanbare tranen uit
om pijnen los te weken

mijn handen
schieten te kort

zo ook
zijn mijn ogen
dichtgeslagen

immers,

ik ben het zelf
die het hellevuur
heeft aangedragen


+
soms ben ik
hongerig en blind
als mijn leegte
een reeds gestorven
toekomst vindt
+


Geschreven door Julius Dreyfsandt zu Schlamm om 15:09

Mysterie van Kerstmis

 

 

ook al zal ik de
schepper toebehoren
aards kort of
wellicht
hemels lang

en wanneer
de geest mij
als het waren
wil bekoren

is leven
niet gelijk
een hymne als
ongeschonden gezang

ik snap niet echt
diep in mijzelf
of kijkend om me heen

dat uit voortdurende
verwachting
toch hoop
wordt geboren

Geschreven door Julius Dreyfsandt zu Schlamm om 15:08

De vrije wil

 

 

door de poort
achter in het zwart
verlaat ik het licht

*

lang geleden is
een ziel vermoord

thans wordt mijn mond
met pek gedicht
immers ook mijn handen
hebben een lijf doorboord

de satan heeft mij
in de greep
als handlanger
van de man
die ik ben
en allen zijn in mij

ook van hen
die ik niet ken

gedreven door
de drift van de zweep
openen zich als vanzelve,
tegelijkertijd,
de mij zo toegewenste
helle gewelven

*

door de poort
achter in het zwart
verlaat ik het eeuwig licht

eens op voorspraak
aan mij toegedicht





(fictief)

Geschreven door Julius Dreyfsandt zu Schlamm om 15:07

Van zoon tot broer

 

 

moeder,
mijn vader
heette Klaas

welnee,
zijn naam was Jan
maar die is er niet meer,
helaas

hij was een heer
niet de gemakkelijkste,
een echte ouderwetse baas

moeder,
ik ben uw zoon
net als Gijs en Kees

ja, jouw pa
had de hond nog voor de
aardappelenkar
riep zij oprecht
maar o zo in de war

moeder,
mijn vader
heette Klaas

ik blijk opgeschoven
onder haar waas

Geschreven door Julius Dreyfsandt zu Schlamm om 15:07

Ingebeeld

 

 

hoe droog waren mijn lippen
toen ik, ten langen leste, dorstig
van stoffige wijsheid proefde

tandenknarsend viel
mijn wereldbeeld in duigen
toegedekt met droge blaren

zocht wederom,
gelijk de mens is,
een andere schim

die ook in mijn
gespiegelde vitrine
vertoefde

ik was van mijn
schepping getuige
en kon weer de
horizon verklaren

Geschreven door Julius Dreyfsandt zu Schlamm om 15:05

Meer van Julius V.E. Dreyfsandt zu Schlamm : Gedichten 5

↑ Terug naar de berichten